Behandeling van misdadigers in de Dr. Van der Hoevenkliniek Met alle middelen die de wetenschap kan aandragen (Van een onzer verslaggevers) ER moet een verhaal zitten in de honderden psychiaters, juristen, artsen, criminologen en politiefunctionarissen uit alle werelddelen, die de afgelopen jaren de Dr. Van der Hoevenkliniek te Utrecht hebben bezocht. Want nadat zij in hun vakliteratuur opzienbarende en enthousiaste verhalen over deze in de wereld unieke inrichting hadden gelezen, die hen deden besluiten naar deze Nederlandse provinciestad op reis te gaan, z\jn zij op het Stationsplein met dit hoogst merkwaardige feit geconfronteerd: de meeste voorbijgangers en taxichauffeurs ter plaatse hebben van de Dr. Van der Hoevenkliniek nooit gehoord. Hun verbazing moet ten top zijn gestegen toen zij, ongetwijfeld na schier eindeloos gezoek en gedwaal, de voordeur ervan hadden bereikt; want die bevindt zich in een buurtje vol onbewoonbaar verklaarde woningen, aan het eind van twee zó smalle straatjes, dat er niet eens trottoirs naast de „rijweg" konden worden aangelegd. Erg hoog gespannen zullen hun verwachtingen op dat moment stellig niet zijn geweest, maar achter die voordeur is dat bijgetrokken: toen zij oog in oog stonden met dat uiterst merkwaardige, ruim honderd personen tellende wereldje van psychiaters, verpleegsters, psychologen, zielzorgers, een socioloog, maatschappelijke werksters, werkmeesters en zware misdadigers, die met elkaar — en dat in de meest letterlijke betekenis van het woord — pogingen doen van die zware misdadigers alsnog gewone mensen te maken. y\ N VOLLE arbeid beschouwt men als een belangrijk onderdeel van de behandeling: er worden grote hoeveelheden artikelen gefabriceerd, die voor de normale winkelverkoop zijn bestemd. Wagentjes en klapstoeltjes bijvoorbeeld. A. M. Roosenburg: „Blijkbaar """"den de meesten van gevangenisstraf geen cent wijzer". --- (Advertentie) Even lopen VELPON kopen. \jg\ VELPON pakken Alles plakken. --- Plannen voor tweede centrum een onzer verslag-0 gevers) p het departement van justitie in Den Haag liggen i Plannen gereed, voor de tiwi van een twee^e behartig voor criminew Psychopaten en wel te N_flrJ 60" e z^n er gedeponeerd j^r de rooms-katholleke Dr. **• M. Veraartstichting en *tin geïnspireerd op de ervaringen, die men de afgelopen zes jaar met en in de Utrechtse Dr. Van der Hoevenkliniek heeft opgedaan. In principe heeft het ministerie zich bereid verklaard de bouw van deze kliniek voor honderd procent de subsidiëren. In eerste instantie zal men er 120 patiënten in kruinen opnemen, later kan de inrichting worden uitgebreid tot een capaciteit voor 200 personen. Er is een terrein van achttien hectare aan de rand van Nijmegen voor gereserveerd, de Rotterdamse architect Kraa„-vanger heeft de kliniek ontworpen. „Op papier is het een ideale inrichting," zo menen de deskundigen, „waarin men met de patiënten alles kan doen waartoe de huidige wetenschap in staat is. Het zal alleen bijzonder veel Inspanning kosten, er voldoende perioneel voor te krijgen." Stafleden van de Dr. Van der Hoevenkliniek hebben bij de totstandkoming van de plannen van advies gediend. Indien de goedkeuring van het departement ls verkregen," verwacht men twee en een half _ drie jaar nodig te hebben voor de bouw. --- Zeventig pet. is recidivist (Van een onzer verslaggevers) VOLGENS professor Baan krijgt veel minder dan tien procent van alle 2150 ter beschikkinggestelden van de regering een behoorlijke behandeling. „De rest zit in tehuizen," zo «eeft hij ons medegedeeld, „waar Praktisch alle mogelijkheden tot therapie ontbreken. Dat is eigenlijk een Vreselijk gevaarlijke toestand." ■ is, dat zeventig procent van de totale (1800 personen tellende) gevangenisbevolking recidivist is, en dat daarvan de helft reeds meer dan hvee veroordelingen achter de rug *>eeft. „Veel minder dan één procent van de Nederlandse bevolking komt "teermalen met de rechter in aanraking. Met die groep moet toch wel iets aan de hand zijn." Roosenburg: „Wat de mensen, die in de Dr. Van der Hoevenkliniek borden verpleegd en behandeld, gedaan hebben, hebben ze per se niet' Voor hun plezier gedaan." Jessen, socioloog van de Dr. Van der Hóeven-kliniek: „Onze patiënten kunnen zonder hulp eenvoudig niet Sewoon zijn. Ze kunnen het recidiveren niet laten." *°kter Roosenburg: „Elke straf of Maatregel, die de recidivist wordt opgelegd, moet uitdraaien op een verlening. Als dat wordt verzuimd weet "t zeker dat er iets mis is. De gevangenis is geen verzoening. Het is een Uitstoting." __. I|»_ de timmerwerkplaats van de kli- I maakt er volwaardige produkten en de * Is uitstekend geoutilleerd. Men j betaling van de patiënten geschiedt op basis van loon naar verdienste. . --- Straf en maatregel (Van een onzer verslaggevers) GEVANGENISSTRAF is lang niet het enige middel, waarover de Nederlandse strafrechter de beschikking heeft bij de berechting van personen, die zich aan misdrijf hebben schuldig gemaakt. Wanneer de rechter het wettig en overtuigend bewijs van de schuld aanwezig acht, en hij van oordeel is dat de verdachte strafbaar is, dan kan hij uit een arsenaal van straffen putten: naast de gewone gevangenisstraf dus, onder andere de voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet gecombineerd met de gewone, de geldboete, de geldboete voorwaardelijk, de geldboete gecombineerd met de voorwaardelijke gevangenisstraf, de geldboete gecombineerd met de gewone, onvoorwaardelijke, gevangenisstraf enzovoorts. Aan voorwaardelijke straffen kunnen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Zo kan de rechter bepalen, dat de straf voorwaardelijk is (dat wil zeggen: niet ten uitvoer wordt gelegd) als de veroordeelde zich onder toezicht stelt, of zich onder behandeling stelt van een arts, of gedurende bepaalde tijd niet meer op een bromfiets rijdt, of geen kamers meer aan vrouwen verhuurt, enzovoorts. De Nederlandse wet stelt op de onderscheidene strafbare fei. ten wel maximale, maar geen minimale straffen. Op moord bijvoorbeeld staat maximaal levenslang, maar de rechter kan ook zes maanden voorwaardelijk opleggen, als heel bijzondere omstandigheden hem daartoe aanleiding geven. Naast deze straffen kent de wet ook de maatregel van terbeschikkingstelling van de regering. Deze kan slechts worden opgelegd als de verdachte een „ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling" zijner geestvermogens heeft én als het belang van de openbare orde de terbeschikkingstelling „bepaaldelijk" vordert. Deze maatregel wordt niet ten uitvoer gelegd in een gevangenis maar in een inrichting of asiel. De terbeschikkingstelling is geen straf. De meeste veroordeelden ervaren deze maatregel echter natuurlijk wel als straf. --- Inrichting is uniek in gehele wereld HET gebeurt met behulp van alle middelen en kennis, die de wetenschap daarvoor op dit ogenblik kunnen aandragen, en met een op wetenschappelijke inzichten en gezond verstand steunend geloof in deze gestoorde delinquenten en ongeloof in de wereldlitteratuur die hen psychopaat en dus onbehandelbaar acht. Hun adviseur in deze strijd tegen misdadigheid, traditie en vooroordeel is prof. dr. mr. P. A. H. Baan, doctor in de geneeskunde, meester in de rechten, „hoogleraar in de gerechtelijke psychiatrie, die nu enthousiast uitroept: „We beginnen resultaten te zien!" Met andere woorden: er is een begin van bewijs aan het ontstaan voor de stelling, dat men criminelen-psychopaten wel degelijk met succes kan behandelen — als men daarvoor maar alle beschikbare middelen gebruikt en dus niet de gevangenisstraf of een andere wijze van botte opsluiting. ledereen in de Dr. Van der Hoevenkliniek is behept met het bijna dwaas aandoende geloof in mannen en vrouwen, die óf één buitengewoon ernstig misdrijf hebben gepleegd, of reeksen minder zware delicten hebben begaan, ongeacht de traditionele maatregelen die _____W_H_)W.-' -. daartegen van justitiële zijde nu eenmaal worden en ook zn'n genomen. Talrijke patiënten van de kliniek — bijna allen zijn terbeschikkinggestelden — hebben jaren en jaren gevangenisstraf achter de rug. Dat feit maakt de staf van de Utrechtse inrichting niet minder geestdriftig, integendeel (hoewel men natuurlijk veel liever had, dat de criminelen metéén naar een behandelcentrum werden gestuurd). Men wordt er door gesterkt in de opvatting, dat het opsluiten van dit soort misdadige elementen alleen maar die zin heeft, dat men hen een tijdje kwijt is. Maar meer beslist niet. En dat zij dus geheel anders moeten worden aangepakt. Honderden jaren heeft men immers tevergeefs geprobeerd hen te verbeteren met cellen, muren en tralies; met afzondering uit de maatschappij, waarin zij zich blijkbaar niet konden handhaven „in de belachelijke en toch ook volstrekt onlogische verwachting, dat ze dat d__r en zó zouden leren." DIE woorden tussen aanhalingstekens zijn van mejuffrouw A. M. Roosenburg, zenuwarts (dat betekent: ongeveer 15 jaar academische studie) en hoofd van de Dr. Van der Hoevenkliniek, die, vóór v.n «no* *sisn wnnrrl nvf*r haar werk en zij nog één woord over haar werk en dit probleem zegt, het meest hardnekkige misverstand de pas af wil snijden, dat haar en al haar „geestverwanten" bij voortduring bedreigt: „Het is onjuist te denken, dat wij, psychiaters, menen te weten hoe het moet, Maar we weten wel, hoe het niet moet. Want het uiterst kleine percentage van de mensheid waar het hier om gaat komt telkens en telkens weer in de gevangenis terecht. Blijkbaar worden ze daarvan geen cent wijzer." En voortbordurend op dit uitgangspunt: „Kennelijk kan de justitie dit probleem van hoe-leren-we-ze-dat-recidiveren-nou-af niet alléén oplossen. Of psychiaters dat wel kunnen, betwijfel ik zeer. Daarom meen ik dat alle zogenaamde menswetenschappen er moeten worden bijgehaald, ook de psychologie bijvoorbeeld, en ook de sociplogie. Wij hebben hier in de kliniek eèn staf van vijf full-time psychiaters, vier full-time psychologen, één full-time socioloog, talrijke full-time verpleegsters en maatschappelijk-werksters, twee onderwijzers, zes werkmeesters, plus enkele medewerkers die niet volledig aan de inrichti:-g zijn verbonden: nog een psycholoog, een wetenschappelijk adviseur (prof. Baan), twee geestelijk verzorgers en een arts. Voor onze nieuwe methode krijgen wrj steeds meer begrip in kringen van de justitie en de rechterlijke macht. Maar een grote moeilijkheid is nog, dat men daar te veel van ons verwacht. Men wil dat wij hier in één klap de oplossing geven van een probleem, waarmee zij al honderden en honderden jaren tevergeefs slag geleverd hebben." DE Dr. Van der Hoevenkliniek verschilt totaal van een gevangenis. In plaats van tralies en rijen deuren met gaatjes, luikjes en grendels zijn er slaap- en woonvertrekken met openstaande deuren en veel glas, die doen denken aan een conferentie-oord. In plaats van de bekende gevangenisstank hangt er öf een normale lucht, óf een luchtje dat iets weg heeft van het ziekenhuis-aroma. Maar het belangrijkste en meest principiële verschil met de gevangenis zit veel dieper. Het houdt ten nauwste verband met de benadering van de patiënten. Zij zijn er mensen, die er bij horen, aan wie zo veel mogelijk beslissingen worden overgelaten en die, zo dikwijls als dat kan, verantwoordelijkheid opgedragen krijgen voor de gang van zaken binnen de kliniek, voor elkaar en voor zich zelf. In al het mogelijke worden zij actief betrokken, steeds weer wordt op de een of andere manier een beroep op hen gedaan, ar is voortdurend contact en overleg tussen patiënten en staf, in het dagelijks Destuur van de inrichting zijn de patiënten betrokken en om beurten wordt van tien verwacht, dat zij zitting nemen in _e commissie van toezicht en in de filanciële commissie. „Dat is natuurlijk duidelijk een stuk sociale therapie," zegt.dokter Roosenburg. „Maar er zit ook en vooral nog iets anders achter. Een eerste voorwaarde voor het werk hier is, dat de patiënten het zelf nodig vinden behandeld te worden. Sluit men hen nu op en ontneemt men hun elke verantwoordelijkheid, houdt men alle moeilijkheden van tiet dagelijks leven buiten de deur — zoals in de gevangenis gebeurt — dan verzuimt men niet alleen hun te leren wat zij blijkbaar niet kunnen, maar geeft hun ook de kans zich te verbeelden, dat zij het wel kunnen, dat zij geen gestoorde maar doodgewone mensen zijn, die het gerust weer zullen redden in de maatschappij, ook zonder therapie. Door hen voortdurend te confronteren met zo veel mogelijk op de werkelijkheid-van-buiten iijkende omstandigheden en problemen, beletten wij hen zich beter te wanen en laten wij ze voortdurend zelf tot de conclusie komen, dat ze het nog niet aan kunnen." En op. deze basis geschiedt de therapie. Psychiaters en psychologen houden zich met de patiënten individueel bezig en ze staan daarbij tot hen in dezelfde verhouding als de „gewone" psychiater in de vrije maatschappij tot de „gewone", vrijwillig genezing, zoekende, „burger", buiten de kliniek. Zij worden dus doelbewust buiten alle beslissingen gehouden omtrent invrijheidstelling van hun patiënten, regime enzovoorts, opdat zy tot een situatie van een zo groot mogelijk vertrouwen met de patiënten kunnen komen. Daarnaast geschiedt er groepstherapie en medicamenteuze therapie door en onder leiding van andere artsen en daarvoor speciaal geschoolde stafleden. EN dit is nog slechts één onderdeel van de werkmethode, van de Dr. Van der Hoevenkliniek. Daarnaast komen onder meer de al eerder genoemde pogingen, hun te leren leven met elkaar en hun verantwoordelijkheid te leren dragen voor elkaar en voor zich zelf. Er is volop gelegenheid zinvolle arbeid te verrichten in goed geoutilleerde werkplaatsen. Daarbij geldt het systeem van loon naar prestatie. Wie een volwaardig arbeider is — en de eisen zijn strenger dan in de vrije maatschappij — ontvangt daarvoor een zo ruime beloning, dat hij er in de kliniek heel behoorlijk van kan bestaan, nadat hij een vastgesteld percentage heeft afgedragen ter bestrijding van de verplegings en behandelingskosten. Wie erg zijn best doet, maar toch geen kans ziet in deze zogenaamde eerste loongroep terecht te komen, ontvangt veel minder, maar genoeg om er zeer zuinig van rond te kunnen komen. En wie het wel gelooft, of helemaal niet werkt, krijgt zo weinig, dat hij „geen leven" heeft tn de kliniek. Een „staker" kan van het bedrag dat hij wekelijks ontvangt zelfs geen postzegel kopen voor een brief naar vrienden of familie. „Men krijgt hier niets cadeau," aldus dokter Roosenburg. „Men begint met een vaste uitrusting en moet maar zien, dat men die op peil houdt of zelfs uitbreidt. Verkopen ze hun kleren, dan moeten ze in pyjama aan het werk, of eenvoudig in bed blijven liggen. Hoe kunnen de mensen anders leren, zuinig op hun spullen te zijn? Sommigen hebben geen spullen, als ze hier aankomen, en hebben ook nooit iets gehad. Anderen hebben eenvoudig geen idee van geld. In de gevangenis neemt men hun alle persoonlijke bezittingen af en geeft men ze geen cent in handen. Hier is alles wat zij verdienen hun eigendom." BIJZONDER nieuw, in het kader van wat men tot nu toe met „psychopaten" heeft gedaan, is de zorg vanuit de Dr. Van der Hoevenkliniek voor de relaties van de patiënten met de buitenwereld. Een psycholoog en enkele maatschappelijk-werksters houden zich dagelijks met niets anders bezig. Zoveel mogelijk wordt geprobeerd het milieu waarin de patiënt thuishoort bü de therapie te betrekken en oneffenheden daar weg te werken, opdat de patiënt na eventueel voorwaardelijk ontslag zo goed mogelijk wordt opgevangen. Daarnaast bestaan banden met zogenaamde contactgezinnen in Utrecht, die zich bereid hebben verklaard patiënten aan wie enige bewegingsvrijheid is gegeven, geregeld thuis te ontvangen. Men hoopt de terbeschikkinggestelden. die vaak geen begrip hebben van een normaal gezinsleven omdat zij dit nimmer hebben gekend, hier te leren wat voor verreweg de grootste bevolkingsgroep tot de meest vanzelfsprekende zaken des levens behoort. Uiterst voorzichtig tracht de staf van de Dr. Van der Hoevenkliniek, wanneer men daarvoor de tijd rijp acht, de patiënten steeds meer buiten de inrichting te laten leven. Ten slotte kan er een ogenblik aanbreken, dat de delinquenten zich weer in de vrije maatschappij kunnen vestigen, waarbij zij met de Kliniek nog slechts contacten onderhouden voor zover dat voor hun individuele psycho-therapie noodzakelijk is. Het komt uiteraard voor, dat patiënten ontvluchten, misbruik maken van hun toegestane vrijheden, of na het voorwaardelijk ontslag opnieuw tot misdrijf vervallen. „Men verlangt vaak niet alleen van ons dat wij de mensen beter maken," zegt dokter Roosenburg in dit verband, „maar ook dat wij garanderen, dat er vervolgens nooit meer iets mis gaat. Dat kunnen wü natuurlijk nooit. Maar de rechterlijke macht kan dat ook niet, anders zouden er geen recidivisten bestaan. Wij zrjn pas zes jaar met dit werk bezig en er beginnen resultaten te komen. Over tien of twintig jaar kunnen we daarover misschien iets meer zeggen, iets concreets. De kinderverlamming en de pokken had men ook niet in enkele jaren onder de knie. Men moet ons de tijd geven." UITERAARD heeft men in deze voor de wereld unieke kliniek met de patiënten, maar ook met de staf, de grootste moeilijkheden door moeten maken, vooral in het begin. Er was immers niets dat men bij het opzetten van de werkmethoden als voorbeeld kon gebruiken. Professor Baan schrijft dan ook in een publikatic over de Dr. Van der Hoevenkliniek: „De kinderziekten hebben de somberste verwachtingen overtroffen." Een van de grootste problemen is vooral geweest, dat de medewerkers zich soms op- de delinquenten bijzonder verkeken hebben. Zij lijken gewone mensen, maar zij zijn dat "bepaald niet. Achter een masker, een pantser, verbergen zich talloze ernstige psychische stoornissen, die men zelfs bij een al niet meer vluchtige relatie eenvoudig niet had opgemerkt. Slaagde men er door middel van de therapie in, deze pantsers, deze maskers of schilden zoals men ze noemt, te doorbreken, dan gaf dat van de zijde van de patiënten weer aanleiding tot vele ernstige verwikkelingen: sluimerende infecties vlamden op, er ontstonden maagzweren en onduidelijke toestanden van lichamelijk verval en lichamelijk lijden, die vaak zo ernstig waren, dat de psychotherapie er voor moest worden afgebroken. Daarnaast traden paniektoestanden bij de patiënten op, vertoonden zich ook wel nog veel ernstiger psychische verschijnselen en kreeg men vaak agressieve of vluchtreacties. Uiteraard bestaan vooral die laatste soort moeilijkheden nog. Maar dokter Roosenburg en haar medewerkers zijn van oordeel, dat dit de onvermijdelijke consequentie is van dit werk in de Dr. Van der Hoevenkliniek, waar men de veelal zeer gevaarlijke criminelen niet isoleert, maar de oorzaken van die criminaliteit aan de wortels te lijf gaat. ..Mijns inziens," zegt zij, „is dit de enige manier om te trachten de criminaliteit met succes te bestrijden. Als men destijds lijders aan pokken — ook doodfevaarlijk — had doodgeschoten, opgeangen of opgesloten, hadden we nu nog pokken gehad. En evenmin als je de pokken kon bestrijden met aspirine, kun je de misdadigheid te lijf gaan met bijzonder onpassende middelen als een opsluiting zonder meer, waarbij we dan ook nog moord en brand roepen, als we merken dat daarvan geen enkel resultaat merkbaar wordt. PROFESSOR Baan: „Evenals organische verwaarlozing (gebrek aan vitaminen, eiwitten, koolhydraten, vetten, ijzer, stikstof en talloze andere bestanddelen) de ernstigste en voor de normale uitgroei rampspoedige gevolgen kan hebben, is het zo dat het te kort komen aan de voor de normale uitgroei van de psychische persoonlijkheid onontbeerlijke bestanddelen (als liefde, genegenheid, warmte, koestering, veiligheid) de merkwaardigste en noodlottigste gevolgen kan hebben. Evenals de lichamelijke, kan ook de psychische persoonlijkheid beschadigd blijven, krom groeien, zodat het de patiënt onmogelijk is de gemiddeld normale verantwoordelijkheid te dragen, de naaste lief te hebben, trouw te zijn enzovoorts." Talrijke mensen hebben de Dr. Van der Hoevenkliniek de afgelopen jaren verweten, dat men er te perfectionistisch en te idealistisch is en dat men de patiënten verwent. „Ik ben dat van harte met ze oneens," aldus dokter Roosenburg. „Voor perfectionisme hoeven wij voorlopig niet bang te zijn, want dagelijks ervaren wij nog, hoe weinig wij maar kunnen. Dat wij onze patiënten verwennen zal men niet. meer geloven als men ziet hoe de worsteling naar de resocialisatie deze mensen inspant, hoe hun lichamelijke toestand lijdt, en hoe zij soms ontvluchten en zich aanmelden bü een politiebureau of een gevangenis, omdat de verantwoording die hun hier wordt opgedragen, hun te zwaar is. De patiënten zelf zijn het er bepaald over eens, dat het zitten in een gevangenis oneindig veel gemakkelijker is dan het verblijf in de Dr. Van der Hoevenkliniek. hetgeen niet wil zeggen, dat zij niet dikwijls een verblijf in de kliniek prefereren als zij hun krachten weer verzameld hebben. „En wat betreft het idealisme, het irreële idealisme dat men ons verwijt, dat hangt er van af hoe men zijn taak beschouwt. Als men artsen, die zich begeven in onontwikkelde gebieden en die de strijd aanbinden tegen overweldigende medische problemen, irreële idealisten wil noemen, dan kan ik het daarmee eens zijn. Ikzelf sta op een ander standpunt. Ik meen dat men, als men het vak van arts kiest, als men kiest mensen te behandelen in een inrichting, zijn beroep zó moet uitoefenen dat men met alle middelen die de tegenwoordige wetenschap geeft moet trachten mensen te genezen. Ik meen ook dat men zijn plicht verzuimt als men dat niet zou doen, omdat men het zo moeilijk vindt." U*EN van de huiskamers in de *-' Dr. Van der Hoevenkliniek, centraal verwarmd, maar vanwege de gezelligheid door de patiënten voorzien van een namaak-schouw. --- Vragen en wensen (Van een onzer verslaggevers) De staf van de Dr. Van der Hoevenkliniek zou er — b|j wijze van spreken natuurlijk: — „een moord voor willen doen" als men zich In Nederland meer bezig ging houden met wetenschappelijk onderzoek in verband met het verschijnsel criminaliteit. „Want over talloze aspecten er van praten we alsof we er alles van weten, terwijl we er eigenlijk nog geen notie van hebben." Drs. J. L. Jessen, de socioloog van de kliniek, zegt: ~Ik zou wel eens willen weten wie riskanter zijn voor de samenleving: ontslagen gevangenen, of in vrijheid gestelde terbeschikkinggestelden. Ik zou helemaal wel eens willen weten, hoeveel delinquenten in ons land eigenlijk ontvluchten. Want laat men zich dit goed realiseren: dat weten we op geen stukken na. Er bestaat over de vraag, wat een ontvluchting is, totaal geen eenstemmigheid. Is een inrichtingspatiënt, die te laat terugkomt van een paar uur vrij wandelen, ontvlucht? Moet men hem na een ongeoorloofde afwezigheid reeds laten opsporen? Of moet men daarmee een uur wachten ? Moet men iemand, die hier wegloopt om zich bij de gevangenispoort te melden, als ontvlucht registreren? ledereen volgt bij de beoordeling van al die vragen zfn eigen inzichten, elke uniformiteit ontbreekt." Dokter Roosenburg zou onder andere dolgraag een onderzoek zien ingesteld naar de mensen, die met moeilijkheden, al of niet vrijwillig, op een politiebureau terecht komen, en naar de problemen die zij hebben. ..Misschien dat we daaruit wel de conclusie moeten trekken, dat de politie door deskundigen op talloze gebieden moet worden bijgestaan; door psychiaters, psychologen of sociologen bijvoorbeeld." ---