aangevallen) is aangetoond, dat aan het tegenwoordige monosyllabische (Jhineesch eene oudere polysyllabische periode is voorafgegaan. Bovendien is het Chineesch de taal van een ontwikkeld volk en moet men om den eersten toestand van de tegenwoordige beschaafde talen te begrijpen donken aan de taal van kinderen, van onontwikkelde menschen, onontwikkelde volken. En dan geeft hij voorbeelden uit de Zoeloetaai, uit de volkstaal, uit de klanken van kinderen, en toont daarmede aan, dat onze beschaafde talen hooger staan dan deze. Daarmede is de theorie gevallen, dat men eens in wortels zou hebben gesproken. J. K o o p m a n s , Uit den tijd onzer wedergeboorte: Hoof I's Renaissance-klok. De schrijver tracht aan te toonen, dat de Baeto een leerschool is voor vorst en priester, een loflied op Liefde en Vrede, een tendenz-stuk met veel anachronismen, waarin geen volk der werkelijkheid optreedt, maar een ideaal Renaissance-volk. Zoo heeft ook de Geraert van Velzen een politieke en moreele strekking en wijkt geheel en al af van de werkelijkheid. Boekaankondiging: A. H. Geschiedenis der Ned. Lett., door Dr. Jan ten Brink, waarin o. a. geklaagd wordt over het ontbreken van 't Stichtelijk Proza en het vermelden van ondichterlijke po√ęzie. Philosophus: Na

een halve eeuw, door Taco H. de Beer (herdruk van de beoordeeling in den Spectator).

6e afl. Logeman, Taalverval en Taalontwikkeling (vervolg). Wortels zijn vormen uit woorden geabstraheerd. Hoe oppervlakkig men hierbij te werk kan gaan, blijkt als men uit sorrow en sorry tot een wortel sorr besluit: sorrow komt van sorh, sorry ven sar. De scheiding in agglutineerende en flecteerende talen kan met worden gemaakt en het eigenaardige der flexietalen, b.v. de klankwisseling bij de werkwoorden, is geen flexie. Daarmede valt de oude theorie. Neen de taal is op een andere wijze ontwikkeld en uit de historische talen kan men dit bewijzen. De oudere taal heeft zeker veel geluiden gehad, die beteekenis hadden, zooals wij nog klappen met de tong of ongeduld duidelijk kunnen maken. Vele van die geluiden zijn door het streven naar gemakkelijkheid gewijzigd. Vormen zijn verkort, zijn geassimileerd , zijn kleurloos geworden. Door beeldspraak zijn er veel woorden bijgekomen, waarvan men de beeldspraak niet meer verstaat. De oudere taal was meer hartstochtelijk, meer muzikaal; zang ging aan het spreken vooraf. Honger en liefde zullen vaak de prikkel zijn geweest tot gedachtenuiting, vooral bij den poeet, die een lied maakt over oorlogsdaden, jacht-

18*