Zijn oom Adolph van Honselaer, droeg hem als voorsz. in 1667 over diens helft in Nieuw-Herlaer, waarmede hij den 6en December van dat jaar werd beleend; na doode zijner moeder legde hij als oudste zoon op 6 Mei 1675 den eed wegens dit leen af. In 1710 deden hij, die toen geen schout van Helmond meer was, en op Nieuw-Herlaer zijn verblijf hield, en L a mbe r t J o h a n Millinck van G er wen, die destijds te Yeghel woonde, eenige kwartieren van Nieuw-Herlaer, waaronder de groote zaal, afbreken. Het gedeelte van Nieuw-Herlaer, dat aan de kinderen van wijlen Carel d'Adama behoorde en door hunne moeder bewoond werd, dreigde daardoor bouwvallig te zullen worden; hierdoor ontstond kwestie tusschen de op Nieuw-Herlaer gerechtigden, die daarmede eindigde, dat de ambachtslieden, welke aangenomen hadden eenige kwartieren van Nieuw-Herlaer af te breken, zich verbonden om aan den kant van dat deel van dit kasteel, hetwelk aan de kinderen d'Adama toebehoorde, eenen nieuwen en sterken gevel te bouwen.
Blijkens Taxandria I blz. 111 verkocht Lam bert Millinck van Gerwen in de jaren 1714 en 1716 „de helft in den Castele van Nieuw-Herlaer met de anhorende teul- en weylanden, meest alle leenroerig aan den Edelen Leenhove van Oud-IIerlaer, resorterende onder hel Bisdom van de Cromme Staf' van Lnyk", aan Johan Adriaan 'Ruysch, president-schepen van 'sHertogeibosch. Deze opgave moet met dien verstande worden opgevat, dat L am b e r t M i 11 i n c k v a n Gerwen, welke in 1714 verkocht, was de schout van Helmond en dat Lam bert Millinck van Gerwen, die in 1716 verkocht, was Lam bert Johan Millinck van Gerwen, de zoon van Lambert en Catharina van Erp; wellicht was Lambert Johan in de helft van NieuwHerlaer gerechtigd geworden bij deeling met zijnen vader, die de zoon was van voornoemde Adriana van House 1 a e r.