21
Donckaerts, canoniek bijnnen Breda en Jan Aertssen van Loon, als getuyghen. In deze akte vermaakte hij aen de mater ende heur medesusteren van den susterhuyse in Valckenberch, genaempt de Graeuwe susteren, daer hij by woonende is al zijne roerende goederen, meubelen en kleederen; een legaat aan de Grauwzusters Anneken Gerits en Ne el ken Schuyrmans1).
Philips Willem, prins van Oranje, die sinds 160^ meestal te Breda verbleef en vele kosten maakte aan de verfraaiing van het Valkenberg, kocht in 1614 de oude kloostergebouwen en verleende aan de zusters eene lijfrente van 24 Rijnsche guldens2). De huysinge voortijts gedestrueert werd met den gront gevoecht tot den hoff van den prince van Orangiën3).
Na diens dood kwam de baronie van Breda aan prins Maurits en ook deze toonde dezelfde welwillendheid jegens de arme zusters. Hij gaf zijnen rentmeester, Adriaan Bacx, den last honderd gulden uit te betalen aan de zeven grauwsusterkens van de poorte van Valckenberch, omdat in twee jaren de verschuldigde renten niet waren betaald4).
Langzamerhand stierven de overgebleven zusters en nieuwe werden niet aangenomen. Na de overgave van de stad in 1625 aan de aartshertogin Isabella bevond de bisschop van Antwerpen, dat alle die van deselve vergaderinge geweest syjnde si/jn gestorven, noch andere woonplaetse ivort gemaect by degene, wyen de instellinge van deselve gravinne sulcx belast, noch oyck haer eenighe sich presenteeren om deselve instellinge naer haeren inhout te hervatten6). Naar voorschrift dan van het Concilie van Trente droeg hij de goederen over aan het Breda-
•) Archief van de Meesteres van het Begijnhof te Breda, A2, no.66.
2) Bijlage II.
3) Oude vertaling van Bijlage III.
4) Archief van de Meesteres, A3, no. 9.
') Oude vertaling van Bjjlage III