homo haud unquam in vita comtnisit actum sibi magis perniciosum non propter irapietatem sceleris sed vindicta in minimis. Nam continuo ei pes doluii et pena quasi continuum sumpsit doloris igniti augmentum; hinc risui luit diversis hominem audientibus in Baerle et quia per triennium acriter hoe dolore tortus est et corrector fuit fabricarum Principis; hinc res pervenit ad aures senioris Principisse Aurosiae, quae audita historia rescondit se 11011 libenter habituram, ut imago Principis Mariti sui pedibus conculcaretur. Tandem post aliquot annos predictus dolor homini impiam excussit a:iimam cui illud poetae licet adaptare :
„Disite justitia moniti non temnere Divos." (Ann. Baerl 12 ro. en vo. en 13ro.)
10) Ibid. 13ro./vo vgl. S.Maria II 395 en 411; Taxandria jaarg. XXYI afi. 11, 110. 21 bibl, Bijvoegsel.
lli Annales 26 vo. Joannes Pool was van 1650—1653 de eerste predikant (van Goor 347); hij verbleef echter, zooals uit de Annales blijkt, slechts „enkele maanden" te Baerle; zijn opvolger vestigde zich te Baerle zelf.
■2) „Avocato ab Hagensibus prope Bredam" zeggen de Annalen, wat Goetschalckx (laarg. VII, 610) vertaalt: „werd hij terug naar Breda geroepen en vandaar naar 's Gravenhage verplaatst". Abraham Santvoort was 1653—1659 de tweede predikant en werd daarna beroepen naar Chaam. (Van Goor t a p.)
13) Taxandria Jaarg XXVI, blz. 198-199.
14) Blok Geschiedenis van het Nederlandsche volk; IV blz. 445; art. 13 „de „goederen van Kerkelijke en Geestelijke lichamen, in de Vereenigde Nederlanden „gelegen, maar behoorende onder het ressort van Kerkelijke lichamen en pei„sonen, voortaan onder Koninklijk gezag staande, zouden worden teruggegeven, „voor zoover zij niet reeds verkocht waren; de laatste zouden met een rente„vergoeding tegen den penning 16 jaarlijks worden afgekocht" (Van der Hoeven, Zundeit en Wernhout blz 196-197, geeft den tekst).
15) Amalia van Solms; weduwe van Frederik Hendrik.
16) „God zal hunne tanden in hnn mond vergruizen ; het gebit der leeuwen zal de Heer verbrijzelen."
17) Nederl. Monumenten, voorm. Baronie van Breda, blz 16 v. v.
18) Jaarg. 1926, afl. 4, bibliogr. bijvoegsel no. 14.
19) Te Nijhoven bestaat nog de volgende legende over de kapel blijkbaar ontleend aan de geschiedenis van de Ark des Verbonds bij de Philistijnen (I Kon. VI) „Toen de priester bij de nadering der Protestanten het H. Sacrament uit de kapel wilde wegbrengen, was hem dit onmogelijk, alvorens hij beloofd had, dat Het zou worden teruggebracht zoodra ze weer in handen dat katholieken zou zijn gekomen Daarna nam hij plaats op een wagen, bespannen met ossen, en brach^ aldus het H. Sacrament naar de parochiekerk."
WEDDINGSCHAP TE OSS IN 1604, OVER HET BELEG VAN OSTENDE.
en der merkwaardigste feiten uit den tachtigjarigen oorlog was de belegering van Ostende van 1601
tot 1604.
Ostende was de laatste vesting die de republiek nog