profyten op de intressen mogte profiteeren en dat men een jaar met 's Lands hondertste penning alleen aflossende, het volgende jaar die aflossing augmenteerde met het profijt daar op gevallen even gelijck men in den jaere 1726 toen de aflossing begon, heeft gepractiseert, in welck plan dit groot soulaas voor de regenten en derselver Borgemeesters souden setten, dat den Borger tijd soude hebben om enigh geit tot furnissement van het profijt te connen insamelen, daar tegenswoordigh de Borgemr. die somme reeds gesteld en betaald eer sy helder of penningh hebben connen opbeuren. De regenten van Oirschot refereren zig wyders tot al sulcke middelen en motieven als de Meyervje en in 't bysonder het quartier van Kempenland by Request aan haar Edele mogende, heeft voorgesteld of sal voorstellen, versoekende ootmoedigh in cas van bericht Uw WelEd. gestns aquitabele en favorabele attentie waarmede blyve enz.
Medegedeeld door H. Noyen, te Oirschot.
DE BOEKDRUKKERS PALIER TE 's-HERTOGENBOSCH.
Aanvulling.
De belangrijke mededeeling van den heer Redacteur W. J. F. Juten op blz. 291 beantwoordt de vraag, waar de stamvader der Bossche Palier's, Carel Palier, het levenslicht zag.
Bij zijne achterkleinzonen was het niet bekend; zij dachten vooral aan Metz, omdat daar ter stede in de 16e eeuw boekdrukkers Palier woonden.
Het onderzoek aldaar, waarvoor Hendrik Palier, de schrijver van „Iets over het geslacht der Palier's", zich veel moeite gaf, leidde, gelijk van achter bezien te wachten was, tot niets.