UIT DE JAARBOEKEN VAN BREDA.
I.
OVER DE „ILLUSTRE SCHOLE".
|wplll|et voortbestaan des Kloosters St. Catharinadal te 1(|!§J Breda na de overgave der stad in 1637, was fli s^eeds een doorn in het oog der protestanten. Alle middelen om het te vernietigen werden door de predikanten aangewend, tot dat eindelijk een schoonschijnend voorwendsel zich daartoe aanbood, namelijk de voorgenomene oprichting eener „Illustre Schol e". Zij lieten niet af om bij den Prins en zijne gemalin, op het stichten dier school aan te dringen en daarvoor het oude klooster, als zijnde het best tot dat doel geschikt, aan te raden. Zeer tegen den zin van den Prins en de I ïinses weid eindelijk daartoe besloten: de nonnen waren verplicht het klooster te verlaten en elders een verblijfplaats te zoeken. Dit verblijf vonden zij, even buiten de naburige Vrijheid van Oosterhout, waar zij eene omwaterde woning, een slotje, de „blauwe Kamer" genaamd aankochten, tot klooster inrichtten en in den loop van het volgende jaar betrokken.
Breedvoerig handelt van Goor') over de Inauguratie dei Illustie School, gedurende acht dagen met grooten luister en allerhande feestelijkheden gevierd. Op Noordbrabantsch-Roomschen grond, te midden eener bevolking, trouw gebleven aan den godsdienst harer voorvaderen, kon deze school, op protestantschen grondslag gesticht, geene levensvatbaarheid bezitten. De Roomsch-Katholieke jongelingen der streek maakten er voorzeker geen gebruik van, de noordelijke' provinciën hadden reeds hunne universiteiten, en de ligging der stad Breda bij de grenzen der Spaansche Nederlanden, in tijd van oorlog blootge-
') Beschrijving der sta.lt en lande van Breda I Boek. IX Hooftstuk.