Kip-en-ei Waarom heeft TNO niet een pure methanolwagen ontwikkeld ? "Dan krijgen we weer het bekende kip-en-ei-probleem. Het is niet makkelijk een nieuwe brandstof te introduceren, dat hebben we gezien met LPG. Het duurt tien jaar of langer voor je een dicht distributienet van tankstations hebt. De autoindustrie gaat niet zomaar methanolwagens maken als er niet voldoende tankstations zijn. En er komen geen methanolstations als er niet genoeg auto's op die brandstof rijden. We hebben daarom dit sensor-systeem ontwikkeld waarmee je met een gewone benzine-auto ook op methanol kunt rijden. Naarmate die brandstof meer beschikbaar komt, gaat de automobilist meer op methanol rijden. Des te sneller er een dicht distributiesysteem van methanol-tankstations komt, des te eerder maakt dit sensor-systeem zichzelf overbodig. Met een echte alcoholwagen bereik je natuurlijk betere resultaten. De startproblemen kan je ondervangen door voorverwarming of door te starten op benzine en daarna over te schakelen op alcohol. Met de Scandinavische landen gaan we een programma ontwikkelen voor een echte alcoholauto die door middel van een sensor ook op benzine kan rijden." "Het hele project staat nu op een wat laag pitje.evenals de onderhandelingen," verklaart een woordvoerder namens de vijf financiers. "Daarom willen ze niet aan de weg timmeren en mag ik hun namen niet noemen. Het wordt pas weer interessant als de benzineprijzen weer stijgen naar twee gulden per liter. Daar ziet het voorlopig niet naar uit, maar we hebben de tijd. Het patent loopt tot 2002. Voor die tijd hopen we er toch geld uit te halen." Een van de testauto's van TNO bij de methanol-pomp --- Sterrewacht Behalve de demonstratie-instnf menten zoals de toestellen van '6 Gravesande en de luchtpomp waaf mee Van Marum als eerste een g«* (ammoniak) vloeibaar maakte, wef den er ook astronomische kijkers aangeschaft. Ze werden opgesteld in de sterrewacht, een koepeltje boven de ovale zaal. De astronomische kil' kers waren weliswaar duur, ma»* het kijken in de ruimte zou behalve de wetenschap eveneens de religie»*' ze gevoelens sterk bevorderen. Be* vordering van de godsdienst w&s tenslotte ook een onderdeel van Tey' lers genootschappen. Een aardig aankoop in dit verband tussen theologie en natuurwetenschap was oofc de Homo Diluvii Testis (de mens getuige van de zondvloed). Het betrof het fossiel van een reuzesal»' mander dat werd aangezien voor een versteend mensenskelet: de al' gemene opvatting in de 18e ecu* was namelijk dat fossielen tijdens de zondvloed waren ontstaan uit verdronken mensen en dieren. In de 19e eeuw had Teylers nog wetenschappelijke primeurs: in 183» wordt vanaf het dak de eerste foto in Nederland genomen. De NobelpriJs winnaar prof. Lorentz werkt in he* gebouw aan het Spaarhe aan de moderne fysica. Maar na de tweede wereldoorlog zijn de lijke ontwikkelingen niet meer bij te benen. Bovendien verslechtert de financiële situatie. Teylers houdt op te fungeren als onderzoekscentrum. maar blijft bestaan als bibliotheek en museum. Vol interesante voorwerpen maar geen rariteitenkabinet. Met veel sfeer en iets minder licht. In het gastenboek staat tussen de loftuitingen:'toilet niet in orde. 'te weinig licht. Laat u niet weerhouden: de WC is keurig en je heb* altijd zwijnen die geen parels kunnen waarderen. Teylers Museum geeft een eigen bid"1 uit: Teylers Museum Magazijn, 4 $ per jaar interessante en goed geschil ven informatie voor f 15. Over te w<*~ ken op ABN rek. 56.03.24.979 te Haaf' lem of postgiro 5699019. i --- Beroemd Teylers wordt beroemd, want er is geld om mooie aankopen te doen en, nog belangrijker, er is iemand die weet wat hij moet aanschaffen. Tout Europa komt af op zijn natuurkundige experimenten, zelfs Napoleon komt langs. Wie niet komt schrijft wel brieven naar Van Marum en zijn instituut dat langzamerhand een vooraanstaand centrum van onderzoek en onderwijs is geworden. De belangrijkste attractie is de grootste electriseermachine -een half miljoen volt- ooit vervaardigd, een staaltje van Van Marums inventiviteit, van het vakmanschap van de instrumentmaker Cuthbertson en de goede smaak van architect Leendert Viervant, die ook de ovale zaal heeft ontworpen. Want wetenschap en kunstzinnigheid gaan hand in hand. Van Marum neemt zelf ook de nodi" ge risico's door als proefkonijn te fungeren voor zijn electriciteit" sproeven. Hij baseert zich daarbij op bevin* dingen van professor Van Musschenbroek, de uitvinder van de 'Leidse flesssen'. Musschenbroe" had onderzocht 'hoe de ElektriM kracht in vryhangende leiders behouden kon worden', door aan de geleider van zijn machine een k°" perdraad te hangen waarvan het einde in een fles met water hing, öj waar hij zelf de verbindende schakel tussen vormde. Zo onderging hij zijD ontdekking: "Op hetzelfde oogenbli» wierd myne rechterhand zo gewelde geschokt, dat myn lichaam erdoor g& raakt wierd als door een blixem slaQ- Myne armen myn geheele lichaam waaren er zo geweldig-van aangf daan, dat ik het niet weet uitdrukken met een woord, ik meende, dat IM* met my gedaan was." Later werden proeven gedaan met vogels en dieren om te kijken hoeveel stroom & konden verdragen, "..de eerste schok maakte hen beweegloos, doch zy htf' leefden na wynige oogenblikken. D* 2e schok dode den spreeuw, de ri«* kwam weer by." --- Omayra Sanchez door HERBERT VAN ERKELENS EEN van de aangrijpendste beelden die ik de laatste tijd op de televisie heb gezien is dat van Omayra Sanchez, een meisje dat tot haar lippen in een modderpoel vastzat en wijze woorden tot ons sprak. Zij was, zoals vele anderen, overvallen geworden door de modderstroom afkomstig van de Columbiaanse vulkaan, de Nevado del Ruiz. De krant meldde later dat zij, eenmaal bevrijd uit haar benarde positie, in een ziekenhuis overleed. Aan haar jonge leven was door een gril van moeder natuur een einde gekomen. De New Scientist meldde op 21 november dat geologen meer dan een maand voor de fatale vul- aanuitbarsting de Columbiaanse regering gewaarschuwd hadden. De respons van regeringszijde was echter gering geveest, het gevaar dat de vulkaan was gaan vormen werd onvoldoende onderkend. Indien beter naar de waarschuwende woorden van de geologen was geluisterd, had wellicht veel menselijk leed voorkomen kunnen worden. Was dit de reden dat Omayra Sanchez moest sterven? Is er wel een reden? Het schijnt typisch westers te zijn steeds naar het waarom der dingen te vragen. Daar komt onze wetenschap vandaan en ook onze theologie gaat gebukt onder dit waarom. Soms durven we ook antwoorden te geven. Elisabeth Kübler-Ross, die over de hele wereld bekend is door haar ideeën over stervensbegeleiding, is ervan overtuigd dat jonge kinderen sterven omdat die in heel korte tijd al alles geleerd hebben wat ze moesten leren. Dit lees ik in een boekje dat dit jaar verschenen is met lezingen van haar. Ik vind het een merkwaardige opvatting, maar een ziekenhuispastor heeft mij verzekerd dat ongeneeslijk zieke kinderen de dood met grotere wijsheid tegemoettreden dan hun ouders. Wat mij meer geruststelt is dat kinderen, van wie de ouders en grootouders nog in leven zijn, bij hun overlijden in ieder geval opgewacht worden door hun persoonlijke beschermengel of door een religieuze gestalte. Maria ontfermt zich daarbij vooral over katholieke kinderen. Zo merkt Kübler-Ross op: „Ik heb nog nooit meegemaakt dat een protestants gedoopt kind in de laatste minuten van zijn sterven Maria zag, terwijl dit bij veel katholieke kinderen wél het geval is. Dit is geen kwestie van discriminatie, maar het is gewoon zo dat je aan de overzijde wordt opgewacht door degenen die voor jou het belangrijkst zijn geweest." Het is gewoon zo, wetenschappelijk bewezen! Zou Omayra Sanchez ook opgewacht zijn door haar liefste oma of door de Moeder van barmhartigheid? En wie troost haar ongelukkige familieleden? De natuurwetenschap is een machtig wapen in de strijd tegen een mens-vijandige natuur. Indien dit instrument faalt door politieke laksheid, is de dood dan wreed voor de overlevenden en mild voor de stervenden? --- WETENSCHAP ONDER REDACTIE VAN VOOR UIT GANG ROB VAN DIJK TOON SCHMEINK Teylers museum: terugblik op de vooruitgang door JOKE en MIEKE VAN DER WEIJ Teylers Museum was de hele zomer tot 5 uur open, maar gaat nu om 4 uur dicht. Bezuiniging? Ja, maar dan niet een om der wille van het geld, maar een bezuiniging die voortkomt uit de natuurwet van kortende en lengende dagen. De tentoonstellingsruimten aan het Haarlemse Spaarne zijn namelijk niet electrisch verlicht. Paradoxaal genoeg is het van onder anderen Rembrandt en Michelangelo. In de eerste twee ruimten van Teylers zijn de voorwerpen verzameld die door de natuur zelf tot stand zijn gebracht: hier, in het paleontologisch-mineralogisch kabinet, hebben mineralen, fossielen en overblijfselen van oeroude dieren een laatste rustplaats gevonden. De volgende twee zalen zijn gevuld met een prachtige verzameling instrumenten: het fysisch kabinet. 19e "eeuwse wetenschappers hebben die instrumenten laten vervaardigen om de natuur en haar verschijnselen beter te kunnen begrijpen. Hoewel dit een museum is, hangt er de sfeer van een oud natuurkundelokaal na schooltijd: In hoge glazen kasten staan allerlei voorwerpen als wonderlijke werken uitgestald. Teylers in Haarlem heeft behalve een bijzondere collectie ook een interessante voorgeschiedenis, en het een komt natuurlijk voort uit het ander: vanaf het begin fungeerde het niet alleen als een museum zoals wij dat nu kennen, maar ook als centrum voor natuurwetenschappelijk onderzoek van internationale allure. Vandaar de aparte combinatie die het huidige Teylers herbergt. Kunstvoorwerpen en fossielen werden verzameld als voorwerpen om met bewondering en verbazing naar te kijken, de verzameling mechanica ontstond meer als een werkcollectie'. Naast de museumcollectie is er ook nog een bibliotheek. Niet alleen staat er een mooie verzameling oude wetenschappelijke geschriften op de planken, maar ook de abonnementen op 1200 eigentijdse periodieken op het gebied van natuurwetenschappen lopen nog steeds door. Rest nog een kunstverzameling van bijzonder niveau met tekeningen Menige bezoeker op weg naar de electriseermachines en astronomische kijkers waar Teylers terecht beroemd om is, zal slechts een vluchtige blik werpen op de Fossüia (daar viel vroeger alles onder wat uit de grond was opgediept). Dat is jammer, want dan mist hij veel moois, waaronder: het afgietsel van een reuzen-oerei uit Madagaskar, een mammoethaar gevat in een medaillon zoals dat vroeger wel gedragen werd met een haarlok van de gestorven geliefde en het skelet van een pronkstuk van Teylers Museum nu juist de grote electriseermachine van Martinus van Marum waarmee proeven gedaan werden om meer over electriciteit te weten te komen. Maar het museum waar twee eeuwen lang de wetenschappelijke vooruitgang werd bevorderd, heeft daar zelf voor zijn inrichting slechts matig gebruik van gemaakt. geschreven. Uniek (er zijn er maar drie van gevonden in Europa) is het gebeente van de Mosasaurus uit het krijttijdperk (met portret), een soort reuzehagedis waarvan de overblijfselen bij Maastricht zjjn aangetroffen, wat hem op de een of andere manier iets vertrouwds geeft. 'Moos' leefde in het water, maar niet in de Maas, want Nederland was in die tijd een binnenzee. Het mooiste zijn misschien wel de mineralen, die staan te pronken met de meest bizarre kleuren en vormen onder op maat gemaakte glazen stolpen, en de fossielen. Teylers heeft er een bijzonder gave collectie van, waaronder veel type-exemplaren, dat wil zeggen dat dit soort beest of deze plant aan de hand van dit exemplaar officieel beschreven is. Sommige plantfossielen zouden een waardevolle inspiratiebron kunnen zijn voor stofontwerpers terwijl weer andere doen denken aan Japanse prentkunst. Maar tussen al die versteende pracht liggen ook een paar Lugensteine' (leugenstenen). Het kinderlijk boetseerwerk dat een schildpaden vissefossiel moet voorstellen, is zelfs voor de leek na een halve zaal Teylers al als namaak te doorzien. antieke grottenbeer uit Moravië die op zijn achterpoten wel 2m75 hoog was. De toelichtende kaartjes zijn met een nette schcolmeesterhand Toch is er in de achttiende eeuw iemand deftig op gepromoveerd. Waarschijnlijk heeft de promovendus geleden onder gebrek aan vergelijkingsmateriaal: er was tenslotte nog geen mineralogisch-paleontologisch kabinet. Op de voorgrond een batterij Leidse flessen, deel uitmakend van de prachtige elektriseermachine van Van Marum die het grootste deel van deze zaal van Teylers in beslag neemt. paroolfoto frans nieuwenburg Martinus van Marum, in 1784 benoemd tot directeur van Teylers Physische en Naturaliën Kabinet en Bibliotheek. Kijken naar mineralen uitgestald onder de grote koepel van het Haarlemse museum. paroolfoto frans nieuwenburg --- Het instituut voor wegtransportmiddelen van het TNO (toegepast .natuurwetenschappelijk onderzoek) in Delft heeft na de eerste oliecrisis (in 1973) een apparaatje ontwikkeld waardoor benzine-auto s ook kunnen rijden op methvi-alcohol (methanol). Methanol is makkelijk te winnen uit aardgas, bruinkool en steenkool en het ombouwen van een auto voor het rijden op methanol kost slechts de helft van het ombouwen op LPG. Methanol kan volgens de Nederlandse producent 'Methanor' als autobrandstof voor veertig cent per liter op de markt worden gebracht, is loodvrij en daardoor minder vervuilend. Wanneer het zou lukken automobilisten zo ver te krijgen dat ze overschakelen op methanol als brandstof, raakt het Nederlandse autopark minder afhankelijk van benzine. Methanol wordt in Nederland nu in grote hoeveelheden geproduceerd als grondstof voor formaldehyde en vele andere chemische produkten. Drie jaar lang beproefden medewerkers van TNO, Volvo en Methanor in vijftien Volvo's de werking van het apparaatje en reden ze samen - bij na - probleemloos ruim een miljoen kilometer op sterk variërende mengsels van methanol en benzine. De conclusie van TNOmanager ir Pier Tiedema, zelf een van de berijders, is dat rijden op mengsels van veel methanol en weinig benzine mogelijk is. Wanneer uitsluitend op methanol wordt gereden levert dat een energiebesparing op van vijf procent. De proef werd uitgevoerd in opdracht van het projectbeheerbureau energieonderzoek (PEO, een bureau dat voor het ministerie van economische zaken alle nationale programma's voor energieonderzoek coördineert). --- Een miljoen kilometer op methyl-alcohol door GERARD LE BELLE "Het klinkt zo eenvoudig. Neem een glasstaafje met aan de ene kant een brandend lampje en aan de andere zijde een fotocel. Een gedeelte van het licht bereikt de fotocel niet, maar gaat door het glasstaafje naar buiten. Wanneer om dat glaasje heen een vloeistof stroomt, wordt het licht onder een schuine hoek weer teruggekaatst. Honderd procent alcohol blijkt twee keer meer licht naar de fotocel te kaatsen dan benzine. Het 'signaal' (het verschil in spanning) dat daardoor uit de fotocel komt. is voldoende om de sproeier-openingen in de carburator aan te passen op het brandstofmengsel. Zelfs doorwrochte technici snappen niet hoe het kan. Maar het werkt. We hebben er natuurlijk octrooi op aangevraagd." Ir Tiedema van de afdeling verbrandingsmotoren van het TNO-instituut voor wegtransportmiddelen rijdt zelf al meer dan drie jaar met zon 'sensor' in zijn Volvo 340. Daardoor is hij in staat zijn auto te laten rijden op benzine, op methanol of op verschillende mengsels van beide. De sensor is in de brandstofleiding tussen tank en carburator gemonteerd. Een elektronische installatie zorgt ervoor dat de sproeiers geknepen worden (bij meer benzine en minder methanol) of geopend (bij minder benzine en meer methanol). --- Problemen "Ik heb er zelf nu 125.000 kilometer mee gereden en ik moet zeggen dat het sensor-systeem weinig kinderziektes had," verklaart Tiedema. "Natuurlijk waren er wel wat problemen. In het begin hadden we bijvoorbeeld last van verstoppingen doordat de loodbekleding in de benzinetanks oploste in het methanol. De tanks zijn daarna bekleed met een kunststoflaag. Bij een mengsel met meer dan 85 procent methanol hadden we vooral 's winters problemen met starten en optrekken. Het grootste bezwaar is dat methanol maar half zo veel energie levert als benzine. Je hebt dus een twee keer zo grote tank nodig om een zelfde afstand te kunnen rijden." Hoe zit het met de veiligheidsaspecten? "Je hoeft niet bang te zijn voor ontploffing, maar je moet wel oppassen datje bij het tanken geen methanolgassen inademt of dat je de vloeistof over je handen krijgt. Dat is erg ongezond. Maar ook in benzine zit zoveel benzeen dat je het maar beter niet kunt inademen. Vervelend is ook dat methanol min of meer onzichtbaar brandt. Als we inderdaad alcoholauto's op de weg krijgen, moeten we er wel voor zorgen dat drankorgels de tanks niet leegdrinken. Dat lijkt een grapje, maar ik meen het serieus. We zullen er zulke kleur- of smaakstoffen aan moeten toevoegen dat het niet te zuipen is." De proef is geslaagd, meent u. Wat nu? "Er is meer één reden waarom een automobilist op methanol gaat rijden: dat is besparing. Methanol moet twee keer goedkoper op de markt komen dan benzine. Ik geloof dat er nu niet eens een prijs voor is, want nergens ter wereld wordt methanol geproduceerd voor toepassing als brandstof voor auto's. De rol van de overheid is essentieel. Die kan het methanolverbruik stimuleren door bijvoorbeeld net als op LPG geen accijns te heffen." Ziet u dat gebeuren ? "We hebben een contract met een groep financiers. Hun bedoeling is om via licenties op zijn minst het geld eruit te halen dat in het onderzoek is gestoken. In diverse landen zijn onderhandelingen gaande om de methanol/benzine-auto tot ontwikkeling te brengen. Als dat lukt wordt het Nederlandse bedrijfsleven daar natuurlijk zoveel mogelijk bij betrokken. Je moet nu bij een benzine-auto een veel grotere tank inbouwen en nog wat aanpassingen verrichten, als je de wagen op methanol wil laten rijden. Wanneer je een speciale methanolauto bouwt die ook op benzine kan rijden, ben je goedkoper uit en zijn de resultaten nog beter. Ik zie ik voor de Nederlandse overheid nog geen directe aanleiding, tenzij er weer een benzinetekort komt of de prijzen sterk omhoog gaan. Het belang van deze uitvinding is nu datje een dreiging achter de hand hebt om op andere brandstof over te gaan. Daardoor houd je druk op de beschikbaarheid van benzine en op de prijzen. In de Verenigde Staten is men meer beducht voor een te grote afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen. Als het Congres daar volgend jaar kiest voor alcohol als schone brandstof, gaat Ford er 120.000 auto's per jaar op de markt brengen. Brazilië is nu het enige land ter wereld dat met enorme daadkracht is overgeschakeld op alcohol. Van elke tien nieuwe wagens worden er negen geproduceerd als pure alcoholwagen. Daar rijden er nu twee miljoen van." --- Mechanisch Vlakbij de deur die toegang geeft tot het 'mechanisch' gedeelte van Teylers hangt een afbeelding van een natuurkundig genootschap, voor een leerzame en spannende avond bijeen in gebouw Felix Meritis. Dat staat in Amsterdam (het huidige Shaffy) maar de bijeenkomst had net zo goed in Rotterdam of Haarlem kunnen plaatsvinden, want aan het eind van de 18e eeuw ontstonden er overal in Nederland verenigingen van gegoede burgers die vanuit de idealen van de verlichting de vooruitgang van de wereld en het nut van het algemeen wilden bevorderen door het stimuleren van kunsten en wetenschappen. Bevlogen door deze tijdgeest liet een steenrijke lakenfabrikant uit Haarlem, Pieter Teyler van der Hulst, bij zijn dood in 1778 twee miljoen gulden na ter besteding aan kunst, wetenschap, godsdienst en het nut van het algemeen. Twee wetenschappelijke 'academies' werden met dit geld opgericht. De eerste moest de vrijheid van godsdienst bevorderen en de tweede de natuurkunde, dichtkunde, tekenkunde, historiekunde en penningkunde. Door het uitschrijven van prijsvragen en discussies werd een impuls gegeven aan het wetenschappelijk onderzoek. Teylers woonhuis is uitgangspunt geweest voor het huidige museum, maar al een jaar na zijn dood werd het besluit genomen er een grote ovale zaal aan vast te bouwen die dienst deed als bibliotheek annex expositieruimte, en als laboratorium. Toch was Teylers met al zijn kapitaal en zijn stijlvolle behuizing waarschijnlijk niet zo belangrijk geworden als Martinus van Marum, sinds 1784 directeur, het niet 50 jaar 'geregeerd' had. Hij is het geweest die het initiatief nam tot die prachtige fossielenverzameling en die een begin heeft gemaakt met de collectie wetenschappelijke instrumenten. ---