over het epileptisch insult, beweerde, dat het niet gesimuleerd kon worden, stortte plotseling een zijner leerlingen, Calmeil, van de bank met verschijnselen van een toeval, die Esquirol aanleiding gaven eenige woorden te wijden aan het wreede noodlot, dat een zijner meest begaafde leerlingen trof; waarop Calmeil onmiddellijk opstond en zei, dat hij alleen maar had willen laten zien, dat de bewering van den leermeester wat boud geweest was. Van tijdens het toeval bestaande reflectore pupillenstijfheid wist men toen nog niet, en Esquirol zal ook wel niet geheel en al ontkomen zijn aan den ban, waaronder wij allen staan, die maakt, dat we in den regel alleen dat zien, waarop we verdacht zijn, maar dit feit bewijst toch in elk geval, dat een nauwkeurig deskundig onderzoek noodig kan zijn om een toeval te constateeren en dat een getuige van een goed gesimuleerd toeval volkomen ter goeder trouw kan verklaren, dat iemand epileptisch is. Maar waar blijft dan in forensische gevallen onze steun, dien we bij het aannemen van een epileptisch aequivalent ook in vroegere toevallen zoeken? Inderdaad is er vooral bij beroepsmisdadigers in groote steden, die soms vrij wat „psychiatrische Bildung" hebben, uiterste omzichtigheid bij de beoordeeling geboden en zullen we in twijfelachtige gevallen vaak een non liquet moeten uitspreken. Dit is beter dan in zulke gevallen door een al te goedgeloovige interpretatie van de anamnese tot krankzinnigheid te concludeeren, waar deze niet in voldoende mate aanwezig is. Want dan zal opname in een krankzinnigengesticht volgen, waar dergelijke echt misdadige elementen absoluut niet thuis behooren, en waar zij de zegeningen van de moderne gestichtsverpleging voor vele andere patienten verloren doen gaan.

Bij hysterische droomtoestanden is voor 't eerst door Ganser ') in 1897 een eigenaardig verschijnsel beschreven,

') Archiv für Psych: Bd. XXX pg. 633.