EEN TWAALFTAL HONDERDJARIGEN IN NOORD-BRABANT.
gü||Éet courantbericht over een paar honderdjarigen op PBs blz. 47 herinnerde mij aan eenige aanteekeningen in portefeuille over een twaalftal dezer hoogbejaarden in Noord-Brabant.
Wellicht acht de Redactie ze mede genoeg van belang om ze een plaatsje in „Taxandria" te geven; ze kunnen tevens dienen ter aanvulling van het bekende werkje „Hoge ouderdom", nummer 21 der serie „Curiositeiten van allerlei aard."
De eerste honderdjarige, die ik aantrof, was eene vrouw, die het voorrecht had haar vierde nageslacht te mogen zien, en dus meer dan een eeuw moet geleefd hebben.
Bij Dr, C. R. Hermans, „Kronijkon betrekkelijk de stad en meyerij van 's Hertogenbosch", blz. 234, leest men omtrent haar:
„Int jaer ons Heeren 1531, den lesten dach Juny, sterff ten Bossche een oude vrouwe persoen, geheyten Lijs bet Steen wie hts, zij was zoe oudt, dat zij hadde eenen zoen, genoemt Peter Steenwichs, ende die Peter had een dochter, genoemt Catharina, ende was Thielmans Hagens huysvrouwe, ende die Catharina hadde een dochter genoempt Geertruyt, die getrout hadde Jan Jans Eymerts, ende hij Jan hadde bijder voorseyde Geert ruyt twee kynderen, eer dese voorseyde Lijs bert sterff."
In dezelfde stad ziet men in de St. Janskerk een grafzerk, waaronder werd te ruste gelegd Dirk Dirkszoon van Hoogheloon, overleden op Kerstnacht 1554 in den ouderdom van 101 jaar.
Deze hooge leeftijd bereikte ook Anna Eer en s, overleden op het Begijnhof te Breda tijdens de belegering dier stad door markies Spinola in 1625.
Zij was jaren blind en doof geweest voor de dood zich over haar ontfermde.