Mar oger-roge vtm 'een aërodynamisch liefdesdrama In zes bedreven' Orkest de Volharing 0.1.v. Jurjen Hempel met koor en solisten J. Bernlef libretto - Willem van Manen muziek Ton Lutz regie di 10 t/m za 21 mei (beh. zo/ma) aanvang 20.30 uur reserveren (020) 6 266 866 THEATER FRASCATI M --- toneelgroep amsterdah NA DE BEVRIJDING vier eenakters over Rusland na de perestrojka wohltemperierte Klavier JEVGENI POPOV nog tot en met za 7 mei Maria doet de was ALEKSEJ SJIPENKO di 10 tot en met za 14 mei Reïncarnatie GRIGORIN GORIN do 19 tot en met za 21 mei Het Kremlin Complot LIET LENSHOEK di 31 mei tot en met za 4 juni THEATER DE BALIE lunchvoorstellingen 12.30 uur reserveren 020 6232904 --- PAUL CLARK met POTTERS JOKE .;■/, Hx Ni - ƒ/ engelstalige voorstelling ... een intieme en licht bizarre wereld... (de Volkskrant) THEATER BELLEVUE di 10 t/m za 14 mei 20.30 uur reserveren: 020 - 6247248 --- (Advertentie) HANS LIBERG en het Noordhollands Philharmonisch Orkest L kWm mei di 24 Haarlem Concertgebouw 023-423366 d 026 Alkmaar De Vesl J 72-127344 vr 27 Kerkrade Rodahal 045-467780 za 28 Siuard Stadsschouwburg 046-510616 juni wo 1 Rotterdam De Doelen 010-2171717 do 2 Groningen De Oosterpoorl 050-131044 vr 3 Amsterdam Concertgebouw 020-6718345 za 4 Eindhoven M.C. Frits Philips 040-44202(1 ma 6 Utrecht M.C. Vredenburg 030-314544 wo 8 Enschede Muziekcentrum 053-858500 --- Kunst Chinese autoriteiten leggen zes regisseurs een filmverbod op PEN HAAG (ANP) - De Chinese ptoriteiten hebben maatre-9elen genomen tegen zes re-9'sseurs die hun films begin dit war zonder toestemming op £et Rotterdamse Filmfestival nebben vertoond. J|en is voorlopig verboden nieuwe te maken binnen of buiten de officiële studio's. Leveranciers van en -apparatuur, en la- ÖOratoria is verboden met de regisj*urs zaken te doen. Het zestal dat op de zwarte lijst van het Chinese ministerie voor film, radio en televisie voorkomt is Tian Zhuangzhuang ('The blue kite'), Zhang Yuan ('Beijing bastards', 'Mama'), zijn vrouw Ning Dai Wu Wenguang ('My time in the Red Guards'), He Vi ('Red beads'), Weng Xiaoshuai ('The days') en Zhang Yimou. Van de laatste gaat de meest recente film Huo Zhe ('Lifetimes') volgende week in première op het Filmfestival van Cannes. Vertoning van de film is in China verboden. De leiding van het Filmfestival Rotterdam heeft begin dit jaar in overleg met de betrokken regisseurs besloten het verbod van de Chinese autoriteiten om de films te vertonen, te negeren. Kort daarna kondigde het ministerie in Peking al aan dat de mogelijkheden om onafhankelijke films te maken, zouden worden ingeperkt. --- Stadsdeel wil beeld Picasso verkwanselen (ANP) - Het stadsdeel £ujd in Amsterdam wil de mogelijkheid onderzoeken om een beeld van picasso in het Vondelpark te gelde *e maken. Met de opbrengst van het kunstwerk zou het park kunnen gorden opgeknapt. e kunst- en cultuurwethouder van A|ïisterdam, Ennst Bakker, is het abso'uut niet eens met een eventuele Het Vondelpark verkeert floor de hoge grondwaterstand in s'echte staat. De opknapbeurt kost rond de 30 miljoen gulden, maar het stadsdeel kan dat bedrag niet opbrengen. e Spaanse kunstenaar heeft het Deeld in de jaren zestig geschonken als voorwaarde dat het blijvend tentoongesteld zou worden. aantal jaren geleden opperde Haags Gemeentemuseum het Pan om een aantal schilderijen, "aaronder één van Picasso, te ver*°Pen om wat meer financiële arms' 9 te krijgen. Het voorstel stuitte °P heftig protest en werd nooit uitgevoerd. --- Hulp Filmfree, de in Amsterdam gevestigde internationale organisatie die opkomt voor bedreigde filmmakers, probeert na te gaan wat zij kan doen om de Chinese regisseurs die door de boycot zijn getroffen, te helpen. Gedacht wordt aan het bijeenbrengen van geld om de betrokken regisseurs van materiaal en studiemogelijkheden te voorzien, zodat zij toch kunnen werken. Filmfree zal hiervoor dan een beroep doen op mensen uit hef filmvak. --- 'De schreeuw. Twee jongens hebben vlak buiten het Noorweegse Oslo op straat een tweede stuk van de lijst van het gestolen schilderij 'De schreeuw' van Edvard Munch gevonden. Vorige week werd bij een bushalte al een stuk van de lijst aangetroffen. Het beroemde schilderij was in februari uit het Nationaal Museum in Oslo ontvreemd. De dieven hebben een losprijs van 2,5 miljoen gulden geëist. --- Jarige kathedraal in verval CHARTRES (AFP, ANP)-De achthonderdste verjaardag van de kathedraal van Chartres ten zuidwesten van Parijs wordt dit najaar gevierd tegen de achtergrond van het verval dat delen van dit monument van de christelijke beschaving bedreigt. Een ingrijpende en kostbare restauratie is noodzakelijk. De grondige opknapbeurt gaat een kleine veertig miljoen gulden kosten en voor 70 procent van dat bedrag is er nog geen financiering. Van 4 september tot 17 oktober worden allerlei festiviteiten gehouden om het achtste eeuwfeest van de Notre-Dame de Chartres te gedenken. Inmiddels is de vereniging 'Chartres, heiligdom van de wereld' opgericht, die moet proberen het ontbrekende geld voor de restauratie bij elkaar te krijgen. De Franse staat is bereid gedurende vijfjaar twee tot drie miljoen gulden per jaar bij te dragen. Op de plaats van de kathedraal werd in de vierde eeuw al een christelijke basiliek gebouwd. In 1194 verwoestte brand het westelijk deel van dat inmiddels gegroeide complex en werd begonnen met de herbouw in gotische stijl. Alle inwoners werden ervoor gemobiliseerd en dagelijks werkten er 300 mensen aan. De herbouw nam niettemin ruim 25 jaar in beslag. De kathedraal van Chartres is vooral beroemd door de ruim 3000 m 2 glas-in-loodramen, in totaal 175 stuks, waaronder drie grote en twaalf kleine roosramen. Vooral het daarin overheersende blauw, het 'blue de Chartres', heeft een uniek effect. Het deel van de ramen dat uit de twaalfde eeuw stamt, ongeveer een zevende van het totaal, is in 1977 gerestaureerd. De luchtverontreiniging heeft de andere ramen sterk aangetast. Ook worden zon vierduizend gebeeldhouwde figuren bedreigd en heeft het interieur een grondige schoonmaakbeurt nodig. --- Om redenen die er hier niet toe doen door Margriet de Moor * ontving de oproep tegen de avond. Het was nog een beetje ik stond bij de gootsteen mijn kleren te wassen, toen ik de klep van de brievenbus hoorde. Een hare van koper op koper: iemand 'ïad mij iets te zeggen. Even hield ik rr"in armen roerloos boven de emmer, toen ging ik door met het ■'Poelen en wringen van mijn onderzoeken, een overhemd, twee paar "arde sokken die door het wassen n°9 viezer waren gaan stinken. Om redenen die er hier niet toe doen, perkte de wasmachine niet. Ik liep e* plaatsje op en hing mijn plunje aan een lijn in het halfduister. Nerj ens in de buurt brandde licht. ■Je*t waaide. De dennen tussen de nuizen zwiepten heen en weer en Jk rook een spoor van salpeter. Ik n°efde niet eens omhoog te kijken °m te weten dat er vanuit zee een lucht kwam opzetten. Vana *nt, herinnerde ik me, hebben ze I eer een boot aan de grond laten °Pen. Zonder nog een seconde te verspe|en ging ik het huis in en aaPte bij de voordeur een briefje op, dat met zwart isolatietape zat oichtgeplakt. naam, in het handschrift van narry, een van mjjn neven van moe. °erskant. Bij het laatste licht dat door het keukenraam viel, keek ik aar de hanepoten van een man "iet wiè ik twee paar overgrootouers en een paar grootouders deele. Hoewel hij op nog geen uur lo- bij mij vandaan woonde, had ik hem - om redenen die er hier niet toe doen - in geen vier jaar gezien. Ik trok met een voet een stoel bij de tafel, schoof met een arm de bende opzij en besefte dat buiten de wind aanwakkerde. Toen scheurde ik het briefje open. Wat zit in een hoekje en wordt steeds kleiner en roder? Ik haalde mijn laatste sigaret uit het pakje. Balancerend op de achterpoten van mijn stoel keek ik naar de woorden van het raadsel en het antwoord, dat ik heel goed kende, bracht mij een atletische jongen in herinnering, beetje pafferig, Harry, met grote roze handen. Toen het volslagen donker was, trok ik mijn jekker aan. De wind overviel me, zodra ik buiten kwam. Met zwaaiende armen legde ik de twee straatjes af die naar het strand voerden en daalde langs het duin omlaag. Ondanks de heibel met het schip dat verderop, onzichtbaar in de duisternis, geplunderd werd, nam ik de kortste weg. Onderaan de helling voelde ik plotseling dat ik abrufit moest stoppen om niet tegen iemand aan te botsen die vanuit een andere hoek dezelfde richting op ging als ik. Ik voelde, als een muur, een harde warme aanwezigheid, minstens zo vastberaden als de mijne. „Wat doe je hier?" begonnen we allebei. „Wie ben je?" en struikelden weg over het zand. Toen ik boven de branding en de storm uit geschreeuw hoorde, en licht heen en weer zag schieten, waren mijn pupillen verwijd en stonden mijn nekharen overeind en dacht ik toch, in de allerdoodkalmste rust, alleen maar aan Harry. Hij kwam uit de polder. Familie. De Vijftig theaters in Europa brengen elke vrijdagavond een groet aan het publiek van Sarajevo. Voor of na een voorstelling leest een van de acteurs een toepasselijk verhaal voor dat is geschreven op initiatief van de Amsterdamse stichting Scheherazade 2001. Trouw publiceert de komende maanden vier vertellingen. Vandaag: Margriet de Moor (genomineerd voor de Libris Literatuurprijs voor haar roman 'De virtuoos') met 'Om redenen die er hier niet toe doen. ]_ boerentak van de familie. Binnenvetters met ruwe zwarte handen. Alleen Harry's handen waren roze en zijn openhangende mond nam niet weg dat hij tienen haalde voor wiskunde. Harry kwam iedere augustusmaand aan zee logeren. Mijn kinderjaren zijn ondenkbaar zonder die zomers waarin een reus van een neef, vijfjaar ouder dan ik, op een keer een vlieger construeerde met driehoekige draagvlakjes van aluminium. Zijn conversatie bestond, afgezien van 'toe maar' en 'nee', uit humor. „Moetje horen", zei hij en tikte me op een windstille avond aan. „Weetje wat het toppunt van gladheid is?" We hadden net gegeten en in de schemering vlogen zwaluwen rondjes boven de huizen vanwaaruit je in het westen een paar boten op een eindeloos lome zee kon zien varen. „Een paling in een emmer snot", en grijnzend liep hij door. Het toppunt van geilheid, het toppunt van lawaai, ken je die bak van die Belgen? Ik kreeg het allemaal te horen en de zomers gingen voorbij. Ik herinnerde me als in een droom die keer dat we er met ons allen in een aftandse sloep op uit waren gegaan om zeebrasem te vangen. Op de plek van een verzonken Romeinse burcht doken we het water in. Het tij was laag. We schepten de vissen tussen de ruïnes vandaan en klommen op eeuwenoude muren om uit te rusten. Daar zat ik, met een gigantische zon op mijn schouders en zoute ogen, toen Harry ineens voor mij opdook. Zijn haar lag als een helm om zijn hoofd. Een beetje buiten adem zij hij: „Weet je het toppunt van werkeloosheid?" Ik had hem nog nooit zo teleurgesteld. Terwijl hij mij vanonder zijn wit uitgebeten wenkbrauwen aanstaarde, zei ik: „Nee .. ?" en zag zijn ogen bijna lieflijk, helderblauw oplichten. „Spinrag in de kut van een hoer." De zee had die middag blinkende oranje strepen tot aan Engeland. Mijn gedachten braken af. Ik had het tumult bereikt. Het was gaan regenen en een ziedende flits belichtte heel even een extatisch tafereel, diepblauw, waarin een tweemaster slagzij maakte op het strand en een aantal gekken schreeuwend heen en weer rende. Het waren burgers uit de streek, ambtenaren net als ik, err artsen, onderwijzers, met verwrongen gezichten. Er dreunde een slag en het donker omhulde ons weer. Zonder ook maar een stap te wijken, zette ik mijn route voort, op mijn hoede, maar niet bang. Want ik kende deze koorts, uit eigen ondervinding, van de vorige keer, toen een schip onze lichtjes als eindbestemming koos. lemand versperde mijn weg. Ik rukte me kregelig los. Opnieuw had het briefje van Harry mij in beslag genomen. Dansend in het noodweer, midden tussen de plunderaars, dacht ik aan het smakeloze raadsel dat Harry mij in de tijd van mijn eerste verliefdheid had opgegeven. Ik was dertien, zij ook. Ik was blond, zij donker, donker van haar en donker van een onuitsprekelijk zachte, naar Antilliaanse bloe men en kruiden geurende huid. Na het vuurwerk dat de Rally van Monte Carlo besloot, had ik haar op het strand een kus mogen geven en ik was onder een hemel van raadsels en geluk achtergebleven. Daar had je Harry met zijn aarzelende grijns. „Wat zit in een hoekje en wordt steeds kleiner en roder?" Het was de ochtend na het vuurwerk, 's Nachts in mijn bed had ik van papegaaien gedroomd. „Een baby met een kaasschaaf", zei ik onverschillig. Er trok een waas over zijn gezicht. Nu moest ik de andere kant toch bereikt hebben. Ik was zeker een uur onderweg en van het geschreeuw viel al lang niets meer te horen. Alleen, ook hier, storm, storm en mijn blinde gescharrel om onderaan het duin de doorgang naar het dorp te vinden, een mooi vissersdorp met blauwwitte luchten, en zwarte, tegen de kaden uitgespreide visnetten, en 's nachts een lichtbundel uit een meisjesachtig smalle vuurtoren. Nu regen. Absolute duisternis. Hoe moest ik lopen? Harry woonde in het centrum naast een bakkerij. Zonder een sterveling tegen te komen, vond ik na een minuut of tien een dichtgetimmerde winkel met daarnaast een deur die mij op de tast bekend voorkwam. lemand had een touwtje uit de brievenbus gehangen. Hij zat in de keuken. Bij een lichtje, aan een met rommel bedekte tafel, zat een grote halfkale man die zijn ogen onafgebroken op een gedeukt theeblikje hield gevestigd, vlak naast zijn linkerarm. Hij stond niet op en antwoordde niet toen ik zijn hand greep en 'Beestenweer!' zei. Pas na een tijdje, waarin wij zwijgend tegenover elkaar zaten en hij ineens aan me vroeg of ik het nog wist, pas toen schoot er een straaltje leven in zijn ogen. „Wat zit in een hoekje en wordt steeds kleiner en roder..." Ik schudde mijn hoofd. Hij keek me aan. „Nou?" vroeg ik. Hij boog zich met een waakzame blik naar mij over, tuitte zijn lippen en zei zachtjes, woord voor woord: „Een jongetje met een kaasschaaf." Alsof hij mij een wachtwoord inprentte. Dit verhaal wordt vanavond voorgelezen in onder meer de Rotterdamse Schouwburg, de Blauwe Zaal in Utrecht, LAK-theater in Leiden, Bellevue Danswerkplaats in Amsterdam, Theater Romein in Leeuwarden, Korzotheatec in Den Haag, Plaza Futura in Eindhoven en in vijf theaters in Bosnië. --- Bevrijdingsdag gevierd met popmuziek Trans Global Underground - met exotische zangeres - was een van de groepen die gisteren op de manifestatie Bevrijdingspop in Haarlem optraden. FOTO PATRICK POST --- Conclusie Hij had toen onmiddellijk de conclusie moeten trekken meer gebruik te gaan maken van zijn improvisatietalent. Bovendien dat hij zijn met veel minder talent begiftigde zus voortaan thuis moest laten. Maar nee, in zijn nieuwe, tweede programma is haar aandeel juist nog groter. En in plaats van blijk te geven van de gewenste vernieuwing, lijdt 'Duet' aan gemakzucht en schijnbare ondoordachtheid. Dat is vooral jammer omdat duidelijk is dat Van der Heyden eigenlijk veel beter kan. --- Modern sprookje Hij toont zich een goed verteller, als hij begint met een modern sprookje. Het is bijzonder fraai van opzet, maar wordt flauw, langdradig en slordig uitgewerkt door een overvloed aan uitweidingen en woordspelingen, die Freek-de-Jonge-invloed verraden. Verderop houdt hij een schitterend live-gesprek met een dame van een 06-sekslijn en begint verwachtingsvol aan het uithoren van zijn openhartige publiek over overspel. Maar op het moment datje - zoals bij Paul Haenen - geïnteresseerd naar het puntje van je stoel schuift, laat hij de situatie volkomen doodbloeden. Tussendoor zingt hij een bijzonder aardig lied over een krantenwijk, maar ook enkele nietszeggende nummers. En hij eindigt met een lang verhaal over liefde en geluk, dat echter al na een paar minuten verzandt in clichés en dat de avond onnodig rekt. En het programma duurde met zijn ruim twee uur toch al veel te lang, want maathouden kan de cabaretier ook al niet. --- Serieus Arno van der Heyden gaat in juni eigen tv-shows presenteren en ik denk dat hij op televisie beter op zijn plaats is. In het theater worden immers hogere eisen gesteld aan creativiteit en originaliteit dan waar Van der Heyden toe bereid is. Theaterpubliek verwacht ook dat het serieus wordt genomen. Ook dat doet Van der Heyden niet. Hij staat in zijn gemakzucht immers voortdurend repertoire te imiteren en te kopiëren, ook van anderen dan zijn grote voorbeelden Herman van Veen, Freek de Jonge en Paul Haenen. Het is onbegrijpelijk en kwalijk dat niemand hem duidelijk heeft gemaakt dat talent alléén nog lang niet voldoende is om een goed theaterprogramma te maken. --- Ornament Sottsass kwam op het weinig oorspronkelijke idee om het ornament te herintroduceren en bedacht een stijl die eerst als Alchimia (de naam van de Milanese ontwerpstudio) en later als Memphis door het leven zou gaan. Memphis deed het gezegde 'van dik hout zaagt men planken' alle eer aan. Het ornament was terug en hoe! Een boekenkast die slechts enkele meters boeken kon bevatten, werd een monument ter grootte van de Are de Triomphe, een bed was bijna net zo groot als autobus, en zelfs de meest normale gebruiksvoorwerpen in de huishouding kregen een schaalvergroting die ze totaal onbruikbaar maakte. Tegelijkertijd, en daar bleek de ambivalentie bij de ontwerper Sottsass te zitten, ging hij door met zijn pure functionalistische ontwerpen. Voor Alessi maakte hij voorwerpen voor gebruik aan tafel (bestekken, een geraffineerd mooi peper- en zoutstel), die weliswaar ook een architectonische draai kregen, maar die in al hun simpelheid heel bruikbaar zijn. Alchimia en Memphis liepen bij Sottsass naadloos in elkaar over. Het element van schromelijke overdrijving, de vrolijke en uitbundige kleuren, het a-praktische en de bewust ordinair aandoende dessinering, hadden een sterk retro-karakter. Duidelijk was dat Sottsass in deze tijd naar art déco en art nouveau keek, maar in contrast daarmee het gebruik van eerlijke materialen had vervangen door kunststoffen en andere nep-materialen. In die tijd paste hij nog een andere element toe dat hij eerder in de architectuur had gebruikt, namelijk dat van de stapeling. Torens die op Indische stoepa's lijken, op menhirs en minaretten (allemaal gezien op reizen, op de tentoonstelling hangen de foto's er als bewijsmateriaal bij), lieten gereduceerde vormen zien in eindeloze stapelingen. Niets werd meer verhuld, de dooscultuur was definitief tot een einde gekomen. Ook na de Memphis-stijl bleef Sottsass slordig en verkwistend met de ruimte omgaan. Elke kast die hij in de jaren tachtig en negentig ontwierp, neemt nog altijd veel ruimte in, oogt onpraktisch, maar is wel een duidelijk statement van de bezitter. Wie een Sottsass-kast in huis heeft (voor zover dat kan, want Noordwesteuropese huizen zijn veel minder ruim dan de Italiaanse, waar Sottsass toch in de eerste plaats voor ontwerpt), moet erop rekenen dat hij niet zo veel meer plek. voor andere zaken overhoudt. Bovendien verdragen objecten in de nabijheid van zon kast zich niet goed, ze worden visueel overstemd, overschreeuwd. Meer en meer zoekt Sottsass naar een weelderige taal: een eenpersoonsbed is een koninklijke troon waarvoor een slaapzaal en niet een normaal vertrek nodig is. Zelden heeft hij nog een antwoord op het probleem dat het gemiddelde huis steeds kleiner wordt, in plaats van groter, de maat waar hij zijn produkten op richt. Een dieptepunt van ontwerpen zijn de torenreeksen die hij rond 1989 maakte en waarvoor hij zich eveneens door exotische culturen liet inspireren. Het zijn kasten die aan de bovenzijde een wanstaltig fries dragen, een bouwconstructie die tot gigantische formaten is opgeblazen en met zijn goudkleurige finishing" touch overal staat te detoneren. Nog veel lelijker zijn de schalen in keramiek die hij sinds enkele jaren ontwerpt. Nadat de abstracte geometrie al een decennium is uitgewoed, komt Sottsass doodleuk met klakkeloze cirkelvormen in foeilelijke decors. In plaats van rijpheid te tonen blijkt Sottsass zich nog steeds te verzetten tegen wat hij kennelijk als een vastgelopen mode beschouwt. Maar waar tegen verzet hij zich? Toch niet tegen slechte smaak die met een bewuste, even slechte smaak wordt gepareerd? Cees Straus Retrospective Ettore Sottsass, t/m 5 september in het Centre Georges Pompidou in Parijs. Cat. 200 frs (ca. ƒ 68). --- Arno van der Heyden kan zijn zus voortaan maar beter thuislaten cabaret AMSTERDAM - Jonge cabaretiers die zo veelzijdig zijn als hij en die over zon grote uitstraling beschikken, zie je niet vaak. Daar staat tegenover dat ik zelden een nieuwkomer zo zijn talent te grabbel heb zien gooien als Arno van der Heyden doet. Arno van der Heyden won in 1992 het cabaretfestival Cameretten met een optreden dat zowel overtuigend als opmerkelijk was. Hij noemt zich een 'alleenstaande cabaretier met zus. Die zus, Tanneke, speelt en zingt mee in zijn cabaretprogramma's. Op die finaleavond van Cameretten was zij plotseling haar stem kwijt. Dat maakte haar zwijgende aanwezigheid wat kolderiek. Maar wat belangrijker was: Arno van der Heyden kreeg hierdoor de kans te laten zien hoe hij zich, al improviserend, uit zon onverwachte situatie zou redden. Hij slaagde met glans. --- Frank Verhallen Nog t/m zaterdag 7/5 In Theater Bellevue, Amsterdam. Tournee t/rp juni 1995. --- Met een kast van Sottsass is het huis meteen te klein vormgeving PARIJS - Schetsen, tekeningen, notities en vluchtige probeersels zijn soms veel interessanter beeldmateriaal dan het uitgewerkte project. Op de eerste grote overzichtsexpositie van de Italiaanse ontwerper Ettore Sottsass, in het Centre Pompidou in Parijs, zijn honderden voorstudies - getekend, gefotografeerd en als maquette - te zien. Ze tonen Sottsass als een eeuwig zoeker die zich makkelijk laat beïnvloeden door vreemde culturen, die openstaat voor spontane invallen die bovenal een integere uitwerking krijgen. Sottsass, die met zijn 77 jaar op het einde van zijn carrière lijkt te zijn gekomen, maar nog elk jaar een fikse produktie aan ontwerpen kent, blijkt een gespleten persoonlijkheid. Dat blijkt niet uit het feit dat hij zowel architect als industrieel ontwerper is. Dat zijn immers twee disciplines die elkaar kunnen bevruchten. Het blijkt wel uit zijn stijloverwegingen. In de jaren vijftig en zestig behoorde Sottsass tot de meest puristische functionalisten van wat wel eens de Florentijnse School is genoemd. Functionalisme betekende voor Sottsass, die in die jaren zijn meeste ontwerpen voor Olivetti (kantoormachines) en Poltronova (meubilair) maakte, in de eerste plaats pure doelmatigheid. Dus zagen zijn rekenmachines er ook daadwerkelijk uit als ingewikkelde machines onder een alles verhullend kapje. De schrijfmachines waren logge, volstrekt onappetijtelijke apparaten, loodzwaar, die een sfeer van noeste arbeid uitstraalden. Slechts een enkele keer lukte het hem een aardige machine te ontwerpen: de draagbare Valentine van Olivetti kwam op de designafdeling van de belangrijkste kunstmusea terecht. Nog altijd is de uitsluitend in rood uitgevoerde typemachine een vrolijke, bijna frivole verschijning. Niet gebouwd voor zware arbeid, maar voor het plegen van af en toe een kattebelletje. Ook daar ademt het ontwerp van Sottsass de zelfde verwachting als de andere kantoorapparatuur die hij bedacht: je krijgt precies wat je ziet. De enige dissonant heeft hij nooft kunnen wegontwerpen: het apparaat zelf en de beschermkap die tevens als draaghouder dienst doet, zijn in rood uitgevoerd, terwijl de dopjes op de lintrollen in een pesterig oranje zijn gespoten. De combinatie van de twee kleuren die heel dicht bij elkaar liggen, wekt bij de gebruiker nog altijd forse irritatie. Aan het einde van de jaren zeventig concludeerde Sottsass dat het functionalisme, tot dan de langst durende stijl van de 20e eeuw (immers al in de jaren tien tot stand gekomen), was vastgelopen. Het streven naar doelmatigheid had ertoe geleid dat een object alleen nog maar in volstrekte naaktheid kon functioneren. Uniformiteit was troef geworden: of het nu een koffiezetmachine of een computer was, alles stak in een dezelfde grijze doos. ---