Ook de Gansackers bezaten Itegem, de Antwerpsche familie, welbekend, al was het slechts om een liarer leden, die 9 maal in 't huwelijksbootje stapte.
Zij waren verwant aan de Bo 11aerts, en over deze familie deelt de schrijver ons verschillende bijzonderheden mede. Ook hun wapen: een zilveren balk in rood, in het schildhoofd vergezeld van een gehandschoende zilveren hand, die een degen omklemt, tusschen twee gouden naar elkaar toegewende leeuwen, die ieder een zilveren penning vasthouden.
Hij verhaalt niet of deze Bollaerts tot dezelfde familie behoorden als de Bergen-op-Zoomsche, die reeds op het einde der 18" eeuw voorkwamen in den persoon van Willem Heuschen Bollaert, die een belangrijke gift schonk aan het klooster der Guillielmieten te Huijbergen en, blijkens een wapen op een grafzerk in de
groote kerk te Bergen-op-Zoom, nevenstaand wapen voerden; een geheel ander dus dan de Antwerpsche familie. In „de Navorscher" is een heele strijd gevoerd over de beteekenis van den naam Bol¬
laert, en allerlei gissingen werden dienaangaande geopperd.
Ik wil die — met het oog op bovenstaand wapen — nog met een vermeerderen.
De 3 bloemen in het wapen, die den keper vergezellen, zijn klaarblijkelijk de bloem van den bekenden bolderik (Agrostemma Githago), welke veel tusschen het koren groeit en — blijkens Oudemans „de Flora" I, p. 401 — ook wel boldert wordt geheeten.
Is dit zoo, dan bracht de familie zelf haren naam in verband met die bloem en plaatste deze in het wapen om dit tot een sprekend te maken.
Een andere Bollaert, en wel Adrianus Martinus, was secretaris van den Geheimen raad der Spaansche