Wil men zich daarvan overtuigen, zie dan de lijst van deze geschriften achter het vierde stuk der „Verzameling van oorkonden betrekkelijk het beleg van 's Hertogenbosch in 1629", bevattende niet minder dan negen en negentig titels.
Deze lange lijst mag echter nog geen aanspraak op volledigheid maken, daar hij met ruim een dertigtal titels kan worden vermeerderd.
Dit groot getal geschriften laat zich verklaren door de algemeene vreugde in de Vereenigde Nederlanden bij de verovering der sterke vesting, welke in die dagen voor onwinbaar werd gehouden ; waarop alle aanslagen en belegeringen tot schade van den aanvaller waren geëindigd. En die aanslagen en belegeringen waren niet weinig in getal. Ze vormen een heele lijst: Prins Willem van Oranje in 1581, Anjou in 1583, kapitein Cleerhagen in 1585, Hohenlohein 1587, en eindelijk Prins Maurits in 1594, 1599, 1602 en 1603.
Vandaar de eerenaam van „Bossche Maagd" aan deze stad toegekend, wijl zij alle „vrijers" afwees.
Groot, bijna overweldigend was de lof voor Fr ederik Hendrik, die beter dan zijn voorgangers mocht slagen, en zeker het meeste bijdroeg den Prins den eerenaam van „Stededwinger" te geven.
Van dezen overvloed van geschriften zag de Bossche regeering zich maar drie vereerd, welke deze beleefdheid den auteur met een geldelijk bedrag beloonden.
De eerste dezer was de Haarlemsche predikant S a m u e 1 Ampsing.
Hij zond zijn „Naszousche Laurenkranze voorden Hooggheboren en Doorluchtige Vorst Frederick Henrich van Naszou, Prince van Oranjen en Gouverneur, Kapiteyn en Admirael Generael der Vereenigde vrije Nederlanden vanwege de veroveringen der groote magtige ende sterke stad van 's Hertogenbosch, mitsgaders de gelukkige verlossinge der oud beroemde stad Wesel. In Nederduytschen