één einde gesloten blijven, terwijl het andere einde gemakkelijk in een blaasvlam kan worden dichtgesmolten.

Een groote bundel, bestaande uit 2000 a 3000 buisjes, waarvan de ondereinden zijn geopend, wordt in een vacuumapparaat zoodanig opgehangen, dat de open einden der buisjes zich boven een glazen bak, die met glycerinevaccine is gevuld, bevinden. Het vacuumapparaat wordt nu luchtledig gemaakt, en daarna wordt door het sluiten van een electrischen stroom een zich in het apparaat bevindende electromagneet in werking gesteld, die door het wegtrekken van een pal den bundel met buisjes laat zakken, zóó, dat de open gedeelten der buisjes in de glycerinevaccine worden ondergedompeld. Het laten toestroomen van de lucht in het vacuumapparaat doet de vaccine in de buisjes opstijgen. Zoodra deze voldoende, doch nog niet geheel, zijn gevuld, wordt, door een tweeden electromagneet in werking te brengen, de geheele bundel met buisjes weder naar boven, buiten de glycerinevaccine, getrokken. Wordt nu weder verder lucht in het vacuumapparaat toegelaten, dan stijgt de glycerinevaccine verder in de buisjes naar boven, zoodat het open einde der buisjes geen vloeistof meer bevat. Dit einde kan vervolgens in een blaasvlam worden toegesmolten.

Deze methode van vulling en sluiting der buisjes wordt sedert eenige maanden door ons met succes toegepast, en maakt het werk natuurlijk belangrijk eenvoudiger. Verkregen hoeveel- Gedurende het jaar 1912 werden voor heid vaccine. de vaccineproductie gebruikt 159 karbouwen, tegen 156 in 1911.

In het geheel werd 19.259 KO, tegen 12.779 KG. in 1911, geproduceerd.

Gemiddeld werd per karbouw verkregen 121,1 Gram vaccinepulpa, tegen 81,9 Gram in het vorige jaar. In 1912 was de gemiddelde productie per karbouw dus 40 Gram hooger dan in 1911.

Bij 3 karbouwen mislukte de inenting, zoodat deze dieren