eenkomst zou evenwel uitloopen op twist en tweedracht. Een drietal jaren slechts bleef de uitwendige vrede bewaard. De regierders van Waalwijk toch begeerden — wijl hunne heerlijkheid schier uitsluitend Roomsch was een schoolmeester van heure religie, dien zij ook aanstelden '), om de kinderen onderricht te geven in de pausche leere ende henlieden dagelijcx doende ter misse gaen. De gereformeerden van Besoijen, hierover uitermate gebelgd, wijl zij recht hadden op een derde gedeelte der school, en vooral, wijl zij een schoolmeester wenschten2), en ook aanstelden, die door Godts genaede de suyvere gereformeerde religie was mainctenerende, waren evenwei geen katjes om zonder handschoenen aan te vatten. Heimelijk of in 't publiek — 't komt er niet op aan — deden zij het derde part der school, waarop zij beweerden recht te hebben, met riet of hout afschieten, approprierende t' selve tot een bequaem woonplaetsken voor een schoolmeester. Maar die van Waalwijk, ook niet malsch, kwamen, met hunnen schoolmeester aan 't hoofd, in grooten getale opdagen om den Besoijenschen schoolmeester met allen synen huysraet wel fortelycken uyte voorschreven schoole te stooten. Dit geschiedde in Juni van het jaar 1615. Met geweld konden die van Besoijen hun recht niet doen gelden, daarvoor waren zij te gering in getal3), maar een' machtigen hefboom vonden zij in de Ed. Mog. Heeren in Den Haag, die op het punt van geloofszaken — althans wat hun eigen land' betrof — geen scherts verstonden. j. v. d. hammen nz. r

Besoijen. (Slot volgt.) IX &

1) Dit was, volgens oude kwitantien, meester Willem Jacobben of Jacobsen, die, behalve zijn vele andere postjes, ook herbergier was.

2) Dit was evenwel geen bewijs, dat het geheele dorp met dien wensch instemde; immers verreweg het grootste gedeelte der inwoners was Roomsch. In een stuk van 1682 heet het: dat de ingesetenen van Besoijen voornoemt, meerendeel sijnde roomsgesinde.

') Toen in 1626 Ds. Eckius als predikant te Besoijen kwam, vond hij er 50 a 00 lidmaten.