BARRE WERKELIJKHEID,

waar werkloosheid heerst

kunnen, is hulp zenden, stoffelijke hulp, zoals dringend gevraagd wordt: levensmiddelen, geneesmiddelen, verbandmiddelen.

Want hoewel niemand op 't ogenblik in alle treurige bijzonderheden de toestand kan overzien, dit weten wij zeker: de nood is zeer dringend.

Èn bij de vluchtelingen. Èn bij hen, die achterbleven.

Denkt aan de kinderen, die in elk geval niets begrijpen van dit vreselijk gebeuren.

Denkt aan oude mensen, die zich moeilijk snel verplaatsen kunnen.

Maar ach, denken wij aan hen allen, die wèl begrijpen, die alles opofferden en die hun „No Paseran" in het hart geschreven hadden.

Terwijl nu Barcelona gevallen is.

Nog houdt de republiek zich staande.1) Nog spant de Spaanse regering, die nu in Figueras is gevestigd, zich in om nieuw verzet te organiseren.

Negrin, de minister-president, hoopt nog een onoverwinnelijke slagboom op te stellen tegenover het optrekkende Franco-leger.

30 Januari '39.

') Ook de correspondent van het „Handelsblad", die ter plaatse is, schrijft, dat de val van Barcelona nog niet het einde van de republiek betekent.

Hulp voor Spanje

In dit tragische uur, dat het zwaarbeproefde Spaanse volk moet doormaken, achten wij het onze plicht u te verzoeken onze stem tot de lezers van uw blad te laten doordringen.

Wij, ondergetekenden, werkten in Spanje in hospitalen, kinder-tehuizen, enz., wij hebben geholpen naar onze krachten, en misschien meer dan anderen hebben wij het recht te zeggen:

Helpt de kinderen, helpt de ouden van dagen, helpt de duizenden gewonden, denkt aan de millioenen vluchtelingen, helpt, n u meer. dan ooit.

Op dit ogenblik kunnen wij niet weten, in hoeverre het arme Barcelona een tweede Madrid zal worden, een stad waar duizenden onder het voortdurende gevaar van bombardementen moeten leven, waar de honger woedt.

Levensmiddelen, geneesmiddelen en verbandmiddelen kunnen wij sturen, dus moeten wij sturen. Steeds dringender telegrammen komen binnen bij de Commissie „Hulp aan Spanje" om het allernodigste te zenden. Stort uw gave op de girorekening der MedischHygiënische Commissie van „Hulp aan Spanje", no. 306660.

Zr. A. Blauw; Zr. N. Diamant; Zr. F. var. Dordrecht; Zr. D. Heroma; Zr. H. Kan— Kerner; Zr. T. van Reemst—De Vries; Zr. J. Schaddelee; Zr. M. Walewijn; Br. H. Kan; J. Kerker; Th. v. Reemst (arts).

Raken wij er aan gewend? Aan het zuchten over de werkloosheid?

Hebben wij er al zoveel over gelezen en gehoord, dat we menen 't nu wel te weten? Er is toch „steun", en er is toch overal 'n „Armbestuur"

Het kan zijn — maar ik verzeker u, dat zij, die er onder lijden, er niet aan wennen.

Daar hebben we de provincie Friesland met gedeeltelijk vruchtbare bodem maar ook met dorre stukken, waar moeilijk wat uit de grond is te halen. Waar veel werkloosheid heerst.

Natuurlijk ook daar wordt gesteund, als er gebrek wordt geleden. Echter — wie kennis neemt van hoe weinig dikwijls geleefd moet worden, die vergeet z'n gelatenheid, omdat hij er al zoveel over gelezen en gehoord heeft, die ziet weer in fel licht de werkelijkheid voor zich.

De barre werkelijkheid van nu, van dit ogenblik, bij héél velen, in ons eigen land.

Ja, wel barre werkelijkheid.

Eén gezin in Friesland — 'n gezin van een veekoper met vier kinderen tussen 2 en 12 jaar. De man sterft plotseling, de vrouw moet naar het armbebestuur.

Want ze had zelf geen werkkring, dus kan ze haar kinderen niet onderhouden. Een getrouwde vrouw behoort immers geen betaalde arbeid te verrichten — zo oordeelt men. Ook de regering.

Wie kan zich ook verdiepen in al 's levens mogelijkheden

Principes eerst; Dan de werkelijkheid!

Het armbestuur geeft ƒ 6.— per week voor zulk een gezin.

Hoe moet de vrouw met haar vier kinderen hiervan leven?

U kunt u er zelf van overtuigen, ook buiten Friesland. Want zó zijn er ontelbare gezinnen.

Deze vrouw zit dikwijls tot in de nacht te verstellen te stoppen om het oude goed nog zo knap mogelijk te maken. Een verzoek om een kleding-bon werd geweigerd.

En het eten: per week kan zij krijgen een half pond vet, één blik vlees en een

pond regeringsboter. De levertraan, die de kinderen geregeld moesten gebruiken, is afgeschaft — waar zou die van betaald moeten worden?

Het beddegoed wordt slecht; het moet worden verzorgd en aangevuld. Hoe?

De oudste kinderen, die naar school gaan, hebben ieder één paar kousen; na bedtijd worden ze gewassen. Klompen kregen zij ook een paar maal, maar dit gebeurt uit zuinigheid nu niet meer.

De vrouw zelf gaat nooit uit, want zij heeft geen hele'schoenen meer.

Het meest piekert zij over de kinderen. De oudste, die héél goed leert, komt deze zomer van school. Van Mulo-onderwijs kan natuurlijk geen sprake zijn. En daarbij, de kinderen zien er slecht uit, terwijl ze vroeger een gezonde kleur hadden. Waar moet dit alles heen? vraagt zij mij

En wat moeten we antwoorden?

Wat antwoordt men, als zulk een geval uit vele zich vlak voor ons plaatst?

Men kan zeggen: Houdt moed! Voedt uw kinderen toch zo goed mogelijk op. Gaat hun voor in alles, wat hun karakter ten goede kan komen en wat hun begrip en inzicht kan geven.

Best! Natuurlijk zeggen we dat.

Maar we zeggen toch nog iets meer, niet waar?

We zeggen ook, dat zij, evenals elke man en elke vrouw in ons land invloed heeft op de gang van zaken.

Dat dus ook zij, Friese vrouw, haar mening over de houding van de regering in haar stembiljet tot uiting had kunnen brengen.

Dat zij straks weer zulk een gelegenheid krijgt.

Dat 't haar plicht is om mee te werken aan beters toestanden, opdat niet meer gebeuren kan, wat nu gebeurt, wat zijzelf beleeft.

En wij vergeten niet, haar te vragen, of zij dit niet tot nu toe verzuimde?

Van een distel kan men geen vijgen plukken, staat ergens geschreven. Maar men kan met evenveel recht zeggen: van een conservatieve eng-ziende, regering kan men in deze tijd geen grote maatregelen voor welvaart verwachten.