Willebrand l>l^aS 31 augustus zal het exact 750 jaar lVn zi^n dat Zwolle van bissch°P wil_ \^a van Oldenburg stadsrechten ontij L een beloning voor de goede diensten *2j.e Zwollenaren hem hadden bewezen tdT striJd tegen de Drenten. Die dag is kj, £ interkerkelijke herdenking, waar- LQe organisatie berust bij het zoge\ j." Podium van Kerken. Op zaterdag ste augustus is de officiële herdenking met een bijeenkomst, waarin behalve burgemeester mr. J. Drijber de in Zwolle geboren historicus, psalmberijmer en dichter prof. dr. J. W. Schulte Nordholt zal spreken en waarin muziek ten gehore zal worden gebracht door Ton Koopman, clavecimbel, en het Ensemble M onderleiding van Ton Hartsuiker, twee uit de Overijsselse hoofdstad afkomstige musici, resp. exponent van de klassieke (barokke) en van de eigentijdse (experimentele) muziek. Die officiële herdenking is in de Grote Kerk, die geen toren meer heeft. Ja, eenmaal had ze een toren, die de hoogste van het land was. Omtrent 120 meter; de Dom in Utrecht is 110 meter. Tot driemaal toe brandde de toren af. Daarna heeft men hem niet meer opgebouwd, want, zeiden ze in Zwolle, „het is de vinger Gods". In de loop der eeuwen heeft Zwolle zich tot een flinke stad ontwikkeld. Vooral ook in recente tijden nam het aantal inwoners toe. Het is nu als groeistad aangewezen en telt nu 83.000 zielen. Nijverheid en handel, middenstand en dienstensector vormen belangrijke welvaartspijlers. De charme van de stad ligt in de herinneringen, die zij oproept aan het verleden. Met haar kerken, de Sassenpoort, haar grachten, het muurrestant, haar oude gevels, kortom die hele sfeer van het verleden, die Zwolle nog ademt, de drukte van een levendige provinciestad ten spijt. Velen vinden dat er al te veel is verloren gegaan aan stedelijk schoon. De Zwollenaren zijn in dat opzicht niet gemakkelijk: is er niet meer dan een halve eeuw overheen gegaan voordat aan het historische stadhuis tenslotte in de jaren zeventig een uiterst moderne uitbreiding werd toegevoegd (ontwerp-Konijnenberg)? De Zwollenaar is gehecht aan zijn geschiedenis. Vandaar ook dat de plaatselijke uitgeverij Waanders volgend jaar onder auspiciën van de Stichting Zwolle 750, naast een aantal herdrukken van oude, op Zwolle georiënteerde boeken, een album in dertien maandelijkse afleveringen onder de titel „Ach lieve tijd" over het vroegere Zwolle zal uitbrengen. Jan Louwen verzorgt de tekst en Han Prins is verantwoordelijk voor de illustraties. Aan het einde van 1980 heeft men — in een daarvoor vervaardigde band — een standaardwerk, dat met name ook wil ingaan op vragen als: Hoe leefden de „gewone" mensen? Wat geloofden ze? „Gewone mensen dus, die veelal anoniem zijn gebleven. Want in Zwolle is ook een aantal figuren geboren of werkzaam geweest, die in geen encyclopedie of ander handboek ontbreken. Lieden die soms van blijvende invloed zijn geweest op het denken, die een beweging op gang brachten, die veel schoonheid hebben nagelaten of die op zn minst geprononceerde representanten van hun tijd waren. Geert Grote, Thomas a Kempis, Gerard Terborch, Rhijnvis Feith. Potgieter, Thorbecke, Joan Cele, stichter van de latijnse school. --- BELICHT Wetenschap en techniek door Rob foppema Wageningen alternatief Ij"* Jaar of wat geleden kon je ze nog waarnemen in uiterst onaangename herinnert een betrokkene zich. Als ze al met elkaar praatten. Want bestonden ze langs elkaar heen: de voorstanders van een „biologische" 1» w L^(Jlfctgroep heeft een K e richting door- j een essentiële stap ENrlj\ de richting van tVf, Jlce kringlooppro[% 2j'e Wet meer afhanp e Van energie-in- I? 4js industrie, name- KS»* ♦ffing van stik' t ststmest. Uitkomen Kw Uit st- comPost Kinb«m stadsvuil) en esting' gewassen k^ov n bieden -en it, Hiet) e«">ge tien miljoen %'lrk Zou zon ope- S>irZar zün. zij het \ japende verannze levensstijl? daarover \St vJet Wageningse L n on!" misverstank neiBenlijke argu- menten aan elkaar gehangen. Het „biologische" landbouwbedrijf bijvoorbeeld, dat floreerde op de stalmest van alle niet-omgeturnde buurbedrijven, kon het denken ernstig vertroebelen. Om niet in kuilen te vallen nam de projectgroep op papier een rigoureuze maatregel: een muur om heel Nederland heen. We voeren niets in, we voeren niets uit, en we kijken of we ons eigen eten kunnen verbouwen zonder honger of gebrek te lijden. te legdieren terug te zien in de vorm van een rantsoen kip (0,4 kilo per jaar, vergeleken met 7 kg nu). De meeste mensen zouden er toch even aan moeten wennen. Hoofdauteur Nauta (er zijn vele scripties in de studie verwerkt) legde er de nadruk op dat die keuze voor landbouwkundige zelfvoorziening van Nederland (de „muur") niet ideologisch bepaald was, maar „alleen maar luiigheid". Als we door die bescheidenheid heenkijken: een manier om de probleemstelling te begrenzen en daardoor hanteerbaar te maken. Wat Nauta betreft is Nederland verder een ideaal land om alleen maar bloembollen en pootaardappelen voor de export te telen, en ons hele voedselpakket te importeren. Dat is het punt niet. (Andere leden van de werkgroep zien zelfvoorziening wél als iets dat waard is om na te streven). Dat kan, bleek na het verwerken van ongelooflijk veel landbouwkundige details. Ons dieet zou wel krachtig moeten worden aangepast. Twintig procent minder suiker, aardappelen en zuivel. Een vleesrantsoen van een kilo of zes per jaar (nu 56 kg), 75 procent meer boterhammen en zes maal zo veel peulvruchten (26 kg/jaar). Onze consumptie van groenten en fruit zou in het opgezette model gelijk blijven. En we zouden nog genoeg graan voor kippevoer kunnen overhouden om de consumptie van eieren zowat op het bestaande peil te houden en de afgedank- Professor De Wit intussen, ziet aan het resultaat van de studie een aantal belangrijke aspecten. Ten eerste is het een gespreksbasis voor aanhangers van alternatieve en conventio- nele landbouw. Beide groepen waren op het symposium, ze waren het over de gepresenteerde feiten in grote lijnen eens. Zo ongeveer voor het eerst; en niet °ver alle details natuurlijk, maar er werd wellevend van gedachten gewisseld. Ten tweede zijn de resultaten ook erg nuttig voor landen die het met zo weinig mogelijk stikstof-kunstmest móéten doen. En dat is de barre economische realiteit voor de derde wereld. In dat verband was het ook leerzaam, aldus De Wit, om mee te maken hoe moeilijk het was om zon sluitende studie in elkaar te timmeren voor een land als Nederland, „waar toch al sinds 1870 landbouwkundig onderzoek gaande is". Als je dat vergelijkt met een veel groter land als Mali („waar we aan werken"), waar het aantal on- landbouw en de gevestigde macht van Wageningen en het officiële voorlichtingsapparaat. Maar de tijden zijn veranderd. derzoekers op de vingers van twee handen te tellen is, „dan weet je dat je je kennis over die gebieden moet relativeren, dat je moet uitkijken voor vlotte conclusies en simpele generalisaties". In Peru wordt de bevloeiing van 70.000 hectare woestijn begeleid door vijf onderzoekers. „Vergelijk dat eens met hoe wij de Noordoostpolder in cultuur brachten". Uit zijn hoofd schat De Wit de landbouwkundige sterkte van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders op 350 mensen, onder wie 50 academici. Prof, dr. ir. C. T. de Wit is niet van mening veranderd, dat niet. Jaren geleden legde hij al uit dat de moderne, intensieve landbouw het beste werktuig opleverde voor natuurbehoud. Je selecteert de beste landbouwgronden. Je realiseert daarop de hoogst mogelijke opbrengst per hectare, met zoveel kunstmest als maar zinvol toegepast kan worden, met alle bestrijdingsmiddelen uit het boekje. Dan hou je namelijk, aldus de redenering van De Wit, zo veel mogelijk grond over waarop je géén landbouw hoeft te bedrijven, waarop de natuur haar gang kan gaan. En dat blijkt dan heel wat te zijn. van de gevestigde hoogleraar gaat verder dan deze formele. Op het symposium dat onlangs op de landbouwhogeschool werd gehouden over de resultaten van het onderzoek, neemt hij met merkbaar enthousiasme aan de discussie deel. Hij is niet van opvatting veranderd. Maar, legt hij na afloop uit, hij ziet de „grote publieke vraagtekens" die bij de intensieve landbouw zijn en nog steeds worden gesteld. Vraagtekens waar nog geen politieke vertaling voor is gegroeid. „Maar dat is ook niet eenvoudig, want de scheidslijn loopt dwars door PvdA en CDA heen." Dat vindt De Wit dus nog steeds. Dat er iets in de verhoudingen veranderd is, blijkt naar buiten alleen door de verschijning in de officiële reeks wetenschappelijke publicaties, „Mededelingen landbouwhogeschool Wageningen" van nummertje 79-18. Titel: „Landbouwkundige produktie in Nederland bij natuurlijke stikstofvoorziening". De vertaling „landbouw zonder kunstmest" zou te ver gaan, maar het komt aardig in de buurt. Auteur R. S. Nauta,"* vakgroep Theoretische teeltkunde, Projectgroep biologische landbouw. De vermelding van de vakgroep Theoretische teeltkunde betekent dat het geheel verschijnt onder het wetenschappelijk gezag van prof. dr. ir. C. T. de Wit, die dan ook in het voorwoord een bedankje krijgt. Maar de betrokkenheid De — inmiddels ontbonden — projectgroep Biologische landbouw, aldus De Wit, heeft in ieder geval geworsteld om de voorwaarden te scheppen voor een politieke vertaling. Op dat punt is het een passende bijdrage van de academie aan de veelvormigheid van de samenleving. Die veelvormigheid zal levenskrachtige én ten dode opgeschreven denkrichtingen omvatten. En welke richting wat is, dat zal wel blijken. --- BINNENLAND Hanze-reünie in feestvierend Zwolle door Jac. Lelse de stad Zwolle, die volgend jaar het 750-jarige zal vieren, zal in augustus het Hanze-verbond even herleven. 'ertegenwoordigers van een groot aantal steden, *olie — Zwolle mag dan in de J«n van Kampen, die eeuwenou' rivaal van Zwolle, diet deugen, kan men de Zwollenaren ieder geval niet ontzeggen. In JJO is Zwolle 750 jaar stad, en ter PJegenheid van dat feit blaast et> bij wijze van spreken, het verbond van Hanze-ste,etl uit verre tijden nieuw leven l «raad wordt als het ware na 311 jaar, de zaak uiteenplofte, weer opgenoy* als in de laatste week augustus van meer dan veertig uit Nederland, West-Duits- Noorwegen en Zweden Zwolle zullen Een van de hoogtepunten aan als zij in de beroemde Schelj«aal van het Zwolse stadhuis bijeenkot J voor het houden van de traditionele "Ie vergadering zullen de notulen gele*orden van de laatste Hanze-landdag, 'n 1669 te Lübeck gehouden werd. Het . lotulen, die altijd ongetekend zijn J*ven. Welnu, dat „tekenen" zal op de I* augustus alsnog in Zwolle geschiett ftet Hanze-gebeuren vormt het een.* thema van de feestelijkheden rond Ql'e 750 jaar stad. ts Kampen zal niet uit Zwolle wegblij«• hoewel Kampen in een geschrift de x*e Kampers als volgt „waarschuwt": deugt niet, Zwolle heeft nooit Hjugd en Zwolle zal nooit deugen. Pta.m vraa8t u? Wel ••• omdat het Zwolle t daarop vermeld wordt dat Zwolle EjjPen altijd dwars heeft gezeten, zij het Klampen Zwolle het wel eens betaald L' Bezet. Eens kocht Kampen, bij voor- Lil' een partijtje torenklokken van il'e op. Die zijn met losse centen be- Ze hebben zich de vingers blauw V Nu weet men meteen waar de „Zwolse Blauwvingers" vandaan die in de Middeleeuwen het genoemde handelsverbond vormden, zullen naar Zwolle komen en daar een 311 jaar oude notulen alsnog ondertekenen: de notulen van de laatst gehouden Hanze-vergadering. --- Vreze en beven De gemeente Zwolle heeft relatief veel geld gestoken in de herdenking van 750 jaar stad; ook het bedrijfsleven tastte flink in de beurs. Het feest zal naar schatting ruim anderhalf miljoen gulden kosten. Of dat verantwoord is, daarover denkt niet iedereen hetzelfde. Er is dezer dagen een programma verspreid in een oplage van .165.000 exemplaren, huis aan huis in een grote straal om Zwolle heen, tot Lelystad, Steenwijk, Hardenberg en Heerde toe. Liefst 180 onderdelen bevat het programma: behalve de officiële viering zijn er manifestaties op allerlei gebied: cultureel, kunstzinnig, sportief, economisch, historisch. Vijf mensen zijn vrijgemaakt om alles — uiteraard in samenwerking met vele anderen — voor te bereiden, onder wie de heer A. Pfeifer, directeur van de Stichting Zwolle 750, die bekent: „Ik word er gek van, alleen al van die Hanze-affaire". Het lijkt een enorm spectakel-stuk te worden. „De grootste Hanze-vergadering, die ooit gehouden is", aldus Pfeifer. „We zijn er met vreze en beven aan begonnen, maar er is een golf en enthousiasme losgebarsten. In Nederland, maar vooral ook in West- Duitsland. Leuk is ook dat enige steden uit Noorwegen en Zweden komen. Waarschijnlijk zal zelfs Venetië er bij zijn. Deze plaats was wel geen lid van het Hanze- Verbond, maar wel handelspartner". Volgens Pfeifer blijkt uit de grote respons ook de behoefte aan meer Europese eenheid, een zaak die bij de organisatie van de Hanze-manifestatie in Zwolle, die mogelijk tot een traditie uitgroeit, in belangrijke mate meespeelt. De Hanze heeft van de twaalfde tot de zeventiende eeuw niet alleen het economische maar ook het culturele en politieke beeld van de streken rondom Oostzee en Zuiderzee bepaald. Het was de machtigste bond van handelssteden, die de geschiedenis heeft gekend. Er waren geen reglementen of statuten, want daar wilden de zelfbewuste, eigenzinnige steden van die dagen niets van weten. Er was geen penningmeester en geen geld, er waren geen ambtenaren of legers. Toch voerde het verbond oorlog en sloot het vrede. Eén belangrijke traditie kende men in elk geval: de Hanze-dagen (of Hansa-Tage) die van tijd tot tijd gehouden werden, vaak in Lübeck. Door enige oorzaken kwam het Hanze- Verbond tot verval. Tot die oorzaken behoorden de sterker wordende nationalistische gevoelens. Overigens had het verval in de vijftiende eeuw al ingezet: de ondernemersgeest begon plaats te maken voor een rentenierachtige mentaliteit. In de zeventiende eeuw werd het verval, mede tengevolge van de dertigjarige oorlog, volkomen, op de laatste vergadering in 1669 te Lübeck waren slechts zes steden present. De notulen van die vergadering konden niet meer worden goedgekeurd. In Zwolle zullen volgend jaar op zijn minst zeventien Nederlandse steden vertegenwoordigd zijn, 22 Westduitse, één Noorse en één Zweedse. Delegaties van de steden zullen in een indrukwekkend défilé door Zwolle trekken nadat de notulen op de Hanze-landdag alsnog zijn getekend. Van de ongeveer 180 programmapunten vermelden we alleen nog dat op 12 april een reünie wordt gehouden voor mensen, die een naam dragen, waarvan verondersteld mag worden dat deze iets met Zwolle heeft te maken. Personen die Zwolle heten. Van Zwolle, Van Zwol, Van Zwoll, Van Swol, Van Swoll, Zwollo, Swollo of iets dergelijks zijn dan welkom. Totnutoe heeft de gemeentelijke archiefdienst al meer dan duizend van die mensen achterhaald. Tijdens de reünie zullen leden van de afdeling Overijssel van de Genealogische Vereniging proberen uit te zoeken of er tussen al die mensen familierelaties bestaan, zo ze daar zelf nog niet achter zijn gekomen. Illustratie uit het in dertien maandelijkse afleveringen te verschijnen boek „Ach lieve tijd" ter gelegenheid van Zwolle 750 jaar stad. De toren van de Grote Kerk is al verdwenen, nu staat de „Peperbus" ook nog in brand (1815). ---