EXTRACT UIT HET PROTOCOL DER SCHEPENEN VAN STERKSEL.

1752 April 2. Ar noldus Lambrimon, mr. chirurgijn te Heeze, verklaart ter instantie van Jan Willem Daniël de Jongh, drossaerd alhier, dat aan het den lenApril in de heide' van Sterksel gevonden lijk van Jan Lamberts Claus te Asten geen teekenen van geweld zijn bespeurd, doch dat deze waarschijnlijk dooide koude is bevangen en daardoor overleden.

1765 December 18. Deponenten verklaren, dat de knecht op een der hoeven van Sterksel, hooi uit de schuur halende, daarin vond verstopt: „een wit sakjen off kussesloop toegebonden", waarin werd gevonden „een groenen jak, een witte mansborstrok ongemerkt, vier sérvette gemerkt IK, een slaeplake gemerkt IK, drie manshembde gemerkt I D K en eenige rijffels van linde, dat sy deponenten, naedat de dieffstal by de heer predikant de Kees el tot Bakel gedaen xoas, sonder egter den preeiesen dagh te connen melden, op een morgen opcomende, hebben uit de schuer sien comen seve manspersonen, waeronder ivas, sooals in de wandeling genaemt tvorden, C lemens, Peter en H endrik, sijndede overige haer onbekent, hebbende vvjff van de seven aen soldatenmonteeringh".

1780April21. Wilhelmus van Heyst, als vorster van Sterksel benoemd door A d r i a n u s T r u d o, abt van Everbode, heer van Sterksel, legt als zoodanig zijn eed af in handen van Jan Willem Daniël de Jongh, drossaard der voornoemde heerlijkheid.

1780 Augustus 23. Schepenen van Sterksel certificeeren ter instantie der Schepenen van Maarheeze, „dat de revier de A, lopende tusschen de heerlijcheyd Sterxel en Marheese ter plaetse genaemt de Pan (?) altoos voor sooveel ieder onser si/jn geheugen strekt, door die van Mar-