In den Protestanlschen tijd is dat gebouwtje, dat ook van openbaar nut was, in wezen gebleven, maar de gaven hebben zeker trager gevloeid en het onderhoud is achterwegen gebleven, want in of om 1744 is „klarenstok" „ingevallen en nedergestort". Aldus verhaalt de dorpsrekening van dat jaar, toen het gemeentebestuur liet door een nieuw, en in den trant van dien tijd, eenvoudigen vierkanten baksteenen pijler met een nisje aan de voorzijde, mogelijk voor een licht, en een bolbekroond pvramidaal dak, deed vervangen. De kosten hebben 8 guldens, 19 stuivers en 12 penningen bedragen. Zelfs is daaronder de uitgaaf voor een gedenksteen „een blauwe kaye", begrepen, waarop behalve de datum ,,d(en) 22 Ap(ril) 1744" de eerste letters der burgemeesters te zien waren : G(eraert) M(uskens), J(an) C(laese) v(an) D(ruenen) en J(an) Tab(b)e(rs) b(orge)m(eesters) i(n) D(ruenen). De steenhouwer was blijkbaar geen geleerde.x)
De nieuwe stok, die practisch genomen de aanplakzuil der gemeente was, heeft het maar ééne eeuw uitgehouden, want in 1846 is hij voor de eischen van het verkeer moeten wijken. De gemeente zag hem liever gespaard en zon op verplaatsing, maar de hoofdingenieur van den waterstaat in de provincie Noord-Braband A. de Geus, schreef „dat die kosten tot geen het minste doel (zouden) leiden" en dus liet het bestuur zich raden en „het voorwerp" opruimen, in de plaats waarvan de nette afteekening, hierbij gereproduceerd, aangeboden en in het gemeentehuis opgehangen werd, waar zij tot den huidigen dag de herinnering aan den „klarenstok" levend houdt.
's Hertogenbosch Mei 1929, J. P. W. A. Smit.
1) Men kan ook lezen: J(an) T(abbers), b(eurders) e(n), maar heeft dan een pleonasme.