140
krachtig, bevallig of beschrijvend in overeenstemming met bun titel. Ze zijn uitgegeven te Creuznach bij Grebrüder Wolft en kosten 15 Sgr. (of 1 Mark 50 Pfenninge). Als bijzonderheid zij nog medegedeeld, dat, blijkens een noot, n". 2 gearrangeerd is voor klein orkest en de orkestpartijen bij de uitgevers te verkrijgen zijn.
Het belangrijkste werk, dat ik van De Haan tot nu toe heb leeren kennen (een symphonie van zijn compositie, te Rotterdam voor eenige jaren onder zijn eigen directie uitgevoerd, ken ik niet), is een Sonate voor viool en piano, uitgegeven bij Bieitkopf & Hartel te Leipzig, als op. 3.
Ik heb in langen tijd niet zulk een frisch, gezond, zelfstandig werk van een jong componist onder de oogen gekregen. De thema's zijn oorspronklijk, de behandeling er van eigenaardig; het werk is niet te lang,
moduleert niet gezocht of te veel kortom er zijn
zooveel goede eigenschappen in op te merken, dat ik 't van mijn plicht reken onze musici en muziekliefhebbers met nadruk op dit opus te wijzen. Het bestaat uit vier of liever vijf afdeelingen: I. Allegro energico f; Andante poco maestoso f; Allegro molto (Scherzo?) f met tusschenspel in |; een klein Intermezzo £, dat als inleiding dient voor het Finale, Allegro molto f. Het werk heeft C-groote terts tot hoofdtoonsoort; reeds dat is een aangenaam verschijnsel! Jonge componisten dwepen anders zoo gaarne in mineur — „weltschmerzlich" — en in Adagio's met vier of vijf mollen! De Haan plaatst ons onmiddellijk waar hij ons hebben wil, en beslistheid van uitdrukking is zoo weldadig! Ik wil mij niet verdiepen in een breedvoerige omschrijving van de onderdeelen dezer Sonate; voor musici die wat geleerd hebben is zulks overbodig, en dilettanten hebben er meer aan als zij het werk spelen, dan dat zij er een beschrijving van lezen. Het is keurig gedrukt, gelijk dat met alles het geval is wat door de uitstekende firma, reeds genoemd, wordt uitgegeven. Het is „seinem Freunde W. Margadant" toegewijd.
Opus 4 bevat „Drei Lieder von Carl Scriba für Alt (mezzo-sopran) oder Bariton mit Begleitung des Pianoforte". Ze zijn „Fraulein Mna Schleuning gewidmet" en insgelijks uitgegeven bij Breitkopf & Hartel (prijs 2 Mark). Deze liederen hebben mij niet zoo voldaan als de pianowerken zooeven vermeld. Ik vind er wel de eigendomlijkheden van De Haan's schrijfwijze — zijn stijl — in, maar ze zijn mij niet innig, niet waarlijk melodieus genoeg. Al dadelijk n°. 1 (Das alte Marchen) had, dunkt mij, indrukwekkender kunnen zijn; maar behalve dat ik de declamatie niet onberisplijk vind, beweegt zich de melodie, vooral in den beginne, te veel op en om dezelfde intervallen en is ze daardoor onmogelijk in staat indruk te maken. N°. 2 en 3 zijn in den beginne zeer gewoon, maar worden later belangrijker, zij het dan ook, minder zangbaar. Alles te zamen genomen dunkt mij dat de componist met deze liederen het bewijs geeft, dat de instrumentale compositie eerder het gebied zal wezen waarop hij lauweren behalen zal dan het vocale.
Een nieuw bewijs daarvoor vind ik het op. 5 „Skizzen zu H. C. Andersens Bilderbuch ohne Bilder. 6 Klavierstücke" in twee Heften. (Creuznach, Grebr. Wolff, seinem Freunde Gisbert Enzian gewidmet. Heft I a 2 Mark; Heft II k 2 Mark 20 Pf.).
Ik moet eerlijk bekennen dat ik bij de eerste lezing van den titel eenig wantrouwen opvatte tegen den inhoud. „Skizzen zu ein Bilderbuch ohne Bilder"? Dat kwam mij bijna ongerijmd voor. Bij nader overleg even¬
wel kwam ik tot de overtuiging, dat er in onze instrumentaal-muziek zooveel voorkomt dat men niet „a, la lettre" heeft op te nemen — er is zooveel dat men in overdrachtlijken zin moet opvatten — dat ik besloot onbevooroordeeld het „Bilderbuch" open te slaan. Ik ken het genoemde werk van Andersen niet, maar erken gaarne, dat de uittreksels welke De Haan boven elk der zes nommers door hem uitgegeven plaatst, verlokkend genoeg zijn om met den geheelen inhoud bekend te worden. Met een weinigje verbeeldingskracht kan men zich een duidelijk begrip vormen van hetgeen de schrijver, en in navolging van hem de componist, heeft gewild. Om den lezers een denkbeeld te geven van De Haan's bedoelingen, geef ik hier een kort overzicht van de opschriften der verschillende nommers, die in zijn op. 5 te vinden zijn; de lezers mogen nu zelf beproeven of zij in zijn composities het onderwerp terug — en goed uitgedrukt vinden.
N°. 1 teekent een grafgewelf in een groote kloosterkerk. De vorsten des lands sluimeren er kalm. De maan, die door Andersen sprekende wordt voorgesteld, ziet nog den overmoedigen laeh die om hun lippen zweefde en met macht over vreugde of kommer besliste. — Sluimert nu, gij dooden! (zoo zegt de maan), ik denk aan u, ik doe mijn koude stralen in uw stil koninkrijk nederdalen.
N°. 2 luidt: Daar ligt een Hunnen-graf — hier is poëzie in de natuur. Hoe denkt gij wel dat de menschen die opvatten? Ik wil u verhalen wat ik in den vorigen avond en des nachts daar vernam.
N°. 3. Er was eens een klein schoorsteenvegertje. „Nu kan de heele wereld mij zien" zeide hij, „en de maan kan me zien en de zon ook. Hiob! Hiob!" riep hij, zijn bezem zwaaiende.
1°. 4. „Ik hou veel van kinderen" zei de maan; „vooral de heele kleintjes zijn zoo grappig."
N°. 5. Een eenzaam nonnenklooster; twee zusters stonden op den toren en luidden het klokje. Beneden reed ondertusschen een reiswagen voorbij, de postillon blies op zijn hoorn — de arme nonnen vestigden met overeenstemmende gedachten hun blik op het voertuig — in het oog van de jongste blonk een traan. N°. 6. Er werd bruiloft gehouden.
De hoofdvraag bij stukken gelijk de bovenstaande is evenwel: hebben ze, ontdaan van hun opschriften, muzikale waarde; schenken ze muzikaal genot ook al kent men de bedoeling niet, die de componist kan gehad hebben bij de vervaardiging? En dan geloof ik dat, op enkele uitzonderingen na, een toestemmend antwoord mag gegeven worden. Trouwens De Haan's muzikale natuur is van zoodanigen aard, dat men nooit onvoldaan zijn werken uit de hand legt en het is dan ook wel te wenschen dat hij rustig blijve voortgaan aan innerlijke volmaking en door veel te schrijven (al wordt ook niet al het geschrevene gedrukt) zich meer en meer dat meesterschap verwerft, dat het kenmerk van den volleerden kunstenaar is en waarvan De Haan's composities reeds zooveel in zich bevatten.
Zijn landgenooien vooral mogen niet verzuimen aan zijn geestvoortbrengselen warme belangstelling te schenken.
W. F. G. Nicolaï.
BINNENLANDSCHE BERICHTEN.
's Gravenhage. — Met genoegen hebben wij een „Orgelbespeling" bijgewoond, gegeven in de Klooster-