Egypte: ver en coch dichtbij n Rotterdam ptische kunst, we kunnen er niet genoeg van krijgen. zich niet de stratenlange rijen wachtenden voor *t Anch Amon-tentoonstelling in Parijs en Londen of de in Duitsland. Miljoenen bezoeüie devoot langs de schatten van goud, marmer en **n schuifelden. Het oude Egypte is een hoogwaardig Jftikel voor de musea en hun publiek geworden. In eigen men in 1960 bij horden tegelijk af op „5000 jaar Uit Egypte" in het Rijksmuseum in Amsterdam. heeste gevallen draaien de om hoogtepun- K?e Egyptische geschiedenis: Jjterschone vondsten uit het de kind-koning Toet Anch '$* eigenzinnige en expressi- E'te kunst van de ketter-fa- of de beginnende def en overdreven pracht uit van Ramses 11. Een goed £*n de betekenis van de ?°he kunst kreeg je op die 'Uet. tentoonstelling, i £urn Boymans nu naar Rot! 'teeft weten te halen maakt zeer gunstige uitzonde(°den en farao's" is net als in het Rijks ne- J Jaar geleden een poging te geven van de drieduizend jaar, die de i a*°P van de godin Sachmet uit de 111 (Nieuwe Rijk. 18e 400-1365 v. Chr.). Goden wer- en middenrijk zelden afge'*6 'n het n'öuwe rijk werden ze /st in grote beelden vereeuwigd, l| cestal in de gedaante van een n mensenlichaam (hoogte 60 door JAN BART KLASTER oude Egyptische cultuur heeft standgehouden. Het moet voor de vakmensen een bijna onmogelijke opgave zijn een expositie samen te stellen die een goede doorsnee geeft van de cultuur, die begon met de enorme piramides in Sakkara en Giseh en eindigde met de val van het Romeinse rijk. Ze hadden het geluk te mogen grasduinen in de onuitputtelijke schatten van de musea in Cairo en Alexandrië. Ondanks veel problemen zijn de Egyptische en Duitse egyptologen er in geslaagd een tentoonstelling samen te stellen, die zijn weerga niet kent. Alle belangrijke perioden uit de Egyptische kunst komen aan bod via 175 topstukken. De gezwollen reclameteksten, die het publiek in Duitsland naar deze • tentoonstelling moesten lokken spreken van bijna tweehonderd topstukken, die nog nooit buiten Cairo of Alexandrië te zien zijn geweest, maar dat is wat overdreven. Enkele schitterende beelden — de groep van koning Mykerinos uit de vierde dynastie; de leeuwenof murnmificatietafel; de familiegroep van Ka-em-heset — waren ook in Amsterdam al te zien. Egypte is meer dan alleen piramides, mummies en een reusachtige sfinx. De eeuwenlange cultuur wordt in de eerste plaats gekenmerkt door een grote harmonie. De Egyptenaren woonden (wonen) op de smalle vruchtbare strook langs de rivier de Nijl, die het levenbrengende water voor mensen, dieren en aarde bracht. De indruk, die dit op de Egyptenaren maakte moet zo groot zijn geweest, dat ze aarde, lucht, zon en de Nijl tot god verheven. Toen de Egyptenaren de aarde langs de Nijl begonnen te bebouwen waren er ook nog orde en wet nodig om de welvaart te waarborgen. Alles wat hun dagelijkse en religieuze leven betrof moest harmonieus en geordend zijn en de farao was het symbool van die orde. Ook in de kunst is daarvan alles terug te vinden. De tentoonstelling „Goden en farao's" is van 1 maart tot en met 29 april te zien in museum Boymans-Van Beuningen. Eerder was deze expositie van 175 topstukken uit de musea van Cairo en Alexandrië te zien in de villa Hügel in Essen en het Haus der Kunst in München. In totaal kwamen daar bijna 750.000 bezoekers naar „Goden en farao's" kijken, van wie er ruim 160.000 de rijk geïllustreerde catagolus kochten. Deze catalogus beschrijft uitgebreid alle tentoongestelde werken. De Nederlandse versie is in Boymans te koop voor ƒ 17,50. Op donderdagmiddag 1 maart gaat de tentoonstelling open voor het publiek. Toegangsprijzen: ƒ5 voor volwassenen, ƒ2,50 voor houders van CJP, bejaardenpas of college- Het zou kortzichtig zijn de kunst van de oude Egyptenaren alleen om de schoonheid of om de kunst kaart en voor scholieren in klasseverband en ƒ4 wanneer men in een groep van meer dan tien personen komt (mits tevoren gemeld). Het batig saldo van de tentoonstelling komt ten goede aan de Egyptische musea, die de tentoongestelde werken ter beschikking hebben gesteld. De toegang tot „Goden en farao's" is uitsluitend via de ingang van de nieuwe vleugel, waar ook een uitgebreide educatieve tentoonstelling is ingericht die door middel van foto's, voorwerpen, films en diaprogramma's nadere informatie geeft over de expositie (deze activiteit was niet in Duitsland te zien). Het oude gebouw is gratis toegankelijk via de ingang onder de toren. Het museum is dagelijks geopend van 10 tot 5 uur en op zon- en feestdagen van 11 tot 5 uur. om de kunst te zien. De kunst uit de Nijldelta diende vóór alles de godsdienst. Met behulp van magie was kunst alleen maar een middel om een nieuw en gelukkiger leven na de dood te bereiken. Een beeld kon in het graf het lichaam, het voedsel, de dienaren vervangen. De vondsten in graven hebben aangetoond, dat de voorname Egyptenaar (de goddelijke farao en zijn directe ondergeschikten en familieleden) zich in zijn graf niet alleen hoefde te voelen. De overledene kreeg iedereen en alles mee om het leven in het hiernamaals zo goed mogelijk te kunnen beleven. Heel belangrijk gezelschap voor de gestorvenen waren de afbeeldingen van de talloze goden die regeerden over denken, leven, dood, vruchtbaarheid en natuurlijk het leven na de dood. Ze komen voor in allerlei gedaanten: als mens, dier of een mengeling van die twee (stiermens, jakhals-mens, leeuw-mens etc). De streng geordende manier van leven en de betrekkelijke afgeslotenheid van Egypte hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen, dat de cultuur langs de Nijl zo lang heeft kunnen stand houden. Dat betekent echter niet dat de kunst gedurende ruim drieduizend jaar verstarde. De tentoonstelling toont dat ook onomstotelijk aan. Het is nog te vaak een misvatting, dat de Egyptische kunst een statische aangelegenheid was; een stijl die eeuwenlang niet aan veranderingen onderhevig was. Een snelle wandeling langs de 175 topstukken uit Caïro en Alexandrië leert dat er sprake is geweest van steeds veranderende stijlen. Geen wonder, want Egypte maakte tussen 3000 voor onze jaartelling tot ongeveer 500 na Christus vele oorlogen, machtswisselingen en overheersing door vreemde volken mee. „Goden en farao's" biedt zeer veel van al die bijna onaantastbare schoonheid die de kunstenaars-ambachtslieden hebben gestopt in de stenen, houten en gouden beelden. We kennen ze van de plaatjes uit de boeken, maar het is een heel andere, schokkende ervaring die gestileerde emotionele uitbarstingen in levende lijve te kunnen bekijken. Je gelooft je eigen ogen niet wanneer daar de voorname granieten kop van de godin Sachmet voor je staat of de meer dan levensechte kop van de dochter van Achnaton, de farao, die omstreeks 1350 v. Chr. Osiris, de god van de wederopstanding; bronzen beeldje met goud ingelegd. Deze god is hier afgebeeld In zijn klassieke gedaante: mummie-vorm, in de handen een kromstaf en een waaier, de Atefkroon en gevlochten godenbaard, die hem tot de koning van het dodenrijk zou maken (omstreeks 400 v. Chr.; hoogte 34,5 cm). een revolutie in de Egyptische kunst ontketende. Te mooi om waar te zijn zijn enkele voorwerpen en beelden uit het graf van Toet Anch Amon en de minstens zo belangrijke en indrukwekkende vondsten uit het graf van Pusennes I in Tanis (bij Port Said, omstreeks 1000 v. Chr.) Zo „bekend" als al deze resten van een vergane cultuur zijn, zo onbekend en verrassend zijn de beelden, gebruiksvoorwerpen, sieraden etc. uit de periode na 331 v. Chr. In dat jaar stichtte Alexander de Grote Alexandrië en volgde de overheersing door Perzen, Ptolemaeën en Romeinen. De in onze ogen bijna onmenselijke schoonheid uit het oude rijk maakt geleidelijk plaats voor een „gewonere" kunst, die veel aardser en menselijker is. Er ontstaat een boeiend mengsel van Egyptische, Helleense en later Romeinse elementen waaruit onze eigen Europese kunst is voortgekomen.Hoogtepunten zijn de gebeeldhouwde portretten van Alexander de Grote, de nieuwe oppergod Serapis, de veelbesproken koningin Cleopatra, de Romeinse keizer Caracalla en enkele beschilderde sarcofaagdeksels. Helaas word je bij het zien van al dat moois weinig gewaar over het leven van alledag in het oude Egypte. Dat kan ook haast niet, want de gewone man kwam er in de kunst niet aan te pas. We zullen het moeten blijven stellen met de overblijfselen van de cultuur van rijken en machthebbers. Die dingen doen je verstomd staan, omdat je ze niet voor mogelijk houdt. En toch is er na een bezoek aan de goden en farao's een onbevredigd gevoel. Je weet en je ziet het allemaal wel met eigen ogen, maar snappen doe je het nog steeds niet. Daarvoor is die fantastische Egyptische cultuur toch te ver weg en te lang ë^eden^ De koningin der koningen, Cleopatra VII, die van 51-30 voor Chr. over Egypte regeerde (afb. links). Zij deed een geslaagde poging de verloren gegane cultuur van haar voorgangers uit de derde eeuw voor Chr. nieuw leven in te blazen. Deze marmeren kop weerspiegelt ook de strakke en plechtige stijl uit die vroegere tijd (hoogte 50 cm). Mykerinos, farao (lett. 'het grote huis') omstreeks 2470 voor Chr., bouwer van de kleinste piramide van Giseh, wordt in dit reliëf geflankeerd door de godin Hathor (links, met zonnesymbool als hoofdtooi) en een vrouw die boven haar hoofd het symbool van Opper-Egypte draagt (het z.g. Bat-symbool) (hoogte 95.5 cm). Verguld houten beeld van de kind-koning Toet Anch Amon, die op 18-jarige leeftijd overleed. Met de vondst van zijn bijna ongeschonden graf in 1922 kreeg men een veel beter inzicht in de Egyptische cultuur. Dit 59 cm. hoge beeld is ingelegd met glas en brons (18e dynastie, ± 1340 v. Chr.). --- Neem ook eens 'n Nefertiti in huis door CATHÉRINE VAN HOUTS Een beeld van Nefertiti in een moderne doorzonwoning. Misplaatst of niet, het kan. Welig tiert de handel in reprodukties van historische kunstvoorwerpen als juwelen en beelden, de zogenaamde replica's. Soms worden ze machinaal aan de lopende band goedkoop vervaardigd. Maar vaak ook proberen ondernemingen de kunstschatten zo natuurgetrouw mogelijk te kopiëren, liefst van bijna hetzelfde materiaal als het origineel. Die „natuurgetrouwe" replica's komen meestal maar in beperkte oplage op de markt, hetgeen tot gevolg heeft dat de prijs die ervoor betaald moet worden tamelijk hoog ligt. En dat niet-kunstkenners dergelijke reprodukties voor originele kunstschatten aanzien. Ook hebben sommige antiquairs zich inmiddels over replica's ontfermd en bieden deze kopieën als echte Egyptische kunst te koop aan. Ook in Nederland is een markt voor uit bonafide oogmerken gemaakte replica's. Ze worden onder meer in het Allard Piersonmuseum in Amsterdam en in enkele particuliere zaken te koop aangeboden. Het Allard Pierson verkoopt kopieën van voorwerpen die in het museum staan. Ze worden door medewerkers van het museum zelf van gips gemaakt of van kunststof, in de Werkplaats van de Sociale Dienst. De prijzen van deze replica's liggen tussen ƒ 1,50 en zeventig gulden. „Ook al zien ze er goed uit", licht een medewerker van het Allard Pierson toe, Je merkt aan de kleur en aan het gewicht dat het niet het origineel is". Voor een aantal musea betekent de replica-markt een bron van inkomsten om de meestal zo krappe kas te spekken. Van die bijverdienste koopt zon museum dan weer originele kunstschatten aan. Ware kunstliefhebbers zien in het vermenigvuldigen iets onechts: daar zijn kunstvoorwerpen niet voor gemaakt, vinden ze. De kopieën „leven" niet en zien er — ondanks de pogingen om de kunstvoorwerpen zo natuurgetrouw mogelijk, met beschadigingen en al, na te maken — toch als nieuw uit. Het blijft iets kunstmatigs hebben. Toch is er een groeiende markt voor. Ook in Nederland. „De Büchnercollectie", een onderneming die zich specialiseert in zo natuurgetrouw mogelijk gemaakte kopieën, is anderhalf jaar geleden ook in ons land een postorderbedrijf begonnen. „Replica's", zegt Büchner-woordvoerder Schreuder, „worden gekocht door mensen die iets van de oude geschiedenis afweten door hun gymnasiale opleiding bij voorbeeld, door mensen die in een buitenlands museum iets hebben gezien dat ze mooi vinden en het als pure verfraaiing van hun huis zien of die het als relatiegeschenk kopen. Maar tevens door universiteiten, die ze als studiemateriaal voor de opleiding van kunsthistorici en archeologen gebruiken en door musea, die de gaten in hun cultuuroverzicht met replica's willen opvullen". De Büchner-collectie kopieert o.a. kunstvoorwerpen uit het Egyptisch Museum in Berlijn en Cairo en het Metropolitan in New Vork en heeft volgens Schreuder twee ateliers in Zuid-Duitsland. „Het museum moet toestemming geven voor het maken van replica's van een voorwerp uit zijn collectie en geeft ook een oplage-limiet die varieert van vijfhonderd tot 1500 stuks per kunstvoorwerp. De prijzen van onze replica's variëren van tweehonderd tot enkele duizenden guldens. Dat is afhankelijk van de voorstelling en van de zeldzaamheid van het origineel. De grootte van de replica's ligt tussen de 30 en 80 centimeter, de exacte grootte van het origineel. De „afvorming" geschiedt onder toezicht van de musea: het model wordt op het origineel gemaakt en zo veel mogelijk met behulp van het in het origineel gebruikte materiaal. We leveren uitsluitend aan particulieren. Onze replica's gaan niet de winkel in. Het gebeurt geregeld dat we moeten zeggen: jammer, uitverkocht." de beroemde buste van tW Crr,7nastie' ± 1355 v' Chr; met U f lR?^ost vo,9ens de Büchner- Replica van een beeldje voorstellende Osiris (700-600 v. Chr.) met sokkel 22 cm. hoog) biedt de Büchner Collectie voor / 198 te koop aan. ---