Bemeysdach. Ende was besegeit met drye segelen in groenen icasse, ondervuythangende.

Naer voorgaende collatie jegen den originalen brieve, geschreven in perckement, gedateert ende besegeit als boven, is dese copie daermede bevonden t'accorderen, by my Antony de Louwe, oipenbaer notaris tot Eyndhoven residerende.

Des toirconden (geteekend) D. Louwe not*. pub. 1655.9.2.

Papier gebonden in register A voornoemd.

Medegedeeld door aug. sassen.

VOLKSMYTHOLOGIE. I.

de maar bijden.

3eft iemand zulk een droom gehad, dat hij den volgenden dag zware hoofdpijn heeft en nog huivert

van de spookachtige gestalten, nem dien nacnt verscnenen, dan zegt men huiten: hij heeft de maar gereden.

Heel pleizierig is het niet als men in zijn rusttijd met zulke dingen gekweld wordt, en daarom zal het niemand verwonderen, dat men op een middel zon om van deze plaag verschoond te blijven. Ziehier dan:

Wanneer men zich ter ruste begeeft, zet men de klompen met de hakken tegen het bed. Dan kan HET (de maar) er niet in komen. Komt HET tegen de kappen of bezijden op, dan valt HET in de opening. Zet men ze andersom, dan komt HET op zij langs de kappen op en zoo over de punt van de klompen in het bed.

Het middel schijnt probaat te wezen, want er zijn veel menschen, die het toepassen.

-p o z -a-. c. j. roovers.