Nederlands mooiste en snelste dame op de lange latten sport Linda Esser knokt zich in haar eentje naar de ski-top "Jat er plotseling. Precies j. afgesproken tijdstip. , e'e, in zwart uitgevoerd e' dat nauwelijks opvalt ? de kakelbonte ski- S' die de hal van Hotel Ui het Oostenrijkse Fulp- P een reusachtige tover' p'ütomaat doen lijken. . S •.., Linda Esser", zegt , ar hand klein en koel; Sen groot en warm. i p «.sser — gisteren vierde .ar 22ste verjaardag — ïnriniets op die barokke "dochters, die sinds jaar jS de afdeling dames van , ternationale ski-gebeu- TJToriseren. In de loop toe* gesprek zou Linda *elen, „Ik ben best wel !" iiaar natuurlijk heeft j* nooit koeien gemolken j. krukje. Een spierenjjjo Werkje, dat fors uit de gewassen ski-koningi. s de Franse gezusters p«ie en Marielle Goitindertijd bijvoorbeeld keer per dag volf. en. Linda met haar (. ■ enigszins temende ' >.Ik lees wel eens de j m'n rug tegen de I e.ft mijn knieën gebogen. I zitten zonder .5eSnjp je. Nou, dat hou .iegelijk langer dan vijf Rn vol." jj'8 broze Linda onbetwist een Neerlands mooiste, k j°k snelste dame op de l 'atten. En zo behendig zij dat fragiele m an haar rondom de slakken en zo hard ook e over de internationale pistes, dat de Neder-1 w Vereniging al heeft .*eten, dat Linda eigenjn de Olympische Spelen nsbruck zou moeten r Linda wijzend op (o Prestaties tot nu (P de wereldkampioenen 1974 te Sankt Moritz flfri twintiSste in de salom Vj e op de combinatie): eerlijk gezegd wel, er recht op heb." door ROB VAN DEN DOBBELSTEEN ' LINDA ESSER. .. .. .fulltime skister — trainen en relaxen in de sneeuw --- eentje .dat ze straks — in fe- L ~~ als eerste Nederk ,skister in de geschiede- Lerdaad een Olympisch bw ersbewijs mag afha- Lj-Wijfelt ze ten sterkste. L n°S nooit wat van het k» ands Olympisch Comij n°ord. M'n vader heeft bij meneer geïnformeerd, maar . j[' dat ik niet veel kans B,.K weet niet waarom. Ze bepaalde prestaties 1.) eisen, maar ik weet al- Hh.et welke. Ik weet heler niets." \ ten voeten uit. ~Ik tji?'ernaal niets-" Ergens de Alpen boven Inns- Bfobeert ze eenzaam knokkend, zonder medische, zonder technische begeleiding ook, het contact met de internationale ski-top niet te verliezen. Ze woont er in een pas na veel klauter- en slipwerk te bereiken appartement waarin alleen de van chroom blinkende keuken van enige luxe getuigt. Verder ligt er zeil, heel veel glimmend zeil. Linda dapper: „Maar ik voel me niet alleen hoor. Ik lees, ik borduur en ik moet voor al die kussens nog overtrekken maken. Werk zat." Daarbij dient tevens niet uit het oog te worden verloren, dat Linda uiteraard nog moet trainen ook. Dikwijls alleen („Maar dat is wel moeilijk"); vaak ook met de Italiaanse herenploeg, die het best leuk vindt, dat de exotisch ogende Nederlandse („m'n Surinaamse opa was een kwart neger en mijn Indonesische oma een halve Chinese") mee-oefent. Linda licht blozend: „Dat komt natuurlijk ook, omdat m'n vriend in de Italiaanse ploeg zit." --- Snelheid lokt Die vriend is Erwin Stricker. Hier net zo onbekend als de kampioen polsstok verspringen van Opper Volta; in Italië zo populair, dat hij bijvoorbeeld twee auto's ten geschenke kreeg. In de Lancia rijdt blondgelokte Erwin zelve; de tomaatkleurige Mini-Bertone met opgevoerde motor wordt bestuurd door juffrouw Esser. Ze doet dat niet alleen trefzeker, maar ook buitengemeen hard omdat naar haar zeggen de koppakking lekt. „Alleen als ik heel hard rij, blijft de motor koel. Nou, dat vind ik niet erg." Snelheid, Linda is er bezeten van. Ze wilde —- net als haar vader, de oud hockey-international Dick Esser — eerst piloot worden, koos uiteindelijk toch het leven van een fulltime skister „daar ga je ook met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden") en bekent giechelend, dat ze bijvoorbeeld ook verzot is op het rijden met crossmotoren. Nooit bang? Linda: „Als ik aan de start sta wel en als ik over de finish ben ook. Dan denk je, jeetje, ik had daar of daar best eens flink kunnen vallen. Maar op het moment, dat ik bezig ben, voel ik niets Is het alleen maar leuk". Dus gaat Linda door met het leven waarvoor ze nu twee jaar geleden koos. „Toen ik negen was gingen mijn ouders in Zürich wonen en leerde ik skiën, toen ik dertien was, skiede ik mijn eerste wedstrijd en even later, ik weet niet meer precies wanneer, werd ik eerst Nederlands jeugdkampioen en daarna seniorenkampioen. Maar omdat ik het gevoel had, dat er nog veel meer inzat, heb ik thuis gevraagd of ze het goed vonden, dat ik er in doorging. Nou m'n vader vond het goed. Ik krijg nu vijfhonderd gulden per maand van 'm en samen met de toelage van de Nederlandse Ski Vereniging en nog wat onkostenvergoedingen en zo kan ik redelijk rondkomen." Waarbij Linda dan eveneens nog het geluk heeft, dat Pa weliswaar zowel bij de KLM („Gouden handdruk") als de Swiss Air is gepensioneerd, maar dat haar zuster bij die laatste luchtvaartmaatschappij als stewardess arbeidt. Linda: „Als familielid kan ik daardoor een stuk goedkoper reizen. Met de Italiaanse ploeg was ik van de zomer nog drie weken in Argentinië om in de Andes te trainen. Die reis kostte niet veel. Honderd gulden." Maar als Linda met een zuinig gezicht bericht, dat ze niet bij alle wedstrijden van de Wereldcup aanwezig kan zijn omdat ze daar zelf haar hotel en de ski-lift moet betalen, wordt duidelijk dat wedstrijdskiën nu niet direct openstaat voor de eerste de beste Nederlandse boerenpummel. Linda alsof ze zojuist per ongeluk een paplepel mosterd tot zich heeft genomen een beetje pinnig: „Bah, waarom beginnen jullie daar nou altijd over. Skiën is geen elitesport. Erwin komt ook van straatarme ouders. Als je maar wilt." --- ude porten et een imlach van Oude Sporten tit boekje over vrij°heel in de vergeethoek sportactiviteiten, dat HL, bekende oliemaatschap« £et-schelpje als kerstprc- aangeboden. Een Bt-, njk idee om in deze Serie ditmaal eens aantal , besteden aan de sport, jaar 1976 immers een sportjaar belooft te ■V 1: niet Olympische Winteren. Oostenrijk en Zomern Canada. }• retellers, dr J. M. Fuchs lA, hebben hun spokVi ' gebied van het verga\ zaken veri \ ditmaal schieten ze in CSkri61 §ekke plaatjes, rijmpje en zo maar wat verfe'j/aardoor menigeen regelft v tnomPelen: waar halen l Vandaan? Om te smullen j/jop fragmenten gewijd aan S*. h ** sporten als kolven, beu- J) en maliën. Schittte? sjjJn ook de hoofdstukken die nog altijd wor- zoals ijssport, vo- gelschieten, skütsjessilen en polsstokspringen. En wat dacht u van het volgende gedicht, gewijd aan klootschieten, een bezigheid die in Oost-Nederland nog altijd zeer populair is: Hoort vrienden buiten, het Noord- Oosten fluiten. Klootschietersborst, deert kou noch vorst. Dat hardt de baan, dat jaagt het bloed door de ad'ren warm, dat staalt de spieren van zijn arm, als de kloot tot vliegen dwingt, terwijl hij yroolijk juichend zingt: Vooruit mijn klootje, vooruit mijn bal, ik geef u een stootje, dat tellen zal: Vooruit, vooruit, vooruit. Een boekje om vaak met twinkelingen in de ogen ter hand te nemen. Verschenen in een oplage van 145.000 exemplaren en blijkens een mededeling van Shell Persdienst voor „relaties en geïnteresseerden." Of u nu onder de eerste of de tweede categorie valt: als u van sport of folklore houdt, of van allebei: zorg dat u er bij bent. GWO Drieske raak me/n boJ «iet .want KfieWn kolf kan naar myji tand --- Niet om glamour En willen, doet Linda zonder meer. Ze gaat door zolang ze het gevoel heeft, dat „mijn grens" nog niet is bereikt en ontkent een tikje geraakt, dat ze zich alleen maar in het skiwereldje ophoudt vanwege de glamour en de glitter van chocoladebruine mannen met espresso-ogen, die in strakke glanspakken in tomeloze vaart door wolken van sneeuw heenjakkeren. Linda: „Het is vooral de sport, die me trekt en veel minder de sfeer. Trouwens, die is bij de meisjes helemaal niet zo leuk. Als je een nieuwe trui aan hebt, zijn ze al in staat je ogen uit je hoofd te krabben." Reden misschien ook waarom ze vorig jaar, toen ze bij de Oostenrijkse ploeg trainde „geen barst" heeft geleerd? „Of ze wilden het niet, omdat ze me als een concurrente zagen, of de trainer was gewoon niet bekwaam genoeg. Maar het is wel zo dat ik van Erwin en van de andere Italianen technisch nu al veel meer heb geleerd dan van de Oostenrijkers. Ik geloof, dat ik op technisch gebied erg vooruit ben gegaan." Direct betere resultaten mogen we echter nog niet van Linda verwachten. „Ik ben niet honderd procent gezond," zegt ze vlak nadat ze de helft van haar chateaubriand terzijde heeft geschoven. „Ik ben vorige maand nog in Den Haag naar het Rode Kruisziekenhuis geweest, maar ze konden niets vinden. Ik zit er echt wel over in. Ik ben zo snel moe. Zou het een virus kunnen wezen?" Niemand die het Linda kan vertellen. Ze zal het — zoals altijd — weer helemaal in haar dooie eentje moeten zien uit te vinden. Ze eet veel spinazie („Daar zit veel ijzer in en misschien heb ik wel een ijzergebrek" gokt ze) en ze zegt in het eerste gesprek met grote stelligheid, dat ze niet drinkt en niet rookt en veel slaapt. Vlak voor het tweede gesprek echter, de volgende ochtend, staat ze bovenaan de trap in een blauwe pyama de slaap uit haar ogen te boenen. „Jee, wat zijn jullie vroeg." En later: „Ik heb gisteren beneden bij andere mensen nog even wat gekaart. Als je een bepaalde kaart trok moest je een schnapps opdrinken. Ik heb er drie op. Helemaal niet lekker." Ze maakt, als ze dat zegt, een wat moedeloze indruk, zet kruidenthee en bromt, als ze de natte sneeuw grillige voren over de grijsbeslagen ruiten ziet trekken, dat ze geen zin heeft om te trainen. „Erwin trainde altijd. Die was zeventien toen-ie begon en negentien toen-ie in de nationale ploeg zat. Zelfs 's nachts trainde Erwin. Als het volle maan was. Romantisch hè?" Linda fleurt pas weer op als ze voor de fotograaf een blitzblauw skipak mag aantrekken. Ze kiest er een paar oranjeskischoenen bij (er staat zeven paar in zeven verschillende kleuren) en loopt vanwege de rechte, centimeters dikke zolen met stijve passen door de sneeuw naar buiten. Op een pauw lijkt ze, die plotseling zijn verenkleed ontvouwt. Ze vraagt „Moet ik een muts op," poseert superprofessioneel en straalt aan alle kanten. Die Erwin lijkt een geweldige geluksvogel. Linda olijk: „Hij wil nu al trouwen, maar ik wil nog even wachten. Ik ben nog jong." --- Commercie Nadat de foto's zijn genomen, babbelt ze in de auto op de terugweg nog wat na over de van commercie vergeven skisport („Ik ben met Erwin bij mijn firma geweest en toen Erwin zei, ik zal op het volgende congres van de skifahrer niets ten nadele van uw merk zeggen, toen kreeg ik die ski's voor niets") en vertelt glimlachend, dat ze niet net als haar vader aan het hockeyen is geslagen omdat het er op haar eerste en tegelijk laatste training zo „truttig" aan toeging. „Mocht ik met nog een paar andere kinderen van hockeyers een balletje in een gaatje slaan. Stond me niets aan zeg. Zat helemaal geen spanning bij. Geen snelheid. Als je zo je dagen zou moeten doorbrengen..." --- 'ROMMEL' RUIMEN VOOR DE KERST Zo kort voor Kerst bekruipt velen de behoefte nog snel even wat orde op zaken te stellen. Laatjes worden dan doorgesnuffeld, wat oude openstaande agendapuntjes alsnog afgewerkt. Vandaag wil ook ik daarom wat, noem het maar rommel opruimen. De discussie over een spelregelwijziging in onze voetbalsport dan eerst. Een wat droge materie misschien, maar toch een niet onbelangrijke. Om maar met de deur in huis te vallen, de korte corner waarvan zo velen zich heel veel voorstellen zie ik als een nieuwe aantasting van de identiteit van het spel voetbal. Ik vraag me af hoeveel collega's van mij (en nog niet eens de eersten de besten ook) die korte corner — zoals bij hockey al jaren normaal is — wél kunnen zien zitten. Het lijkt me dat zij zich vastklampen aan getheoretiseer, dat ver van de praktijk af staat. Voetbal is dan pas boeiend wanneer de bal rolt. Dus moeten we het niet gaan zoeken in nieuwe situaties van stilstand. In 1863 begonnen de vaders van het voetbal met 13 spelregels. In meer dan 100 jaar zijn die uitgedijd tot 17 regels. Laat het daar alsjeblieft bij blijven. Hoe strakker we voetbal gaan reglementeren, hoe sterieler het spel zal worden. Binnen het kader van die 17 regels heeft voetbal bewezen boeiend genoeg te kunnen zijn. Het zijn echter altijd de mensen, de spelers, die het spel moeten maken. Impulsen ter stimulering van de amusementswaarde van de voetbalsport moeten dus niet in nieuwe regels worden gezocht, maar in een mentaliteitsverandering bij de beoefenaars. Trouwens, een nieuwe spelregel zou de macht van de scheidsrechter alleen nog maar meer vergroten en wie kan daar nu vóór zijn... Er begint schot te komen in de „zaak" Derks-Boosten bij de UEFA. U weet, na mijn uitgesproken boycot van Spanje zou ik samen met Theo Boosten die solidair met me was, voorlopig van de internationale lijst zijn afgevoerd. De geruchten over een „ingevroren" Derks waren talrijk maar de waarheid kwam de betrokkene zelf nog nooit onder ogen. Dat echter kan nu niet lang meer uitblijven. De voorzitter van de scheidsrechterscommissie in Nederland heeft vanuit Zwitserland vernomen, dat er een brief onderweg is van de burelen van de Europese Unie naar zijn kantoor. Die zal dus wel (als Kerstboodschap?) gauw binnenkomen. Ik houd u op de hoogte. Zondag floot ik Vitesse—Wageningen. Ik vind het een verademing dat ook internationale referees in eigen land zo af en toe eens mogen grasduinen onder de toplaag. Het verhoogt hun inzicht in wat gaande is alleen maar en zo hoort het ook. Vitesse—Wa- was een streekderby — uitslag 2—l — die niet het spektakel opleverde waarop was gehoopt. Toch zou de vlam nog wel een beetje in de pan slaan. Het eerste doelpunt namelijk van de Arnhemmers (die overigens een heerlijk complex vol trots bezitten) kwam heel indirect via een punt van mijn schoen tot stand. Een scheidsrechter moet tenslotte ook zijn plaatsje hebben in het veld, ook al is hij dan maar een dood element volgens de regels. Overigens beroerde ik de bal op een 70 meter voor het doel van Wageningen. Wanneer enkele spelers adequaat hadden gereageerd i.p.v. dom te protesteren had die hele goal niet hoeven vallen overigens. Een tweede Vitesse-goal keurde ik later af. „Was dat een goedmakert je voor Wageningen?" vroeg een Arnhemmer me na afloop. Ik ben zo vrij geweest hem niet te antwoorden. Ook scheidsrechters mogen dacht ik hun geheimpjes hebben... Morgen FC Twente—Ajax en dan is 1975 op een oor na gevild. Staatshoofden en clubvoprzitters zullen zich dan alleen nog maar ophouden met de voorbereiding van een kersttoespraak. Ik broei vanaf maandag wel op de mijne... tot zaterdag, wanneer u tenminste geïnteresseerd bent... 1 door \frans \DERKS ---