EN VERDER IVN-activiteiten voor het publiek: vandaag paddestoelenwandeling van anderhalf uur in de Sijsselt, om 14 uur van P.M.T. in Ede; in 't Weetpunt, Develpad 169Zwijndrecht, is er vanaf half twee van alles voor kinderen vanaf acht jaar over waterdiertjes, morgen: excursie met aandacht voor sporen op dood hout op het landgoed Huys Te Warmond, om 9 uur van ingang Herenweg 139, van tevoren aanmelden 010-4135045; vogeltrekwandeling Astense Peel, om 9 uur van kerk Heusden; paddestoelenstruuntocht, om 10 uur van Het Boschhuis te Ter Apel; paddestoelenwandeling in De Bikkels te Deurne, om 13.30 uurvan boswachterij 'Zandbos'; wandeling in het Zegerslootgebied in Alphen aan den Rijn, om 14uurvan kinderboerderij aan de Burgemeester Bruins Slotsingel; wandeling om de Amstelveense Poel, om 14 uur tegenover de Urbanuskerk in Bovenkerk; wandeling op Nemelaer, om 14 uur van Kasteellaan 2, Haaren (N.-B.); paddestoelenwandeling in Het Goor bij Helmond, om 14 uur van de slagboom aan het einde van de Goorse Baan; woensdag wandeling Gimbornhof, om 10uurvanGuido Gezellestraat44inZevenaar. • Volgende week zaterdag wordt een themadag gehouden over hoogstamboomgaarden, 'Houd de bongerds hoog. Plaats is de boomgaard van de beheerboerderij De Marsen in het recreatiegebied Het Twiske. Info: Wim van Zuilen, 02975-63405. • Tot 8 oktober duurt de paddestoelententoonstelling in het bezoekerscentrum 'HetZandspoor' van Staatsbosbeheer aan de Oorsprongweg 1 in Schoort Open op dinsdag, woensdag en donderdag van 9 tot 12 en 13 tot 17 uur, op zaterdag en zondag van 10 tot 17 uur. • Het 175-jarig bestaan van de Leidse natuurhistorische musea is aanleiding vooreen symposium op 19 oktober in het Pesthuis. Het onderwerp is 'Musea en wetenschap. Wat kunnen ze voor elkaar betekenen? Welke problemen zijn er? Welke oplossingen? Vooral wordt veel verwacht van de lezing van prof.dr. Stephen J. Gould van het Museum voor Vergelijkende Dierkunde van de Harvard Universiteit: 'The Glory and Importance of Natural History Collections and Exhibits'. --- door LINDAOTTER HIJ HIELD NIET VAN DE ZEE Uitvaartondernemers moeten steeds meer inspelen op nieuwe wensen bij begrafenissen en crematies. Moslims, hindoes en creolen willen dat hun laatste gang ook in Nederland van de passende rituelen vergezeld gaat. , Daarnaast hebben ook autochtone Nederlanders steeds vaker persoonlijke wensen. De laatste aflevering van een serie over nieuwe rituelen voor na de dood. In de huiskamer lopen de familieleden bedrijvig heen en weer. Rijst, kruiden en ongezouten boter worden in plastic tassen gepropt en het roze geblokte tafelkleed dat in het midden van de kamer lag, wordt netjes opgevouwen en vervangen door tapijt. Pandit Raghubardayan, de hindoepriester, klopt zijn witte kleding af en neemt afscheid van de vrouw des huizes. Haar man overleed een week eerder aan een hartaanval en deze dag zal zijn as worden uitgestrooid op de zee bij Scheveningen. De pandit, die de vrouw en haar acht volwassen kinderen heeft bijgestaan met het uitvoeren van de rouwrituelen, is tevreden. Urenlang heeft hij met twee zonen van de familie rituelen uitgevoerd met vuurtjes, wierook, kamfer en rijst voor de ziel van de overledene, terwijl de andere familieleden het tafereel stil gadesloegen. De pandit legt uit dat als de dood is ingetreden, de ziel van de overledene nog dertien dagen op aarde verblijft en dan naar de hemel vertrekt. Daar zal de oppergod beoordelen in welke gedaante de ziel (de Atman) zal reïncarneren. In de tussentijd moet de familie ervoor zorgen dat de rituelen naar behoren worden uitgevoerd opdat de goden tevreden zijn en de ziel zijn rust zal vinden. Er is gezongen en de mantra's (gebeden) zijn opgezegd vooralle lichaamsdelen die weer deel worden van de elementen, water, vuur, lucht en aarde waaruit zij ooit zijn ontstaan. Aan de pot met de as en botten van de overledene heeft de pandit rode kruiden toegevoegd, wat witte bloemen en als laatste melk. „Volgens het hindoeïstische geloof moeten de botten goed gereinigd worden," legt de pandit uit. „Dan worden ze mooi wit en schoon. Als de ziel in een ander lichaam wil terugkeren, dan passen de botten weer netjes aan elkaar." De pandit heeft de zonen nauwkeurig verteld wat ze moeten doen als de as wordt verstrooid, want zelf gaat hij niet mee. Op zee krijgt hij last van zijn maag, vertelt hij. Ooit heeft hij tijdens een verstrooiing moeten overgeven en dat was meteen de laatste keer dat hij op een boot is gestapt. Als een zoon met de pot met as naar buiten komt, is het tijd voor het vertrek. Het gezicht van dochter Sita staat vermoeid. Hoewel haar vader al langer hartproblemen had, was zijn dood een hele schok. „Hij had nog wel twintig jaar kunnen leven," zegtze. „Hij was pas vijfenzestig jaar." De familie leeft tijdens de twee weken durende rouwperiode intens samen en er is weinig tijd om rust te nemen. De crematieplechtigheid, waar zon tweehonderd genodigden waren, zorgde voor heel wat regelwerk en iedereen komt op bezoek. De familie moet na de crematie minimaal een week wachten voordat de verstrooiing mag plaatsvinden. „Het duurt allemaal zo lang in Nederland," zucht Sita. „Alles moet volgens de regels worden afgehandeld en het is toch al zon traumatisch gebeuren." Ze vertelt dat in Suriname en India de mensen aan veel minder regels gebonden zijn wat betreft een uitvaartceremonie. Bij de hindoes wordt het lijk thuis bewassenen later in de aanwezigheid van de familie op een vuur verbrand. Na de crematie verzamelen de mannelijke familieleden de botten en as en strooien die uit op zee. Maar in Nederland is daarvan geen sprake. Alles moet geregeld worden door de uitvaartonderneming en het kost geld. „Als je niet precies op tijd bij die boot bent, kost het weer een sloot geld extra," zegt Sita. Om financiële redenen heeft de familie er niet voor gekozen de as te verstrooien in de heilige rivier de Ganges, zoals veel andere hindoestanen die in Nederland wonen. India is ver en veel te duur. Bovendien, wat maakt het uit. Het heilige water van de Ganges, afkomstig uit de Himalaya, stroomt overal. Op de kade van Scheveningen staan de meeste leden van de familie in groepjes bijeen. Behalve de zonen en dochters zijn ook de tantes en ooms aanwezig en tientallen kinderen die met opgewonden ogen naarde boot kijken. Eenmaal aan boord vergeten ze het doel van de tocht en rennen in het rond. Een familielid dat op de kade is achtergebleven, wordt juichend uitgezwaaid. Een vrouw roept de kinderen boos tot de orde. „Kom hier, gedraag je, het is geen pleziertochtje, hoor." Dan haalt ze met een zucht haar schouders op en zegt tegen Sita: „Die kinderen begrijpen er niets van. Zon boot vinden ze natuurlijk prachtig en ze denken dat ze een dagje uit zijn." Met een beslist gebaar deelt ze rozen uit, waarvan destelen zijn afgesneden. Straks mogen de kinderen ze in het water gooien. Tijdens de tocht kijkt het gezelschap stil naar het water waarop tientallen zeilschepen en bootjes dobberen. Op het strand hebben vissers hun hengels uitgegooid. „Zullen die mensen ook gaan verstrooien?", vraagt Sita, haar blik gericht op een boot in de verte. Dan ziet ze de passagiers in vrijetijdskleding op het dek staan. „Ach nee, natuurlijk niet." Sita betwijfelt of de ziel van haar vader aanwezig is aan boord, bij zijn kinderen en kleinkinderen. „Hij hield niet van de zee", zegt ze met een bedroefd lachje. „Hij was er bang van. Maar misschien is hij hier ook wel en zijn al die gevoelens van angst verdwenen." Haar blik richt zich even op de wolken, alsof ze denkt dat de geest van haar vader haar woorden heeftopgevangen. Het hindoegeloof met al zijn goden, godinnen, kastesysteem en stromingen is zeer complex, heeft pandit Raghubardayan uitgelegd. Hij heeft in Suriname vele jaren gestudeerd om zich erkend priesterte kunnen noemen. Het streven van de hindoes is erop gericht, door vele geboorten en stervenscycli langzamerhand een steeds zuiverder geestesgesteldheid te ontwikkelen. Wie de meest zuivere en reine kaste van de brahmanen bereikt, kan door studie en ascetisch leven onsterfelijk worden. En hoeft dan nooit meer op aarde terug te keren. „Indien men in dit leven zijn best heeft gedaan, krijgt men in een volgend leven een grote kans op een hoge leeftijd en rijkdom", vertelt de pandit. „Misschien is erzelfs plaats in het koninklijk paleis. Maar voor slechte mensen of moordenaars zal het oordeel hard zijn. Die lopen kans om als rups gereïncarneerd te worden of als vlieg." Hij schat de mogelijkheid om dan nog als mens terug te keren minimaal. De kansen zijn dan verspeeld. Hoewel Sita de pandit niet wil tegenspreken, heeft ze zo haareigen opvattingen. Dat de mensen na hun dood naar de hemel gaan en daarna weer in ander lichaam op aarde komen, staat volgens haar vast. Maar dat mensen als vliegen en rupsen kunnen terugkeren als zij zich in hun vorige leven hebben misdragen, zoals pandit Raghubardayan zegt, daar gelooft ze niet in. „Als je eenmaal als mens geboren bent, blijf je een mens", zegt ze stellig. „Misschien word je dan op een lager spiritueel niveau geboren, ik zou het niet weten." Op de boot zijn de mannelijke familieleden met uitvaartondernemer Henk Hofstra in gesprek gewikkeld. De boot is vijf mijl uit de kust verwijderd en hier zal de as worden verstrooid. De zoon, die de asbus nog steeds bij zich heeft, loopt met grote passen naarde boeg. Hofstra trekt hem aan zijn mouw. Het ritueel moet niet in een winderig plekje plaatsvinden, anders waait de as over het dek. ledereen haast zich naar de railing om de plechtigheid zo goed mogelijkte kunnen volgen. Een vrouw vat een jongentje bij zijn kraag en moppert: 'Sta niet op mijn voet, jij. Het gezelschap kijkt met grote aandacht toe hoe het mengsel van as en botten voorzichtig uit de bus wordt gestrooid. Een zoon voegt melk toe, zodat een grijze massa in zee glijdt. Dan volgen de rode rozen, de zak met kruiden en de bloemen die tijdens de rouwplechtigheid werden gebruikt. „Raar hè", zegt een van de vrouwen terwijl zij naar het water blijft staren. „Het was zon stevige man. En nu is er helemaal niets meer van over." Dan draait zij zich om en gaat zij weer op een bankje zitten. Tweemaal weerklinkt luid het scheepsignaal als laatste groet aan de overledene. De vaalgrijze kringen in het water zijn opgelost en de zak met kruiden en de rozenknoppen dobberen steeds verder weg. Nog even en ze zijn voorgoed uit zicht verdwenen. Asverstrooiing voor de Scheveningse kust. FOTO PIET DEN blanken --- WANDELAAR MET WONDERLIJKE EETGEWOONTEN Dat kun je meteen zien aan wat daar verder op het strand ligt: tot verschrompelde tepels ingetrokken zeeanemonen, op schuimrubber lijkende broodsponzen en hele kluiten mosdiertjes bijvoorbeeld, die zich ook niet vrijwillig door de golven op het strand laten zetten. Zeesterren leven net als zeeanemonen op een stevige ondergrond. Bij voorkeur kiezen ze daarvoor de stenen waaruit pieren en dijken zijn opgebouwd. Zeesterren vinden op de pieren ook hun voedsel, mosselen. Ze houden zich zo stevig aan de stenen vast dat ze zelden door de zee kunnen worden losgerukt. Op excursie met de jeugdbond voor natuurstudie klauterden we bij laagwater tussen de enorme betonblokken aan de buitenkant van de Umuidense pier rond. Waaghalserij van h.b.s.-ertjes, die we nu wel uit ons lijf laten. Spekglad waren die stenen door een laag groen darmwier. Je vond voor je laarzen alleen houvast op de witte kalkhuisjes van dezeepokken, waarmee de stenen dicht bespikkeld waren. Ik zie nog het half doorschijnende jadegroene water, dat klotsend in de spelonken tussen de steenblokken vlak onder ons gulpte. Hier vonden we de levende zeesterren, vele tientallen. Later kwamen we levende zeesterren tegen op een heel wat veiliger manier. De Kom in de haven van Terschelling vult zich bij elke vloed en stroomt leeg bij eb via een overlaat in de bazaltdam. Vooral onder de los liggende stenen van de overloop zitten dezeesterren, samen met kloddertjes slijm met dezelfde gemeen oranje kleur als sinterklaasborstplaat. Die kloddertjes zijn zeeanjelieren, zeeanemonen die hun echte schoonheid alleen onder water tonen. Meeuwen maken korte metten met de aangespoelde lijkjes in de vloedlijnen. Maar als we de meeuwen voor zijn, kunnen we de sterren eens goed bekijken. Het valt niet mee aan een bewegingloze zeester af te zien dat het een dier is. Vroeger namen we ze wel mee naar huis om te drogen, maar het duurde een eeuwigheid voordat vooral de grotere exemplaren hun doordringende vislucht kwijt waren. En daarna moest je oppassen dat er geen vocht bijkwam, want dan beschimmelden ze waar je bij stond en begonnen ze weer te stinken. Door ze te lakken als ze eenmaal goed zijn gedroogd, kunjeze wel lange tijd goed houden. Degrauwrode, hier en daar wat paarsig aangelopen rughuid van een zeester voelt i een beetje stekelig aan. Het is dus niet zo vreemd dat zeesterren samen met zeeappels en zeeëgels tot de stekelhuidigen behoren. Hun huid bestaat uit honderden kleine kalkplaatjes. Die zijn door dwarsverbindingen verbonden, zodat ze een fijn net vormen. Aan de buikzijde, aan de onderkant van de armen, hebben ze een wat andere vorm dan op de rug. Daar laten zij rijen gaatjes vrij waar de vele honderden voetjes door naar buiten kunnen. Met die voetjes kruipt een zeester en kan hij zich verbazend stevig mee aan een harde ondergrond hechten. De bouw van een zeester is nogal simpel. Aan de buikzijde ligt tussen de vijf armen de stervormige mond, te zien als een kuiltje als hij dicht is. De ingewanden liggen in de holte tussen de rug- en de buikplaten. Die holte is gevuld met een vloeistof die op zeewater lijkt en als een soort bloedlichaampjes amoebocyten bevat. Die lichaamsvloeistof doet ongeveer dezelfde dienst als het bloed bij hogere dieren. Ademen doet de zeester via met de lichaamsvloeistof gevulde blaasjes, die tussen de rugplaten naar buiten komen en als kieuwen fungeren. Aan de basis van een van de armen zit een ronde kalkplaat, die duidelijk groter is dan de stekelige rugplaten. Met de loep zie je dat die vol fijne gaatjes zit, net een zeef. Door die zeef treedt het zeewater vrij naar binnen in het watervaatstelsel, een speciaal orgaan dat alleen de stekelhuidigen hebben. Dit buizenstelsel vormt een ring J om de maag, direct boven de mond, en t vertakt zich stervormig in de armen. De vertakkingen gaan door tot in de buisvormige voetjes, die door persdruk, dus hydraulisch, bewogen worden, i Wie wel eens een zeester heeft zien kruipen - in een zeeaquarium zoals dat van Artis of in een van de bezoekerscentra op de Waddeneilanden kun je dat zo zien - kan zich verwonderen over de coördinatie van al die voetjes. Het zenuwstelsel van een zeester is ook eigenlijk het enige dat nogal ingewikkeld is. De voetjes werken ook als zuignapjes, wat hun zuigkracht verklaart. Die zuigkracht is niet alleen van belang om de zeester op zijn plaatste houden in branding of sterke stroming. Ik schreef al dat het voedsel van zeesterren uit mosselen bestaat. Levende mosselen, wel te verstaan. Heb je wel eens geprobeerd de schelp van een levende mossel met de handen open te wrikken? In een boekje vind ik dat een volgroeide mossel een plotseling werkende kracht tot vier kilo kan weerstaan. Maar tegen een langzamer werkende kracht is een mossel veel minder bestand. Voortdurend trekken meteen kracht van minder daneen kilo houdt ze op den duur niet uit. Een zeester kan een mossel openen door een trekkracht van ongeveer 1350 gram op het weekdier uit te oefenen en dat doet ze door alle vijf armen om de beide schelpen te leggen. Vervolgens zuigt zij een aantal voetjes op de mosselkleppen vast en begint ze te trekken. De trekkende voetjes worden voortdurend afgelost, zodat de uitgeoefende kracht geen moment verslapt. Na ongeveer drie kwartier beginnen de mosselkleppen te wijken en nog even later gebeurt er iets wonderlijks. Het grootste deel van de maag van de ster komt door de mondopening naar buiten puilen en stulpt zich om het vlees van de mossel. De maag scheidt maagsap af dat de mossel al begint te verteren, als die nog in zijn schelp zit. Als de mossel tenslotte zijn steeds verder opengapende schelp loslaat, stulpt de ster maag en prooi weer naar binnen en is het eten afgelopen. De voedselbrij waarin de mossel veranderd is, komt in de ingewanden in de armen terecht en de verteerde stoffen daaruit worden door de lichaamsvloeistof naarallédelen van het sterrelijf vervoerd. Je kunt je afvragen hoe een ster zijn mossel vindt. Ogen zoals wij die kennen heeft hij ziet. Alleen een paar lichtgevoelige celletjes aan de punten van zijn armen, waar wel licht en donker, maar geen mossel mee te onderscheiden zijn. Er blijft weinig anders over dan de reuk om het toekomstige slachtoffer op te sporen. Maar waarmee ruikt een zeester? Waarschijnlijk met de voetjes. Het gebeurt niet vaak datje levende zeesterren op het strand vindt. Als je ze al eens in de vloedlijn tegenkomt, zijn ze doorgaans dood. Ze zijn meestal afkomstig van kuilvissers, die onbruikbare vangsten overboord zetten. Aangespoelde zeester op het strand. Volwassen zeesterren zijn veel groter. FOTO HENKVANHALM, TROUW --- ZATERDAG ZONDAG VATUUR DEDE WEEK Het is volop paddestoelentijd. Door de hete en droge zomer duurde het lang voordat de paddestoelen tevoorschijn kwamen, maar nu zijn weer veel soorten in bossen en parken te vinden. Op rottende stobben groeien witte buitzwam, elfenbankje, hertezwam, zwerminktzwammetje, gewone zwavelkop, helmzwammetje, wimperzwam, stijfselzwam, houtknotszwam en geweizwammetje. Degeletrilzwam en het roestkleurig kogelzwammetjezijn vooral te vinden op dikke dode takken. Het rode meniezwammetje daarentegen is het meest te zien op heel dunne kraakdroge dode twijgjes. Gewone beurszwam, sierlijke franjehoed, geschubde inktzwam, plooirokinktzwam en kopergroenzwam groeien op stikstof rijke plekken, tussen brandnetels en hondsdraf bijvoorbeeld. De loodgrijze bovist is een typische stuifzwam van droge duingraslanden. Een stuifzwam die gemakkelijk een paar kilo kan wegen, de reuzenbovist, groeit in parken en in weilanden, opmerkelijk vaak vlak aan autowegen. De wortelende aardap- pelbovist is een stuifzwam die er bedrieglijk als een aardappel uitziet en het meest groeit in vroegere eikehakhoutbossen. De straatchampignon, die heel grote hoeden maakt, staat zomaar in de stad tussen de straatstenen. Onder berken staan gewone krulzoom, vliegenzwam, gewone radijszwam, groene berkerussula, berkeridderzwam en berkebraakrussula, terwijl de berkezwam op kwijnende en dode berken groeit. Platte tonderzwam, zwavelzwam, honingzwam en reuzenzwam tasten vaak ogenschijnlijk kerngezonde bomen aan. • De Italiaanse aronskelk in onze voortuin ontplooit zijn wit geaderde pijlvormige bladeren al. Tegelijk zijn nog de kolven van oranje bessen op dikke groene stelen te zien. • Deze week vond een overval van spreeuwen plaats op onze lijsterbes, die in een dag van zijn oranje vruchten werd ontdaan. Het was een lawaai van jewelste. • Ersjirpennoggrotegroenesabelsprinkhanen in struiken en bomen. Dat is nu vaker overdag dan in de avond, zoals in de zomermaanden. ---