Kapot Waarom ben je na 23 jaar uit Suriname weggegaan? „Ik ben in september 1983 hier gekomen. Óp 5 december 1982 hadden we de première van 'Roi en de dieven. Het was het eerste stuk dat heel duideiy k door het Surinaamse ministerie van Cultuur gesubsidieerd werd. (Daarvoor probeerden we altyd rond te komen van de recette en werden we gesteund door particulieren en bedrijven). Op 8 december zou de tweede voorstelling zyn. Op 8 december was er dus géén tweede voorstelling. Toen hebben we wekenlang gepraat: wat nu? In het begin kon niemand iets doen. Er was avondklok. ledereen was kapot." „Eind januari besloten we ulteindeUjk om door te gaan met de kindervoorstellingen in Paramaribo en in de districten. Men was er heel bUj mee, maar we kwamen in moeily ke situaties, van: ben je nou pro Bouterse of contra? Je doet het toch met subsidie van het ministerie, dus wat is er met Thea gebeurd? Dat was al moeilyk genoeg. Intussen probeerde ik een volgend stuk te maken; ik vond dat ik daarin wel iets moest zeggen over 8 december, want myn stukken hebben altyd iets gezegd over de actuele toestand om me heen. Maar dat bleek in die periode, in die situatie van een gespannen land, niet mogelijk. Omdat je dan te veel risico gaat lopen, want je hebt niet alleen met jezelf te maken, maar met een hele groep mensen, met een theaterbedrijf. En natuurlijk was het heel moeilijk dat iedereen op elkaar lette." „Toen het niet lukte, en iedereen iets had van: wat wil je nou, kun je niet gewoon amusement maken, toen zei ik: ik ben dól op amusement, maar niet als ik opeens niks anders meer mag maken. Als er geen kritiek, geen spot meer mogelijk is, dan heb je nooit begrepen wat ik bedoel. Dan heb je het niet begrepen! En van daaruit ben ik weggegaan en ky k ik wat ik hier kan doen." --- Koreaanse sopraan Young-Hee Kim: ’Westerse muziek is gewoon net zo goed ónze muziek’ door Roel van der Leeuw Als voertaal voor het gesprek wordt nüj de keuze geboden uit Engels, Frans, Italiaans, Spaans en... Nederlands. „En KO7 reaans," voeg ik er in gedachten aan toe, maar terecht wordt dat niet als serieuze mogelijkheid overwogen. Het wordt uiteindeiyk Engels. „Want," zo zegt de jonge sopraan Young-Hee Kim, „myn Nederlands is nogal wisselvallig en ik voel mij er niet elke dag even zeker in." Geboren en getogen in Korea kwam zy via omzwervingen twee jaar geleden in Nederland terecht. Sinds anderhalfjaar is zy getrouwd met een byna afgestudeerd Nederlands arts en woont in Amsterdam. Op 1 mei maakte zy haar debuut by de Nederlandse Operastichting als Yniold in Pelléas et Mélisande' van Debussy. Ik was niet de enige die daar aanleiding in zag dit kleine rolletje apart te vermelden. Ook al gaf ik haar toen ten onrechte de Chinese nationaliteit, een misverstand dat door haar Trouw lezende schoonmoeder terstond uit de wereld werd geholpen. Hoe komt een Koreaanse zangeres in Nederland terecht? „Niet door myn echtgenoot," zegt Young- Hee (spreek uit: Yanggi) Kim, „want die heb ik hier pas leren kennen. Na myn opleiding in Korea ben ik naar Spanje gegaan, omdat myn oudste zuster daar woont. Daar ben ik myn carrière gestart. Ik heb er geweldige kansen gehad op alle gebieden: opera, concerten, recitals. Maar ik kreeg het gevoel dat ik ergens anders naar toe moest. Het was allemaal te gemakkelyk. Ik wilde meer internationaal georiënteerd raken, meer uitdaging hebben. Dat heb je gewoon nodig om je verder te kunnen ontwikkelen en te leren waar je grenzen liggen." „In 1981 won ik op het concours in Genève de tweede prijs. Er werd overigens geen eerste prijs toegekend en daar was ik dus ook nog niet goed genoeg voor. Maar het leverde nüj een flink aantal concerten op in Zwitserland en Duitsland. Jos Cleber hoorde nüj en nodigde mij uit voor zyn televisieprogramma 'Jonge mensen op het concertpodium. Dat optreden vond plaats in maart 1982. Daarna heb ik met het Residentie Orkest onder leiding van Heinz Wallberg - een heel f yne man en fantastisch dirigent - een aantal keren de vierde symfonie van Mahler gezongen. Later kwam een Promenos-concert en een optreden in de Gaudeamus-week. Ik ben ook in contact gekomen met Gerard Akkerhuis, met wie ik Bach ben gaan zingen. Ik ga binnenkort met hem en zyn koor en orkest naar Italië." Een veelzijdig repertoire, waar nu dus ook de opera is bijgekomen. „In Spanje had ik al meer opera gedaan. Yniold had ik al in Madrid gezongen. Opera is erg belangrijk. Ik kan niet ontken- nen dat het ook helpt om je naam bekend te maken, maar het is in de eerste plaats iets wat ik niet zou willen missen omdat ik het zo heerlyk vind om te doen. Daarom was dit aanbod hier ook zo geweldig voor mij, ook al gaat het om een kleine rol. Ik wil dolgraag meer opera doen, maar ik beperk nüj voorlopig wel tot Mozart, Rossini, Donizetti. Ik ben laatst gevraagd om te auditeren voor Madame Butterfly, maar dat heb ik geweigerd. Ze vroegen nüj natuurlijk omdat ik Aziatisch ben. Ik zou op zon auditie één aria best zo prachtig kunnen zingen dat ze nüj meteen engageren, maar de hele opera zou ik niet waar kunnen maken. Daar ben ik nog niet rijp voor." Een heel verstandig besluit, lijkt mij. Toch wordt je zo vroeg in je carrière natuurlijk niet altijd de keus gelaten om uitsluitend te zingen wat je wil „Nee, als ik eenmaal zo ver ben zou ik by voorbeeld minder hedendaagse muziek zingen. Niet omdat ik er niet van houd of bang ben voor myn stem, maar ik heb geen absoluut gehoor en dan is het vaak heel moeilijk om er vat op te krijgen. Ik wil echter zo breed mogelyk bezig blijven. Na deze periode by de opera ga ik weer veel Bach zingen, en daar verheug ik mij dan ook enorm op. Het een stimuleert het ander, ik wil het allemaal niet graag missen. Als ik nüj nu volledig zou toeleggen op een .operacarrière zou ik over een tydje misschien géén Bach meer kunnen zingen en dat zou vreselyk zyn." „In het najaar geef ik myn eerste liederenrecital in Nederland, in De Doelen in Rotterdam. Ja inderdaad, na de pauze Spaans repertoire- Turina, Granados, Rodrigo hebben schitterende liederen geschreven die niemand kent. Als begeleider had ik de Franse pianist Pascal Devoyon gevraagd, die ik ken van een festival in Finland. Die doet dat fantastisch, maar hy is helaas niet beschikbaar. Nu ga ik met Tan Crpne werken." Hoe studeer je je repertoire in? „Ik heb het geluk dat ik begonnen ben met een pianostudie, ik kan dus heel veel alleen aan de piano doen. Soms moetje natuurnjk wel eens een repetitor inschakelen, maar ik ben biy dat dat niet altyd hoeft, want het kost een hoop geld. Verder heb ik regelmatig les van de zangpedagoge Ré Koster. Ze is nu een eind in de tachtig, maar nog heel goed by de tyd èn ik leer nog steeds veel van haar." Een Koreaanse in de westerse muziek: het is opvallend hoe veel talent er uit jullie land komt. Ik signaleerde toevallig vlak voordat ik naar je toe kwam, de naam Young-Mi Kim, die komend seizoen in Houston Mimi in La Bohème zingt, alternerend met Mirella Freni. Nog familie van je? „In Korea heet byna iedereen Kim, net als hier de naam Jansen zo vaak voorkomt," zegt ze lachend. „Nee, ze is geen familie van mij. Ik ben de enige by ons die in de muziek is gegaan." „Sinds wy zo intensief met westerse muziek omgaan - en dat is echt al een hele tyd - is het heel normaal om op de lagere school muziekonderwys te krijgen. Als iemand nüj vraagt hoe ik westerse muziek ervaar ben ik altyd wat verbaasd. Hoezo westers? Het is gewoon net zo goed ónze muziek. De opleiding is by ons zeer goed. wy hebben geen conservatoria. Net als in de Verenigde Staten wordt de muziekopleiding gegeven op de universiteiten. Dat maakt, dat je zeer breed georiënteerd wordt en dat vind ik alleen maar een voordeel. Talent krijgt gewoon heel goede kansen." Young-Hee Kim ...dikke zoenen... foto: Erwin Verheijen --- Thea Doelwijt laat haar publiek via een droom in Suriname terechtkomen door Lieke van Duin De Surinaamse toneelschrijfster Thea Doelwijt (46) werkt sinds twee jaar in Nederland. In Suriname schreef ze meer dan twintig toneelstukken (waarvan er pas één in boekvorm is verschenen) en daarnaast gedichten, novelles en kinderverhalen. Ook stelde ze enkele bloemlezingen van Surinaamse literatuur samen. In 1973 richtte ze samen met regisseur Henk Tjon in Paramaribo het Doe-theater op, dat ver over de Surinaamse grenzen vermaardheid verwierf. In Nederland maakte ze Trawan Prakseri' (Tussen twee vuren), 'Een dikke zwarte vrouw als ik' en 'In de huid van de ander', en samen met Marijke van Geest vertaalde ze het Zuidafrikaanse stuk 'Egoli, stad van goud, haat en ellende. Zaterdagmiddag gaat haar kinderstuk 'Roi, mi boü', door haarzelf geregisseerd, in première in het Amsterdamse Polanentheater. Genoeg reden voor een gesprek met een schrijfster wier moederland - heel letterlijk - Nederland en wier vaderland Suriname is. Thea Doelwijt groeide op in Bloemendaal. Al op de HBS in Haarlem voelde ze dat ze wilde gaan schrijven. Als journaliste vertrok ze in 1962 naar Suriname om voor het dagblad 'Suriname' te gaan werken. Tegelijkertijd ging ze op zoek naar haar Creoolse achtergrond. Ze begon gedichten en verhalen te schrijven, en teksten voor cabaret en toneel. Het was in de tyd dat de nationalistische beweging in Suriname, die in de jaren '40 al begon, meer aanhang kreeg. Al gauw maakte Thea Doelwijt deel uit van een grote groep kunstenaars die voor Surinaamse eenwording en onafhankelykheid koos. Al haar werk getuigt van een zoeken naar Surinaamse identiteit en oorspronkelykheid. Ook na de onafhankelykheid in 1975, en na de militaire machtsovername in 1980, bleef ze in haar werk de politieke en sociale ontwikkelingen kritisch volgen. Tot het moment dat kritisch commentaar niet meer mogelyk was en ze naar Nederland uitweek. „Eigenlijk wilde ik hier in Nederland 'Roi en de dieven' doen, het laatste stuk dat we met het Doe-theater in Suriname speelden. Ik kwam hier tenslotte met een enorme Surinaamse bagage. Maar je kunt een Surinaams toneelstuk niet zomaar overplanten naar een andere maatschappy. De spelers zyn wel allemaal Surinaams, Indisch of Moluks, maar ze weten bepaalde dingen niet meer, by voorbeeld hoe je als kind op een Surinaams erf speelt, en hoe je je beweegt door een oerwoud. Daarvoor zyn ze al te lang hier, of ze zyn hier zelfs geboren. Bovendien wil ik hier vooral overkomen op buitenlandse kinderen, of dat nu Suri- Naamse, Turkse of Marokkaanse kinderen zyn." „Dus laat ik 'Roi, mi boi!' beginnen met kinderen die in Nederland opgroeien en via een droom in het Surinaamse oerwoud terechtkomen, waar ze dan de meest wonderlyke avonturen beleven. Een eenakter die ik in Nederland schreef, 'Ik vang, ik vang wat jy niet vangt' heb ik verbonden met het oorspronkelyk Surinaamse stuk, en dat is nu 'Roi, mi boi!' geworden. Het zit vrij gaaf in elkaar en ik denk dat het een heel goede voorstelling kan worden." „Ik bly f al tyd eindeloos bijschaven aan een stuk, dat deed ik ook by het Doe-theater. Ik kyk naar wat de acteurs kunnen, ik zie hoe het werkt by het publiek; ik schrijf en herschrijf tot vlak voor de première. By 'Roi, mi ooi!' heb ik nu wel het gevoel dat het voor negentig procent okee is. Het stuk moet te gek zyn en niet de gedachte erachter. 'In de huid van de ander' dat ik vorig jaar schreef, begint vanuit een goede gedachte, anti-discriminatie, maar dat ik het helemaal gehaald heb, nee... ik ben er nog niet tevreden mee. Er zit een aantal goede momenten in, maar ook zeer wankele. Je moet schryven vanuit een emotie, en niet vanuit een theorie." Waarom schrijf je vooral veel voor kinderen? „Ik vind het gewoon ontzettend leuk. Dat klinkt wel simpel en naïef, maar omdat ik zelf altyd met zon hoofd vol problemen zit is er niets heerujkers dan schrijven voor kinderen. Of op een relativerende manier voor cabaret, met zelfspot en kritiek vanuit de lach. Dat is altyd myn sterke punt geweest, dat weet iedereen. Voor kinderen een lekker verhaal maken, dat werkt bevrydend op mijzelf. Kijken hoe je dromen en fantasie voor ze kan maken, waarvan ze zeggen: dat bestaat niet! En ik maar volhouden dat het wel bestaat." „In 'Roi, mi boi!' praten de bomen. Wie zegt dat bomen niet kunnen praten? Stel je eens voor dat ze kunnen praten! Ssst! Als je heel goed luistert... Met kinderen kun je doorgaan in een fantasie die je niet hoeft te verklaren. Ze reageren direct. Ze gaan in een droom mee of niet, maar ze gaan niet theoretisch uitleggen dat dat niet bestaat en dat de wereld anders in elkaar zit. Voor volwassenen ligt de wereld vast. Er zyn voor hen geen verrassingen, geen geheimen, geen wonderen. En die zyn toch het leukste van het leven." Thea Doelwijt Foto: Ton Omloo Foto: Ton Omloo. Scène uit Thea Doelwijts nieuwe toneelstuk 'Roi, mi boi!' met Helen Jong en Gerda Cronie. --- Eigen identiteit Hoe heb je het dan altijd bedoeld? Je behoort tot de generatie Surinaamse kunstenaars die al lang van tevoren ideeën ontwikkelde voor een onafhankelijk Suriname. „Ik kom inderdaad uit een vrij grote groep mensen die erin geloofde dat je een eigen identiteit had, en een eigen nationaliteit moest hebben. Het was voor ons allemaal heel belangrijk om voor je eigen land te kiezen, om niet meer te zeggen: we kunnen altyd nog terug naar Amerika of naar Nederland. We kozen voor Suriname, en dat land was nog jong en nog maar net zichzelf bewust en de mensen waren waardevoller dan altyd onder het koloniale bewind gezegd was. Daar schreven en schilderden we over, daar maakten we ballet en muziek over. En soms kwam alles by elkaar, in een theatervoorstelling." „Dat begon al lang voordat in 1973 het Doetheater werd opgericht. Dat begon al met Papa Koenders, Eddy Bruma en Dobru. Het was ook een weten dat je los van Holland wilde, moest. Je eigen gezicht laten zien. Weten wie je bent om te weten watje allemaal kan. Want anders bleef je altyd maar vergeüjken met Nederland, en bleven de Nederlanders geweldig. Die gedachte moest weg. Daarom wilden we onze boeken gewoon in Suriname uitgeven, om niet van een Nederlandse uitgever en zyn normen afhankelijk te zyn. En daarom ook wilden * we een eigen schildersopleiding, een eigen theater- en muziekopleiding. In die beweging voelde ik me thuis; vanuit die gedachte schreef ik 'De speelse revolutie' (1967); en vanuit de gedachte dat we wel degelyk eigen literatuur hadden voortgebracht maakte ik de bloemlezing 'Kri, kra!' (1975)." In je dichtbundel 'Met weinig woorden' uit 1968 komt de regel voor: „Fajalobi aan de macht". Was dat een variatie op de „Verbeelding aan de macht"? Was er bij jullie invloed van mei '68? „Nee, zoveel was daar in Suriname niet over bekend. EerUjk gezegd heb ik pas veel later, van Frank Martinus Arion, gehoord wat er in West-Europa gebeurde. We lazen echt geen Nederlandse kranten meer, die waren ook niet te krijgen en de internationale berichtgeving was zeer summier." „We zyn in die tyd wel heel lang geïnspireerd geweest door het elan van de Cubaanse revolutie, dat was dichterby en de kunst kreeg er veel ruimte." --- Moeilijk Hoe is het voor jou om weer in Nederland te werken? „De discussie hier in Nederland of je je eigen identiteit moet bewaren of dat je je moet aanpassen, hoe Surinaams blyf je, hoe Hollands word je, is éigeniyk nog steeds hetzelfde verhaal als dertig jaar geleden. Het is een' moeiiyke situatie voor de jongeren hier. Als ze niet oppassen bnjven ze tussen die twee werelden hangen. Ze spelen ermee - en ertussen - van: éigeniyk ben ik Surinaams, éigeniyk ben ik zwart, hoor ik er niet by. Terwyl ze er allang by horen, allang vernederlandst zyn. Maar ze hebben wel veel minder kansen, vooral in het theater en in het schrijven." „De mensen met wie ik nu 'Roi, mi boi!' maak, werken dag en nacht zonder betaald te worden. Hun inzet kan nóg zo groot zyn, subsidiegevers blyven hen amateurs noemen. Schrijven is het moeilykste: je in een andere taal uitdrukken en daarin je weg vinden. Voor Surinamers is Nederlands wel spreektaal, maar het is nooit een schrijftaal voor hen geworden, de taal waarvan je houdt en waarin je je goed voelt, zodat je je verhaal erin kwy t kunt" Jij hebt zowel in het Nederlands als in het Sranan Tongo geschreven. „Ja. Toen het Doe-theater een duidelyke gedachte kreeg, zo tegen de onafhankelykheid, zyn we in de districten gaan spelen en bleek dat de mensen ons niet verstonden. Het stuk dat we brachten, hebben we toen in één nacht in het Sranan Tongo vertaald. Sranan Tongo, ja, dat heb ik in myn beginperiode by het dagblad 'Suriname' nog van Jozef Slagveer (één van de vyftien vermoorden op 8 december 1982) geleerd... kun je nagaan hoe pynlijk sommige dingen zyn." 'Roi, mi boir van Thea Doelwijt wordt onder andere op 18 en 19 mei om 14 uur gespeeld in het Polanentheater, op 9 juni om 16 uur in het Soeterijn, beide te Amsterdam, en op 23 juni in Rotterdam, Poetry in het Park. (020-232693). --- Zoenen By het afscheid voor de deur van het restaurant gebeurt er iets wat nüj in al die honderden interviews nog nooit is overkomen: spontaan krijg ik twee dikke zoenen. Ik ben niet echt groot, maar Young-Hee Kim moet er toch voor op haar tenen gaan staan. Ook moet ik beloven een keer te komen eten. „Zodra Max klaar is met zyn examens." Ik begrijp best waarom haar schoonmoeder ons schreef: „Bovendien is zy een heel lieve dochter voor ons." ---