DE HEEREN VAN BREDA.
1. Raso van Gaveren, heer van Liedekerke 1288—1290.
ij den naderenden cloofl van atiiouu van Leuven had hertog Jan I van Brabant de erfenis van diens echtgenoote verdeeld tusschen
Raso van Gaveren enGerard van Wesemae 1.
Uit de woorden der verdeelingsakte volgt, zoo heb ik in mijn vorig opstel betoogd, dat beide pretendenten even na verwant moeten zijn aan de erflaatster, en dat, waar blijkbaar de heer van Bergen op Zoom een zoon is van Elisabeths jongste tante, Beatrix, de moeder van Raso dus de oudere moet zijn, en wel Sophia.
Het tweede gedeelte van deze stelling wordt door dit opstel nader. bevestigd.
De vader van Raso, eersten heer van Breda, droeg eveneens den naam van Raso en staat in de geschiedenis van Vlaanderen bekend als „le glorieux et puissant baron." Hoewel hij. niet de oudste zoon was, geven hem onderscheidene oorkonden toch den titel van pincerna, opperschenker aan het hof van den Vlaamschen graaf. Dit ambt was erfelijk in de familie van Gaveren, maar wijl de oudste zoon vóór den vader was overleden, ) ging dit ambt over op den tweeden Raso.
Deze tweede Raso overleed 9 November 1241 en werd in de abdij van Affighem begraven. Zijne echtgenoote heette Sophia, maar haar naam komt slechts éénmaal in de oorkonden met hem voor. 2)
Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen geboren:
1) Deze, ook Raso geheeten, bracht door zijn huwelijk met Alice van Boenlaer deze heerlijkheid in zijne familie.
2) 1233 Jan.: ego Bas zo, domitius de Gavera, pincerna Flandriae, et ego Sophia uxor ejns :J. deSmet, Corpus chronicorum Flandriae (1841) II: 872.
xxviii 1!