igfgaiëHïWJWiiaaa^i

A. Ik meen een velocipède op twee wielen

Je stuurt met je handschoenen en je duwt met je hielen En je zweet als een koetspaard, want 't gaat ongemakkelijk

gauw.

B. Da's mogelijk, maar ik kan toch niet zeggen, dat ik er

veel van hou. En als ik toch met mijn beenen werken moet, Oa ik, wat mij betreft, liever heelemaal te voet.

I T it de bovenstaande regelen, voorkomende in de geestige „Gedichten van den Schoolmeester", ziet

men, hoe een vijftig jaren geleden over het wielrijden werd gedacht. Wij, die bijna dagelijks op ons rijwiel zitten, en er het gemak van hebben Ieeren waardeeren, «Unnen ons nauwlijks begrijpen, hoe een wielrijder een dertig-, veertig-tal jaren geleden, nog een opvallende verschijning was! En toch, velen in ons midden hebben n°g het tijdperk, waarvan hier sprake is, gekend. Het rijwiel heette toen nog een velocipède, en dat was een naam, die van het voertuig par excellence geen schitterende voorstelling geeft. Bij het woord velociPede, denken wij aan die primitieve twee- en driedelers, waaraan al datgene, dat onzen modernen r'Jwielen hun lichten, prettigen gang geeft, ontbreekt.

Men heeft zich vroeger er niet kunnen indenken, dat voor die zelfde velocipèdes zulk een schitterende toekomst was weggelegd. Zij voldeden allesbehalve aan

e vereischten van lichtheid van gang, zoodat in een etlcyclopaedie in die dagen over dit voertuig te lezen

Riiw°eVirflande afbee,dins: ste,f het frontgebouw van de Oroningsche vestigd " "ek A- Fongers voor, waarin o. a. de kantoren zijn ge-

was, dat het weinig aan zijn bestemming voldeed, wijl men een Hercules moest wezen, om er op vooruit te komen! En bedenken wij, hoe het oog ook wat wil, en dat de plompheid en de verschillende eigenaardige vormen de grootschheid van het oude rijwiel niet verhoogde!

Hoe betrekkelijk kort is dat alles nog maar geleden. Bedenken wij, dat het houten rijwiel omstreeks 1870 nog haar glorie tijdperk doorleefde en dat eerst daarna het stalen rijwiel de plaats ervan begon in te nemen. Hoe daarop allerlei verbeteringen ingang vonden, te beginnen met de verbetering der banden — heel geleidelijk — en daarbij de verbetering van het zadel, de stangen van het frame, en hoe daar later nog de draaibare assen op kogels bijkwamen! Daaruit ontstaat het elegante, vlugge, welgevormde rijwiel, dat thans overal en algemeen is doorgevoerd, waarvan de slager zich bedient, tot den millionnair toe, dat men aantreft in alle steden en dorpen der beschaafde wereld, maar ook op de bergen, en te velde, in dienst van het leger!

Waarlijk, het rijwiel heeft binnen weinige tientallen van jaren een revolutie in ons midden gebracht. Heeft de volkomenheid van bouw eraan mede gewerkt, ons zulk een prachtig voertuig te verschaffen, niet minder zeker de goedkoopheid van prijs, die nu geen belemmering meer is om zich een flink, degelijk rijwiel aan te schaffen.

Beweerde men eertijds, dat men een Hercules moest zijn, om op een velocipède vooruit te komen, thans

627