In de Waterstraat werd nog een zoon Arnoldus gedoopt.
Eer dr. Betincx zich te Breda vestigde, had hij gewoond te Oudenbosch of te Hoeven — mijne aanteekeningen zijn hier wat onduidelijk —; daar werden gedoopt:
23 Februari 1661 Petrus A en
14 April 1662 Antonius Franciscus.
Nog eens terugkomende op de afstamming van Petru s Betincx, vermoed ik, dat hij een afstammeling is van Cornelis Janszoon B. en Maeyken Jansdochter Paridaens; van welke vier kinderen vermeld worden: Jan en Aert, Maeyken, gehuwd met Aert Cornelisz. Noreman, en Ni colaas; zij leefden in het eerste vierde deel der 17® eeuw.
Een dezer zoons, Aert, had een zoon Cornelis, uit wiens huwelijk met Jacomina Stouters 5 Mei 1664 te Roosendaal een dochter Dymphna gedoopt werd.
Aert Adriaanszoon Schobben, die stadhouder en schepen was van de vrijheid Roosendaal en omstreeks denzelfden tijd leefde, was mogelijk de grootvader van Dymphna Betincx-Schobben. Zijn moeder heette Agatha Jan Claesdochter, zijn vrouw Dymphna, was de dochter van Aert Antonis Stoutaerts.
Hij had de volgende kinderen: Catelijn, Jan, Anthonis, Dingna, Huybrechtken, Aert en Maeyken.
W. J. F. Juten.
DE HEERLIJKHEID TONGELRE.
jBÉjiutger van Berckel, schepen van 's Hertojyi>ijj genbosch in de jaren 1534 en volgende, kocht van den Koning van Spanje, als Hertog van Brabant, de hooge en lage heerlijkheid van Tongelre, waarmede hij den 27 Juli 1558 werd beleend.
Hij huwde, zooals ik reeds mededeelde in Taxandria