de Antverpia.1) Dezen familienaam geeft de overlevering aan zuster Hadewijch.
Dit geslacht van Kruiningen staat den heeren van Breda nader, als de schrijver vermoedt.
Het eerste lid van dit geslacht heet Wouter van Kruiningen. Deze was een bijzondere vriend van de Cistercienserabdij Ter Duinen, waaraan hij in 1203 en 1214 belangrijke schenkingen deed. 3) De goederen, door hem aan deze abdij verkocht en gegeven, waren gelegen in Zuid-Beveland, en de heerlijke rechten, welke van Kruiningen daar bezat, had hij ter leen gekregen van Godfried van Schoten en diens echtgenoote Lutgardis, zooals deze in 1203 verklaren.1)
Wouter is driemalen gehuwd geweest: Herkenrad en Immein heetten zijne twee eerste echtgenooten4) en in 1214 was hij gehuwd met B e 1 a.') Hij zal in de abdij Ter Duinen begraven zijn, daar de abt hem belooft zijn lijk, gekleed in het kloosterhabijt, met dezelfde plechtigheden te zullen begraven als een zijner kloosterlingen. 6)
In deze verschillende oorkonden wordt geen melding gemaakt van kinderen, welke Wouter bij een zijner echtgenooten zou gehad hebben.
Toch hebben wij eene oorkonde van 1234, waarin voorkomt jonker Godefridus, zoon van Walterus van C r u i n i n g e n. En de Hulstersche schout, W o 1faert van Maelstede, van wien deze akte uitgaat, noemt dezen Godfried „den zoon van zijn broer"7)
Nu vermoed ik, dat de laatste echtgenoote van Wouter v. Kru i n i n g e n na diens dood getrouwd is met een broer van W. v a n M a e 1 s t e d e, en om in dit vermoeden
1) Miraeus- Foppens, Opera diplom 1:431; vgl. Goets c h a 1 c k x' Bijdragen VI i : 158.
2) Chronica et Cartulariam de Duiris bl. 481, no. 503 en 504; bl. 184, no. 281; bl. 490, no. 526.
3) a p. bl. 48. en 520, no 589
4) L v d Bergh, Oorkondertboek I no. 243; de Dunis bl. 492.
5) J. de T r e m e r y, Oorkondenb. bl. 19 no 32 ; de Dunis bl. 188.
6) de Dums bl. 492. 7) de Dunis bl. 560 no. 674.