In het „Landboek" van 1652 wordt 'n beemd, in die omgeving aangegeven als liggeude „aan 't Cruys".
Uit deze drie gegevens, die alle ongetwijfeld op hetzelfde punt betrekking hebben, blijkt, dat in de 14e eeuw op dat punt een kruis geplant was en daarbij in de rivier een „sas" of sluisje was, dat diende tot opstuwing voor het water van een „wiel" of molen.
Evenals de molen bij Schepstal, zal ook dit molentje, reeds spoedig, nadat de heer van Helmond het banrecht op de molens in zijn heerlijkheid kreeg (1413), verdwenen zijn, of verder alleen voor particulier gebruik gediend hebben.
Na het midden der 17e eeuw is ook het kruis, dat daar ter plaatse stond, verdwenen. De herinnering echter bestond nog ruim een eeuw later.
Voor Schepenen van Helmond, verklaarde Dr. Guljé, d d. 28 Oct. 1783, dat hij met permissie van den heer van Helmond gevist had op de rivier de Aa beneden de watermolen alhier tot „aan sekeren hoogen vonder genaamt de groote brug, gelegen over de voors. rivier, ontrent de huysiuge van Jacobus Berkers te Rixtel" en verklaart verder „dat geseyde groote brug geleegen is even boven de plaats genaamt het Kruys, alwaer de voorschreeve van Helmont komende rivier de Aa sig vereenigt met de rivier, ook genaemt de Aa, komende van Schipstal en genaemt de Bakelse of Schipstalse Aa".
Ook de brug of vonder, waarover in deze laatste verklaring gesproken wordt, is thans niet meer aanwezig.
Jac. Heerex.