DEN DUNGEN.

KSS^ver dit dorp deelt van Heurn in zijne „Beschrijikiiliyi ving van 's-Hertogenbosch", die in handschrift in het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in N.-Brabant berust, het volgende mede:

Oudtijds liep van den Bosch een weg naar den Dungen, die aanving aan de Baseldonksche poort. Toen die poort in 1601 werd afgebroken is ook die weg geslecht, zoodat men sedert dien alleen van af de Hinthamerpoort over Hintham en Berlicum naar den Dungen kon rijden; voetgangers konden echter dat dorp bij laag water ook nog van uit den Bosch bereiken langs een voetpad, dat van af den Kleinen Hekel door het veld er heen liep.

Volgens van Heurn was de grond te den Dungen zeer vruchtbaar, zoodat er vele groenten, als ook aardbeziën geteeld werden, die zijne bewoners te 's-Hertogenbosch ter markt brachten. In het jaar 1501 stonden er, volgens de rekening van die stad over dat jaar, maar 140 huizen, welk getal ten tijde van van Heurn, die in de tweede helft der IS8 eeuw leefde, gestegen was tot 239 huizen, een gevolg van de welvaart, waarin dat dorp zich toen mocht verheugen. Veel meer kon van Heurn van deszelfs geschiedenis niet mededeelen, omdat de archieven van dat dorp, welke aldaar in de komme bewaard werden, door watersnooden geheel vernietigd waren. Uit de „Annales van Molius" en uit de „Beschrijving van 's Hertogenbosch" door J. van Oudenhoven p. 205, was hem echter nóg kunnen blijken, dat de Geldersche krijgsoverste Maarten van Rossum in het jaar 1543 aan het dorp den Dungen eene brandschatting oplegde van fl 600. Verder deelt van Heurn mede, dat toen in het jaar 1672 de graanmolen van den Dungen onklaar was geraakt, de ingezetenen van dit dorp aan de Regeering van den Bosch verzochten om aldaar brood en zout te mogen halen, doch dat deze wegens den oorlog met Frankrijk hun zulks