VAN NISPEN1).
pallen aanzien van deze vraag betreffende Adriaari fjlll van Nispen en Maria van Oosten, zij een wedervraag vergund. Waaruit bleek n.1., dat bovengenoemde echtelieden in 1550 te Vlissingen woonden? Of steunt deze raededeeling alleen op een door den falsaiis De Launay saamgeflansben en door latere falsarissen nageschreven en aangevulden stamboom, naar aanleiding waarvan 19 Aug. 1750 door het Heraldieke Wapencollege te Brussel, de volgende verklaring wordt afgegeven
„Die van 't HERALDIEKE WAPEN COLLEG1E van H."m. DEN KEISER in zijne NEDERLANDEN, aangesteld iot de kennisse en bewaarnis van allent, geen den adel raakt in 't generaal verklaren, Dat de voorstaande genealogie van 't zeer oud en adelijk geslagt van Van Nispen is, 't sedert den jare 1385 bij het Wapen Collegie te Brussel voor adelijk bekend is als waarlijk afkomende van de oude graven van Holland, welke geslagtboom inhoudt 12 generatiën waar bewijsstukken zijn bijgevoegd, zijnde in getal van 24 stukken conform is en accordeert bij translaat uit de fransche taal met het origineel, waaraf copie autentiek berustende is in de Wapenkamer voorsegt van hare voorz. Majesteit te Brussel ende aldaai geverifieerd is geweest door hetzelfde Wapencollegie der adelijke lamilien ter requisitie van wijlen den Edelen Heere Jacobus Henricus van Nispen, overste der Infanterie generaal quartierraeester der Armee ten dienste van den Koning van Frankrijk, ridder van het Koninglijk en Militaire Orde van den Heiligen Ludovicus op den 2 Juni 1767 gelegaliseerd zijnde door den griffier van den Souvereinen raad, van H. M. van Brabant op den 13 Juli
i) Vraag op den omslag van afl. 5 jaarg. XIII „Taxandria", luidende:
Wie kan inlichtingen geven over Adriaan van Nispen en Mariavan Oosten, E. L., die rond 1550 te Vlissingen woonden en van te voren te Antwerpen verblijf hielden, of over zijne voorouders, bepaaldelijk gedurende de jaren 1545—1570?