Kinderbescherming: kleuters moesten veiliggesteld door Henny de Lange ROTTERDAM - „Bij het derde incest-geval in het medisch kleuterdagverblijf De Bolderkar in Vlaardingen was onze reactie: Al weer één...wat is daar aan de hand?" StaffunCtionaris A. Schellenberg van de Raad voor de Kinderbescherming in Rotterdam kan zich voorstellen dat 'ook het grote publiek' de nodige vraagtekens zet bij de affaire. Hulpverleners van dit medisch kleuterdagverblijf hebben in een half jaar tijd bij maar liefst 14 van de 50 kinderen die daar worden begeleid, seksueel misbruik geconstateerd. Tien kleuters zijn voorlopig uit huis geplaatst. Schellenberg: „Ook wij reageerden nogal sceptisch toen De Bolderkar met het ene incest-geval na het andere bij ons aanklopte. We hebben ook zeer kritisch gekeken naar het materiaal op basis waarvan de hulpverleners concluderen dat er sprake moet zijn van seksueel geweld. Maar het materiaal was voldoende zwaar om te besluiten tien kleuters weg te halen. Dat is een ingrijpende maatregel. Maar deze kinderen waren er zo slecht aan toe dat ze hoe dan ook veilig gesteld moesten worden." De Raad voor de Kinderbescherming heeft zijn beslissing, die bekrachtigd is door de Rotterdamse kinderrechter mr. C Lo-Sin-Sjoe, uitsluitend gebaseerd op de rapportage van de hulpverleners. En dat is de betrokken ouders in het verkeerde keelgat geschoten. Of, zoals een vader die anoniem wenst te blijven, het verwoordt: „Ik heb mede op advies van de huisarts m'n dochtertje naar De Bolderkar gestuurd, omdat ze achter bleef in haar ontwikkeling. Vervolgens wordt achter m'n rug om m'n kind afgepakt, zonder dat ik zelfs maar de kans krijg om me te verdedigen tegen alle leugens die ze in De Bolderkar over me vertellen. Leugens die ze hebben bedacht op basis van wat losse kreten van een 4-jarig kind. Misschien hebben ze die haar zelfs wel in de mond gelegd. Weet ik veel..." „Dat kan kennelijk allemaal. Als ouder sta je compleet machteloos. Je kunt zelfs niet eens in beroep gaan tegen zon voorlopige ondertoezichtstelling. Dat kan pas bij een definitieve uithuisplaatsing. Maar dan zijn we wel een paar maanden verder." Schellenberg kan zich voorstellen dat het optreden van de kinderbescherming dit soort vragen oproept. „Maar we hebben bewust gekozen voor deze aanpak, omdat het belang van het kind voorop staat. We kunnen ook eerst gaan praten met de ouders, maar de kans is groot dat het kind dan nog veel slechter af is." Hulpverleners kunnen het echter ook bij het verkeerde eind hebben, 'doorslaan' of een eenzijdig of sterk gekleurd verhaal vertellen, beaamt A. Schellenberg van de Raad voor de Kinderbescherming. „Maar wij slikken niet alles. We gaan ook nooit af op het oordeel van één hulpverlener. Er wordt nu ook steeds gesuggereerd dat de zogenaamde poppenmethode het enige bewijsmateriaal zou zijn in deze zaak. Onzin. De Bolderkar heeft de kinderen inderdaad laten spelen met levensechte poppen met geslachtsdelen. Maar die poppenmethode is slechts een onderdeel van een veel groter onderzoek, een klein stukje van een legpuzzel. Als die poppen als het enige bewijsmateriaal waren aangevoerd, hadden we nooit besloten, tot een uithuisplaatsing. Ik steek m'n handen in het vuur voor de zorgvuldigheid waarmee men in De Bolderkar te werk is gegaan." Kinderbescherming kan ook niet over één nacht ijs gaan, zegt Schellenberg. „Er moet ook altijd nog een rechter aan te pas komen." Maar ook de kinderrechter gaat in eerste instantie alleen af op de verklaringen van hulpverleners en de Raad voor de Kinderbescherming. Op grond van die informatie beslist de rechter of een voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn. De ouders komen er in dat stadium niet aan te pas. Ze hebben ook niet de mogelijkheid in beroep te gaan. Die gelegenheid ; dient zich pas aan als de kinderrechter besluit tot een definitieve ondertoezichtstelling. Schellenberg: „Als samenleving hebben we gekozen voor deze procedure met het oog op de belangen van het kind. De consequentie daarvan is dat kinderen soms al maanden uit huis zijn voordat de ouders iets kunnen ondernemen. Dat is een forse inbreuk op de rechten van de ouders. Maar het alternatief is dat' kinderen overgeleverd worden aan de grillen en grollen van ouders. Het is kiezen of kabelen." Tot welke razernij dan wel machteloze woede het optreden van de Raad voor de Kinderbescherming of hulpverleners ouders kan brengen, ondervindt drs. Mirjam Ammerlaan regelmatig. Zij is als criminologe verbonden aan het Adviesbureau Kinderbeschermings Konflikten (AKK), waar zich jaarlijks zon vijfhonderd mensen melden met klachten of vragen over kinderbescherming of jeugdhulpverlening. „Ouders hebben geen enkele rechtsbescherming als de kinderbescherming hun kind uit huis haalt. Ze kunnen hun mening pas naar voren brengen tijdens de zitting, waarop beslist wordt over een definitieve ondertoezichtstelling. Maar op dat moment zit hun kind soms al maanden in een kindertehuis. Het enige dat ouders in zon geval kunnen doen, en dat adviseren we ook altijd, is een goeie advocaat in de arm te nemen. Die kan misschien via een kort geding een bezoekregeling forceren. Wat ook nog wel eens wil helpen, is publiciteit." Het AKK, dat in 1971 werd opgericht, is volgens Ammerlaan al jaren een roepende in de woestijn als het gaat om het inperken van de macht van de kinderbescherming. „Wij hebben op grond van onze ervaringen de indruk dat de kinderbescherming onder het motto dat er sprake is van een levensbedreigende situatie, vaak overhaast en eenzijdig geïnformeerd overgaat tot een uithuisplaatsing. Een uithuisplaatsing kan zware schade aanrichten bij een kind. Een goede afweging is daarom heel belangrijk, maar die kun je naar onze mening alleen maar maken als je ook vooraf met de ouders praat. En dat gebeurt eigenlijk nooit. Wij vinden dat de kinderbescherming verplicht zou moeten worden om eerst zelf een uitgebreid onderzoek in te stellen en niet alleen mag afgaan op de rapportage van hulpverleners." Volgens Carla van Lichtenburg is het 'zinloos' om eerst uitgebreid met de ouders te gaan praten. Van Lichtenburg werkte jarenlang bij de Utrechtse zedenpolitie en is nu projektleidster bij het landelijk coördinatiecentrum incest. „De vader ontkent toch altijd. Je hebt alleen het verhaal van het kind. Bewijzen valt er meestal niks. Als je het kind niet weghaalt, gaat de incest soms gewoon door, is mijn ervaring. Een uithuisplaatsing is een paardèmiddel, maar het alternatief is vaak nog slechter. Ik denk dat de Rotterdamse kinderbescherming en kinderrechter juist hebben gehandeld." Van Lichtenburg: „Bij een incestzaak hoor je heel vaak het argument dat bij jonge kinderen de grens tussen fantasie en herinnering vervaagt. Maar mijn ervaring is dat je je toch altijd moet laten leiden door wat het kind vertelt of aan signalen uitzendt. Van de 400 incestverhalen die ik heb gehoord, waren er maar drie niet waar. En daar ben je vrij snel achter, als je deskundig bent. De therapeute van De Bolderkar die deze zaak aan het rollen heeft gebracht, staat als zeer deskundig en evenwichtig bekend. Zij zou nooit op basis van één poppenspelletje de conclusie trekken dat een kind seksueel is misbruikt. Natuurlijk maken ook hulpverleners fouten, kijk maar naar die Cleveland-zaak. Maar die affaire heeft ons nu juist geleerd dat je je conclusie nooit mag baseren op één onderzoekje." kind niet weghaalt, gaat de incest soms gewoon d00r... FOTO ANDRE RU,GROK --- I ft_;»/ Am ■»«Hf - --- Botsing over sterkte politie Kamer wil dat kabinet zo snel mogelijk grootste nood lenigt it)Fi\i°nze Par^m^ntsredactie - De Tweede Katar» S 9'steren m botsing gede met net kabinet over Politiesterkte. Van de ver- ministers. Van g_6-en Korthals Altes, wordt ,st dat zij de nood in de ten6st onderbezette gemeen*° snel mogelijk lenigen. Van Dijk en Kortfy zeiden dat die wens 'hun t sympathie' had, maar maak- °P hun beurt de Kamer het ver- Wk snel te willen handelen. 'rapD "ler WaS het hen eenS dat het g Port Docters van Leeuwen gilgal KC^e verschuivingen teweeg 9en' doordat niet alleen aant uitgegaan van het inwoner- Ij,. a'p maar ook van de samenstel- Ij j», van de bevolking en van de VaJj'jS Van de gemeente en de aard jvjr, Criminaliteit. En die verschuiiijjj-Q n zullen niet één, twee, drie :o_t y°erd kunnen worden, wist Wde, Kamer. 9ree s Altes (WD< justitie) be,,H p.de haast van de Kamer niet: heft- 's n'et onlogisch om na een hg 'Arbeidsconflict met de politie ope niet met een dergelijk grote !sluitat'e te tornen. Een kloek bei 's Lands grootste kruidenier blijft op de kleintjes letten. --- Leraar vermoord in Beiroet BEIROET (Reuter, AP) - Onbekenden hebben in de Libanese hoofdstad Beiroet vanuit een auto de Belgische leraar Arthur van Nieuwerburgh doodgeschoten. ledereen staat voor een raadsel over de motieven. De 65 jaar oude Van Nieuwerburgh, opgegroeid in Groot-Brittannië, zijn moeder was een Engelse, werkte als leraar Engels aan het Rasjidien-college, een privéschool. Al eerder werd een buitenlandse leraar die was verbonden aan dezelfde school vermoord. Het lijk van de Brit Philip Padfield werd op 18 april 1986 gevonden, samen met dat van de Brit Leigh Douglas, docent aan de Amerikaanse Universiteit, en van Peter Kilburn, bibliothecaris van de Amerikaanse Universiteit. Het ging om een vergelding voor de Amerikaanse luchtaanval op Libië. Ongerustheid bestaat er over de ontvoerde Amerikaanse marine-kolonel William Higgins. De organisatie „berooiden van de wereld" zegt hem ter dood te hebben veroordeeld wegens spionage voor Israël. --- Nederlanders tonen grote betrokkenheid bij Armeense ramp Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Het Nederlandse Rode Kruis krijgt honderden telefoontjes per dag van particulieren en bedrijven, die de slachtoffers van de aardbeving in Armenië willen helpen. „De aanbiedingen variëren van draglines tot bouwmaterialen, maar er is vooral behoefte aan geld voor speciale medische hulpgoederen", zegt woordvoerder B. Burgers van het Rode Kruis. Vandaag vertrekt er van Schiphol een vliegtuig met antibiotica, wegwerpspuiten, hechtmateriaal en 22 000 lege bloedzakken van het Rode Kruis naar de Sowjet-Unie. „Ja i lege bloedzakken, want die komen ze tekort; donors zijn er genoeg." Het Rode Kruis heeft samen met Mensen in Nood en de Stichting Oecumenische Hulp gironummer 797 voor financiële steun aan Armenië geopend. Volgens Burgers kan het Rode Kruis de grote betrokkenheid van het Nederlandse publiek nauwelijks aan. „Ik denk dat de openheid in het Oostblok over de aardbeving, die er nooit is geweest, ermee heeft te maken." Het missiebureau van het bisdom Roermond heeft gisteren 100 000 gulden voor Armenië geschonken om de eerste nood te leningen. Het bisdom verwacht als resultaat van vele giften in totaal een kwart miljoen te kunnen schenken. Het Rode Kruis heeft een speciaal telefoonnummer geopend voor de ongeveer 1000 in Nederland verblijvende Armeniërs, die navraag doen over het lot van hun familieleden en kennissen in het rampgebied. Dit nummer is 070-846880. Het bureau Opsporingen van het Rode Kruis stuurt alle verzoeken om informatie door naar het Internationale Rode Kruis in Genève. Er vertrekt vanavond toch een medisch team van drie personen van het Nederlandse Rode Kruis naar Armenië. Het gereduceerde team bestaat uit een chirurg, een arts en een verpleegkundige. In eerste instantie kreeg het team geen visa van de Russische ambassade, omdat er al voldoende artsen zouden zijn. Het verbaasde het Nederlandse Rode Kruis dat gisterochtend onder meer vanuit Frankrijk toch een klein medisch team naar het rampgebied kon gaan. Het Nederlandse Rode Kruis nam daarom opnieuw contact op met de Russische ambassade, die nog enig beraad alsnog instemde met het vertrek van het team, dat vanavond meekan met een Aeroflot-toestel. Vanochtend is vanuit Parijs een tweede team van Artsen zonder Grenzen vertrokken naar het rampgebied. Het eerste medische team van Artsen zonder Grenzen is al aan het werk na zondag in het rampgebied te zijn aangekomen. • Pagina 2: Rampen-Max: Wij staan paraat met honden en locason • Pagina 5: Sowjet-Unie vraagt meer hulp --- Op het sportveld van Spitak staan rijen doodskisten door Carol Williams (AP) SPITAK - In de Armeense stad Spitak, die eens 30 000 inwoners telde maar door de aardbeving van vorige week geheel is verwoest, zoeken bewoners nog steeds wanhopig tussen de puinhopen naar familieleden en vrienden. Het stof in de lucht vermengt zich met de stank van ontbindende lijken. Negentig procent van de inwoners van Spitak is dood. Er is geen elektriciteit en geen water; de telefoonverbindingen met de buitenwereld zijn verbroken. Er is nog maar weinig hoop dat er nog overlevenden worden gevonden onder de resten van de hoge flatgebouwen. Op het sportveld in het midden van de stad zoeken Armenen naar bekenden tussen de met dekens bedekte hopen stoffelijke resten. Verderop staan rijen grijze doodskisten klaar voor de niet aflatende stroom lijken die onder het puin vandaan worden gehaald. De kisten worden net als draagbaren, voedsel en flessen water naar het getroffen gebied ge- bracht met een inderhaast bijeen gezocht konvooi van oude vrachtwagens en bussen, die de moeilijk begaanbare bergwegen in Armenië verstoppen. Duizenden Armeense vrijwilligers, legerrekruten, artsen, verplegers en verpleegsters en reddingswerkers van over de hele wereld doorzoeken de ruïnes naar overlevenden. In de lucht hangen' helikopters van Aeroflot, zodat Engelse leden van het Internationale Reddingskorps met nieuwe apparatuur van optische vezels eventuele levenstekens onder het beton kunnen opsporen. In het oranje gestoken vrijwilligers van het Duitse Rode Kruis lopen achter hun speurhonden aan door de puinhopen en wijzen uitgeputte Russen aan waar zij het eerst moeten graven. De vermoeide reddingswerkers zijn 24 uur per dag in touw; 's avonds worden ze bijgelicht door de flakkerende vlammen van open vuurtjes. l6v aag werd nog een 33-jarige man e*nd onder de puinbrokken van bo, tWee verdiepingen hoog ge- OiïiW vandaan gehaald. Honderden ia,standers keken toe hoe hij lang- qftrn tevoorschijn werd gehaald. een draagbaar werd hij weggenj 9en terwijl opgetogen Armere nem water gaven en een siga-9en 'vet een ziekenwa- I Werd hij naar een provisorisch noLret °P enkele kilometers afstand niPar 2'Jn redding gaf nauwelijks Ve uWe hoop dat nog andere overle- Do gevonden zullen worden. Gegoesj Aganian hield gezicht de wacht bij de ruïne van de woning van haar zoon. Ze is uit een bergdorp naar Spitak gekomen in de hoop dat haar -zoon en zijn zwangere vrouw de ramp zouden hebben overleefd. „Het zou mijn eerste kleinkind zijn," vertelde ze. „Maar ik denk niet dat er nog kans is dat ze levend gevonden worden." Anderen, die met het reddingswerk helpen, verhaalden over wonderbaarlijke reddingen, maar het meest wordt verteld over hele families die dood worden aangetroffen en over ontbindende lijken. „We hebben nog hoop, maar niet veel meer," zei Artur Tovmasian, een vrijwilliger die instructies geeft aan de tal van hijskranen die betonnen platen en daken wegtillen. Hij zei dat hij de laatste drie dagen had geholpen 12 overlevenden uit te graven. Er is een lijst van nog geen tweeduizend overlevenden aangeplakt aan een barak waar een met de hand beschreven bord is aangebracht met „Plaatselijke Communistische Partij". Voor de deur roepen honderden mensen de namen van mensen die zij proberen te vinden. Burgemeester Arzumanian vertelde bij de resten van zijn woning dat hjj meteen na de beving uit de fabriek naar huis was gerend. De zeven verdiepingen boven zijn woning op de eerste verdieping lagen als grijze dozen voor de fundamenten en zijn woning in het achterste deel was opengeslagen. „Ik heb mijn twee kleindochters en mijn jongste dochter er zelf uit gehaald. Mijn vrouw en oudste dochter waren in de stad boodschappen aan het doen. Ik wist zaterdag pas wat er van hen was geworden." Zijn vrouw had het overleefd, maar zijn 27-jarige dochter was zwaar gewond naar Moskou overgebracht. Hoe het met haar is, weet hij nog niet. Net als andere inwoners van Spitak die door de aardbeving dakloos zijn geworden, heeft Arzumanian de nachten in de buitenlucht doorgebracht in een temperatuur dicht bij het vriespunt en op een matras die hij uit de puinhopen had gehaald. Hij wachtte tot het puin van zijn woning zou worden geruimd, omdat hij documenten en een voorraad geld wil zoeken waarmee hij zich met zijn gezin elders kan vestigen. De meeste daklozen zijn naar gespaard gebleven delen van Armenië gebracht of per bus naar Jerevan gebracht, waar zij wachten op vervoer om naar elders wonende familie te kunnen gaan. Veel Armenen zien de aardbeving als een nieuw hoofdstuk in hun lange geschiedenis van rampspoed. „In 1915 verloren we 1,5 miljoen mensen," zei Vartsjik Azarian, doelend op de bloedige Turkse massamoorden van 73 jaar geleden. „We hebben dat als natie overleefd en we zullen alles wat ons treft net zo overleven." ---