SPORTKRONIEK

OFMCIIIL OR6AAN VAN BIN

NEDERLANDSCHE VOETBALBOND EN VAN DE AFDEELING ’S-GRAVENHAGE VAN DEN N.V.B.

Hoofdredacteur: Ir. A. van Emmenes, Den Haag Orgaancommissie van den Nederl. Voetbalbond: K. J. J. Lotsy, S. Coldewey en Ir. H. F. Hopster

Giro 44715 ten name van Moorman's Periodieke Pers Abonn.: Ned. ƒ3.15 p. kwart. – Buiten!, ƒl5.— p. iaar Red. en Adm.: Den Haag, BezuidenhoutP, Tel. 771858

No. 11, 42* JAARGANG DINSDAG 16 MAART ’43

Nadruk verboden

DE HOUDING VAN CLUBBESTUURDERS EN SPELERS

/n den N.V.B. kan er ten aanzien van clubbestuurders, spelers enz. nog veel verbeterd worden. Veler kennis van de reglementen c.d. laat te wenscheii over en juist uit die onkunde vloeien maar al te vaak complicaties voort. Wij hebben dhr. W. H. A. Burgwal bereid gevonden eens uiteen te zetten wat er in dit opzicht noodig is. Dhr. Burgwal is een goede bekende i-n onze voetbalwereld: als bestuurslid van een District en van c'en Afaeeling, als voorzitter van een groote vereeniging en vooral ook als lid van tallooze commissies van onderzoek om maar enkele van zijn z’ele functies te vermelden weet hij beter dan zvie ook wat er op dit gebied te koop is. Wij hopen dat alle betrokkenen goede nota z’an zijn artikel nemen.

Een groote bond als de onze heeft zijn reglementen en voorschriften zonder welke het onmogelijk is een dergelijk lichaam te leiden. Voor clubbestuurders is het dus van belang te weten, welke die reglementen en voorschriften zijn. De reglementen, n.l. het Huishoudelijk Reglement, het Reglement Competitiewedstrijden, de Amateursbepalingen, het Reglement voor de Districfsbesturen en het Reglement op Seriewedstrijden, zijn in een boekje samengebonden, een boekje dat elke vereeniging in verscheidene exemplaren heeft ontvangen, terwijl daarnaast aan het begin van het seizoen enkele voorschriften (bestuursbesluiten) in het officieel orgaan worden opgenomen. Indien men zich nu maar aan die diverse bepalingen houdt, kunnen zich, wat betreft de leiding van vereenigingen, geen moeilijkheden met den’ bond voordoen. Helaas komen er toch nog dikwijls conflicten en dan zijn die conflicten voor een groot deel toe te schrijven niet aan onwil, doch aan onbekendheid. Alle yereenigingsbestuurders, bondsbestuurders, districtsbestuurders, commissieleden, consuls, scheidsrechters, kortom alle leden van den voor den bond om niets. Zij hebben allen vrijwillig een taak op zich genomen, die ze natuurlijk zoo goed mogelijk willen volbrengen en een eisch is dan ook, dat zij op de hoogte zijn van de geldende voorschriften.

Op de hoogte zijn van de reglementen voorkomt ook, dat den bond wordt verweten, dat hij voor dit en dat weer boete heeft opgelegd, enz., enz. Een typisch geval, op zichzelf erg onschuldig, deed zich kort geleden voor. A.D.O. en Hermes-D.V.S. voorzagen het feit van een beslissingswedstrijd. Zij kwamen, op den dag van de samenstelling van het programma voor de kampioenscompetitie, overeen, dat zij dien wedstrijd eventueel op het terrein van Feijenoord zouden spelen. Zij mengden hierin den bond niet en vergaten dus, dat de bond het programma vaststelt. Het gevolg was, dat de bond contact ging zoeken met de vereenigingen, met de mededeeling, dat daar in de nabijheid van het Feijenoord Stadion twee voor de betrokken clubs vrij belangrijke bekerwedstrijden waren vastgesteld (n.l. Overmaas—Excelsior en Goal—Neptunus), de bond tegen het spelen op het Feijenoord-Stadion bezwaren maakte en dat spelen in Rotterdam alleen goedgevonden werd mits de clubs zich tegen die onnoodige concurrentie niet verzetten. Voorschrift is, dat een beslissingswedstrijd op een onzijdig terrein wordt gespeeld (Art. 3 sub 2 reglement Competitiewedstrijden). Het meest normale is dan, dat een geschikte plaats wordt gezocht zoo geographisch mogelijk tusschen de ligging van de terreinen der beide clubs. In dit geval was Delft de meest in aanmerking komende plaats geweest. Tegen een vaststellen van dezen wedstrijd in Delft, had geen der Delftsche clubs bezwaar kunnen maken, omdat die beslissingswedstrijd noodig was. Het Rotterdam had natuurlijk het groote voordeel, dat bijna voetballiefhebbers meer dien wedstrijd konden volgen dan in Delft, maar toch mag men de billijkheid niet uit het oog verliezen en voor die billijkheid heeft de bond zorg te dragen.

De meeste moeilijkheden komen echter niet met de leiding van vereenigmgen voor, doch meer met de leden. In enkele gevallen valt er op de leiding nog wel eens wat aan te merken en dat is b.v. het geval indien een secretaris van een vereeniging naar aanleiding van uit het veld zenden van een of meer spelers, de feiten tracht te verdraaien of te verdoezelen

en tegen beter weten in dingen schrijft, welke in strijd zijn met het rapport van den scheidsrechter en/of met de bekentenis van den speler. Ken dergelijke secretaris is natuurlijk fout en uit den grond der zaak eigenlijk een ongeschikt leider, omdat wij in onzen mooien bond eerlijke, goedbedoelende menschen moeten hebben. Zoo iemand moet m.i. eigenlijk meer gestraft worden dan een speler, die impulsief op het veld een handeling verricht, welke tegen de spelregels indruischt. Een dergelijke handelwijze ben ik geneigd gelijk te stellen met het met voorbedachten rade onjuist invullen van wedstrijdformulieren. Een vreeselijk onsportief gedoe. Het lijkt somtijds wel of het winnen of verliezen van een wedstrijd een levenszaak is. Men vergeet soms dat het maar voetbal is, en dat er in het leven veel en veel ernstiger dingen zijn. Om nog even op het invullen van die wedstrijdformulieren terug te komen. Het is of was bij vele vereenigingen gebruikelijk, dat een of ander official, meestal de secretaris, de wedstrijdformulieren lang voor den aanyang van den wedstrijd invulde en het óf den aanvoerder ter hand stelde óf het meegaf aan een of ander commissielid. Het gevolg van een dergelijke handelwijze is meermalen geweest, dat door het wegblijven van een of anderen speler, de plaatsvervanger niet op de formulier kwam te staan. Menigmaal rolde men er door, omdat er niets aan den knikker was, doch ook verschillende malen is bij onderzoeken gebleken, dat het formulier klakkeloos was onderteekend door den betrokken aanvoerder die zich dan weer beriep op z’n secretaris of een ander die het formulier had ingevuld. Dit beroep was echter vruchteloos; hij had het formulier door zijn handteekening bekrachtigd en was dus aansprakelijk. Gevolgeen schorsing voor zekeren tijd. Aanvoerders wordt dus uitdrukkelijk op het hart gebonden: leest de formulieren eerst nauwkeurig na, voordat U ze onderteekent. De onderteekenaar is aansprakelijk voor den inhoud.

Vraagt men mij, wie het onprettigste baantje in den bond heeft, dan is mijn antwoord: de consul. De consul moet bij slecht weer ’s morgens, en dan natuurlijk meestal in den winter, zijn bed uit om de velden te keuren en eventueel zijn telegrammen, of een telefonisch bericht, te verzenden aan de daarvoor in aanmerking komende adressen. Als het goed weer is kan hij rustig blijven doorslapen, als het slecht weer is waakt hij er voor, dat WIJ, voetballers, een vergeefsche reis maken. Wij mogen den consul’ dan ook wel erg dankbaar zijn voor zijn werk. Die dankbaarheid moeten vvij ook uitstrekken tot de scheidsrechters en dan wil ik vooral die scheidsrechters memoreeren, die door de slechte trein- of tram-verbindingen, somtijds uren moeten fietsen of loopen voordat ze hun wedstrijd kunnen gaan leiden. Bravo, kerels, ge bewijst hiermede het voetbal een grooten dienst.

En als we deze laatste twee zaken in aanmerking nemen, dan is het droevig, dat er zoo dikwijls weinig waardeering te vinden is voor het werk dat er door dergelijke officials wordt verricht. Hier ligt een mooi terrein braak voor de vereenigingsbesturen. Zij kunnen door op bijeenkomsten daarop de aandacht te vestigen of door vermelding m de cluborganen (of wat daar tegenwoordig noodgedwongen voor doorgaat) medewerken, dat die waardeering er meer en meer komt. Waardeering voor de tegenpartij, die, maar al te vaak, niet als sport Vrle n d, doch als vijand wordt tegemoet getreden. De chauvinist-grensrechter, die alles wat de tegenpartij doet, niet goedkeurt, moet er uit. Hij is een van de aanstichters van het onregelmatig verloop van den wedstrijd. Hij hitst het publiek tegen de scheidsrechter en tegenpartij op.

En WIJ, wprachtige liefhebbers van onze mooie voetbalsport, wij die het allen toch zoo goed meenen, laten wij door daden toonen, dat het ons ernst is onze sport in goede banen te houden. De leiding van den bond is niet het eenige lichaam, dat excessen kan voorkomen. Maar gij bestuurders van vereenigingen, gij die uit louter liefde voor de sport, zonder eenige bijbedoeling, uw functie hebt aanvaard, op U rust de plicht om alles in het werk te stellen om van tiw spelers en van uw publiek sportieve menschen te maken Slaagt gij daarin, dan hebt ge de belooning welke U toe komt. W. H. A. BURGWAL.