„We wilden haar spulletjes overnemen, maar die pasten niet. Vreemd dat ze nu in Jaaps hoofd staan opgeslagen." In de rubriek Biblia. ■ VRIJDAG Bij trouw in letter I & GEEST S --- Lucas Reijnders: „Een slimmerik heeft nu bedacht dat je dit probleem kunt omzeilen door kleurstof toe te voegen aan het kippevoer." VRIJDAG BIJ TROUW IN [letter] 1& geest] --- Socrates: 'Waar ga je zo snel naar toe?' Fred: Tennissen.' VRIJDAG BIJ TROUW IN [LETTER 1 1& geest] --- Samenleving Geef deskundigen weerwoord' Mr. Slagter: Oordeel sommigen voor rechters bijna een wet door Anita Löwenhardt pTERDAM - Deskundigen geraadpleegd worden in f fzaken moeten een rechts- Tjjtie krijgen en tijdens de Ptszitting zeker het recht hebben. vindt mr. S. Slagter, vice-presi' van de Amsterdamse recht-5 die daarover vandaag een inln9 zal houden op de studiedag en onmacht van de des- in de strafrechtspleging' de VU in Amsterdam. °9al wat strafzaken treden dessen op. Psychiaters, psycholo' sociologen, reclasseringsamb!* en. taalwetenschappers, art/ farmacologen, toxicologen, en grafolegen .Vn rapporten uit om de rech| "ij hun eindoordeel te helpen , Stileren hun kennis meermalen Sng. Il Qeskundig iemand moet zijn om van justitie en rechters .advies te dienen, weet niey In de wet staat slechts dat de iemand kan raadplegen die kennis heeft' en ook /het overige mist de deskundigen wettelijke status. ' j *°u mr. Slagter veranderd willen (E1 '.Omdat deskundigen niet zel: de zitting fel op hun ; jjSvviJze aangevallen worden r hetzij de officier van justitie de advocaat van de ver- vind ik dat zij een (wettelijk vastgelegd) recht op weerwoord moeten krijgen, in plaats van gedwongen te worden er passief bij te zitten. Dat vind ik onredelijk, evenals het feit dat iedereen, rechters, officieren van justitie en advocaten, naar believen iets uit hun rapport kunnen halen, alsof het een fruitmand betreft." Wettelijke status of niet, de deskundigen krijgen veelvuldig, steeds vaker en soms felle kritiek naar hun hoofd. Sommigen van hen wordt verweten dat zij af en toe geneigd zijn op de stoel van de rechter of officier van justitie plaats te nemen. Zo viel tijdens de strafzaak tegen de verdachte van de moord op de Turkse vakbondsleider Karaman het verwijt te beluisteren dat de Leidse professor Nauta, als deskundige op het gebied van de Turkse samenleving, bijna de zetel van de officier van justitie innam toen hij zei er absoluut van overtuigd te zijn dat eerwraak het enige motief voor de moord was geweest. Columnist Lex Dura waarschuwde onlangs in Vrij Nederland voor deskundigen die zich bemoeien met de inhoud van het recht. Ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, sabelde de roemruchte poppenmethode, die deskundigen gebruikt hadden om incest bij kinderen te 'bewijzen', genadeloos neer. En in de zogeheten paskamermoord bekritiseerde de rechterlijke macht de kwaliteiten van speurhond Tim en zijn bazen fel. Deze en andere kritiek wringt des te meer vanwege de vraag wie nu eigenlijk deskundig is en hoe deskundig dan wel. Mr. Slagter erkent dat het „inderdaad een probleem is wie deskundig is. Neem een beginnende reclasseringsambtenaar of zelfs iemand die stage loopt bij de reclassering en een rapport uitbrengt. Die is natuurlijk (nog) niet echt deskundig op het gebied van de gedragswetenschap. Aan de andere kant weten reclasseringsmensen vaak veel." --- Zwaarwegend Daarbij komt de kritiek op getuigedeskundigen voort uit de wetenschap dat rechters veel waarde hechten aan hun oordeel. Mr. Slagter: „Inderdaad wegen rapporten van deskundigen buitengewoon zwaar bij onze beslissing. De reden daarvoor is dat je je geen facet van de maatschappij kunt voorstellen waar een rechter niet mee te maken krijgt en hij kan nu eenmaal niet van alles verstand hebben." Voor het goede begrip moeten we, legt mr. Slagter uit, alle mogelijke deskundigen, die vaak onder één noemer gevangen moeten worden, onderscheiden. Er zijn twee hoofdterreinen, kortweg de alpha- en bèta-wetenschappen. Onder het tweede vallen uiteenlopende natuurwetenschappelijke en medische zaken als wapenkunde, vingerafdrukken en de DNA-wetenschap, „hele specifieke terreinen waarop wij niet deskundig zijn", zegt Slagter. „Dat betekent dat het oordeel van wetenschappers op dat terrein bijna een wet voor ons is. Als natuurwetenschappers iets zeggen, twijfelen wij daar niet zo gauw aan. Dus kun je je afvragen of wij niet te veel overgeleverd zijn aan dergelijke deskundigen, bijvoorbeeld die op medisch terrein." „Je hoeft maar een willekeurig blad op te slaan en de populair-wetenschappelijke medische rubriek te lezen om te zien in hoe grote mate de zekerheden van gisteren de onzekerheden van vandaag geworden zijn. Neem het DNA-onderzoek. Dat heeft een enorme revolutie teweeg gebracht, ook in de rechtspraak. Voor ons blijft echter de vraag hoe zeker zon onderzoek is. Ik geef een voorbeeld. Ik heb zelf de allereerste verkrachtingszaak behandeld waarbij een DNA-test toegepast werd. weest kon zijn. Dat is een mooi voorbeeld van de tegenstelling tusssen de klassieke bewijsmiddelen en de nieuwe (medische) ontwikkelingen. Een en ander leidt overigens tot heftige discussies, omdat de vraag rijst of er wel voor .honderd procent zekerheid is." Dan het terrein van de alpha- of 'Rapporten wegen buitengewoon zwaar bij uiteindelijke beslissingen' Het ging om een man die ervan verdacht werd meerdere vrouwen verkracht te hebben. Hij was eerder voor een dergelijk feit veroordeeld, er waren voor hem belastende getuigen-verklaringen en één verkrachting had hij bekend. Toch bleek in hoger beroep, uit een DNAtest, dat hij niet de verkrachter gegedragswetenschappen. Mr. Slagter: „Daarmee voelen wij ons niet helemaal een vreemde in Jeruzalem, want door onze ervaring als rechter weten we wel iets over gedragspatronen van mensen. Daardoor kunnen wij beter dan bij de bèta-wetenschappen rapporten beoordelen. Neemt niet weg dat de vraagt blijft wat je als rechter doet als er onze kerheden blijven." „Stel, je hebt een rapport van een gedragskundige dat niet helemaal overtuigend is en op grond daarvan wil de advocaat een tegenrapport. Dat kun je als rechter moeilijk weigeren, want dan laad je de verdenking op je dat je een beetje eenzijdig bezig bent. Nu wijkt dat tweede rapport af van het eerste en dan heb je een probleem, want hoe maak je dan je afweging?" „Dus, terwijl de bedoeling van rapportage door deskundigen nu juist is de rechters een beter inzicht te verschaffen op een voor hen onbekend terrein, krijg je daardoor nu juist meer onduidelijkheid. Daar komt bij dat zon tegenrapport de zaak - niet bij een ernstig delict natuurlijk, maar zeker bij een relatief kleine zaak - een beetje topzwaar maakt en al die tijd moet de verdachte maar op zijn rechtszaak wachten, al dan niet in verzekerde bewaring." Mr. S. Slagter: 'Hoe maak je je afweging?' foto maartje geels --- Ede is 'trendsetter' bij scheiden afval aan bron e" onzer verslaggevers iij £ Gemeentelijk afvalbehs domweg een kwestie vindt de Edese l|r van milieu, Hoij- W-en drie jaar durende \*n^e 2 heeft dat met een uit- systeem van afvalpa'n 9de boeveelheid te ii| nof te verbranden huish t et ruim de helft kan wor*ch? ru99ebracht. Naar ver- lr>9 besluit Ede in januari '* r,6'1'60 inzameling in de irSv9erneente (90 000 inwon te voeren. ?87 ls bij 6 200 huishoudens '(in | ' groente-, fruit- en tuinafsS Jar9°n: GFT-afval) gescheiden \a a door de re'n'9'ngsc'ienst. NlonSt 2arrielde een particuliere 'i 9la Stichtin9 biJ 5 00° wonin' %|n s.- Papier, textiel en plastic V'j' Jargon: de drcge compo- Or >'n een deel van Ede werden 6 milieuboeren' ook nog P, kte koelkasten, gasfornuig' OrJÏ .Is en ander ongeregeld !t gehaald. !iciee!r,-ibinatiePr°iect Ede' wordt Mine Jar>uari beëindigd, maar \üries staat nu al vast. Volgens Nat e Ho'Jtink bewijst de S ta Ede °P zn slofjes de ambi-81 miii tellin9en van net Natio' Öoore"be|eidsplan-plus kan ha- SisCk het aan huis ophalen van %n, afva| en 'droge compost j °'i laagbouwwoningen ' l rs m h°eveelheid huisvuil dat fSnrJ l Worden 9estort of 'kt Al"16* 41 Procent teruggeleid cjp ?daar nog bij worden op- I» h9e flessen die in de 9las' k%n ri-en 9egooid en de oude Vir W* met gemeentesubsidie kh ' dann'9'ngen worden ingezakt Bii 's de 'winst' liefst 54 pro> 'aagbouw althans. --- een lust om te sjouwen Sfetomte «jouwen k'Srt 2aak een stuk moeilij- Chts «an m het gunstigste geval o^berIe,ductievan2sProcent Ii h°din X- Een Probleem waar l|>rw .onderzoek naar moeten Cj'idL n'zobleek gieren in »?pr°ie« ?6n con9res over het lh «' flats ontbreekt vaak fc>ZiinHm,afvalbakkenteplaatrj7< d . lo°Pafstanden groter °m met Dakken te L>uwinzou „Voor kX 'izarn ,'n de toekomst een f'in9ssysteem nodi9"' e ö- Steeghs, coördinator van het Edese project. Steeghs, medewerker van het Centrum voor energiebesparing en schone technologie in Delft, had voor de bezoekers van het congres, overwegend ambtenaren van gemeenten die nog tegen gescheiden inzameling zitten aan te hikken, een heldere boodschap: iedere gemeente die niet met de grootst mogelijke haast begint met het gescheiden inzamelen van afval, zadelt haar burgers binnen enkele jaren op met veel te hoge kosten. Want het storten of verbranden wordt straks peperduur en het is de burger die die iasten moet dragen. Daar komt nog bij dat minister Alders (milieu) heeft aangekondigd dat de gemeenten per 1 januari 1994 het organisch afval verplicht gescheiden moeten inzamelen. Binnen vier jaar zou de hoeveelheid gescheiden opgehaald groente-, fruit- en tuinafval moeten zijn toegenomen van 75 000 ton tot een miljoen ton op jaarbasis. Ook de gemeente Apeldoorn (150 000 inwoners) is al vrij ver met de invoering van gescheiden inzameling. Een reductie van 54 procent bij laagbouwwoningen zal daar niet zo snel worden bereikt, omdat in Apeldoorn de 'droge componenten' niet aan huis worden afgehaald. De inwoners moeten dat afval zelf in containers deponeren. Organisch afval wordt al wel huis-aan-huis afgehaald bij laag- en hoogbouw en dat heeft een kleine veertig procent 'minder' afval opgeleverd. „Toch hebben we goede hoop dat we op wat langere termijn ook in Apeldoorn een afvalreductie van zestig procent kunnen halen", zegt P. Kalfsvel, directeur van de gemeentelijke dienst afvalstoffenbeheer. Apeldoorn en Ede worden vaak in één adem genoemd als het gaat om gemeenten die ver zijn met de afvalscheiding. --- Reprimande De Gelderse milieugedeputeerde C. Stigter had gisteren tijdens het symposium niets dan lof voor het Edese project. „Ede is een trendsetter", zei ze. Stigter hamerde er op dat het project nu zo spoedig mogelijk regionaal wordt opgepakt en vervolgens schoffeerde ze de gemeente Barneveld, die „nog weinig initiatieven heeft ontplooid op het gebied van gescheiden inzameling". De publieke reprimande wordt in Barneveld niet begrepen, zo blijkt. De Barneveldse wethouder milieuzaken J. van Huffelen-Vijge zat „samen met vier milieu-ambtenaren, enkele raadsleden en mensen van de regiogemeenten waarmee we op milieugebied samenwerken" in de zaal toen Stigter haar standje uitdeelde. „Het was een onverhoedse aanval op het milieubeleid van Barneveld", zegt Van Huffelen. „Ik vind het zeer ongepast om op een landelijk congres één gemeente zo ongenuanceerd aan te pakken, zonder precies aan te geven waar de kritiek op slaat. Ik begrijp er ook niets van. We doen juist veel aan milieu, al lopen we misschien niet voorop, zoals Ede en Apeldoorn. Goed, we hebben nog geen GFTproject, maar daarvoor is al wel een grote som geld op de begroting gereserveerd. En er zullen onder de tachtig Gelderse gemeenten er heus nog wel meer zijn die het organisch afval nog niet gescheiden ophalen. Ik heb van mevrouw Stigter overigens ook nooit iets gehoord over kritiek op ons milieubeleid." Stigter zegt desgevraagd dat haar opmerking was ingegeven door kritische geluiden die ze hoorde van regiogemeenten, die met Barneveld samenwerken. „Ik ben er van overtuigd dat het afvalprobleem alleen op regionale schaal kan worden aangepakt. Het tempo bij de besluitvorming daarbij wordt doorgaans bepaald door de langzaamste en mij is bekend dat de overige gemeenten bij Barneveld op milieugebied een weinig willig oor vinden. Dat heb ik duidelijk willen maken." --- Advocaat akkoord met gekuiste versie BVD-boek NIJMEGEN (ANP) - De gemeenteadvocaat van Nijmegen, mr. F. Delissen, heeft de stichting XminY, de nieuwe distributeur van het omstreden boek 'De tragiek van een geheime dienst', laten weten hij geen nieuw kort geding zal aanspannen als het boek wat gekuist wordt. Volgens Delissen zouden de afgedrukte foto's van de zes leden van de PID, de politie-inlichtingendienst, en privacy-gevoelige tekst weggelaten moeten worden. De Amsterdamse stichting XminY heeft de distributie van het boek overgenomen van uitgeverij Ravijn, nadat de Arnhemse rechtbank de uitgeverij een verbod had opgelegd om het boek te verspreiden. --- Commentaar Het Mattheüs-effect (1) Het is niet niks voor een socicaal-democraat om in één en hetzelfde debat te moeten constateren dat je christen-democratische coalitiepartner zich enerzijds kant tegen elke beperking van de aftrek van de hypotheekrente voor de belastingen en anderzijds het kabinet laakt omdat het de bejaarden met een klein pensioen financieel enigszins tegemoet is gekomen. Op zon moment is het niet onbegrijpelijk dat de fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, Schinck, het kabinet voluit het verwijt meende te mogen maken dat het de rijken in de kaart speelt. De onbeperkte aftrekmogelijkheid van de hypotheekrente kwalificeerde hij als een 'schande', omdat het om een subsidie zou gaan die stijgt naarmate je inkomen groter wordt. In vergelijking daarmee komen mensen met een smalle beurs er bekaaid af. Schinck sprak zelfs, in navolging van de van huis-uit gereformeerde Joop den Uyl, van een Mattheüs-effect en wel naar aanleiding van het Mattheüs-evangelie, het 25ste hoofdstuk: die weinig heeft, datgene wat hij nog heeft zal hem ontnomen worden en worden gegeven aan hen die veel hebben. Het is aardig geprobeerd van de katholieke PvdA-senator. Nochtans zijn er enkele complicaties. Een aftrekpost voor de belasting is niet hetzelfde als een subsidie. Door het toch een subsidie te noemen, bestaat het gevaar datje het gaat vergelijken met andere subsidies en dan ligt de conclusie al gauw voor de hand, dat het voordeel van de hypotheekrente-aftrek dat van de huursubsidies verre overtreft en er dus sprake zou zijn van een onevenwichtige woonlastenverdeling. De PvdA heeft heel lang op dat spoor gezeten. De laatste jaren brak het besef echter door, dat de zaak op die manier niet recht te trekken valt. Mensen met een eigen huis zonder hypotheek blijven buiten schot en zelfs als je de hypotheekrente-aftrek beperkt, zijn er voor de mensen met een hoog inkomen tal van andere constructies te bedenken om hun belastbaar inkomen te drukken. Trouwens tegenover renteaftrek staat dat renteontvangsten als inkomen worden aangemerkt en dus belastbaar zijn. Mede vanwege al deze complicaties heeft de PvdA de hypotheekrente-aftrek, tot voor kort altijd één van haar stokpaardjes, vorig jaar uit haar verkiezingsprogram geschrapt en ingeruild voor een nadere studie naar een evenwichtiger woonlastenverdeling, bijvoorbeeld door het huurwaardeforfait aan te passen. Maar deze gedachte-ontwikkeling binnen de PvdA is kennelijk niet tot de Eerste Kamer doorgedrongen. --- Het Mattheüs-effect (2) Senator Schinck zou wel met enig recht van spreken een punt kunnen maken van de belastingvoordelen als zodanig. Maar dan praat hij over het brede terrein van de aftrekposten, waarin de belastingheffing en daarmee ook het moeizame terrein van de inkomensverdeling, ter discussie staat. Dat is niet de eenvoudigste discussie. Want wat is een rechtvaardige inkomensverdeling en in hoeverre kan en mag de overheid die afdwingen? In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat er op dit terrein best het een en ander recht te trekken valt. CDA-senator Kaland oordeelt wel erg lichtvaardig over die paar 'onnodige' guldens die bejaarden met een klein pensioen erbij hebben gekregen. Onnodig, omdat diezelfde bejaarden (tot verbazing van Kaland) wel in staat bleken om vrijwillig een veelvoud van dat bedrag neer te tellen voor een aansluiting op de kabeltelevisie. Hoezo 'onnodig'? Kaland heeft op zichzelf gelijk, dat we ons veel onmisbaars aanpraten in deze samenleving. Maar op grond waarvan meent hij te mogen oordelen dat hele bevolkingsgroepen het dan maar zonder 'luxe' moeten stellen, waar anderen volop hun gang kunnen gaan? Het is duidelijk: er is nog lange weg te gaan voor het echte Mattheüs-effect, namelijk het Koninkrijk Gods, zichtbaar wordt op deze aarde. Om dat effect te bereiken is een groot geloof nodig, waarin voor klein-gelovigen geen plaats is. Want van hem zal worden genomen, wat hij nog (aan weinigs) heeft. Precies het tegenovergestelde dus van wat senator Schinck in de gelijkenis over de talenten meende te lezen. --- GG en GD zoekt de zwerver op Amsterdam maakt zich zorgen over gezondheidstoestand door Rita van Veen AMSTERDAM - Als onverzekerde, meestal zwervende mensen niet zelf naar de GG en GD in Amsterdam komen, dan gaan de artsen, maatschappelijk werkers en andere hulpverleners van deze dienst ze zelf opzoeken. Althans, dat is wat de gezondheidsdienst de komende jaren in de hoofdstad wil gaan doen. De GG en GD maakt zich zorgen over de gezondheid van een aantal Amsterdammers die aan de rand van de samenleving leven. Net als in andere grote steden gaat het goed met de hoofdstad. De Amsterdammer wordt steeds welvarender, maar volgens dr. H. Rengelink, directeur van de GG en GD, worden de zwakke groepen daar „niet direct beter" van. „Die opleving van de stad komt voornamelijk ten goede aan goed geschoolden, mensen die het toch al niet slecht hadden. Er is in Amsterdam verschrikkelijk veel innovatie, bijvoorbeeld in de high teenindustrie en de geldhandel. De werkgelegenheid is behoorlijk gestegen, maar dat gaat nu nog aan de grote groep 'zwakken' voorbij. Dat zie je ook aan het werkloosheidscijfer, dat daalt niet in Amsterdam hoewel de economie aantrekt." In een nota, die vandaag in de raadscommissie wordt besproken, heeft de GG en GD duidelijk gemaakt dat er wat moet gebeuren aan de gezondheidstoestand van die zwakke groepen. En dan gaat het niet alleen om zwervers en daklozen, maar bijvoorbeeld ook om migranten die door communicatieproblemen de weg in het gezondheidsmoeras niet kunnen vinden. Omdat het om mensen gaat die zichzelf niet aanmelden wil de dienst zelf op stap gaan. „Steeds meer mensen vallen buiten de reguliere zorg en dat baart ons zorgen. We kunnen niet rustig achter ons bureau wachten tot ze komen, dus trekken we onze regenjas aan en gaan de straat op." Rengelink is „trots" op zijn gezondheidsdienst, die als eerste in Nederland voor de komende jaren duidelijk kiest voor de verbetering van de randgroepen in de stad. Wat niet wegneemt dat de GG en GD voor iedere Amsterdammer klaar staat. Maar de problemen van de zwervende alcoholisten, psychisch gestoorden, tweede en derde generaties migrantenjongeren en illegalen worden met de dag groter. De regels worden strenger en ingewikkelder waardoor steeds meer mensen buiten de gezondheidszorg komen te staan. „Tien jaar geleden had Amsterdam ook zwervers, alcoholisten en illegalen, maar die waren minder zichtbaar dan nu. Psychisch gestoorden bleven langer in inrichtingen. Nu zeggen de inrichtingen: we kunnen niets met deze mensen en we zijn er niet voor ze op te vangen. Anderen, zoals alcoholisten, jongeren en illegalen, leven nu vaker op straat dan tien jaar geleden. Toen konden ze makkelijker terecht in logementen. De individualisering heeft het er voor mensen met sociale problemen niet makkelijker op gemaakt. Er wordt minder op elkaar gelet. De GG en GD wordt pas gebeld wanneer de stank voor de buren ondraaglijk is geworden." Steeds meer mensen vallen buiten de reguliere zorg. foto jos van der hamsvoord --- Bang voor justitie De dertigduizend illegalen die Amsterdam zouden bevolken zijn volgens Rengelink het moeilijkst benaderbaar, omdat ze ondergedoken leven en bang zijn bij justitie te worden aangegeven zodra zij zich bij een arts melden. Rengelink is wat dat betreft duidelijk. Illegale buitenlanders die voor hulp bij de gezondheidsdienst aankloppen worden niet aan justitie doorgegeven. Ook niet als het ministerie daar in de toekomst om zou vragen. „De wetenschap dat iemand illegaal is valt onder het beroepsgeheim. Wanneer de patiënt niet wil dat wij dergelijke informatie doorgeven dan doen wij dat niet. Het kan voor justitie een probleem zijn illegalen op te sporen, maar het is niet onze taak ze daarbij te helpen. Zouden we dat wel doen, dan is het helemaal uitgesloten dat illegalen nog voor hulp bij ons komen. Dezelfde regel hanteren wij al lang bij drugsverslaafden. Wanneer we een verslaafde aantreffen die een overdosis heeft ingenomen en hij blijkt illegaal te zijn, dan melden we hem niet bij de politie. Doe je dat wel dan zul je niet meer gealarmeerd worden wanneer zon verslaafde een overdosis heeft gebruikt." Illegaal of niet, Rengelink vindt dat mensen te allen tijden geholpen moeten worden wanneer ze in acute nood verkeren. De kritiek van politici die vinden dat medische hulp aan illegalen te zwaar op het budget van de gezondheidszorg drukt kan Rengelink wel begrijpen, maar hij vindt niet dat deze mensen daardoor aan hun lot overgelaten mogen worden. „Het is een verschrikkelijk dilemma. Ziekenhuizen krijgen steeds minder geld en kunnen niet ongelimiteerd kosteloos illegalen behandelen. Toch vind ik dat die mensen zo lang ze hier zijn recht hebben op hulp. Dan heb ik het niet over een illegaal die iets heeft waaraan hij over een half jaar ook nog geopereerd kan worden. Die moet je proberen te bewegen naar zn eigen land terug te keren." Het team van de GG en GD bestaat uit artsen, maatschappelijk werkers en sociaal verpleegkundigen. Ze zullen niet alleen bij het Centraal Station rondlopen waar veel zwervers rondhangen, maar ook regelmatig opvangcentra voor daklozen bezoeken. Daarnaast bestaan er al hulpverleningsprojecten waar artsen van de GG en GD bij betrokken zijn, zoals voor drugsverslaafden en. straatprostituees. Ook deze hulpverleners zullen meehelpen de gezondheidstoestand van de rand-, groepen in kaart te brengen. Het idee lijkt veel op de rijdendepsychiater van de centrale Riagg-; dienst. Een psychiater van dit team gaat, na een oproep van de centrale meldkamer, naar de plaats waar iemand in geestelijke nood verkeert. De rijdende artsen gaan niet alleen hulp bieden. Zij bekijken ook in hoeverre het mogelijk is de onverzeker-; den weer in het gewone gezondheidscircuit te krijgen. Bovendien worden de gegevens gebruikt om de gezondheidstoestand van deze ongrijpbare groep Amsterdammers in beeld te brengen. „We stappen niet alleen op mensen af van wie wij denken dat hen iets mankeert. Ook de mensen die gezond zijn proberen we duidelijk te maken dat ze bij ons terecht kunnen wanneer ze iets hebben. Onze filosofie is dat wanneer hulpvrager en hulpverlener elkaar niet ontmoeten, je niet de hulpvrager-moet heropvoeden maar de hulpverlener." ---