Onderzoek naar de verontreiniging van rivieren in, Batavia,

DOOR

ür. J. de MAAN en ür. G. GRIJNS.

Wie voor het eerst de eigenaardig bruin gekleurde rivieren

van Java ziet, voelt onwillekeurig de gedachte bij zich opkomen „is dat wel water" en de schertsend gedane vraag of de Javaan zoo bruin geworden is van het baden in die rivieren of omgekeerd de rivier van de badende menschen, geeft wel te kennen, dat men dat bruin als een bewijs van sterke verontreiniging aanmerkt. Bedenkt men daarbij, dat in Indië de afvoer van faecaliën over het algemeen in de rivieren plaats heeft, dan behoeft het niet te verwonderen, dat de Europeaan die rivieren als een soort open riolen is gaan beschouwen, en dat het hem bevreemdt, hoe de inlander, die dat water dikwijls drinkt, en er geregeld in baadt, nog in leven kan blijven.

Toch is een alleen op dezen grond gemaakte conclusie, dat de rivieren hier in sterker mate dan die in Europa vervuild zouden zijn, voorbarig te noemen, daar tegen de grootere dichtheid der bevolking op Java, die een snellere vervuiling bevordert, de grootere regenval staat, die het rivierwater weer verdunt, terwijl ook de mogelijkheid in het oog gehouden dient te worden, dat bij de hoogere temperatuur van het water de biologische en chemische processen, die de zgn. zelfreiniging van de rivieren tot stand brengen' sneller kunnen verloopen dan in de gematigde luchtstreek,' en dus daardoor de invloed der verontreiniging met allerlei afval zich minder ver zou doen gevoelen.