NEDERLAND EN ZIJN STRIJDKRACHTEN Minder anti-militairisme dan „een wereldoorlog geleden” Telkens wijzen op noodzaak van militaire verdediging DE POSITIE van de strijdkrachten in en tegenover het Nederlandse volk is dikwijls moeilijk geweest. Tien jaar na de bevrijding is er reden om ons af te vragen of oorlog en bezetting tussen 1940 en 1945 aan die verhouding een bepaald stempel hebben opgedrukt, en hoe de verhouding zich in de tien na-oorlogse jaren heeft ontwikkeld. J~ïIT was de soldaat van voor de oorlog; u een stijf pak, met een hoge boord, Onhandig, lelijk. --- WAKEN VOOR: psychologische fouten Moeilijk was de verhouding eigenlijk altijd, omdat de Nederlanders zoals men dat met een verkorte doch niet onjuiste uitdrukking formuleert „geen militair volk" zijn. Dat is juist, hoewel op zichzelf zeker niet alles-bepalend. Men kan op goede gronden volhouden dat het Nederlandse volk in wezen niet „monarchistisch" is in zijn sympathieën, maar concreet aan het Oranjehuis is verknocht, zodat ons land dan ook wel als een gekroonde republiek wordt aangeduid. Een „gekroonde" republiek — aceoord. Maar de waardering van ons volk voor het Koningshuis is er niet minder om. Zo kan het ook zijn dat een natie, die evenals de Nederlandse het krijgsbedrijf verafschuwt en nuchter staat tegenover wat zij als militaire gewichtigdoenerij beschouwt, niettemin met en voor haar strijdkrachten leeft. De Zwitsers zijn daarvan een voorbeeld, de Nederlanders bepaald niet of nog niet. Wat is daarvan de oorzaak? LOGISCH gesproken kunnen de oorzaken (want het zullen er wel verscheidene zijn) in drie sferen liggen. In de niet-militaire volksaard waarmee wij deze opmerkingen begonnen. In de aard van de strijdkrachten. Ten slotte in de omstandigheid dat de strijdkrachten in Nederland in de eerste wereldoorlog niet waren betrokken en bij de tweede een oorlog meemaakten die zich voor de meesten hunner in feite achter hun rug om voltrok. Ik zou geneigd zijn deze laatste omstandigheid als een van de belangrijkste te beschouwen indien het voorbeeld van Zwitserland, waar de historie dienovereenkomstig ligt, niet tot voorzichtigheid zou manen. Het is echter zonder twijfel van belang dat in de tweede wereldoorlog wel eenheden van zee- en luchtstrijdkrachten de vrije buitenwereld hebben weten te bereiken en aan de oorlog hebben deelgenomen, maar dat het overgrote deel van de landstrijdkrachten door een verblijf in bezet gehied of in krijgsgevangenkampen geen gevechtservaring heeft opgedaan of kon opdoen. Dit had na de tweede wereldoorlog tot gevolg dat het Nederlandse leger in zijn leidende posities slechts weinig officieren had die over moderne ge■vechtservaring beschikten. Dit verschijnsel is overigens niet tot Nederland beperkt; bij het opbouwen van intergeallieerde staven als in NATO-verband heeft men vaak de ervaring opgedaan dat de keuze voor leidende posities op Amerikanen en Engelsen viel, niet alleen omdat deze landen dat zo wilden, maar ook omdat zij het grootste aantal ervaren officieren konden leveren. Voor ons land is echter de verdenking Versterkt die al tientallen jaren over het Nederlandse leger hing, de nauwelijks uitgesproken veronderstelling namelijk «at het een groep was van mensen die zich professioneel voorbereidden op een taak welke zich toch nooit zou voordoen : gewapend optreden in geval van oorlog. Niet geheel billijk, maar ook niet geheel onjuist, heeft men "de Nederlandje officierenstand wel aangeduid als tandartsen die nooit een kies plomberen *>' schilders die nooit een schutting in de verf zetten. De aanwezigheid van deze situatie was het gevolg van allerlei factoren en zeker niet de schuld van de beroepsmilitairen. Bij het Nederlandse ♦elk, dat een goede neus heeft voor de Krens tussen realiteit en irrealiteit, heeft «e situatie echter een indruk van onbestemdheid achtergelaten. Een van de vruchten van de Duitse "putting en van de bevrijding door de geallieerden was een duidelijke verzwak*lng van de psychologische gronden voor pacifisme. Tussen beide werelden ogen heeft deze stroming, mede door jEnPtil volkenbondsenthousiasme vooral re k** beKin van de jaren '20, alle nietfi-pv, Nederlandse partijen voor het rfe«l of voor een deel in haar ban tv k "Het gebroken geweertje", het yrnbool waartegen nog altijd de stemnen van de beroepsmilitairen zich rich]prt als °P deze situatie uit het ver" critiek oefenen, was daarvan het '9htbaar symbool, maar het verschijnt>a i^as breder, ook waar niet een bew.aid anti-militaristisch sentiment aan- Vr Z)F was' Een wijdverbreide hang naar , fede en afkeer van het oorlogsbedrijf 'ad zich in die jaren, ten dele door jverdreven verwachtingen van wat een k, ernationale vredes-organisatie zou gunnen doen en ten dele door zuinigheid 2z twijfel aan de effectiviteit van een "elitair apparaat, bij sommige groepen van het volk verdicht tot een duidelijk anW-militarisme. Zonder te willen ontkennen dat een ™antal van de onderliggende sentimenen ook in de huidige phase nog aanwe- JS kan zijn, geloof ik dat tien jaar na nnt.beyrijding althans aan dat duidelijke de bodem ontvallen is. iar voor-oorlogs pacifist heeft enkele hartn geleden gezegd, dat hij dankbaar Van §e,eer". de bevrh'ding uit de hand den m Seallieerde troepen te aanvaarihin'st dat zeK* accepteert op zijn Vaarrti e-en beperkte, negatieve rechtheii mB voor bot krygshandwerk; den * een belangrijk stuk van de grononiW(ior een mogelijk anti-militarlsme er ac voeten weggevallen. --- DOOR Prof. mr dr J. Barents j~iE relatie tussen het Nederlandse 'J volk en zijn strijdkrachten is nu — tien jaar na de bevrijding — anders dan vroeger. De oorlog en de bezetting hebben de verhoudingen gewijzigd. Professor mr dr J. Barents heeft over dit onderwerp een artikel geschreven, dat wij hierbij publiceren. --- f Advertentie) t De sigaar is weer aan de i winne&ds --- __; • - ) (Advertentie) rBEWAAR DIT VOOR ZONDAG^ OOK dit keer geven wij u de gelegenheid uw eigen prognoses te toetsen aan de radio-uitslagen van Zondag: EERSTE KLASSE A EERSTE KLASSE C Excelsior—Veendam ....— PSV—Rapid J.C Amsterdam—Longa Ensched. B.—Vitesse Emma—Holl. Sport .'. NOAD-r-Haarlem Go Ahead—Stormv. . ~t NEC—Feyenoord MVV-—Zwolse Boys Limburgia—GVAV R. Sport—Leeuward. EBOH—Blauw Wit . DOS—NAC H. DVS—Alkmaar EERSTE KLASSE B EERSTE KLASSE D Sparta—Elinkwijk ........ HVC—Sp.cl. VVV'O3 DWS—Fortuna '54 De Volewijck.—RßC Heerenv.—Rigtersbl Be Quick—DFC EDO—Brabantia VSV—AGOVV ADO—-Heracles De Graafsch.—Xerx. '.'.'.'.'.'.'.'. '.'.'.'.'.'.'.'. Sittard.—Wagening ... Eindhoven—BVV SVV—Willem II Enschede—Ajax 'V : j --- \__flPX_JpK_5 Ik »R 0 T E R" HILVERSUM --- Wrijfpunten krach P»le van de Nederlandse strijdveran.__Vs. ln de laatste jaren enorm Voorn = ,. ln haar zakelijke aspecten, .treek, neISk,in het kwantitatieve. Ombe_rotin2 k)!art van de Nederlandse a»n dZ?°rd.de laatste Jaren besteed Sroeienn „ ;m.SaVCT en een steeds erende anHnï _?n?e mensen gaat ge- __^e5a" of twee Jaar door de dat ook __|leidlI?g £een* zodat een volk „0rlogsi_VPn _e in h° uitgevallen 5ad met w *«$. tekort aan bekendheid S°or d. _lt .mihtalre leven (anders dan af_le1e beleving van de Duitse • ee^s mmer mate wordt 11 militaire leef- en Saaruit te ï?_ Hgt *?oov de hand om öe«andsfl v^len afleiden dat het Ne- So°rt v„_ , ' waarbfl wg zoeven een «stne vi. n_^,enie_? latent anti-militai?eze oISr3*n. zich zowel door .9*7 steel d^gr^den als door de na •Xan müi?fi^ldelljkei'. «ebleken noodzaak esC mil. verdediging van het vrije 2e fiinctS t veTtrouw1 zou voelen met van de str;idkrachten j To i! samenleving, n!Sffel? . eF nog" wrijfpunten, vati hiio et ™et ln * eerste plaats -B«t eerVft_g 1S _?m,._te weten °f de eerste voorbeeld van slecht eon- „schuld" daaraan in de eerste plaats bij de beroepsmilitairen met hun „soldatengeest" zou liggen, dan wel hg de Nederlandse samenleving als geheel, die zich bij de gewijzigde omstandigheden nog maar te weinig zou hebben aangepast. PR zou een normaal ineengroeiingsproces van volk en strijdkrachten aanwezig moeten zijn en het valt niet te ontkennen dat dat op sommige punten zichtbaar is. Op andere echter — men zou er haast wanhopig onder worden — lijkt er weer alles aan te haperen. Laten wij enkele onderdelen van het beleid analyseren en pogen de oorzaken van het nog te geringe contact aan te geven. tact, een voorbeeld dat nauwelijks meer genoemd behoeft te worden, is het liftverbod. Daarover uit te weiden is overbodig, omdat er grote eenstemmigheid bestaat zowel over de geringe betekenis daarvan in het gehele defensiebeleid, als — waarop het ook hier aankomt — over de psychologische domheid die erin besloten lag. Waarschijnlijk heeft Wim Kan de geest van het Nederlandse volk het duidelijkst omschreven toen hij zei, dat, indien de minister van Oorlog uitdrukkelijk gewenst zou heb. ben dat particuliere automobilisten militaire lifters meenamen, hy geen beter middel dan het liftverbod had kunnen bedenken. Maar de fouten worden zeker niet alleen aan de kant van de militaire autoriteiten of de hen volgende minister gemaakt. Tekenend voor het tekort aan werkelijkheidszin van brede lagen van de openbare mening was de gedachtenwisseling die vorig jaar plaats vond toen belangrijke militaire formaties hadden deelgenomen aan de parade op Koninginnedag in enkele grote steden. Er waren stemmen die dit zinspelen op het krijgsbedrijf op zichzelf op die dag ongepast leken te vinden. Er waren er ook die de militaire parade op zichzelf vergoelijkten, maar bijvoorbeeld het vertonen van zware uitrustingsstukken als tanks „weinig tactvol" vonden. Slechts weinigen echter bleken zich te hebben gerealiseerd dat als men voor Nederland met de mogelijkheid van een oorlog rekent en als men zich op die mogelijkheid metterdaad wil voorbereiden, het op zijn zachtst gezegd niet erg logisch en niet erg elegant is jegens de mannen in uniform om hen juist op Koninginnedag achteraf te willen houden. Hier leek de ontwikkeling van de openbare mening en zeker van sommige vreesachtige woordvoerders te zijn achtergebleven bij de feitelijke ontwikkeling van de internationale en de binnenlandse politiek. --- Misverstand Er zijn ook zaken waar het tekort aan inzicht van de leidende autoriteiten en het tekort aan bereidheid van de natie om de consequenties te trekken uit een politiek, welke zij in meerderheid in beginsel heeft aanvaard, samenwerken om een onbevredigende toestand te bestendigen. Hier denk ik bijvoorbeeld aan het ernstige gebrek aan candidaten voor de Koninklijke Militaire Academie, waardoor deze elk jaar moeite heeft het aantal van nog redelijk goede cadetten vol te maken. Als men van militaire zijde dit verschijnsel wijt aan een voortduren, maar in bedekte of gewijzigde vorm, van de spreekwoordelijke „geest van het gebroken geweertje" heeft men zeker niet helemaal ongelijk. Maar als in de Defensienota van het vorig jaar het te kleine aantal beroepsofficieren in de planning wordt verdedigd met het argument, dat er in de toekomst voldoende promotiekansen voor hen moeten zijn, wekt men toch de indruk dat de strijdkrachten eigenlijk niet zouden bestaan om Nederland tegen oorlogsgevaar te verdedigen, maar om de beroepsofficieren voldoende promotiekansen te verzekeren. Het is een misverstand, dat niet aMeen bij militairen voorkomt. Een soortgelijke belachelijke overdrijving van het ideaal van de volledige werkgelegenheid doet zich voor, als men voorstelt om ter bevordering van een permanente werkgelegenheid het tempo van de wederopbouw te remmen, er dus van uitgaande dat we niet in de eerste plaats huizen bouwen om er mensen zonder eigen huis één te geven, maar om de bouwvakarbeiders aan het werk te houden. Juist bij de defensie werkt zoiets echter funest. Een leger dat voor omstreeks 30 pet uit jonge socialisten bestaat maar nagenoeg geen socialisten in de officiersrangen kent (om nu maar het voorbeeld van deze éne volksgroep te nemen) blijft onvermijdelijk psychologisch in bepaalde opzichten vreemd tegenover het volk staan — of gaat, wat onder omstandigheden niet minder erg kan zijn, een overmatige betekenis toekennen aan de opinies van de weinigen die wel tot zon onder-vertegenwoordige bevolkingsgroep behoren. Het is een problematiek waarvoor, omdat het officiersberoep een gesloten carrière is met langjarige opklimming, f een gemakkelijke oplossing aan de hand an worden gedaan. Wil het Nederlandse leger echter ooit een „volksleger" worden,/dan zullen hierin geregeld en geleidelijk verbeteringen dienen te woren aangebracht — waarbij de liefde overigens niet van één kant kan komen. TN de nu gegeven voorbeelden was het al duidelijk dat de „schuld" aan de onbevredigende situatie moeilijk is vast te stellen of niet aan een bepaalde groep te wijten. Er zijn ook omstandigheden waarbij van een schuld nauwelijks sprake kan zijn en die toch wat zoeven het geleidelijk ineengroeiingsproces werd genoemd ongunstig beïnvloeden. Laat ik er twee van noemen. Het is maar een hypothese, maar ik heb het gevoel dat het duidelijke onbehagen dat er niet bij enkele, maai* eigenlijk bij alle Nederlanders bestaat over de Duitse herbewapening, in belangrijke mate is veroorzaakt door de, ik zou haast zeggen: al te geestdriftige wijze waarop deze herbewapening van politieke zijde wel is verdedigd. Misschien staat de Nederlander tegenover elke geconditionneerde geestdrift instinctief wantrouwig. In ieder geval is het mijn indruk dat een voorzichtiger verdediging van de noodzakelijke inschakeling van West-Duitsland in de verdediging van het Westen, waarbij men dus wijst op de noodzaak ervan zonder te verbloemen dat zij ook ernstige schaduwzijden heeft, de psychologische weerstanden er tegen (die zeker niet alleen bij communisten bestaan) zou hebben verminderd. TEGENWOORDIG dragen de soldaten makkelijk zittende uniformen, waarin zij volkomen bewegingsvrijheid hebben — onder alle omstandigheden. --- Vraag Voorts konden wij zoeven wel vaststellen dat een stuk van de logische en psychologische gronden voor een mogelijk pacifisme is weggevallen. De recente ontwikkeling van de atoomwapens echter heeft ons (als wij onder „ons" verstaan degenen die de noodzaak van militaire verdediging ten volle aanvaarden) in de woorden van James Reston van de „New Vork Times" opnieuw geconfronteerd met de vraag die destijds de pacifisten stelden: of wapens met een dergelijke vernielingskracht het krijgsbedrijf niet geheel zinloos maken. Een deel van wat er over de vernietigende kracht van deze wapens wordt gezegd kan op misverstand berusten, of uit van communistische zijde geïnspireerde propaganda voortspruiten, maar de vraag op zichzelf zal elk eerlijk mens zich willen voorleggen. SAMENVATTEND is het moeilijk om van de relatie tussen het Nederland- se volk en zijn (ja: z ij n) strijdkrachten een bevredigend beeld te ontwerpen. Anti-militairisme is er stellig minder dan „een wereldoorlog geleden"; en het is ook moeilijk om bijvoorbeeld de militairen die bij de stakine: van een maand geleden in Amsterdam de bussen bedienden als vertegenwoordigers van „das preussische Militar" te zien. De uitgebreide militaire voorzorgsmaatregelen van de laatste jaren hebben ons de militairen steeds meer doen zien als Nederlandse burgers in uniform, en dat is een goed ding. Er is echter nog veel te doen, en uit vele hoeken. Telkens waar het pas geeft zal men de noodzaak van militaire verdediging opnieuw naar voren moeten brengen om de openbare mening heen te helpen over wat nog altijd haar achterstand is bij de feitelijke politieke ontwikkeling sinds 1947 en '48. De leidende Nederlandse militairen zullen nu meer dan ooit op hun hoede dienen te zijn voor psychologische fouten. Ook hier zijn grote vorderingen gemaakt. Men kan de laatste jaren, ineen ik, geen generaal ontmoeten of hij stelt de noodzaak van sociale maatregelen naast militaire bij*de verdediging van het Westen uitdrukkelijk voorop. Een enkele maal echter bekruipt u wel eens het gevoel dat dit nog maar een schematisch inzicht is, dat het op leidende plaatsen nog ontbreekt aan het gezond verstand waarmee men zich indenkt in de gedachtensfeer van Jan Soldaat: — dat wil zeggen van de gemiddelde Nederlander, tijdelijk in uniform gekleed. Ook de omstandigheden kunnen hier een werking ten goede of ten kwade uitoefenen. Leiders en geleiden, militairen en burgers, hebben over en weer de politiek-militaire situatie te aanvaarden en te verwerken. Dat lukt soms, maar niet altijd. Het zal beter moeten lukken, willen volk en strijdkrachten werkelijk ineengroeien en een situatie als in Zwitserland kunnen ontstaan. --- Sportprogramma Voetbal West I. Tweede Klasse A: Zeeburgia— De Kennemers; 't Gooi—KFC; Ede—WA; Rapid'itas—UW; HFC—Holland; De Spartaa —DWV. B: Watergraafsmeer—RCH; West Frisia—Hollandia; ZFC—Helder; Beverwijk—HßC; Volendam—AFC. 'West 11. Tweede Klasse A: Quick— Velox; DHC—HOV; DCV—RFC; O NA— Wassenaar. B: HBS—CW; UVS—ODS; Goal—Gouda; Fortuna—Unitas; VUC— Leerdam. Noord. Tweede klasse A: ESC—Nicator; FVC—Frisia; Friesland—Velocitas; Oosterparkers—Haren; GRC—Hslpman. B: Veelerveen—HSC; JW—FW; Asser Boys— Ni«uw Buinen; Stadskanaal—Achilles; Hoogezand—Noordster; Muntendam—BNC. Oost. Tweede klasse A: Zwartemeer— Achilles; Alcides—Oldenzaal; Quick '20—' Labor; ZAC—Eilermark. B: Eendracht— ESCA; Arnhemse Boys—Robur et Vélocitas; WVC—Theole; WAVV—Dierense Boys. Zuid I. Tweede klasse A: TOP—DESK; Wilhelmina—Helmondia; Helmond—De Valk; Schijndel—SAßTO; .Veloc-OSS '20. B: RAC—Vlissingen; Alliance—Goes; Internos—MOC '39; Baronie—Rood Wit; TSC —Roosendaal. Zuid 11. Tweede Klasse A: Waubach— Groene Ster; Heksen berg—Waubachse Boys; WH '16—RKBSV; RKONS—Sportclub Emma. B: WH Zwart—Wittenhorst; Venray—Wilhelmina '08; Blerick—Sportol, Irene; Roermond—Heer; Maurits—Kitnbria. West I. Derde Klasse A; Terras vogels— GVO; Zilvermeeuwen—Zaandijk; WB— WSV '20; Vitesse '22—Kinheim. B: RKAFC -i-Velsen; Schoten—Alkmaarse Boys; OSV —QSC. C: Wilhelmina Vooruit—Always Forward; TOG—SDW; Rivalen—ZSGO; Donar—JOS; EKVVA-DEC; DBM—CSV. D: Patria—APWC; WVC—Zeist; CDN— DWSV; Maarssen—Stichtse Boys. Vierde klasse A: Schagen—WW; WZV —Watervogels; BKC—Succes; WGW—De Zouaven; Andijk—DTS. B: BRC-SEW; USVU—Assen-delft; EVC—Meervogels '31; Monnikendam—Purmerend; Egmondia— Llmmen; Grasshoppers—De Rijp. C: Energia—lW; Madjoe—De Meteoor: SDZ— DWG; WZ—Y-Boys; SVA-^Animo; SFMO le-n—SLTO; JH Kwartier—St Pancratius; —APGS. D: KBV—Sloterdijk; Onze Gezel- Lynden—Wilskracht; DIO—ETO; Halfweg —De Meer. E: OFC—NAS; DCO—EHS; HEDW—Nautilus; Waterloo—DJK; WMS —Gold Star; Bloemendaal—De Germaan. F: DFC—Neerlandia; NPC—ADE; Swift— ASV; Aalsmeer—NEA; AGS—DVAV. G: De Zebra's—Quick; VDO—Zwaluwen Vooruit; Naarden—SDO; KDS—The Victory; Ultrajeotum—FAK. H: SEC—DEV; ARES —Amsvorde; Laren—Nijenrode; JSV— VVOG; Utrecht—De Stiohtse; SVP—WY. --- Hockey Heren. Om het kampioenschap van Nederland: HHIJC—Union; Venlo—Gronin£en ~ . Dames: Quick—Groningen. Heren. Promotie Overgangsklasse naar Eerste Klasse: SCHC—HDM; Push—Eindhoven. --- Korfbal Eerste klasse. Noord-Holland: Roda— Westerkwartier; Duto—Archipel; Koog Zaandijk—Rohda; Blauw Wit—Allen Weerbaar. Zuid-Holland: Spangen—Het Zuiden; Vicus Orientis—HKV; Blauw Wit '51— Deatos. Noord: Rood Wit—Nic; LDO—Sparta. Zuid: PSV—DOT. --- Tennis Hoofdklasse A: Leimonias I—Thor RW I; DDV I-NMC I. Hoofdklasse B: Dash I—Delmoroias II; Enschedese LTC I—Victoria I; Philharmonie I-DDV II; Sobri I—Hilversumse LTC I. --- PSV HEEFT TEGEN RAPID JC GUNSTIGE VOORUITZICHTEN Kansen voor DWS zijn op eigen terrein tegen Fortuna klein VOOR afdeling 1-C wordt de twintigste ronde van de voetbalcompetitie zeer belangrijk, omdat Zondag de tooploegen elkaar zullen ontmoeten. Leider PSV ontvangt Rapid JC. De Eindhövenaren, die het afgelopen weekeinde \ over een vastberaden Vitesse struikelden, lopen ongetwij- I feld met plannen rond, dié herstel inhouden. Indien de Bra| banders op scherp •staan, dan moeten zij de strijd tegen de | Limburgers kunnen winnen. GVAV gaat naar Limburgia. Het wordt voor de Groningers een zware opgave en wij gedat zij de gunstige kant van de score bereiken. >WS op eigen terrein met Fortuna. Het is niet aan te nemen, lers deze wedstrijd met een zege zullen afsluiten. Het aan de II mag naar SVV, dat de minste kans maakt op een over- loven dan ook niet, c In 1-B duelleert dat de Amsterdammi top staande Willem '. winning. Holland Sport kan in 1-A, indien het van Emma wint, een stap dichter bij de afdelingstitel komen. In 1-D heeft VVV tegen HVC de beste vooruitzichten en botst Ajax in het Oosten tegen Enschede op. Wat wellicht een gelijkspel oplevert. VEENDAM gaat in 1-A, nemen wij aan, vergeefse pogingen aanwenden om Excelsior omver te schieten. Amsterdam speelt tegen Longa. De hoofdstedelingen stappen sterk favoriet op het veld. Go Ahead is gastheer van Stormvogels. De punten zullen waarschijnlijk wel mee naar IJmuiden gaan. MVV stelt zich tegenover Zwolse Boys op. Om zich de sterkste te tonen. Roda Sport treedt aan tegen Leeuwarden De Limburgers worden in staat geacht deze ontmoeting met een positief resultaat af te ronden. DOS—NAC tenslotte lijkt ons voor de Bredanaars. Holl. Sport 18 31 57—21 NAC ... 19 29 88—17 MVV .... 19 22 43_29 Amsterdam ............. 19 21 39—28 Longa 18 19 38—35 Excelsior 19 19 27—25 Emma 16 18 18—22 Roda Sport 18 18 28—32 Leeuwarden 18 15 27 -37 Stormvogels 17 14 33—32 Zw. Boys 19 14 25—39 DOS 18 13 30—42 Veendam 18 11 27 56 Go Ahead 18 10 15—30 Sparta ontvangt in 1-B Elinkwijk. Normaal gesproken dienen de Rotterdammers dit voetbalgeveeht te winnen. Heerenveen doet een poging om Rigtersbleek naar verlies te drijven. Wat waarschijnlijk zal lukken. EDO, 'dat het tegen Heracles lelijk liet liggen, kan zich tegen Brabantia herstellen. De Almeloërs moeten Zondag naar ADO. Een tweede achtereenvolgende zege lijkt ons onwaarschijnlijk. Verder bezit Sittardia kwaliteit genoeg Om Wageningen op afstand te kunnen houden. Willem II 16 27 54 24 Fortuna's4 18 27 35—16 EDO 19 20 29—32 ADO .., 17 19 83—25 Sparta 19 19 45—35 Heerenveen 18 18 47 42 SVV 18 18 38—40 Sittardia 17 17 35—36 DWS 17 ie 23—25 Rigtersbleek 18 16 31—43 Elinkwijk 17 15 28—31 Heracles 17 13 38—49 Brabantia 18 11 20—44 Wageningen 17 10 18—32 In 1-C zorgt Vitesse wellicht weer voor een positieve score, want de Arnhemmers, spelen tegen Enschedese Boys. Het kan dus. Haarlem reist naar NOAD, dat tenminste een gelijkspel moet kunnen bereiken. NEC test op eigen terrein Feijehoord. De Nijmegenaren zullen er goed aan doen niet al te veel op een overwinning te rekenen. Voor Blauw Wit wordt het weer een nederlaag. De Amsterdammers moeten namelijk naar. EBOH. Ook voor Hermes DVS wordt het weekeinde niet zo heel erg prettig. Omdat Alkmaar naar Schiedam komt. PSV 18 27 42—22 Limburgia 17 25 86—20 GVAV 17 24 44—28 Rapid JC 17 28 45—26 Alkmaar 18 19 27—25 Noad 19 19 26—25 EBOH is 18 30—35 Vitesse , 18 17 27—38 Haarlem 17 16 24—22 Feijenoord 17 16 28—31 Ensch. Boys ....„ 18 13 25—41 Blauw Wit 17 12 19—29 NEC 19 12 22—36 Herm. DVS 18 7 20—42 De Volewïjckers kan in 1-D zijn prestige enigszins terugwinnen door een gunstige score tegen RBC, DFC gebruikt Be Quick misschien als schietschijf. De Dordtenaren hebben het afgelopen weekeinde bewezen over een schotvaardige voorhoede te beschikken. VSV krijgt bezoek van AGOW. De Velsenaren kunnen dus twee punten rijker worden. De Graafschap kan Xerxes hebben en Eindhoven zal zich door BW, geloven wij, niet laten verrassen. VVV 16 26 88—10 Eindhoven 16 23 32—12 Ajax 18 23 34—16 Enschede •—• 1» 22 85—28 DFO ••••• 18 20 28—28 Graafschap 18 19 27—28 RBC 1» 19 30—86 HVC 18 18 21—20 Volewijckers 19 18 22—88 BW •■•••• 17 17 24—27 VSV !8 13 22—32 Be Quick 17 11 18—33 AGOW • 18 1° 24—33 Xerxes ••••• 17 9 10—24 --- KAREL v.d. MEER LEIDT DUITSLAND—IERLAND Scheidsrechter Karel van der Meer (Den Haag) zal de landenwedstrijd tussen Duitsland en lerland leiden, die op 28 Mei te Hamburg wordt gespeeld. Grensrechters zijn de heren J. H. Martens uit Zeist en J. C. van Gelder uit Den Haag. --- Cricket Eerste klasse: ACC—Quick (N.); Haarlem—VVV; PW—VRA. --- Handbal Hoofdklasse Dames: PSV—ZAC;. Woensel—UDl; Hygiëa—BSCA Hoofdklasse Heren: PSV—DES; Eindhoven—Olympda; Hellas—Tv minst. --- Ronde van IJsselmeer op 21 en 22 Mei Op 21 en 22 Mei wordt door ~De Germaan" de achtste ronde van het IJsselmeer gehouden, waaraan ongeveer 100 amateurs zullen deelnemen. In twee dagen zullen de amateurs een afstand van ongeveer 430 km afleggen. Op Zaterdag leidt het parcours van Amsterdam via de Afsluitdijk naar Meppel (afstand van 230 km). 'Zondag keren de renners via de Veluwe naar Amsterdam terug en rijden dan ongeveer 200 km. Tal van sterke amateurs heben voor de wedstrijd ingeschreven, o.m. Piet de Bruin. Tini Wolfs, Heeren, De Vree, Van Steenvoorden, Van Steenselen, Rusman, Tonnie Peters, Van 't Hof. Mehagnoul, Jan Broers, Snijders. Schalk, Verhoef, Muilwjjk. Hamelink, Pluijmaekers en de gebroeders Van Putten. Paardensport. — De favoriet „Altrek" van de stal Castelverde heeft Donderdag in Rome de 72e Italiaanse Derby gewonnen, een race over 2400 meter, die genoteerd was met een prijs van ruim 110.000 gulden. Tweede werd „Grand Rapids", een outsider, en derde „Chiadina". De tijd van de winnaar was 2 min. en 33 sec. --- JOOP CAPTEIN NAAR LONDEN EN PARIJS De jonge Amsterdamse sprinter Joop Captein, die onder leiding van Arie van Vliet in het Olympisch stadion te Amsterdam traint, heeft uitnodigingen ontvangen om deel te nemen aan de Grote Prijs van Londen op 28 en 29 Mei en de Grote Prijs van Parijs op 5 en 12 Juni Op 21 Juni komt Captein in het Olympisch stadion uit in een internationaal sprintnummer. Dit is een onderdeel van het programma, dat dan wordt gegeven ter gelegenheid van de aankomst van de Olympia's toer door Nederland voor amateurs. --- 'n Heel klein beetje koorts door A.C. van Swol ALS je in een vertegenwoordigend team bent opgesteld, kan je als dokter in merkwaardige toestanden komen. Dat heb ik in Zwitserland weer eens gemerkt. U herinnert zich nog, dat Van Dalsurn tijdens * de Davis-Cupwedstrijd in Bazel het afgelopen weekeinde een zonnesteek opliep. Hij speelde de eerste partij en onze hoop was, door zijn goede spel tevoren in Nederland, op hem gevestigd. Nu, er kwam niets van terecht. Eenvoudige ballen sloeg hij in het net en lopen — één van zijn sterkste punten — deed hij helemaal niet. Hij speelde als in een trance. Waarom? Niemand begreep het. Zenuwen, zo probeerde men het te verklaren, slecht spel, moeilijke baan, veel lawaai, etc. Maar na afloop van de wedstrijd zei hij tegen mij: „Ik zag de ballen niet goed, ze waren niet duidelijk, en ik kon er niet naar toe komen. M'n lichaam wou wel, maar m'n benen gingen niet mee." Hij klaagde over hoofdpijn en over pijn in de maag en vertoonde nog enkele kenmerkende symptomen. Zijn temperatuur was wat verhoogd en 's avonds liep die nog wat op. De volgende dag was, zoals u weet, de dubbel Dehnert-Van Dalsurn opgesteld. Maar het was duidelijk, dat van Dalsurn niét kon spelen. En zo dacht de Zwitserse arts, dié dit geval mede ter beoordeling had, er ook over. Van Dalsurn bleef dus in bed met ijs op zijn hoofd en ik moest spelen. Die dubbel wonnen we (2—1 voor Holland). 's Avonds had Van Dalsurn nog altijd een iets te hoge temperatuur, maar de andere symptomen waren vrijwel verdwenen. Wij vroegen ons af, wat er de volgende dag zou worden beslist: kon, moest, mocht Van Dalsurn spelen? Ik dacht met meegevoel aan mijn Zwitserse collega, die natuurlijk diezelfde avond werd benaderd door zijn eigen partij. Dat zal wel als volgt gegaan zijn: u bent natuurlijk de dokter, en de medische verantwoording ligt bij u, maar als er nu niets meer te vinden is, dan is het toch logisch, dat u zegt, dat Van Dalsurn moet spelen! Want men had Van Dalsurn slecht zien spelen en een vervanging kon allicht een verbetering zijn. Dat Van Dalsurn tijdens die eerste partij niet goed geworden was en daardoor zo slecht had gespeeld, was natuurlijk iets, wat de Zwitsers maar niet zo direct konden geloven. De volgende morgen was Van Dalsum's temperatuur vrijwel normaal, maar bij het opstaan had hij dat bekende gevoel van de rubberbenen. Het consult had plaats in de kamer van Van Dalsurn; ik had onze aanvoerder gevraagd er bij te zijn. Het Zwitsers medisch onderzoek was uitgebreid. Ik volgde het aandachtig. Mijn collega bad het geweldig warm, hij transpireerde hevig. Onze aanvoerder schreef iets op een papiertje en duwde mij dat onder mijn neus: „laat 'cm spelen", stond er. Ten slotte zei de dokter: „Ja Herr Kollege, das ist ja klar. Keine objektive Befunde. Er soll spielen." En daar zaten we dan. Toen ontspon zich een merkwaardig gesprek. „U vindt dus, dat luj moet spelen", zei ik. „Ja, er is niets meer te vinden. Temperatuur heeft hij niet meer. Hn* heeft geen pijn. Objectief zijn er geen afwijkingen." „U acht hem dus in staat om onder deze omstandigheden een wedstrijd met maximale krachtsinspanning in deze warmte te spelen?" „Ik moet alleen beoordelen, of hij iets heeft, dat het hem thans onmogelijk maakt om te spelen. En dat heeft hij niet!" „U vindt het dus geen bezwaar, dat hij gisteren en eergisteren verhoging, diarrhoe en verdere verschijnselen van zonnesteek had?" „Herr Kollege, u moet mij goed begrijpen," zei de Zwitserse arts. „Ik moet alleen beoordelen, of er objectieve symptomen zijn, waarop ik kan zeggen: Hij mag niet spelen. Maar die zijn er niet." „Herr Kollege, het is duidelijk, dat de Zwitserse bond achter u aan heeft gezeten," antwoordde ik. „Als u een patiënt had, die die twee dagen lang deze verschijnselen had vertoond, maar de derde dag koortsvrij en zonder symptomen was, zoudt u die patiënt dan serieus kunnen adviseren een zware wedstrijd te spelen?" „Als u het zo stelt, nee, dan niet. Maar ik moet alleen beoordelen, of er verschijnselen aanwezig zijn, die hem verhinderen om te spelen. En die kan ik niet vinden!" Een vreemde situatie: deze beslist sympathieke dokter stond onder hoge druk van een bepaalde kant, dat was duidelijk, Hh' zat ook in de knoop met zn'n medisch gevoel ten aanzien van een patiënt, die nu normaal en bruinverbrand in bed lag, maar die de dag tevoren zich behoorlijk ziek had gevoeld. Benijdenswaardig was zijn positie allerminst, en ik weet heel zeker, hoe dat in bepaalde landen afgelopen zou zijn. Maar ik had nog een laatste argument. „De zaak is heel eenvoudig " zei ik. „Als u Van Dalsurn geen dispensatie geeft, dan neem ik de verantwoordelijkheid om hem te laten spelen met. Dan geven we het punt cadeau. En als Dehnert van Froesch verliest, en de stand dus 2—2 wordt dan wint Zwitserland met 3—2 zonder te spelen. Want denkt u zich nu eens in, wat er met mij gebeurt in Holland, als Van Dalsurn straks — wat ik zeker acht — iets overkomt tij«f ,? w«dstriJd- Uw beslissing kan ik medisch met verantwoorden snielfU^rv,61"- ch sPielen musz, spieu er doch nicht..." Nu dat kon de Zwitserse bond natuurlek niet accepteren Onze aan voerder, mr Peters, bracht toen nog toch dufdrel^ren' dat ,het ten «l£"e toen amdehjk ons nadeel was dat onze sterkste speler niet mtkómen cc^heel klein beet- bIJ Van Dalsurn, "en het objectieve symptoom was er! leder densSgeSaUVeerd! Alleen was Nadruk verboden. ---