36STE JAARGANG

ZATERDAG 5 JANUARI 1929

No. I

IME MÉfMÜÉWmaB mmmmm mm j aMRLftMPscHBN netoilbewerkersbowpi W * ABONNEMENT: f| I'Slda£xl?uS G. VA H DER HOUV^Tf^ P B|l vooruitbetaling per jaar f 1.50 W NICEViONVI AAN OA A. (w4e"rC nriA M 7 in Gewone advertentièn .... per regel f 0.30 Voor Buitenland verhoogd me» porto ft £Z.. Uil/ <£*♦ ArnOl CKUAn.Z. ||| Afdeelingsadvertentiën . . . „ „ „0.20 e r s o n

OPLAAG 31.500 Otiiciëele Mededeeiingen. Deze w~>k wordt het contnbuuezc jel op dele weok in het Bondsboekje geplakt. ♦ LANDVERHUIZING. Niemand besluite tot vestiging in het overzeesche buitenland alvorens in zijn eigen belang inlichtingen en raad te hebben gevraagd aan de Nederlandsche Vereeniging „Landverhuizing”, Bezuidenhoutscheweg 97, Â’s Gravenhage. Ca nimmer alleen af op inlichtingen en voorspiegelingen van andere zijde. H Dij de intrede ven het jaar 1529 m IH wenschen wij allen leden en hun M B hulsgencoten een gelukkig en m |H voorspoedig Nieuwjaar toe. m |p Daarbij spreken wij tevens den m Hf wensch uit, dal het pas aan- H H gevangen jaar alleszins vrucht- ji H dragend voor onzen Bond en i| Ij voor geheel de moderne H |H arbeidersbeweging zal mogen i| m worden. m Hl Hoofdbestuur en || H Redactie. gj Bij de Jaarwisseling. Niet het minst, ook in liet persoonlijk leven van ieder onzer, is de herdenking van de jaarwisseling een gebeurtenis welke ons met zonder méér voorbijgaat, Â’t is of wij inden nacht van den 3isten December even worden vastgehouden, midden op onzen levensweg, en gedwongen worden orn ons een korte stonde te bepalen tol hetgeen achter ons ligt. Want inde groote menschengemeenschap leelt toch ook ieder van ons zÂ’n eigen leven, dal heel vaak wordt beroerd door veel, wat voor anderen verborgen blijft. Veel kan gedaan worden om het: „draagt elkanders lasten” in vervulling te brengen. Maar daarnaast blijft voor elk individu vaak nog zoo heel veel over waarvan hij anderen geen deelgenoot kan maken. Dat zijnde dingen van liet leven die wij, hetzij alleen of met enkele verwanten, op den grooten levensweg moeten meetorsen. Maar gelukkig de mensch, die naast dat alles gevoel heeft voor de gemeenschap .waarin hij leeft. Want vooi veel wat hem innerlijk beklemt of verontrust, zal hij vrede vinden in het groote gemeenschapsleven, inden Strijd op maatschappelijk terrein. Hier op deze plaats kunnen we ons echter niet verdiepen in het leven, inden levensstrijd van ieder individu afzonderlijk. Onze taak gaat over het individueele jieen en raakt slechts het gemeenschaps-

Uit~!ag herstemming leden voor den Bondsraad. Aantal Afdeelingen: gebrachte Hiervan verkregen de camtidateni Stemmen: stemmen 12 Bergen op Zoom, Breda, Eind- C. Tops Jr., Breda 235 hoven, 's-Hertogenboseh, Maas- A. Leyseu, Eindhoven 209 t'ncht, Tilburg, Venlo 445 Blanco 1 Voor Kieskring 12 is das C. Tops Jr., Breda, gekozen. (Volgens de reglementsbepaling is degene, die in stemmental op den verkozen candidaat. volgt, de opvoLer van ln dit geval dus A. Leyseu.)

leven, waarbij onze eigen organisatie de eerste plaats inneemt. * * ♦ Wanneer wij met betrekking tof onzen Bond en voor zoover dal thans mogelijk is de balans over het afgeloopen jaar gaan opmaken, dan kunnen wij niet zeggen dat 1928 een veelbewogen jaar is geweest. Groote acties, waarbij het geheele land betrokken was, zijn er niet geweest en in Â’t algemeen genomen kunnen we nu wel vaststellen dat een geest, die hunkerde naar daadwerkelijk optreden door middel van stakingen, bij de arbeiders niet aanwezig was. De uitzonderingen bevestigen den regel. Op eigen terrein zijn wij in 11 gevallen met een of meer ondernemers slaags geraakt en daarbij waren conflicten van groeten omvang en zeer langen duur, waarbij het uithoudingsvermogen van de betrokken arbeiders en van onze weermiddelen, op zware proef zijn gesteld. We behoeven slechts te herinneren aan de staking der loodgieters inde ie gem.- klasse-plaatsen: Amsterdam, Rotterdam, den Haag en Haarlem, die 19 weken en die aan „De Schelde”, welke 18 weken duurde. We denken voorts aan den veel kleineren, maar niet minder feilen strijd der loodgielers te Leeuwarden, welke in 1927 aangevangen, eerst in Februari 1928 na een duur van ruim 20 weken werd beëindigd De andere conflicten waren in Â’t algemeen van veel korteren duur en zijn niet gevoerd met de scherpte, welke de andere met name genoemde heeft gekenmerkt. Voor verkrijging vaneen collectief contract inde metaalindustrie, voor zoover behoorende tot het terrein van den Metaalbond, heeft 1928 weinig activiteit te zien gegeven. De omstandigheden waren ons in Â’t algemeen niet gunstig en bovendien waren er na de mislukte onderhandelingen van 1927 weinig punten van aanraking om partijen weer aan de conferentietafel te brengen. Daarnaast moeten wij helaas constateeren, dat de groote beteekenis vaneen, zij het ook inden aanvang zeer onvolkomen contract, niet door de massa van de arbeiders wordt ingezien. Toch is na de staking aan ~De Schelde” de draad weer opgevat en is ineen bespreking, die tusschen de vakbondsbesturen en het bestuur van den Metaalbond plaats vond, wel gebleken dat beide partijen de beteekenis, van bet collectief contract in-

zien. Ongetwijfeld zullen in 1929 de pogingen om overeenstemming te vinden, worden voortgezet. * * ♦ Wat de ontwikkeling van onzen Bond betreft, mogen wij met voldoening bp het jaar 1928 terugzien. De cijfers van 1 Januari j.l. zijn op dit oogenblik nog niet bekend, zoodat we slechts rekening mogen houden met wat per 1 December bekend was. Welnu, gedurende de eerste elf maanden zijn wij gestegen van 27176 op 29995 leden, alzoo een vooruitgang met 2819 leden. Dat beteekent een groei van 9.3 procent. Maken we een vergelijking met andere bonden, dan kunnen we volmaakt tevreden zijn. De R.-K. en de Christ. Bonden publiceerden tot heden slechts de cijfers per 1 November en van O. B. W. M. is alleen het cijfer van 1 October bekend. Een zuivere vergelijking is dus niet mogelijk en we moeten ons behelpen met het materiaal dal ons ten dienste staat. Welnu, de R.-K. Bond steeg van 8830 °P leden en had dus over de eerste 10 maanden een groei van 800 leden te boeken. Dal is 8.3 procent. De Christ. Bond kwam van 5280 op 5762 leden en ging dus over dat zelfde tijdvak met 482 leden of 8.3 procent vooruit. Niet alleen in aantal dus, doch procentelijk, was onze Bond inde gunstigste conditie. Blijft nog over de bij het N.A.S. aangesloten 0.8.W.M., welke over de eerste 9 maanden van 503 op 615 leden kwam en dus met 112 leden of 18 procent vooruitging- Procentelijk bekeken is dus 0.8.W.M. het meest vooruitgegaan, maar veel pracüsche beteekenis heeft dat niet. Een vooruitgang met 112 leden is voor een kleine organisatie als 0.8.W.M. van beteekenis, maar wij zouden in Â’t zelfde geval er zeer weinig aan hebben. Krachtens de thans bekende cijfers van de Syndicalistische Federatie, is geen enkel gegeven bekend groeiden de gezamentlijke organisaties met tezamen 4213 nieuwe leden. Een overzicht in cijfers, geeft ons het volgende beeld: Alg. Bond stijging 2819 leden =» 66.9 pCt. R.K. Bond ~ 800 „ = 19.0 „ Chr. Bond „ 482 ~ =11.4 ~ 0.8.W.M. „ 112 ~ = 2.7 ~ [Totaal: 4213 leden = 100 PCt.

Indien wijde ledentallen van alle organisaties bijeentellen en dan de Synd. Federatie op 750 schatten, komen wij tot een totaal van 46702 georganiseerde metaalbewerkers. In procenten uitgedrukt beteekent dit: Algern. Bond 64.2 pCt. ) R.K. Bond 20.7 ~ ) Chr. Bond 12.3 „ ) van het totaal. 0.8.W.M. 1.3 „ ) Synd. Federatie 1.5 „ ) Ofschoon al deze cijfers nog geen juist beeld geven van den werkelijken toestand op 1 Januari 1929, mogen wij toch wel op grond van wat nu bekend is concludeeren, dat wij in 1928 een gezonde ontwikkeling hebben doorgemaakt. Ziedaar makkers, in kort bestek een terugblik op ons organisatieleven gedurende het thans afgeloopen jaar. Een nieuw jaar ligt thans als een onbeschreven blad papier voor ons; wij kunnen niet inde toekomst zien. Maken wij ons op om te zorgen dat 1929 voor onzen Bond en voor heel onze beweging een goed, een vruchtbaar jaar wordt. Want dat doende zullen wij een steentje er toe bijdragen het nieuwe jaar te doen zijn wat wij elkander hebben toegewenscht en brengende: veel geluk en voorspoed, De Arbeidswet en haar uitvoering nopens de metaalindustrie. (v. H.) De Arbeidswet ~1919” is in September 1920 in werking getreden. Dat beteekende allerminst dal toen met langer werd gewerkt dan 45 uur per week. De metaalindustrie heeft de 45-urige werkweek nooit gekend en dat er 48 uur werd gewerkt, behoort eigenlijk tot de uitzonderingen. Inden scheepsbouw maakten we reeds spoedig kennis met de zoogenaamde ai mueüe-vergunning en in deze nijverheid is naar onze meening nooit minder dan gemiddeld 55 uur gewerkt. Dit klinkt misschien een beetje absurd, doch het is naar onze meening de werkelijkheid. Wie den toesiand in deze industrie kent, zal dit wel beamen, want het is onze vaste overtuiging dat er buiten de verleende vergunningen meer uren zijn overgewerkt dan krachtens de verleende vergunningen en deze werden met kwistige hand, als pepernoten met St. Nicolaas, uitgestrooid. Aanvankelijk bleek er bij enkele districtshoofden wel een streven te bestaan om serieus de wet te handhaven, doch al spoedig bleek dat de door hen geweigerde vergunningen door den minister, zeer waarschijnlijk op advies van den directeurgeneraa), in hooger beroep altijd werden verleend. Dit had natuurlijk tot gevolg, dat de districtshoofden niet meer, of slechts inden uitersten nood, tot weigering der vergunningen overgingen en daaimede was natuurlijk het hek van den dam. Niettegenstaande de ondernemingen telkens groote groepen arbeiders gedaan gaven, bleef het overige gedeelte werklieden 55 uur werken. Buiten deze vergunning werd zeker nog' een grooter aantal uren, we schreven het reeds, clandestien overgewerkt. Meermalen hebben we het zelf geconstateerd, dat aan de ondernemingen van Nieuw-Lekkerland tot Hardinxveld nacht op nacht werd overgewerkt. Het aantal klachten van de georganiseerde