I.
LAURENS HAEYEN, DE TWEEDE BOEKDRUKKER TE 's HERTOGENBOSCH.
BOOR
CH. C. V. VERREYT
Bjgffij het schrijven van dit opstel, bestemd voor den 'II1II Veertigsten Jaargang van „Taxandria", dacht ik aan die lange reeks van jaren, dat ik aan het tijdschrift mocht medewerken.
Veertig jareri zijn toch een belangrijk deel van een menschenleven en vormen voor een historisch tijdschrift als „Taxandria" een eerekroon.
Hoe weinig van die periodieken kunnen het tot de helft der gemelde jaren brengen. Wie durfde in 1894 bij het verschijnen van „Taxandria", — vooral met het oog op het tijdschrift van Aug. Sassen — hopen op een tien-jarig bestaan ?
Maar zie, tegen alle hoop en verwachting, beleeft thans het Noordbrabantsche tijdschrift zijn veertigsten verjaardag en belooft nog veel voor de toekomst.
Een eerewoord komt daarvoor den heeren Juten toe, zoowel de eerste redacteur wijlen den heer W. J. F. Juten, als de tegenwoordige redacteur den ZeerEerw. heer Pastoor G. C. A. Juten, alsmede de heeren uitgevers. Zij toonden dat als goede Noordbrabanters voor hun geboortegewest, door van de uitgave van „Taxandria" geen geldzaak te maken, maar zich daarvoor vele moeiten en opofferingen te willen geven.
Ik dacht dit opstel door deze woorden te mogen laten voorafgaan. Eere wie eerc toekomt!
Laat mij er nog een wensch bijvoegen.
Moge „Taxandria" ook zijn halfeeuw-feest in goeden welstand beleven.
CL