SPORT IN BEELD/DE REVUE DER SPORTEN

Het Zifas-eAen

„Lief en leed heb ik al die 25 jaren van het bestaan onzer maatschappij mee gemaakt," zei de president van den Raad van Beheer, de thans van een ernstige ziekte gelukkig weer herstelde heer J. H. Scheltema. Ongetwijfeld is de huidige president en mede-oprichter, die al na luttele jaren voorzitter van Aalst opvolgde, een toegewijde bestuurder geweest. Persoonlijk heb ook ik die 25 jaren als 't ware van zeer nabij mee gemaakt en men gaat dan voor zoo'n onderneming voelen, men weet hoe voor honderden heel belangrijke herinneringen aan de eerste kwart-eeuw verbonden blijven, voor honderdduizenden eveneens onvergetelijke impressies.

Lief en leed! Méér lief dan leed, want véél reden tot zorgelijkheid is er niet geweest. De zwaarste slag was de oorlog met tijdelijk geen interland-wedstrijden, doch eigenlijk is de laatste periode de minst goede geweest, omdat de publieke belangstelling voor verschillende sporten sterk daalde, speciaal voor de wielrennerij die jaren lang geld inbracht. De degradatie van Blauw Wit was ook een tijdelijke strop. Toen dan ook Rotterdam met een prachtig en grooter stadion voor den dag kwam, trok men in Amsterdam sombere gezichten, maar .... men ging niet bij de pakken neerzitten! Zou men dat gedaan hebben, de eerste kwart eeuw ware ongemeen slecht besloten. Maar dat zou toch werkelijk ook onverstandig geweest zijn, de energie werd gelukkig geprikkeld door den Rotterdamsche daad en het jubileum kan thans gevierd worden met een stadion, dat door uiterlijkheden en sfeer, bovenal echter door zijn ligging, nog altijd de eereplaats inneemt in ons land en nog steeds als het Nederlandsen, als ons nationale Sportpark gelden mag.

*

Sterk stond deze N.V. in de thans weldra besloten kwart eeuw bovenal door het grondbeginsel, dat deze inrichting er is voor de sport. De aandeelhouders staken er hun duiten in, niet om geld te verdienen, doch om de sport te dienen. Dat moeilijker tijden thans een moeilijker beheer veroorzaakt hebben, waardoor men niet kan blijven offeren aan sporten, die vrijwel niets inbrengen, zal men moeten billijken, al blijft het te betreuren, dat juist nu de hockeyers en de cricketers van de zijterreinen verdwijnen, de zonen en dochteren van hen die deze maatschappij stichtten!

Toch vergete men ook niet, dat ten koste van niet onaanzienlijke offers deze en andere sporten altijd krachtig gesteund werden. Wat is niet gedaan voor wielersport voor athletiek en voor paardensport! In het algemeen heeft het stadion in deze kwart eeuw de sport krachtig gediend en men heeft zich niet blind gestaard op

Stadion.

Jan J. van den Berg, zooals hij Zondag j.l. in zijn dichtbevolkt stadion rondliep.

het geld in 't laadje brengende voetbal.

Ons stadion is een bron van vreugde geweest voor honderd duizenden. En heel de nationale sport mag erkentelijk zijn voor den grooten steun, dien zij van de jubilaresse ondervonden heeft. Juist daarom hadden wij ons dit jubileum anders gedacht. Een breed comité van de toonaangevende figuren uit de Nederlandsche en Amsterdamsche sportwereld hadden we, in samenwerking met de jubilaresse, tot een grootsche manifestatie willen zien komen van de Nederlandsche sport en 't festijn zélf had moeten worden het beste en mooiste dat Nederland op verschillend gebied van sport bieden kon, een feest voor allen die èn de N.V. èn de sport een warm hart toedragen. Maar 't is altijd zoo moeilijk tot zulk een initiatief te komen en al ontbreekt dan die groote lijn die men gehoopt had, we twijfelen er toch niet aan, of men zal nu op 3 Juli tot een aantrekkelijk festijn komen, waartoe de door het stadion uitgenoodigde feestcommissie (die meer bedoeld is als ceremonie-commissie ter assistentie van de jubilaresse) stellig bijdragen zal. Het comité voor de klok — het huldeblijk dat aangeboden wordt des avonds op 3 Juli — heeft met deze feest-ceremoniemeesters niets uitstaande dan dat enkele figuren lid van beide commissies zijn; dat is ook een comité dat zelfstandig initiatief nam en dat ook door dit initiatief in den geest van zeer velen handelde. Naar wij vernemen is al ruim de helft van het vereischte bedrag binnen en er is gegronde reden om aan te nemen, dat de rest volgen zal. Het publiek zoowel als het stadion

zal van deze schenking plezier beleven.

Dat publiek mag overigens op 3 Juli op den grooten algemeenen feestavond niet ontbreken. We weten nog geen details, doch het blijkt wel, dat er iets goeds en iets attractioneels geboden zal worden. Trouwens, de heer van Vlijmen is een vindingrijk man op dit gebied en het moet — dunkt ons — niet zoo heel moeilijk zijn voor zulk een avond sportieve attracties te ontwerpen.

Feitelijk was de dag van j.l. Zondag, de Olympische Dag, reeds de officieuze inzet van de jubileums-feestelijkheden, want hij gold als de inwijding van het verbouwde stadion. De officieele plechtigheid volgt dan 10 Juli in 't Amstel-hotel waar bestuur en directie der N.V. zullen recipieeren en waar men ongetwijfeld zeer velen verwachten mag. Krijgen we daar ook die ellenlange toespraken van al die „felicitanten", of zal men er meer een prettig, ongedwongen samenzijn van maken?

* * *

Wij kunnen ons begrijpen, dat velen zich verheugen over den gang van zaken in ons sportpaleis aan den Amstelveenschen weg en daarbij zeker in de eerste plaats Blauw Wit. De club van D r i I I i n g, Seylhouwer, vanHeeswijk, Tau c.s. is „de club van 't stadion" en zij zal dat nu eerst recht worden, nu zij met haar heele „hebben en houden" met ingang van het seizoen 1938/1939 op de stadionvelden domicilie kiezen gaat. Het wordt dan eerst recht de club van het stadionl Verder is er nog gedomicilieerd D.D.V. hoewel we hoorden verluiden dat D.D.V. naar elders zou verhuizen,waardoor de tennisbanen productiever te maken waren ten algemeenen nutte. En dan bestaat er voor velen gelegenheid in het stadion physical culture te betrachten, is daarvoor o. a. een zaal beschikbaar. In het buitenland is een stadion meestal het centrum van al die lieden, die aan physical culture doen. Dat dit hier niet in die mate het geval is, kan de N.V. niet helpen, doch toont slechts aan, hoe bitter weinig men er hier voor voelt en hoe weinig „sportief" men hier eigenlijk nog is.

Juist in een land waar de sportieve ontwikkeling nog zoo gering is en waar voorts de overheid hoegenaamd niets voor de lichamelijke ontwikkeling doet, vervult een inrichting als een stadion voor de sport een groote rol. Wat in den loop der jaren door het stadion mogelijk werd, de moreele en daadwerkelijke steun door de N.V. aan de sport bewezen en de mogelijkheden die zij voor de sport geschapen heeft, maakt de geheele Nederlandsche sportwereld tot de schuldenares der stadionmaatschappij en stemt tot erkentelijkheid jegens deze instelling en haar toegewijde leiders en bestuurderen. Wij zijn er van overtuigd dat bij dit jubileum deze gevoelens duidelijk tot uiting zullen komen.

J. HOVEN.

3