ZATERDAG ZONDAG EEN MOOI PROJECT HEEFT WIND TEGEN door STAN DE JONG Een deal tussen dader en slachtoffer, zonder dat er een officier van justitie en rechter aan te pas komen. De Landelijke Projektgroep Dading probeert dit systeem al gedurende vijfjaar aan de man te brengen. Maar tot nu toe met weinig succes. De advocatuur vreest verlies aan inkomsten. En het Openbaar Ministerie wil het vervolgen van overtredingen en misdaden liever niet uit handen geven. Maar de Projektgroep geeft niet op. Ze vermijden angstvallig eikaars ogen. Mevrouw Joke Scheffers en haar 21--jarige pleegzoon Kamiel zijn al enkele jaren gebrouilleerd. En nadat Kamiel voor ongeveer 3 500 gulden aan cheques heeft vervalst, haar cheques, hebben ze niet meer met elkaar gesproken. De confrontatie deze middag vindt plaats op neutraal terrein, in een wat bedompte kamer van Buro Dading Amsterdam. De bedoeling is tot een dading te komen, overeenkomst zonder verdere inmenging van justitie. Aan de kant van de verdachte zit een medewerker van de reclassering. De benadeelde wordt door iemand van slachtofferhulp terzijde gestaan. Het gesprek staat onder leiding van de coördinator van Buro Dading. Na ruim een uur onderhandelen is er een bevredigende uitkomst. Kamiel verplicht zich tot het terugbetalen van het verduisterde bedrag en sluiteen overeenkomst, waarin hij belooft zijn leven te beteren. De emoties zijn hoog opgelaaid, maar het oud zeer lijkt verdwenen. Na afloop van het gesprek lopen moeder en pleegzoon samen naar de bushalte op. „Het was een prachtige dading", zegt een apetrotse coördinator Tineke Bouwes van Buro Dading Amsterdam. „Geen van beide partijen was gebaat bij een rechtszaak. Kamiel zag als een grote donkere wolk een strafblad boven zich hangen. En zijn pleegmoeder was bang dat hij door een veroordeling verder zou afglijden in de criminele sfeer. Dat moeder en zoon ook nog nader tot elkaar zijn gekomen, is een mooie bijkomstigheid." Het strafrecht is 'ultimum remedium', luidt de filosofie achter dading. Waarom zou bij niet al te ernstige strafbare feiten, waarde rechtsorde niet is aangetast en de bewijsvoering relatief eenvoudig ligt, de rechter zich met een zaak moeten bemoeien? Bij een dading sluiten de pleger en het slachtoffer van een strafbaar feit een overeenkomst om de aangerichte schade te vergoeden. De officier van justitie gaat dan niet tot vervolging over. De vergoeding kan bestaan uit een geldsom of gratis werken. Ook is het mogelijk een straat-of omgangsverbod in het contract op te nemen. In feite zijn de mogelijkheden van dading schier onuitputtelijk. Zo kwam een vrouw die op een markt twee flesjes nep- Chanel had gekocht met de oplichter overeen dat hij haar twee echte verstuivers van Chanel moest geven. En een kunstenaar die in een vlaag van dronkenschap en frustratie een auto beschadigde, mocht schadevergoeding betalen in de vorm van een pronkstuk uit zijn collectie. Vijf jaar geleden begon de Landelijke Projectgroep Dading (LPD), een team van bevlogen juristen en sociale wetenschappers onder de vleugels van de vereniging Humanitas, met subsidie van het ministerie van Justitie. Het belang van de overheid was duidelijk. Er rust een zware hypotheek op het strafrechtsysteem. De rechterlijke macht is overbelast, de gevangenissen slibben dicht en de politie moet woekeren met de beschikbare tijd en middelen. Slachtoffers van criminaliteit vinden dat zij onvoldoende (snel) genoegdoening krijgen. Door dading kunnen slachtoffers sneller worden geholpen en kan het justitiële apparaat worden ontlast. Verdachten worden bovendien niet opgezadeld meteen stigmatiserend strafblad. En tenslotte blijft zowel verdachte als slachtoffer de vaak traumatische ervaring van een strafproces bespaard. In 1990 draaide een proefproject in het arrondissement Amsterdam. In politierechterzaken waarbij in eerste instantie besloten was tot vervolging over te gaan, werd gekeken of partijen iets voor dading voelden. Er bleekeen behoorlijke 'markt' voor te zijn. Van de verdachten gaf 78 procent de voorkeur aan een civiele schikking boven een rechtszaak. De benadeelden bleken nog enthousiaster: 82 procent van de ondervraagden was voorstander van een dading. In tweederde van de 274 ter hand genomen gevallen kwam het daadwerkelijk tot een dading. De slachtoffers hoeven niet bang te zijn voor wanprestatie van de dader, aangezien er een garantiefonds is. Na verloop van tijd keert dit fonds de benadeelde het afgesproken geldbedrag uit. In ruil draagt de benadeelde zijn vordering over aan het fonds. Meestal is een beroep op het garantiefonds niet nodig: in negen van de tien gevallen komen de daders hun afspraak keurig na. Omdat je van een kale kip geen veren kunt plukken, heeft Buro Dading met Randstad Amsterdam afgesproken dat verdachten de mogelijkheid krijgen het bedrag bij elkaarte verdienen met uitzendwerk. Daarnaast zijn met enkele grootwinkelbedrijven, Albert Heijn, Blokker, C & Aen V & D, collectief afspraken gemaakt om de schade van winkeldiefstal of verduistering vergoed te krijgen. Voor de betrokken winkeliers is een dading een snel en goedkoop middel om de kosten die in bewaking zijn gestoken voor een deel terug te krijgen. Van traag verlopende en dure rechtszaken hebben winkeliers hun bekomst. Dading vinden zij het „sympathieke alternatief". Op het eerste gezicht biedt dading voor alle partijen grote voordelen. Toch heeft hét project flink wat van zijn vaart verloren. De LPD heeft al jaren moeite subsidie los te weken van het ministerie van justitie. De ambtelijke verkokering wreekte zich. Er werd voortdurend geschoven met potjes en twee jaa r geleden moest er een amendement van de Kamerleden Koffeman (CDA) en Kalsbeek (PvdA) aan te pas komen om het budget voor de toekomst veilig te stellen. Uit een evaluatie van het Amsterdamse project door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum van het ministerie van justitie bleek bovendien dat de geroemde voordelen van dading minder groot waren dan verwacht. De schadebemiddelingsprojecten die wél binnen een strafproces en onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie plaatsvinden, zijn een stuk efficiënter, concludeerden de wetenschappers. De LPD liet snel aantekenen dat de cijfermatige onderbouwing van het rapport niet deugde. Maar een eerste afbrokkeling van het innemende imago van dading was geschied. Tot overmaat van ramp liep in het arrondissement Haarlem een proef met dading uit op een debacle. Er waren acht advocaten betrokken bij de uitvoering. Zij draaiden in zogenaamde piketdiensten. Enkelen behaalden een hoog percentage dadingen, maar de meesten scoorden praktisch nul. In totaal leidde slechts een op de tien geselecteerde zaken tot een dading. „Er was te weinig coördinatie", zegt Mieke Emmen van de LPD. „De advocaten wisten van elkaar niet welke zaken ze onder handen hadden." Ze wijt het echec aan de 'afwachtende' cultuur die in het strafrecht heerst. „Je hoopt dat het voor de zitting nog tot een schikking komt. Zolang het niet menens is, onderneem je niks. Die attitude beheerst ook de advocatuur. Terwijl je voor het slagen van een dading juist actief en in een vroegtijdig stadium moet participeren." Daarnaast kan een rol hebben gespeeld, zo vermoedt Emmen, dat in dit soort toevoegingen (waarbij de cliënt geen of alleen een kleine eigen bijdrage betaalt) de advocaten meer beuren als het tot een proces komt dan wanneer er door justitie wordt geseponeerd. Ook in het aanvankelijk zo succesvolle Amsterdam liep het dading-project averij op. De rol van de advocatuur was hier al tot een minimum beperkt: alleen in ingewikkelde' gevallen werd nog een beroep gedaan op een pool van advocaten. De simpele dadingzaken moesten vooraan zoveel mogelijk door slachtofferhulp en reclassering worden behandeld. Beide instanties hielden daartoe spreekuur. Soms zat de wachtkamer propvol, vaak kwam er geen kip opdagen. Eind 1993 bleek dat het aantal dadingen in Amsterdam met bijna de helft was gedaald. Er werd besloten een coördinator aan te stellen. Die zou de zaak moeten 'stroomlijnen' en bij het parket van de Amsterdamse politierechter naar dading-rijpe zaken mogen snuffelen. Begin '94 rees er een conflict tussen Buro Dading en het parket van de Amsterdamse politierechter. Het parket voelde zich door de dreigende komst van een coördinator in zijn autonomie aangetast en stond erop zelf de selectie van dading-zaken tedoen. De vrees van Buro Dading dat er minder zaken zouden binnenkomen als het OM de touwtjes in handen hield, werd alras bewaarheid. Ook een organisatieverandering op het parket, die pas in september vorig jaar was voltooid, strooide zand in de machine. Besloten was, hulpofficieren op de politiebureaus te plaatsen: zogenaamde hop'ers (hulp officier parket secretaris). Zij moeten een eind maken aan de traagheid in het uitreiken van dagvaardingen en aan de soms slordige processen verbaal, die nogal eens tot vormfouten tijdens de rechtszitting leiden. De hop'ers - veelal oud-inspecteurs van politie-controleren de processen-verbaal op het politiebureau en kunnen verdachten meteen een dagvaarding uitreiken. Met Buro Dading werd afgesproken dat de hop'ers in geëigende gevallen een dadingvoorstel meegeven aan de verdachte. Als de dader iets voor een schikking voelt, belt hij Buro Dading. De officier van justitie neemt vervolgens met de benadeelde contact op. „Ons doel was de hop'ers warm te maken voor dading," zegt Tineke Bouwes. „Probleem is dat een aantal hop'ers er nog niet rijp voor is. Sommigen hebben de neiging te redeneren: die verdachte moet een douw krijgen en mag er niet met een dading vanaf komen." Hoewel sinds die tijd het aantal dadingen in Amsterdam weer gestaag is toegenomen, wordt het oudeniveau nog niet gehaald. De behoudende rol van het Openbaar Ministerie speelde ook een rol in het afketsen van twee dading-projecten in de arrondissementen Maastricht en Arnhem. In Arnhem was er een voorbereidingsgroep van het OM, en zelfs een uitgewerkt plan. Maar uiteindelijk strandde het initiatief op een muur van onwil. Te veel gedoe, vond het OM. Men zag meer heil in de uitvoering van de Wet Terwee, dieop 1 april van dit jaar is ingevoerd, zo kreeg de LPD te horen. De Wet Terwee moet het slachtoffer een betere plaats geven in het strafrecht. De mogelijkheden tot voeging van de benadeelde in een strafproces zijn verruimd. Voorheen kon een slachtoffer een schadevergoeding van hooguit 1 500 gulden worden toegekend. Die grens is komen te vervallen. De Wet Terwee biedt de rechter de mogelijkheid een schademaatregel op te leggen die door de officier van justitie wordt geëxecuteerd. Ook kunnen parketsecretarissen in een vroegtijdig stadium een schadevergoeding met de verdachte afspreken. Op het oog lijken de Wet Terwee en dading op elkaar, maar er zijn belangrijke verschillen. Zo heeft bij Terwee de dader geen garantie dat hij niet vervolgd zal worden. Bovendien gaat het alleen om gevallen waarin de schade eenvoudig aan te tonen is. En ten slotte is, in tegenstelling tot bij een dading, alleen vergoeding in geld mogelijk. „Dading en Terwee bijten elkaar niet", vindt Ivo Baudoin, secretaris van de LPD. „Ze kunnen prima naastelkaarfunctioneren." Volgens Baudoin was de werkelijke reden voor het afhaken van het OM in Arnhem dan ook een andere: „Het OM wil graag de regie in handen houden. Schadebemiddelaars werken voor justitie; wij niet, wij zijn onpartijdig. Parketsecretarissen hebben de neiging hun eigen normen en waarden toe te passen." Niet alleen het OM staat sceptisch tegenover dading, ook uit de'onverdachte' hoek van de wetenschap komt kritiek. Een onprettige bijkomstigheid van dading is dat de benadeelde nogal wat macht in handen krijgt. Sommigever- dachten zijn immers als de dood voor de publiciteit die een strafproces met zich meebrengt. Het slachtoffer zou de hoogtevan schadevergoeding eenzijdig kunnen opdrijven. Prof. mr. G. E. van Maanen, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Limburg, zei tijdens een symposium over dading in 1992: „Ik acht het principieel geen goede zaak dat niet langer het openbaarministerie- als handhaver van de rechtsorde - maar een particulier slachtoffer degene is die in feite bepaalt of er wel of niet geseponeerd zal worden." Met name in geval van winkeldiefstal had de rechtsgeleerde ernstige twijfels over de dading-optie. „Vaak is bij winkeldiefstal nauwelijks sprake van materiële schade, omdat de gestolen goederen meteen worden teruggegeven. Toch worden door het bedrijf aan de dader sancties opgelegd, variërend van een winkelverbod, het betalen van een bedrag aan een goed doel, tot het verrichten van werkzaamheden in het filiaal. Het privatiseren van de straf gaat hier wel heel erg ver." De Limburgse hoogleraar zag het angstwekkend visioen van „Albert Heijn als geprivatiseerde strafrechter" al opdoemen. Maarde LPD geeft niet op. Volgend jaar zullen in de arrondissementen Breda en Rotterdam twee nieuwe pogingen worden gewaagd om het 'produkt' dading aan de man te brengen. Het geloof in dading is niet geweken. Vanuit het 'humanistisch gedachtengoed'is er een medeverantwoordelijkheid van de dader voor de gevolgen va n zij n daad, vi ndt de LPD. Wetgeving en rechtspraak mogen daarom niet te'autoritair'optreden. --- Het ongerief van de spoorwegen es Wat hieronder geschreven staat, is aar- Wat meer is, het is opgetekend met ,et bl°cd uit mijn hart, want ik hou van de en sta steeds klaar om hem te erdedigen tegen rijke patsers met Merceessen en ander spookgerij. Maar ja, 'A n 9 of love is a sad song,'dat weten we al|emaal. °als jullie misschien geraden zullen heb- n' gaat het hier om het openbaar verer - Dat wil zeggen: tegen tram en bus eb 'k vooralsnog niets, al laten ze wel eens an9 op zich wachten en al kan het in een van tijd verkeren. Maar de NS nebben me toch zulke minne streken geleerd, dat ik er nog steeds bijna van achterover sla. Wet mijn reisgenoten ging ik welgemoed °P Pad om kaartjes te kopen naar een liefe'Jk stadje aan een beroemd meer in Zwitserland en (voordezekerigheid en desec urderigheid) plaatsen te reserveren. De eerste maal moesten wij onverrichterzake naar huis omdat de computer het niet deed. Nu ja, zulke dingen kunnen gebeuren, nietwaar? De tweede maal deed de computer het gelukkig wel, maar bleek het nog te vroeg om plaatsen voor de terugreis te bespreken. Dat wil zeggen: voor drie van ons. Voor de vierde, die eerder terugging, was het wel mogelijk en als pleister op de wonde (weer een paar uur verpest, het is daar 's zomers een drukte van belang en zitgelegenheid ho maar) druktedeemployé mij een netjes meteen paperclip bijeengehouden pakje in de hand, zeggende: 'Hier zijn de tickets van degene die eerder terug moet, dan hoeft u daar niet meer naar om te kijken.'Aardig toch? De derde maal bleek bij thuiskomst dat wij weliswaar gereserveerde plaatsen hadden, maar voorde tweede, in plaats van deeerste klas, terwijl de man achter de balie toch de papieren voor zijn snufferd had liggen. Hallo lezers, zijn jullie er nog? Ik weet dat mijn verhaal eentonig wordt, maar ik moet het kwijt. De vierde maal werd ook dat verholpen en wij zorgden dat wij des morgens tijdig op het Centraal Station aanwezig waren. Gehoorzaam stonden wij te wachten op het perron waar onze trein volgens het gele bord zou arriveren, en net toen we dachten: 'Hij is wel een beetje laat, maar dat schijnt tegenwoordig mode te zijn', klonk er een holle stem uit de luidsprekers. Die riep: 'Willen de reizigers naar Duisburg zich naar perron vier begeven? De trein staat voor vertrekken gereed', of woorden van gelijke strekking. Die trein naar Duisburg was onze trein en wij haastten ons met onze verrekt zware bagage hijgend en puffend via de trappen naar de aangewezen plaats, alleen om de trein vlak voor onze neus te zien wegrijden. Toen werden we enigermate pissig. Enfin, geen nood, er ging een uur later een trein die een betere aansluiting bleekte hebben (waarom had niemand ons dat verteld?) en dat we daarvoor geen besproken plaatsen hadden was niet erg, want hij bleek nagenoeg leeg. Even schoof een schim van een gedachte door mijn hoofd. 'Geen wonder', zei die schim, maar ik joeg hem vlug terug naar zijn hol want ik was intussen bijgelovig geworden en wilde geen geesten oproepen die ik later niet de baas zou kunnen. Weliswaar kromp ik elke keer als de kaartjesknipper kwam ineen, denkende: 'Er is vast iets mis', maar dat bleek niet zo te zijn. Veilig en op tijd kwamen we op de plaats van bestemming aan. Maar toen we er een paar dagen waren, geviel het dat één van ons argeloos wilde afrekenen met zijn Zwitserse fra nes- en wat dacht je wat? Hij had waarachtig Oostenrijkse schillingen in zijn hand, ze hadden op het station in het verkeerde bakje gegraaid. Hetzelfde aantal bankbiljetten als hij had moeten krijgen, dat wel, maar met ongeveer een tiende van de waarde. Na een keer lekker eten was zijn reiskas op. Nu ja, vooruit met flinke pas, kom je over de hond dan kom je over zijn staart. Een van ons ging vroeger weg, ik gaf haar de keurig meteen paperclip bijeengehouden reisdocumenten en wij wuifden haar uit. Op onze terug reis gebeurde er niet veel, maar wel iets. In de eerste plaats bleken de Spoorwegen in hun wijsheid voor ons een boemeltrein te hebben uitgekozen, terwijl er een uur later een sneltrein ging die veel vroeger op de plaats van bestemming aankwam. In de tweede plaats waren in het ons opgegeven compartiment de plaatsen wel leeg maar niet gereserveerd. En wij hadden er voor betaald, nondeju I Ach vooruit, een kniesoor die daarover zeurt. Maar wie schetst onze verbazing toen wij bij aankomst vernamen dat onze vriendin, die met het nette stapeltje reispapieren met de paperclip, de hele terugreis extra had moeten betalen omdat er geen retourbiljet aanwezig was? Het arme kind had, omdat mede vanwege de valuta de vakantie toch al zo hartstikke duur was uitgevallen, bijkans geen cent meer bij zich. En de spoorwegen bleken onvermurwbaar: alleen contant geld, mevrouwtje! En ons geld alstublieft! Geen guldens, geen cheques, in welke vorm dan ook! Gelukkig was er een aardige Duitser die haar uit de brand hielp. Van de Oosterburen schijn je het tegenwoordig in geval van nood te moeten hebben. Daarbij past toch slechts één conclusie: je houdt het niet voor mogelijk. Maar eigenlijk is dat niet juist. Ik hoor van alle kanten dezelfde jammerverhalen en de waarheid dient gezegd: de spoorwegen, dat is een ontiegelijke kolerezooi. Ze moeten nodig onder curatele worden gesteld, maar daar hebben ze zich helaas nu net onderuit gewurmd. Leve het profijtbeginsel en het particuliere initiatief. Het lijkt daarzo wel een sterfhuisconstructie. WillyWielek ---