Uit het volgende zal blijken, dat ook het Huybergsche klooster — ofschoon slechts een klein gedeelte der kerk lag op den bodem van het Markiezaat, en in zoo verre behoorde onder de jurisdictie der Heeren Staten — ruim zijn aandeel kreeg van de drijverijen der predikanten. Met alle recht konden de paters van zich getuigen: et quorum pars magna fuil
Reeds den 8eu Juli 1648 had deRaad van State eeu missive gezonden aan den Drossaard van Bergen-op-Zoom, waarbij deze gelast werd, dat hij meelt het sluyten van cle gehele kereke tot Huybergen alsmede de kereke vant clooster (zal) voortgaan soals (hij) met andere (heeft) gedaen ende soo imant daer tegen iets sonde mene te seggen ie hebben, dat tselve alhier sellen mogen voorbrengen binnen een maent naer notificatie ').
Den 25en Juni 1648 werd het klooster gesloten: heer Adolphus By ha erts Prior ende den Conventualen van 't clooster van Huyberghen .... hebben geprotesteerd ende protesteeren midts desen gedwonglien te wesen, overmidts het sluyten van de kereke, haeren dienst te doen by provisie in liaere schuere, sonder nochtans in het minste te wyken van liaere gerecliticheyt tot de gesloten kereke, heet het wel in een origineel, onderteekend door den secretaris van Huy- bergen, Gabriël Peeters, en door de schepenen Jan Adriaansen Yij vers en Hendrik P e e t e r s, het mocht hun evenwel niet baten : hun kerk was en bleef voorloopig gesloten.
Tot beter begrip der zaak diene nog, dat steeds niet beantwoord was de vraag of een gedeelte van kerk en klooster op Spaansch-Nederlandsch territoir lag.
Ongeveer ter zelfder tijd werd door twee predikanten der classis van Tholen en Bergen-op-Zoom — die wij als een der voorposten tegen het Katholieke Zuiden kunnen beschouwen — een verzoekschrift aan de Staten gericht om een predikant voor Putte en Huybergen benoemd te krijgen.
') Authentieke copie in liet klooster-archief.