Relatie met ARP De heer Den Uyl bestreed dat de PvdA-fractie zich in haar oordeel over heit kabinet-De Jong te veel zou laten beïnivloeden door de wens naar een goede relatie met de ARP. „De antirevolutionairen," zei hij, „kunnen niet blijven doorgaan met enerzijds het kabinet-De Jong te steunen en anderzijds te knipogen naar de radicale bewegingen." De fractievoorzitter zei de uitspraken van het congres vanrelfsnr«kend ten volle te aanvaarden, maar hij verbond daaraan de waarschuwing dat er nu meer dan ooit op aankomst „de overgebleven confessionele aanhang te splijten." Lukt dat niet. dan loopt de partij gevaar zich van de vruchten van haar eigen werk te beroven, aldus de heer Den Uyl in zijn slotrede voor het congres. --- Ovatie voor Den Uyl Fractieleider Den Uyl kreeg van het congres, dat een dag tevoren no? twee moties had aanvaard waarin kritiek werd uitgeoefend op de kracht van de parlementaire oppositie en op het „inconsequente" fractiestandpunt inzake de 225 miljoen, een ovationeel applaus toen hij in zijn slottoespraak om het vertrouwen vroeg. Staande klapte het congres minutenlang toen de fractieleider had uitgeroepen: „Ik zou hier niet staan als ik er niet van overtuigd was dat u de hoofdlijn van ons werk in het parlement steunt en dat u ons uw vertrouwen geeft." De heer Den Uyl vond dat het congres een heel belangrijke uitspraak had gedaan door vrijwel unaniem te verklaren dat in een volgende regering samenwerking met de KVP zou zijn uitgesloten. „Die uitspraak nagelt duidelijk vast," zo zei hij, „dat de PvdA zich richt op een ander beleid, op een ander politiek bestel dan wij tot dusver hebben gekend." De fractieleider noemde de KVPmotie ook een uitspraak met verstrekkende consequenties, omdat de mogelijkheden om in de regering aan realisering van de eigen idealen te werken er aanzienlijk door worden beperkt. De heer Den Uyl zag het daarom als een opdracht „een proces op gang te brengen dat leidt tot een wezenlijke omvorming van de opstelling van de ARP en CHU." --- Hartelijk dank, kameraad Van der Louw --- Van der Louw en Klein bekennen hun ongelijk na intimidatie-poging (Van onze Haagse redactie) DEN HAAG, maandag. — Al op de eerste dag van zün voorzitterschap van de Partjj van de Arbeid heeft dr. A. Vondeling moeten ingrijpen om een crisis binnen het nieuwe partijbestuur te bezweren. In een namens het voltallige bestuur afgelegde verklaring zei de heer Vondeling zaterdagmiddag, dat de Nieuw-Linksers André van der Louw en Ger Klein inderdaad van plan waren geweest 's ochtends vóór de tweede ronde van de bestuursverkiezing een circulaire te verspreiden ter aanbeveling van de vijf overgebleven kandidaten van Nieuw Links. De laatste zin van die circulaire luidde: „Als u de vijf mensen die wij genoemd hebben niet kiest, kunnen wij niet de garantie geven dat dit bestuur beter zal werken dan het voorgaande". De heer Vondeling zei ook dat het juist was dat Van der Louw en Klein overwogen hadden hun verkiezing niet te aanvaarden, „waarvan zü in een opwelling aan hun omgeving mededeling hebben gedaan". Op het laatste moment, aldus de verklaring, zijn de beide Nieuw-Linksers op die voornemens teruggekomen „omdat zij begrepen dat dit een ongeoorloofde druk op het congres zou hebben betekend". Op nadrukkelijk verlangen van Van der Louw en Klein werd in de verklaring opgenomen dat zij vooral door mede-aanhangers van Nieuw Links van hun ongelijk waren overtuigd. Intussen was bekend geworden dat de Friese afgevaardigde Laurens ten Cate, die vrijdag al met een grote meerderheid in het partijbestuur was gekozen, daarbij een hoofdrol had gespeeld. De heer Vondeling verklaarde ten slotte met nadruk dat in het nieuwe partijbestuur (waarin 9 van de 21 zetels door aanhangers van Nieuw Links worden bezet) géén groepsvorming zou plaatshebben en dat alle leden hun werk „in kameraadschappelijke geest willen doen en vertrouwen hebben in een vruchtbare samenwerking". De verklaring van de heer Vondeling werd met applaus begroet, al klonken tijdens het voorlezen ook enkele voor Van der Louw en Klein bestemde kreten als „schande!" en „eruit!" door de zaal. De kwestie van de circulaire was pas na de tweede stemronde, waarin tot ieders verrassing vier van de vijf kandidaten van Nieuw Links het haalden, aangesneden door de Amstelveense afgevaardigde drs. Victor Halberstadt, die opheldering verlangde over geruchten die de ronde deden. Het nieuwe bestuur beraadde zich in de middagpauze en kwam daarna met de verklaring waarin het optreden van Van der Louw en Klein, die roerloos achter de bestuurstafel luisterden, uit de doeken werd gedaan. De heer Vondeling zei later op een persconferentie dat het, achteraf gezien, beter zou zijn geweest wanneer de hele affaire vóór de tweede stemronde zou zijn opgehelderd, maar toen had de heer Halberstadt zijn vragen nog niet gesteld. PvdA-voorzitter Vondeling (links) en diens eerste plaatsvervanger Van der Louw (Nieuw Links) --- Democratisch Appèl Prof. dr. A. Heertje, woordvoerder van Democratisch Appèl, zei in een commentaar er zeker van te zijn dat het congres niet nög eens vier kandidaten van Nieuw Links zou hebben gekozen wanneer het eerder van de actie van Van der Louw en Klein op de hoogte was geweest. Hü vond die actie „een duidelijke demonstratie van niet-integer gedrag" en een poging tot „rechtstreekse chantage". De heer Heertje zei dat Democratisch Appèl zich, gezien het verloop van het congres, niet zou opheffen maar zijn activiteiten integendeel zou uitbreiden. Hij was ervan overtuigd dat de partij een periode van toenemende twisten tegemoet ging en vroeg zich ernstig af of het de heer Vondeling wel lukken zou de gespleten PvdA zo te vertegenwoordigen, dat de partij politiek geloofwaardig zou zijn. De heer Heertje zei een toenemende „leegloop" van de PvdA te verwachten en te geloven dat nog meer kiezers zich de komende tijd van de PvdA zullen afwenden. Op dit congres, zo zei hij, is in feite de basis gelegd voor een grote stembusoverwinning van D' 66 in 1971. Wel vond de heer Heertje dat de kwaliteit van het nieuwe partijbestuur aanzienlijk beter was dan die van het vorige. Dat gold naar zijn mening ook voor de vertegenwoordiging van Nieuw Links, waarvan hij in het bijzonder Laurens ten Cate prees als een „integer democraat". --- RUSTIGE DAGEN VOOR APOLLOBEMANNING HOÜSTON. maandag (Reuter. NV Times). — De bemanning van de Apollo-9 heeft een rustig weekeinde achter de rug, waarin veel tijd werd besteed aan het nemen van foto- en filmopnamen, het zelfstandig bepalen van de positie van het ruimteschip en het uitrusten van de vermoeienissen van de voorgaande dagen. Zaterdag was er even een klein probleem omdat de routineprocedure, die voorafgaat aan het geven van een raketstoot. niet helemaal correct was gevolgd. Een omloop later verliep het aanzetten van de motor echter zonder moeilijkheden. Ook voor vandaag nadoen McDivitt, Schweickart en Scott een eenvoudig programma: het fotograferen en filmen wordt voortgezet en vanmiddag zou het ruimteschip in een lagere baan worden gebracht om de terugkeer naar de aarde op donderdag te vergemakkelijken. --- Nog deze week 'top' Warschaupact in Boedapest verwacht PRAAG, maandag (Reuter, l'PI). — Topleiders van de landen van het Warschaupact zullen deze week in Boedapest bijeenkomen voor overleg, zo wordt door het Tsjechoslowaakse blad Mlada Fronta gemeld. Het beroept zich hierbij op goedingelichte kringen in de Hongaarse hoofdstad. Oosteuropese kringen in de Joegoslavische hoofdstad Belgrado hebben dezelfde verwachting geuit. Volgens Mlada Fronta zou het overleg reeds woensdag beginnen. --- Door u TT_T is weer tijd voor de bloemlezing uit de brieven die lezeressen en lezers mij blijven sturen over kinderen in hun omgeving. Hartelijk dank aan alle inzenders. Ik begin deze keer met een treffend bewijs dat een kind, met zijn logica, soms dwars door onze volwassen „routine" kan heenprikken. Vanmorgen kwam ik — schrijft een lezer — bij het bed van mijn vijf jaar oude kleinzoon, die bij' ons logeert en vroeg: „Heb je lekker geslapen"? Hij dacht er even over na. Toen antwoordde hij: „Dat weet ik nief'. „Waarom niet?" Hij zei: „Als ik mijn ogen dicht doe, slaap ik en hoe kan tk dan teeten of dat lekker is?" II Mijn jongste zoontje bezoekt sinds kort de kleuterschool. Zijn ttoee jaar oudere broer, die prijs stelt op een stoer levensgedrag, informeerde gisteren bij hem of hij nu eindelijk de sterkste was op het schooltje. Hij antwoordde op een wat aarzelende toon: „Ik ben de sterkste — van de meisjes." 111 In een restaurant aten wij pannekoeken met onze kleinzoon. Na de bedrijvigheid in het etablissement enige tijd aandachtig te hebben gadegeslagen, vroeg hij: „Als de obers dood zijn, wie zorgt er dan voor het eten?" IV Onze Eric, van viereneenhalf, bad, tot voor kort, voor zijn eten: ,fiere, zegen deze spijzen, amen," zoal* we hem dat geleerd hebben. Sinds hij op de kleuterschool zit, waar de juffrouw het actuele gedenkt in haar morgengebed, wil hij zelf ook thuis een eigen geluid laten horen. Hij kiest zijn eigen tekst, vraagt eten en kleding voor kinderen, die dat ontberen en bidt ook regelmatig dat we allemaal zestien of zeventien jaar zullen worden, want dat vindt hij een hoge leeftijd. Laatst werd hem, aan tafel, een rodekoolprak met een varkenslapje voorgezet, bepaald niet zijn lievelinpsgerecht. Hij vouwde zijn handen, kneep zijn ogen dicht en zei: ,flere, Here, het is verschrikkelijk vies toat hier op mijn bord ligt, maar wilt gij mij helpen?" V. Wij wonen in een klein dorp. Laatst nam ik mijn zoontje van vier mee naar de stad, waar ik een jurk wilde kopen. Hij keek met grote ogen naar de etalagepoppen en vroeg: „Mam, kom je daar nou te staan als je dood bent?" VI Niet alleen kerkelijk doch ook burgerlijk blijft de democratisering oprukken — dat blijkt uit het verhaaltje dat mijn zesjarige Anita schreef. Hier is het, los van de taalfouten: „Het soute prinsesje. Er was eens een prinsesje dat altijd stout was. Haar moeder zei: Ga in de hoek en zit niet met je vuile schoenen in de huiskamer en waarom maak je nooit buigingen voor de lakeien?" VU Een overpeinzing van mijn vijfjarige dochter: „Nou heet ik Brinkman, maar als ik getrouwd ben heet ik anders." „En met t-ie ga je dan wel trouwen?" vroeg ik. ,J>at weet ik nog niet", zei ze. ,Jk vind dat het een verrassing moet blijven". VIII Uw kleinzoon David is onze overbuurman. Laatst speelde hij bij ons met mijn driejarige zoon Jan Pepijn. Mijn moeder was ook op visite en hij vroeg haar: „Heb jij nog een opa thuis?" „Nee", antwoordde ze. Waarop hij gul zei: ,X>an kun je er wel een van mij krijgen." Ik waarschuw u maar ... KRONKEL --- Panagoelis klaagt over toestand in Griekse gevangenis ATHENE, maandag (Reuter). — Alexandros Panagoelis, de 30-jarige soldaat van het Griekse diein november vorig jaar ter dood werd veroordeeld op beschuldiging van deelneming aan een poging om de regering omver te werpen, heeft op alle vrije mensen" een beroep gedaan, druk uit te oefenen om verbetering te brengen in de omstandigheden waarin hij verkeert- Hij zegt anders een spoedige dood te verkiezen. --- MEERDERHEID VOOR NATO-LIDMAATSCHAP WAS GROTER DAN TWEE JAAR GELEDEN PvdA spreekt zich uit voor erkennen DDR (Van onze Haagse redactie) DEN HAAG, maandag. — Het congres van de Partij van de Arbeid heeft zaterdag met 1982 tegen 583 stemmen bij 75 onthoudingen een Utrechts voorstel verworpen om zich uit te spreken tegen verlenging van het Nederlandse Nato-lidmaatschap. Een door het partijbestuur gesteund voorstel uit Amsterdam, gericht op volkenrechtelijke erkenning van de DDR, werd aanvaard met 1462 tegen 1180 stemmen bij 28 onthoudingen. De minderheid die zich tegen de Nato uitsprak was, tot veler verrassing, kleiner dan die op het Amsterdamse congres van 1967. De nieuwe partijvoorzitter, dr. A. Vondeling, liet niet na daarop te wijzen in een persconferentie na afloop van het congres. In de zaterdag aanvaarde Nato-resolutie wordt gezegd „dat de Nato dient te worden gehandhaafd en het Nederlandse lidmaatschap van de Nato dient te worden voortgezet zolang geen op wapenbeheersing en wederzijdse gecontroleerde ontwapening berustend systeem van veiligheid tot stand is gekomen dat machtsmisbruik door grote mogendheden uitsluit en afdoende verzekering biedt voor de veiligheid van ieder land". De resolutie vraagt ook om verwijdering van Griekenland en Portugal uit de NATO en, zo dit niet lukt, „maximale politieke druk" op deze .landen ten einde een terugkeer naar democratische verhoudingen te bewerkstelligen. De uitspraak voor erkenning van de DDR maakt deel uit van een resolutie over Oost-Westverhouding waarin onder meer wordt gepleit voor „handhaving en waar mogelijk uitbreiding van de culturele en economische betrekkingen met de landen van Oost-Europa", en voor een permanent overleg tussen de landen van de NATO en van het Warschaupact over Europese veiligheidsvraagstukken, gericht op „het terugschroeven van het nucleaire en conventionele machtsevenwicht tot een steeds lager niveau van bewapening." De niet in het partijbestuur herkozen ds. H. J. Diekerhof (Nieuw Links) vei__ig_e namens de meerderheid van het bestuur een onvoorwaardelijke erkenning van de DDR Het minderheidsstandpunt, dat erkenning van de DDR als onderdeel zag van het algehele regeling van de betrekkingen tussen de twee Duitslanden en van de positie van West-Berlijn, werd gemotiveerd door de secretaris-buitenland van de partij, het Tweede-Kamerlid P. Dankert. '. Maar ze hebben beloofd loyaal te blijven' --- Chaotisch congres Ue eimdfodruk van het Haagse conq_ van de PvdA is niet gunstig. cessaatste congresdag gaf enkele suc- eH t n ie- Zien van het neo-radicalisme «H v een beeld van verwarring toonderscheurdhei<_ zoals zelden verhef. 's bij enige politieke partij. Wat dje . de PvdA gekregen voor de ton, den *l c°ngres volgens de nu afgetre% !oorzitter Tans heeft gekost? Op Hit» , est de overtuiging, dat het zo het banger «aat- Het Vrije Volk heeft st__a 1J alJe bedenkingen toch nog beken l^an ..een goed congres" te spreke _s.ar als net geen sublieme ix°- Üage 'is het een cliché uit vergane ïtaó Van ° "len Nieuw Links de schuld «UW s geven? Het voorstel, dat de had. ,jning van Oost-Duitsland wenste, hei; e steun van de meerderheid van «tijnj artiibestuur. In het (oude) bede & had Nieuw Links nog geen der\ Van de zetels. Het gemis aan Utiej_ J*e solidariteit en zin voor podiig °PPortuniteit strekte zich daar t6chtl_irdege uit buiten de krin« der V'ag e» radicalen. In het congres Ulbrichts dreigementen bij cDeD in_.QSte Bondsdag-zitting in Berlijn de verkiezing van een Heinemann tot Westduits \i n.nt het besluit een domheid a^v_.et aUeen> maar bovenal een Majj ongekende laaghartigheid, 'oen de emoties en de spijt konden "og ie' meer helpen; zo min als deze *.« ge- Jf °cd konden uitoefenen toen Van net met verspreide) ul'uur Van Nieuw Links inzake de ïJjgrJe- Verkiezingen tot de afgevaar- y .°ordrong. Vier verdere door aanbevolenen waren in-1 best de reeds gekozen vijf) in Uur benoemd en er viel niets an te veranderen. af het congres de NATO niet is VaD nadat het de houding t 1 de ,ctie inzake de toekenning rt Ur