EENIGE BIJZONDERHEDEN OVER PASTOOR SEPTIUS.
a den dood van pastoor de Brouwer werd door den abt van Echternaeh als pastoor van Oss voor¬
gedragen Mathias beptius.
Deze was geboren te Peer. Hij voltooide zijne studiën aan de universiteit van Leuven, waar hij ook het baccalaureaat in de godgeleerdheid behaalde. Op jeugdigen leeftijd benoemde hem bisschop Zoesius tot president van het college, dat deze enkele jaren te voren in Leuven had opgericht ter eere van den H. Willibrordus, in den regel genoemd het college van Den Bosch. Deze betrekking legde hij neer 14 Aug. 1626. ')
De bisschoppelijke aanstelling als pastoor van Oss werd langen tijd tegengehouden door de aanspraken, welke Adr. Spierinek, een priester uit het bisdom van Antwerpen, op deze parochie meende te kunnen doen gelden. Volgens Schutjes zou eerst 15 Dec. 1625 een gerechtelijke uitspraak het goed recht van Septius hebben erkend.
Al dien tijd werden de pastoreele bedieningen waargenomen door een anderen priester. Zoo gaf de bisschop 27 Juni 1625 de noodige volmacht aan Hubert Verasdonk uit Lierop om deze parochie te bedienen.2) Deze schijnt heel spoedig te zijn vertrokken, want eene schepenakte van 5 Sept. 1625 noemt heer Johannes Tij sterbant hier dienstdoend .pastoir'. Misschien was deze al eerder daartoe aangewezen, daar 13 Juli 1625 voor hem een testament werd opgemaakt.
Schutjes deelt uit het bekende dagboek van Ophoven mede, dat Septius ,om het uitoefenen van den godsdienst" 7 Juli 1731 in de gevangenis werd
1) AnaUctes XIX (18*3) blz. 133.
2) Deze Veraslonk was pastoor te Bavel nabij Breda 1627—1635. Hij werd in 1634 door zijne overheid ontslagen.— Red