211
M ±9.
ding van 1893 betreft, 5725 palen (zijnde 6050 minus 325 stuks), voor zooveel zij niet om andere redenen dan wegens bederf werden vervangen, een langeren levensduur dan 9 jaar zullen bereiken. Eene overeenkomstige beschouwing kan gehouden worden met betrekking tot de palen van de bereidingen der jaren 1894, 1895 en 1896.
Daar het tijdperk 1894 tot 1905, waarover de waarnemingen der vorenbedoelde derde periode zich uitstrekken, niet meer dan 11 jaar omvat, kunnen natuurlijk geen verdere positieve cijfers tot het berekenen van de gemiddelde levensduren worden verkregen, edoch toonen de uitkomsten, ook zonder dat hiervoor een verder betoog zal worden gevorderd, aan, dat de gemiddelde levensduur der palen, zooals deze thans volgens het stelsel Boucherie worden bereid, veel hooger is dan uit de statistieken der Duitsche Administratie alleen zou volgen. De gemiddelde levensduur van 15 jaar, welken door de Nederlandsche Administratie in de latere jaren bij kostenberekeningen enz. is aangenomen, mag daarom stellig als niet te hoog worden beschouwd.
Omtrent de palen, welke bereid zijn met chloorzink, creosootolie en sublimaat, zijn geen voldoende gegevens bij de Nederlandsche Administratie aanwezig om soortgelijke beschouwingen te houden als hierboven voor de met kopervitriool bereide palen hebben plaats gevonden. Ook in de Duitsche statistieken is het hiertoe vereischte materiaal in veel geringer mate aanwezig. Volgens den heer Christiani zou de gemiddelde levensduur van palen, bereid met chloorzink, bedragen 11.9 jaar, die van gecreosoteerde palen 20.6 jaar en die voor gekyaniseerde palen (bereid met sublimaat) 13.7 jaar. Namen wij de cijfers omtrent deze soort palen over, dan zou de kopervitriool-bereiding in volgorde komen te staan tusschen de bereiding met creosootolie en die met sublimaat. Hierbij
valt evenwel op te merken, dat deze laatste, de zoogenaamde kyaniseer-methode, evenals de bereiding volgens Dr. Boucherie, aanmerkelijke verbeteringen heeft ondergaan, zoodat hetgeen verwondering behoeft te baren, wanneer na eenige jaren ook ten opzichte van die bereidingswijze zal kunnen worden aangetoond, dat de daarmede te bereiken gemiddelde levensduur der palen aanzienlijk hooger is dan 13.7 jaar.
Een ruim waarnemingstijdperk moge de gelegenheid bieden een groot aantal cijfers te verzamelen, deze verliezen hunne waarde, indien zij niet op gelijke grootheden betrekking hebben; en waar juist op het gebied van houtbereiding in dit tijdperk zooveel is gewijzigd en verbeterd, kan men, tot het verkrijgen van vertrouwbare statistische gegevens, hieraan niet eenvoudig het zwijgen toedoen.
De levensduur, veel minder de gebruikswaarde van tegen bederf bereide palen kan niet bepaald worden zonder de in toepassing gebrachte bereidingsmethoden zelve tot in bijzonderheden mede in rekening te brengen. Blijft dit achterwege, dan verliezen ook alle verdere gevolgtrekkingen omtrent de gebruikswaarde van de onderscheidene bereidingsmethoden, welke op dergelijke langs onvoldoenden critischen weg verkregen uitkomsten berusten, hare beteekenis.
Indien men de gebruikswaarde van de langs vorenvermelde methoden bereide palen voor telegraaf- en telefoonlijnen aan een nadere beschouwing onderwerpt, dan moet ontegenzeggelijk aan gecreosoteerde palen de voorkeur worden gegeven wat betreft den door deze te bereiken levensduur; niettemin moge deze methode slechts in de laatste nlaats in aanmer¬
king komen wat aangaat hare doelmatigheid ten opzichte van telegraaf- en telefoonwerken. Afgescheiden van de betrekkelijk dure bereidingswijze, welke zeer toeneemt naarmate de palen langer worden, vordert het vervoer en de verwerking van
gecreosoteerde palen hoogere uitgaven dan voor andere palen wordt gevorderd, als gevolg van de eigenaardige bezwaren, welke met de behandeling van dergelijke bereide palen gepaard gaan; de lijnenbouw wordt zoodoende bij het gebruik van gecreosoteerde palen onvermijdelijk duurder. Maar last not least zal de opheffing en verwijdering van storingen op de lijnen, om dezelfde reden, moeielijkheden van geheel bijzonderen aard opleveren, vooral met betrekking tot het personeel, waarbij steeds de neiging zal voorzitten om zoo min mogelijk met die palen in aanraking te komen. De invloed, welke hierdoor op een geregeld onderhoud van de lijnen en wat daarmede verband houdt, wordt uitgeoefend, mag niet onderschat worden.
De kopervitriool-bereiding en de kyaniseering, zooals deze in den laatsten tijd plaats vinden, mogen, op grond van de tot dusver verkregen uitkomsten, met eene groote mate van
waarschijnlijkheid als gelijkwaardig worden aangemerkt. Welke van deze beide methoden van bereiding onder bepaalde omstandigheden moet worden gekozen, zal in elk geval afzonderlijk dienen te worden uitgemaakt. Hier te lande vond tot aanvang 1900 nagenoeg uitsluitend de kopervitriool-bereiding toepassing. Met andere bereidingswijzen werden slechts op bescheiden schaal proeven genomen. Naarmate echter de behoefte aan lange palen steeg, en hierdoor de noodzakelijkheid werd geboren de dennenstammen uit het buitenland te betrekken, ontstond de wenschelijkheid eene andere bereidingswijze te kiezen, vermits de eisch eener kopervitrioolbereiding, n.1. dat het hout binnen enkele dagen na de
velling op de stelling der bereiding moet komen, onder die
omstandigheden niet naar behooren is na te leven, terwijl de BoucHERiE-methode reeds voor zich een bezwaar oplevert bij de bereiding van palen, die langer dan 16 M. zijn. Er is toen overgegaan tot de kyaniseer-methode, welke in het algemeen het voordeel oplevert, dat het hout kan worden aangeschaft afgescheiden van de bereiding, zoodat de gelegenheid ontstond om desverlangd het hout afzonderlijk te betrekken, en daarna de bereiding, naar keuze, hetzij in eigen beheer, hetzij bij aanbesteding te doen geschieden. Dit eerste is bij kopervitriool-bereiding niet wel mogelijk, omdat de aanvoer van het hout gelijken tred moet houden met de bereiding, hetgeen slechts uitvoerbaar is bij aankoop van bosschen, eene aangelegenheid, welke voor eene Rijks-Administratie geene geringe moeilijkheid oplevert.
En wat nu de bereiding met chloorzink betreft, zoo is, ook met het oog op de vroeger met deze bereidingswijze verkregen uitkomsten, geen enkele reden aanwezig om aan deze boven de laatste twee genoemde methoden de voorkeur te geven.
Het gebruik van onbereide palen is niet zoover te verwerpen als in de verhandeling van den heer Christiani geschiedt; hierbij komt het toch voorzeker vooral aan op de hoedanigheid van het hout, ook wanneer men zich tot dennenhout bepaalt. Het is voorts eene bekende zaak, dat, vooral in Noorwegen, dennenhout van zulk eene uitstekende qualiteit voorkomt, dat aan daarvan vervaardigde palen met gerustheid de voorkeur mag worden gegeven boven palen van ons inlandsen bereid dennenhout.
De heer Christiani eindigt zijne verhandeling met de mededeeling van het navolgende staatje, waarin de kosten voor aanschaffing van de palen en die voor hunne vracht en plaatsing in de telegraaf- of telefoonlijn berekend zijn naar de prijzen, welke in 1903 in Duitschland daarvoor zijn besteed.
Levens- ' Kosten in Marleen per M». voor! Kosten in
duur ner I : Marken per
Bereidingswijze «™ ; j transport I I m en per
jaren aan" I en Tezamen, gebruiks| schaffing. piaatsing. J jaar.
I : ^
Kopervitriool. . j 11.7 28.96 20 | 48.96 4.19
Chloorzink . . 11.9 j 28.12 [ 20 j 48.12 4.05
Creosootolie . . 20.6 36.93 25 61.93 3.01
Sublimaat. . . I 13.7 32.89 j 20 I 52.89 3.86
Onbereid . . . 7.7- . 20.80 20 40.80 5.30
Als resultaat van deze becijfering volgt uit dit staatje, dat de gebruikswaarden der verschillende soorten van palenzich verhouden in omgekeerde reden van de in de laatste kolom voorkomende getallen.
Terwijl nu in dit staatje voor de kosten, vermeld in de 3e en 4e kolom, is opgenomen hetgeen in het laatste jaar waarover de statistische beschouwingen loopen, n.1. 1903, is besteed, komt voor den levensduur der palen, vermeld in kolom 2, het gemiddelde aantal jaren voor, dat de palen sedert 1852 bereikten, en niet het gemiddeld aantal jaren, dat de in 1903 bereide palen zullen bereiken. Er ontbreekt m. a. w. eenheid van beschouwing, eenheid van uitgangspunt; en dit klemt te meer waar, speciaal wat de met kopervitriool bereide palen betreft, uit de statistieken en de daaraan toegevoegde beschouwingen ten duidelijkste blijkt, dat de verbeteringen in de bereidingswijze den gemiddelden levensduur dezer palen ontegenzeggelijk hebben opgevoerd.
Overigens is, ook aan de dezerzijds verstrekte cijfers geen te groote, en vooral geen absolute waarde toe te kennen, en