DE INBOEDEL VAN HET KASTEEL TE BREDA IN 1619.
(vervolg)
In de tweede camer van de Jonkvrouwen bevonden : (idem).
Opte camer van doctor Florens bevonden :
In den yersten een ledicant met een groen racetten behangsel met gruen syen fraendyen,
Een bedde metten hooftpoluwe, oorcussen en stroyen
matrasse,
Een groen met een witte sargye,
Een herte cleercasse met drye deuren,
Noch een casse met vyer deuren,
Item is in de voors. twee cassen bevonden 'tgene naervolcht :
Te weten een sargye van martersvellen,
Eenen teneyten armosynen gestickten culck,
Een overhangsel van een ledicant van wit en swart, Vyer stucken geschildert lijnwaets met vogelen ende
fluytagiën, te samen lanck III ellen,Een root damasten pavillioen, met roode fluweelen banden ende goude passementen geboort, met eenen roode fluweelen culck, oock geboort als voor, met eenen rooden gestickten syden culck,
Item twee lappen 38 ellen root sattijn, d' een niet lynwaet,
Item noch eenen rooden sattynen culck, over wedersyden gestickt,
Vyer ronden, wesende de hystoi;ye van Noë, geborduert
met gout ende syde, met lettren aen den cant,
Item een overtrecksel van eenen stoel van root carmosijn raset,