De 'Egyptitis' zal ook aan ons land niet voorbijgaan "ïfsf /n Nederland de Egyptitis los? Deze „ziekte" brak in het buitenland uit als gevolg van ?*9ypte gewijde tentoonstellingen. New Vork, Washington, Londen, Parijs, München, ze *en er niet van verschoond. Ook in Rotterdam verwacht men veel bezoekers op de I 'Penen tentoonstelling „Goden en farao's". *'s het aan oprichter Dick Elffers ligt moeten die zich niet vergapen aan Het Geheim, de Wiek van de oude cultuur. Hij probeert door de opstelling vooral te doen uitkomen hoe *°nden aan de architectuur de Egyptische beeldhouwkunst was. Emile Meijer sprak met hem. Als „Rotterdam" een maand open Is komt er een nieuwe trekker bij. Op 5 april gaat in het Rijksmuseum van Oudheden in Lelden de nieuwe zaal open met de tempel die Nederland van Egypte heeft gekregen als dank voor het helpen redden van een aantal kunstschatten. Ter gelegenheid daarvan heeft het museum een opknapbeurt gekregen, wordt er een film over de tempel en Egypte gedraaid, komt er een foto-tentoonstelling en verschijnt er een boek van museumdireceur dr Hans Schneider. Hans Vogel ging In Lelden alvast kijken. --- Blokkendoos'it Nijlwater Leiden J*s een zeer bijzonder rJe dat ons land tien gleden van Egypte Een tempel zo comr 5 hij maar zijn kan, 250 aar. Zelden wordt er en even zelden deze historische 6rkjes daardoor in g Leiden is er vanaf 5 april {eén te zien. Sinds voorjaar [ J&werkt om het voorplein ,s'jksmuseum van Oudhe- rkappen en verder af te Ij* de schitterende zaal van v«atis toegankelijk onderh°°r het ruim achttienhon- J: oude tempeltje. Schneider (39), directeur Ij en zijd vermaarde ï heeft het karwei afgeef zijn nu gepensioneerde .F* (prof. dr A. Klasens) *°* heeft ingezet. .deed Nederland het tem- uit dankbaarheid oulp die was geboden bij DOOR HANS VOGEL het redden van uiteenlopende kunstschatten die door de aanleg van de Assoeandam (in de Nijl) in het water van het Nassermeer dreigden te verdwijnen. Er kwam in die jaren zestig een Unesco-actie waaraan Nederland onder meer archeologische adviezen bijdroeg, geld gaf en hulp bij opgravingen bood. Daarbij werd een stad uit de Romeinse tijd opgediept: verrassende vondsten die tot dan toe onbekende gegevens over wonen en leven opleverden. Bij een tweede expeditie werd een belangwekkende ontdekking gedaan: een kerk met fresco's. Die zijn eruit verwijderd en aangebracht in een museum te Caïro. Behalve Leiden kregen Italië, Spanje, Amerika ook iets. De Spanjaarden hebben het gebouwtje — tegen de afspraak in — in de open lucht (bij Madrid) neergezet. De tempel in New Vork is sinds kort in een nieuwe glazen zaal van het Metropolitan Museum te zien. De Italianen hebben de schenking (een rotskapel) in Turijn geplaatst. Hans Schneider verwacht vanaf 5 april een aanzienlijke stijging van het bezoek nu zijn internationaal toch al zo meetellend museum zon extra aantrekkelijkheid heeft gekregen. „Het museum heeft nu echt een hart," zegt hij. „Het is een prachtige zaal waar we voor het eerst nu ook zwaardere dingen kunnen tonen... en er kunnen theateren muziekuitvoeringen worden georganiseerd. .." Wie vanaf het Rapenburg — zonder een kaartje te kopen dus — binnenstapt staat oog in oog met het niet grote maar toch best imposante tempeltje. Breed: 8.25 meter, hoog: 4,5 m. en diep 7.20 m. Zandkleurig. Spaarzaam bewerkt, binnen vier pilaren. Drie ingangen. De tempel van Taffeh wordt-ie genoemd. Naar de plaatsnaam Taphis, een oud Romeins garnizoensstadje in de landstreek Nubië bij de grens. Uit de eerste eeuw na Christus, de tijd van keizer Augustus. . De Taffeh-tempel was een plaats waar — aan de Nijl — Isis werd geëerd. De Moedergodin van de Scheepvaart. In 710 werd het een Christelijke kerk tot in ongeveer 1000 de Moslims arriveerden. Om de rest van de Tempelzaal ook zinvol te gebruiken is er een aantal Nederlandse altaren opgesteld uit dezelfde periode als het Egyptische gebouwtje. Deze altaren zijn in 1970 uit de Schelde gevist. Ze werden gebruikt bij de verering van Nehalennia, de godin van huis en haard, van de zeelieden en van de zeevaart. Vissers haalden er af en toe één in hun netten naar boven en bij een speciale expeditie zijn er negen jaar terug 125 van de bodem gehaald. De tempel heeft jaren in blokken achter het museum en elders in de stad opgeslagen gelegen omdat het rijk niet met de subsidie afkwam voor de bouw van zaal. Eind '70 werd de tempel in Egypte uit elkaar genomen: 657 blokken in 644 kisten. Dertienhonderd kilometer de Nijl af en in Alexandrië lag een Nederlands schip klaar. In januari '71 kwam de steenmassa aan. De toen door de regering afgeroepen bestedingsbeperking was de oorzaak dat de bouw van de tempelzaal (de grootste museumzaal van ons land) onderaan het prioriteitenlijstje kwam. Maar in 1976 was er een miljoen beschikbaar, het karwei kon beginnen. Eind '77 zat de kap over de binnenplaats, begin vorig jaar werden muren en vloer aangebracht en tussen juni en september werd de stenen blokkenchaos in een tempel veranderd. De opbouw is een zaak van de technische dienst van het museum geweest. Er werd speciaal een kraan ontworpen voor het hijsen en plaatsen van de steenblokken: Leidenaren bouwen een tempel anders dan Egyptenaren. Die blokken moesten hier en daar op zwakke plekken worden gerestaureerd maar ze waren volkomen schoon doordat ze zestig jaar in het Nijl water hadden gelegen. In het museum is iedereen zo geïnspireerd door de naderende tempel-onthulling — door Beatrix en Claus — dat er flink is huisgehouden: de hele klassieke afdeling is in de loop der tijd gemoderniseerd (reliëfs, beelden uit Griekenland en Rome), de Egypte-afdeling boven is aangepakt. Hans Schneider noemt het een geslaagde poging van zijn voorganger „om het museum uit de negentiende eeuw te halen". Hij hoopt alleen nog wel dat de gemeente Leiden zich iets meer gelegen laat liggen aan het museum. Zoals het ministerie dat ook heeft gedaan. Van 12 maart tot 5 april (de dag dat het publiek mag binnenkomen) is het museum dicht. Dan wordt de laatste hand gelegd aan de bouw/ verbouw/restauratie. Heeft Schneider ergens in de wereld nog iets gezien van het formaat en belang van de Taffen-tempel dat hij gaarne ingepakt thuisbezorgd zou willen krijgen? Een obelisk, een piramide misschien? „Nee zeg, zon tempel zie ik wel als een eindpunt. Er staan er nog wel mooiere natuurlijk in Egypte. Maar een complete tempel buiten het land zélf, dat is toch wel iets heel bijzonders. Het is een ontbrekend element dat je eigenlijk niet verwacht ooit te zullen krijgen." Het ruim achttienhonderd jaar oude tempeltje in de nieuwe zaal van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden: Nederlands grootste museumzaal. In de plafond-belichting wordt de veranderende zonnestand nagebootst. foto STOKVIS --- Elffers werpt een tegenlicht op beelden if van welke aard ook spreekt de bezoeker J aan door de voorwerpen, maar ook door de ruimte f, uitgestald zijn. Nu merken de meeste bezoekers 'H Geweest voor zusterm'' k ö°ver de hele wereld. Een l veel heeft bijge-1 \qe schilder, graficus en ( 'LPick Elffers, geboren •, L? tterdam, waar hij ook 1»e ontving aan de Rotf Sedert 1941 *erkt hij in Amsterdam. iV rilr* van zi^n ontwerpac' e, & aanvankelijk in het IfcjuJl- eerst onder hoofddi- daarna onder Van m **aar met de versprei_tó *aam verspreidden ■Küüitelten zien naar an" 1^ andere steden en «S Jecente schepping is de ■*f,jaii de tentoonstelling ■H» ao's" in het museum W\t* Beuningen te Rot■fe ad Dick Elffers al eerm, iPtische tentoonstelling was in 1960 in het Eta;}- De vraag is of de ïbii aaraan een rol heeft [ 2iJn huidige ontwerp. ■V' **et boeiende vroeger WK u huis was, het Rijks- Wk\\l °ngeschikt was om er m fj'ngen in te houden. En PvaJ? vindingrijk zijn om mk s <* maken. Maar dan rfS otïis dingen die in een j*\e als Boymans nooit tjf i«6n' Een groot deel van TVhUit •• de vondsten. Ik °eeld de Dali-tentoondoor EMILE MEIJER mans gemaakt en ja, die was uitermate levendig, omdat je binnen een oud huis een nieuw huis maakte, maar dan met de wetten van de oude plattegrond. En nu heeft Bodon, de architect van het nieuwe gedeelte, een huis gemaakt met een enorme vloer en een enorm dak, dus ga je gang maar... er is geen tegenspel, je mag erin maken wat je wil." Elffers heeft enkele van zijn gedachten voor me op papier gezet. Op kleine vierkante blaadjes die nu naast me liggen. Keurig genummerd met Romeinse cijfers. Ik kijk ernaar, want ook zonder ze te lezen is het een fascinerende gedachte dat daar de opvattingen liggen waaruit een nieuwe omgeving wordt geboren, voor een stuk wereldcultuur. Wat voer een omgeving? „Bij deze tentoonstelling „Goden en farao's" zijn de zalen zo ingericht dat de bezoekers niet worden gedwongen volgens een bepaalde route te lopen. Is er ergens een concentratie van kijkers, dan zijn er uitwijkmogelijkheden. Ten opzichte van de grote en zeer grote beelden is er voor meerdere mensen ruimte om de objecten in zich op te nemen." Vanzelfsprekend zijn de praktische overwegingen hoe het te verwachten massale museumbezoek op te vangen niet het uitgangspunt voor de totale conceptie. Elffers heeft met de museumdirectie een bezoek gebracht aan de voorafgaande presentaties van „Goden en farao's" in Essen en München. Beide waren ze voor zijn gevoel te zeer erop gericht een mystiek effect te bereiken, met donkere wanden en kleine scherpe spotlichtjes. Hij besefte toen dat hij juist het monu- Bronzen beeldje van de vruchtbaarheids en beschermgod Bes, die zeer populair was tijdens de Grieks-Romeinse periode. Hij is getooid met een kroon van pauweveren en een pantervel. (1e eeuw v. Chr. hoogte 17,6 cm.). mentale karakter van de Egyptische kunst wilde doen uitkomen. Dit idee, om een ander aspect van de Egyptische kunst naar voren te halen dan „het geheim", is ook wetenschappelijk gesproken verkieslijk. „Pal bovenlicht geeft aan de beelden een te vlak effect. Toen dacht ik, ik moet wel het daglicht eruit gooien, maar ik zal proberen de beelden tegen tegenlicht te zetten. Dus, er zijn daar in huis van die grote verplaatsbare wanden, die heb ik steeds met tweeën naast elkaar gezet en daartussen een soort dik kaasdoek gespannen met TL er achter. Je ziet dan een zacht tegenlicht. En ik hoop dat dat een heel, hoe zal ik 't zeggen, een heel „schoon" effect geeft. Waar ik graag mee werk is kleur; die heb ik deze keer praktisch weggelaten, alleen een heel zacht blauw in vijf achthoeken waarin één beeld staat." En alsof hij dat als een soort uitdaging beschouwt — dat lees ik tenminste uit een flits van een glimlach — voegt hij eraan toe dat in het midden van de tentoonstelling een enorm grote tafel staat, achthoekig van vorm, vier meter in doorsnee, met niets erop... De achthoek speelt bij de inrichting een belangrijke rol, zij is een compositie-element, want de nissen waarin de grote beelden staan — in zacht tegenlicht dus — zijn in plattegrond gezien ieder de helft van een achthoek. Denkend over de. betekenis van xle acht en de achthoek als symbool voor de oneindigheid stel ik Elffers de vraag of hij de wijze waarop moderne mensen de oude Egyptenaren zien, bij zijn ontwerp betrokken heeft. „Ik denk dat het Egyptische geloof omtrent het hiernamaals de mensen van tegenwoordig enorm boeit. Maar je kunt in Boymans geen hiernamaals bouwen. En je moet rekening houden met de aard van de Egyptische beelden. In het begin en trouwens nog lang daarna, zijn het architectonische religieuze voorwerpen. Pas later verandert deze vorm in een meer individuele uiting, hoofdzakelijk onder Griekse invloed. Het vreemde is dat de Grieken ook strenge wetten stelden aan het beeld. Maar de beïnvloeding van de ene cultuur door de andere geeft persoonlijke interpretatiekunst." „De opstelling heeft wel iets te maken met de oorspronkelijke plaatsing van de beelden in grote grafkamers waar ze als geheimzinnige aanwezigheden in hun eentje waren, in zichzelf gekeerd. Maar het boeiende is dat je, als je een vrije tentoonstelling van beeldhouwkunst zou maken, zou proberen voor ieder beeld zn ruimte te vinden, maar hier mocht het voor mij wel in een systeem passen. Omdat Egyptische kunst je dwingt er streng mee om te gaan." Een vraag is natuurlijk in hoeverre een speciaal ontworpen inrichting bijdraagt tot het succes van een tentoonstelling of, misschien juister geformuleerd: de betekenis van het tentoongestelde béter doet uitkomen. Je kunt namelijk stellen dat een Rembrandt op een rommelzolder evenveel betekent als diezelfde Rembrandt onder ideale omstandigheden in een museumzaal.. Elffers laat het antwoord in het midden. „Zelf gebruik ik de inrichting als een creatieve uiting. Ik leef er enorm mee. Hier wordt een ruimte in twee maanden tijd omgevormd tot een architectonische creatie. Het is net als wanneer je een groot toneelstuk opvoert. Ik wil ook beslist dat het publiek geconfronteerd wordt met mijn gevoel voor deze tijd." Niettemin heeft Elffers historische overwegingen laten gelden als uitgangspunt voor zijn ontwerp. Hij heeft de geheimzinnige sfeer die men in Essen en München heeft getracht op te roepen, verworpen en er een opvatting van symmetrie en monumentale eenheid voor in de plaats gesteld. Daaraan kan een eigen opvatting over het wezen van de Egyptische kunst evenmin vreemd zijn als een sterk bewustzijn ten aanzien van de wijze waarop wij als moderne mensen die kunst ervaren. „Ik heb in ieder geval een sterke symmetrie in de ruimte aangehouden, in de opstelling ook. Daarbij heb ik de monumentaliteit die in een modern vormgevoel wordt ontweken, weer opnieuw accent gegeven." Alles is nieuw, speciaal ontworpen, in deze tentoonstelling. Een volkomen vrije opdracht voor Dick Elffers die niet hoefde te werken met standaard expositiemateriaal en ook de vitrines voor de kleine kostbaarheden mocht betrekken in zijn totale ontwerp. Daarbij werd Elffers gesteund door het technische team van Boymans, want alles werd in het museum vervaardigd. In dat team waren electriciens, constructeurs, meubelmakers, timmerlieden en andere vakmensen. Elffers heeft er veel bewondering voor. Maar wat hem vooral trof, was de overgave waarmee gewerkt werd. „Het is heerlijk te merken dat er een sterke behoefte bestaat aan iets te werken, waarvan men denkt dat het wat wordt" DICK ELFFERS ... geen hiernamaals bouwen Gouden oorbellen van Sethos 11, 13,5 cm. lang, gewicht 77 gr. Deze oorbellen werden niet alleen meegegeven in het graf, maar ondanks hun grootte en gewicht ook in het dagelijkse leven gedragen (19e dynastie, omstreeks 1205 v. Chr.). Een van de 37 modelboten die het lichaam van Toet Anch Amon in zijn graf werden meegegeven. Met dit schip kon de koning langs de nachtelijke hemel gaan tot de opgang van de zon (wederopstanding). ---