Zulk eene beslissende uitspraak blijft nimmer zonder tegenspraak , waar het geld radicale reform.

Boullay sprak het eerst contrarie, maar dat hij zwak sprak, kan uit zijn aanhef blijken: „M. Boullay reconnait avec la commission, que I’art ne peut imiter dans ses dernières limites les procédés de la nature et que la reproduetion des eaux naturelles, dans un sens absolu , est impossible.” Die waarheid wederlegt dan ook al wat Boullay verder van het opnemen van recepten van nagemaakte wateren gezegd heeft. Hij zelf zal inde gevallen, dat men een natuur-product bekomen kan, geen namaaksel in bescherming nemen. Boudet sprak krachtiger tegen het rapport der Commissie en grondde zich vooral op het verlagende, dat er voor de scheikunde in zou gelegen zijn, om te verklaren, dat zij thans niet alles vinden en aan wijzen kon. Maar dat is de vraag niet: de vraag is , of de scheikunde het kan, of zij het gedaan heeft. En het antwoord daarop geeft u Bunsen. Hij vindt een geheel nieuw alcali en wijst u baryt en strontiaan aan, waar gij ze niet verwacht hadt. Lefort, de rapporteur, liet dan ook Boullay en Boudet niet onbeantwoord; Deschamps sprak tegen het opnemen van namaaksels inden codex; Dubail sprak er voor, maar Lefort weerlegde hem weder, en Gaultier de Claubry, die er voor sprak, getuigde toch, „les ehimistes sout d’accord qu’il est impossible de reproduire exactement une eau minerale naturelle.” Tot zoo verre de eerste zitting. In die van 23 Jan. spreekt Poggiale overtuigend tegen het namaken; na hem Eoussin, Eeveil en anderen; Ducom bijv.: „que tout le monde est d’accord sur la valeur plus grande des eaux naturelles comparées aux eaux artificielles, et sur I’impossibilité d’imiter parfactement les premières;” Eindelijk, na wijziging der Commissie, is inde zitting van 6 Eehruarij voorgesteld , eenige weinige voorschriften van nagemaakte wateren inden nieuwen Codex op te nemen ,

204