(Advertentie) Presenteer ffS^y Ijl •I • 11/1 • ffsëk. B r mlip Mor ris /B fl ************ THE CICARETTE OF OJÜAUTY AND PRESTIGE ************** I jÊj ÊÊjm**** In 104 landen gepresenteerd, overal graag geaccepteerd. "| 0£ HSiV "America's finest cigarette" nu in Nederland, pp.rpa>jA- wü JIéIP --- (Advertentie) GESLAAGD...dan_zij RESA - HILVERSUM (Bekende Schriftelijke Cursus) Nieuw adres: Utrechtseweg 33, tel. 15738 en 45432. Vraagt onze grtis prospectus voor : Onderwijzersakte - H.B.S. - Gymnasium - M.B_A. . Mulo A en B - Middelbare akten Frans, Duits en Engels . Nederlands M.O. A. - Wiskunde L.O. en M.O. A. - Hoofdcorrespondent V.T.H. - Praktijkdiploma Boekhouden - Middenstandsdiploma - Franse, Duitse en Engelse Handelscorrespondentie. --- AMSTERDAMS DAGBOEK Het was vol en vrolijk T)A.T toen wij in de stromende regen de auto op het Museumplein parkeerden een pierement in kou en duisternis stond te tierelieren bewees al welk een machtig organisatorisch vernuft zich langzamerhand van het Boekenbal (wie zegt nou Schrijversbal?) heeft meester gemaakt. Die bussen naar de Stadsschouwburg stonden er óók. Kortom: de hele ingewikkelde machinerie liep op kogellagers. Verdraaid als die praalwagens, drie waren het er, die na Teirlincks Fluitketel de schrijvers en hun dames naar het Concertgebouw zouden brengen voor het feest, niet keurig op tijd voorreden. Beeldschone wagens waren het, voorzien van bankjes en een dak en getrokken door als locomotieven verklede tractoren, bestuurd door grenadiers van Napoleon. Ja, elke locomotiefse pijp braakte zelfs rook en vlammen uit — de pijpen gingen er waarachtig zelf van branden. En al wat schrijft in die wagens, en voorop hoempamuziek en langs de kant, ietwat verbijsterd, late burgers, die zich uit die wagens hoorden toeroepen: „Daar gaan jullie belastingcenten!" Het was wel koud, hoor, in die karren, maar, merkte iemand fijngevoelig op, dat zal aanstonds een jongere generatie van auteurs misschien gelegenheid geven een rang op te schuiven. JIET Concertgebouw was ononherkenbaar. Toevallig kwam ik precies te zitten waar ik anders, op ernstiger avonden, op woensdagavond zit. Nu, het leek vn niets meer op het Concertgebouw. Metten Koornstra is een tovenaar met totempalen, maskers, ballonnen, lampions, kleurige doeken, en een wonderlijke uitdragerij (zyn voorkeur gaat kennelijk uit naar het laat-Victoriaans), waarbij een soort harmonium als vroege voorloper van de julcebox. Koornstra smaakte dit jaar de voldoening zijn charmante versieringskunst ongerept te zien tot drie uur in de morgen. En nu maakte het feest op mij de indruk door die discipline te zijn beïnvloed. Het kivam mij voor iets rustiger te zijn dan andere jaren. Misschien kwam dat ook, omdat telkens zovele honderden werden afgetapt naar de Kleine Zaal, naar de Grand Guignol, die zó wreed verliep, dat Hans Snoek een door haar uitgeleende avondjurk op de eerste rij met bloed zag bespatten. Voor haar werd het dus écht Grand Guignol, met de schrale troost, dat zij op dat moment niet zelf in die avondjurk zat. Een meisje, dat met een broodje rauw gehakt die Kleine Zaal was binnengekomen, zei tijdens het tweede bedrijf: „Blij dat ik het al op heb, anders zon ik het nóu niet meer lusten". Amsterdam. Maar ik maak een paar aantekeningen: Het is een groot voordeel, dat in het Concertgebouw zoveel méér mensen kunnen delen m de feestvreugde. Maar het Concertgebouw is zó groot (en er worden zoveel fuiflustigen in dat gebouw geperst!), dat men de schrijvers wel zéér sterk verdund krijgt toegediend. „Je kunt", zei mij een lieve vriendin, „wel een kwartier rondlopen zonder een schrijver te zien. Ik zag wél professor Pen." „Ken je die?" „Alleen van de televisie". Die ruimte en die geweldige drukte maken ook, dat men bij het betreden van het gebouw tot goede vrienden roept: „Wij zien elkaar straks wel!" — en dan komt dat „straks" niet meer terug. Nóg een aantekening: het verdient misschien aanbeveling volgend jaar de uiteraard zeer luide muziek van het podium Grote Zaal niet in alle gangen beneden per luidspreker te vermenigvuldigen met zóveel kracht. Er waren er, die naar een plaats zochten voor een rustig gesprek bij een borrel. Die plaats was er niet. E-V zo dacht ik toch met weemoed terug aan de intimiteit, aan het behelpen, in onze Stadsschouwburg. Aan het zitten op de trap. Aan de mierenhopen in rotonde en foyers. Aan de ontzettende hitte. Zeker, de Stadsschouwburg was voor dat Boekenbal volmaakt ongeschikt. Maar als je thuis kwam had je een praatje gemaakt met allemaal, van A. TC*EN groots feest blij f t het — eigenlijk het enige echte, grote, in alle kringen van de hoofdstad levende feest van Roland Holst via Wïlly Corsarie tot en met Simon Vinkenoog, en met alles daar tussen in. Ik zag ze gisteren wèl in die (kostelijke vondst!) praalwagens — maar daarna niet meer. Of heel in de verte, onbereikbaar in de deining van het gedrang: ships that passed in the night. --- notities IN' onze rubriek „Maar meneer..." heeft een meisje, mej. Margie Wolters, zich gekeerd tegen de moderne kunst, zoals het Stedelijk Museum die stimuleert en die nu heeft geleld tot de nul-tentoonstelling. Over dit probleem, voor zover het dan een probleem is, wil ik my niet uitlaten, maar wel over de venijnige en minachtende wtjze, waarop iemand daarna ip de rubriek „Maar meneer..." meende mej. Wolters vanwege haar denkbeelden te ljjf te mogen gaan. Deze voorstander van datgene, waar mej. Wolters, met alle recht van de mens om naar eigen waarheid te zoekeu, tegen is, volgde daarbij een in die kringen langzamerhand geijkte methode: de tegenstander voorstellen als dom, duf, bekrompen en zelfs verachtelijk, en in elk geval als volslagen incompetent — alsof men voor een bepaalde smaak een brevet zou moeten kunnen to nen. Met geestelijke intimidatie proberen bepaalde lieden iedereen, die tegen hün speciale kunstpolitiek is, van de voeten te lopen. Dezer dagen zei een van onze vooraanstaande kunstenaars die een belangrijke overheidsopdracht heeft ontvangen: „Ik heb bü de uitvoering niet gedacht aan de mode van vandaag, maar geprobeerd iets te maken, dat ook aanstonds nog zal worden begrepen, dat ook aanstonds de mensen van dan iets te zeggen zal hebben." Zon uitlating is in Amsterdam vandaag voldoende om geruime tijd met vuil te worden geworpen. Maar daar hoeft h\j zich niets van aan te trekken. Hij is namelijk een kunstenaar. --- Weeshuis van pater ONZE pater G. Schrama, weet u nog wel, met zijn Weeshuis in Tanganyika voor zeventig kinderen (waaronder babies!), schrijft mij, dat hij nu ƒ 1794,89 bij elkaar heeft. Ik druk nog maar eens zijn (indirect) postgi roaumimer af, op naam van zijn broer, 248513, J. R. Schrama, Bexmébroekettweg 930, Hoofddötj. Op het strooikje zetten: vccrg de pater, want anders j&akt zijn frater in Ik iwb een groot aantal beleven gekaseigien (Salwéér), waarin lezeressen en lezeaw mg htui plezier beschreven in deze dwars van zuil -tot zuil springende actie. Een paair regels uit een brief van een lezeres in Amsterdam: ~Of nu een missionaris of een zendeling zon wurm. een bord pap voert zal mij een zorg wezen. Hoofdzaak is, dat die man wat dóet. Daar ben ik hem dankbaar voor, want ik geneer mij vaak, dat ik hier zo gemakkelijk leef, terwijl anderen in narigheid zitten en ik 'eerlijk gezegd niet eens probeer een hand voor ze uit te steken." Die hand kunt u nuwèl uitsteken. Voor de laatste maal: stuur die pater G. Schrama met een verrassinkje van ons, Parolisten, naar zijn Afrikaanse eenzaamheid en zijn wezen terug! Wie,o wie! ? VERDRIET af Mevrouw J. de la Court, Meerhuizenplein 121, is zeer verdrietig over het verlies van haar gouden %P Familie M. Woltheus, Dirk Sonvijstraat 241, (Geuzenveld) is zeer verdrietig over het verdwijnen van hun éénjarige poes Roekie, zwart met witte vlek op de borst. Wie, o wie? V ..Floris", cyperse kater, één jaar oud. witte borst, witte voetjes en witte buik, is weggelopen tot groot verdriet van mevrouw T. Prent-van der tlorst, Tintorettostraat 8, tel. 793185. Wie, o wie? , MODELFLAT: Jk Vandaag van 13.00—16.00 uur en 19.00—31.00 uur en morgen (laatste dag!) van 13.00—16.00 uur kan men op Drakenstein een modelwoning bezichtigen, die ingericht is door „Goed Wonen". Te bereiken met bus 26 van Europaplein. ZONDAG: Jk J eruzalemkerk, Jan Maijenstraat, 14 uur: eerste deel van de Mattheus Passion. op stereo-grammofoonplaten (Jeugdcentrum ~Salcm"). JL, Barlaeusgymnasium. ing. Zieser.iskade 5. 11 uur: Bijeenkomst van de Geünieerde Loge. van Theosofen. Ond.: ~Op de Drempel van het Occultisme". Jk Lutherse Kerk. Spui, 19.30 uur: Jeugddienst. Voorg. ds. P. C. Roodenburg. Jt AMVJ-Gebouw, ing. Vondelstraat 8, 10.30 uur; zondagochtendbijeenkomst voor Jongeren. Voorg. ds. J. Langenbach. JL, Kerkgebouw. Keizersgracht 676, 19.0 C uur: Doopdienst. Voorg. ds. J. A. Visser. Ond.: Bühel of Formulier". (Onafhankelijke Baptisten Gemeente te Adam). J,AMVJ-Gebouw. Stadhouderskade 7—9, 20 uur: Voorstelling ..Tussen ganzeveer en balpen". (Freek Sachs m Joop Stnkkermans). Jt, Beatrixpark. ing. Beethovenstraat (gele bruggetje), 14.30 uur: Excursie 0.1.v. de heer C. W. F. Haak. JL, Plantsoen PH-Kade t.o. Victoriahotel. 15.00—16.30 uur: Straatevangelisatie ~Amsterdam voor Christus". Jt Krasn_polsky, 30 uur: ftpairefcto. De Vog«l'l_>oï«___.•, OOfW-sttewe». Jan Overhuys). A Gebouw Keizersgracht 580, 10.30 uttr: BSeenkom»fc_Tan de BtMkfng Centrum Psydho-Sytrtfaese.. JUBILEUM; JU 1 a.pril a.s. zal bet vijftig laar geleden zijn. dat de he. r M. Beltman in dienst trad hij de firma Geveke en Co. in Amsterdam. Hit il daar sinds 1919 werkzaam pis chef van de tekenkamer, de laatste laren op het kantoor in Rotterdam t>e jubilaris zal on 7 anril doov directie en personeel grehiiMigd worden in ztln woonplaats K:'vo,--.um. Hij zal dan tevens afscheid nemen en met pensioen gaan. „DB WARTBTTRG": JL, In mei viert de Nederl. Lutherse Jeugdorganisatie ..De Wartburg" zii"" 40-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan zal er o.m. een oud-ledenreünie worden Erehoudeji. Oud-leden wordt verzocht hun naam en adres op te geven aan de heer A. N. Langerhorst. Admiralen eracht. !>2. Amsterdam, tel. 128307. waarna zij nadere inlichtingen zullen ontvangen. MAANDAG: J. Gebouw „Isis". Tolstraat 158 a, 20 uur: Bijeenkomst van de Theosofische Ver. Ned. Afd. A'damse Loee. Spr. mevrouw G. Dunnewolt-Hardaf RHserstad. Ond.: ~De vier elementen". JL, Bovenzaal American. me. Marnixstraat, 20 uur: Kleurenfilm Amerika, Canada en Mexico. Spr. de heer J. P. Struhos. peoreaniseerd door boekhandel J. B. Reyndorp. JU Sor. de Troubadour, van Breestraat 116. 20.30 uur: Debat, tafeltennis, brid .e, schaken, dammen. Jk Arme Frank Huis, Prinsengracht 263, 20 uur: Landenavond. Roemenië. Lezing in het' Nederlands door mr. S. Pragano. JL De Nederlandse Vrouwenclub, Keizersgracht 580. 20 uur: Huwelijksscholen NVSH. Ons geheugensteuntje --- Koninklijke onderscheidingen Bfl koninklijk besluit is verleend de eremedaille in goud, behorende bij de orde van Oranje-Nassau, aan de heren F. J. de Witt, chef-de bureau by N.V. Houthandel v/h R W. Roggenkamp en Co, te Delfzijl; F. G. Pieters, commies van 's rijks belastingen te Tilburg. Bl] koninklijk besluit is verleend de eremedaille in zilver, behorende bij • de- orde van Oranje-Nassau. aan de heren K. van Boon, werkzaam bij het Groningse filiaal van R. S." Stokvis! J. Th. Reichgelt. werkzaam bij papierfabriek „Gelderland" te Nijmegen; H. Zweers, werkzaam bij „De Oude Olifant", te Apeldoorn; J. H. M Hulsbosch, werkzaam by Verhees te 's-Herto- W. van Lieshout werkzaam bij bjllps te Eindhoven; J. A. Breems, werkzaam bij Ztmmar en Zonen, te Amsterdam' C. H. Bijl. werkzaam by „De Alblas" te Alblasserdam; W. Peeks. werkzaam bij te Hoogeveen: F. J c Liefrfnik, -TOttaaam bij V, _ D te Nijmegen, --- de vrouw van RONALD SHELDON door PATRICK QUENTIN 18 Iris zei: „We kunnen in ieder geval eerst Jean halen. Misschien weet zij iets." „Nee," zei ik. „Ronnie heeft haar in die kamer opgesloten. Zijn vingerafdrukken staan op de sleutel. Die moeten we voor de politie bewaren." Peter maakte zijn lippen vochtig. „Misschien kunnen we door de deur met haar praten." „Waarom? Om haar te vertellen, dat haar man dood is? Dat hoort ze gauw genoeg. Ze weet niets. Alles wat ze weet heeft ze me door de telefoon verteld. Nadat ik was weggegaan heeft Ronnie haar opgesloten en het personeel, weggestuurd. Daarna heeft ze de schoten gehoord." Alsof ik een dokter was die zichzelf van een afstand zag, wist ik precies hoeveel ik hebben kon. Het was het uitstel dat ik zo erg vond. Aangezien de komende gebeurtenissen onherroepelijk waren, moest er een begin gemaakt worden.. Ik ging naar de telefoon. Peter kwam me achterna. „Jake, weet je het zeker?" „Wat klets ie toch? Wat kunnen we anders doen?" „Vooruit dan maar. Maar laat mij het doen. Ik ken een man bij de politie." „Inspecteur Barnes?" vroeg Iris. „Barnes." Peter nam de telefoon van me over. Ik protesteerde niet. Het deed er niet toe wie de politie belde. Het deed er niet toe v.ie er zou komen. Barnes? Wie was Barnes? Ik hoorde mijn broer met gedempte stem telefoneren. Ik ging op een stoel zitten. Van waar ik zat kon ik Ronnie niet zien. Maar dat was geen opzet van me geweest. Ik had toevallig die stoel gekozen. Ik stak een sigaret op. Tegenover me was de muur waar Ronnie's Tamayo's hingen. Ik keek naar ze. Ik dacht: Dat is een geweldig schilder. Toen plotseling, door deze absurde gedachte, liet al mijn flinkheid mij in de steek en de waarheid trof mij als een bijl. Ronnie was dood. Mijn zoon had hem vermoord. Na een minuut of tien kwam de politie. Zes man sterk. Vier in burger en twee agenten. De belangrijkste rechercheur — inspecteur Barnes — was lang en opvallend jong, nog geen veertig. Hij begroette Peter en Iris niet als mensen die hij intiem kende maar als goede kennissen die men steeds weer op dezelfde cocktailparties tegenkomt. Hij had feitelijk cocktailparty-manieren, hij deed alles met een gemakkelijk soort autoriteit, alsof hij probeerde het feit te ontkennen dat hij hier alleen maar kwam omdat hrj van de politie was en er iemand vermoord was. Zijn manier van doen ergerde me. De rustige, beschaafde stem waarmee hij bevelen gaf aan de anderen ergerde me ook. Hij liep weg van Peter en Iris en keek naar Ronnie. Hij had een keurige, intelligente botanicus kunnen zijn, verdiept in het bestuderen van een merkwaardige plant. Ik stond naast mijn stoel achterin de kamer. Ik had het willen uitschreeuwen: „Dat is Ronnie, verdomme! Het is niet Bewijsstuk nr. 1." Een man met een zwarte tas kwam snel aanlopen. Hij knielde naast Ronnie neer. Hij bleek de politiedokter. De twee agenten stonden bij de deur, stevig, verveeld, en kennelijk niet op hun gemak. Ze vielen totaal uit de toon in de luxe van Ronnie's zitkamer. Zo hoorde de politie er uit te zien, dacht ik. Zon ramp vroeg om enorme contrasten en zware laarzen. Niet om inspecteur Barnes. Peter vertelde Barnes dat Jean boven in haar slaapkamer opgesloten zat en stelde wat stuntelig voor de sleutel te onderzoeken op Ronnie's vingerafdrukken. De inlichting was verrassend genoeg — dat Ronnie's vrouw in een kamer boven zat opgesloten. Maar Barnes liet zich er kennelijk niet door verbluffen. Hij zei alleen: „Dan ga ik eerst maar eens met mevrouw Sheldon praten." Iris zei: „Ik ga even met u mee. Het arme kind heeft daar uren in spanning gezeten. Het lijkt me beter als een van ons het haar vertelt." Ik liep naar hen toe. Ik zei: „Ik zal het Jean vertellen." Peter keek me wat bezorgd aan. „Barnes, dit is mijn broer Jake". Barnes intelligente, niets verradende ogen namen me even op. „Meneer Duluth." „Laten we allemaal gaan," zei Iris. Barnes riep een van zijn mensen en we gingen met ons allen naar boven. Ik was de enige die wist waar Jeans kamer was. Hij was niet van Jean natuurlijk. Hij was van Ronnie. De deur was afgesloten en de sleutel zat in het slot. Het was een ouderwets slot met een koperen deurknop en een koperen plaat er achter. De politie-fotograaf maakte opnamen. Het scheen hem uren te kosten. Hij fotografeerde het slot met een flitslamp; sprenkelde er poeder over heen, fotografeerde het nog eens, en ging het toen demonteren. Toen we eindelijk binnenkwamen, lichtte ik Jean in. Ik deed het niet erg goed. Ik gooide er alleen uit dat Ronnie dood was. Maar ik was blij dat ik er was. Ze klampte zich aan me vast alsof' ik nog haar enig menselijk contact in deze wereld was. Ik zei natuurlijk niets over Bill, maar dat moest ze geraden hebben. De hemel weet wat ze dacht. Het was onmogelijk te zeggen. Ze kroop geheel in zichzelf weg. Ze zag eruit zoals die eerste dag op Idlewild — een meisje van een jaar of twaalf, de lippen in een dunne lijn samengeknepen. Inspecteur Barnes was opvallend vriendelijk tegen haar. En hij vroeg haar bijna niets. „Ik kom nog wel terug, mevrouw Sheldon." Iris bleef bij haar. De rest van ons — Peter, Barnes, de fotograaf en ik — liepen de trap weer af. Toen we bij de zitkamer kwamen ging beneden de voordeur open en Angie kwam binnen. Ze droeg haar nertzjas over de zwarte japon v/aarvan de rok over de grond sleepte. Ze zag ons niet, maar de politieauto's die voor de deur stonden kon ze niet over het hoofd gezien hebben en ze moest dus weten dat er iets aan de hand was. Ze kwam de trap opstommelen. Ze verfrommelde haar witte glacé handschoenen in haar handen. Ze was bijna bij ons voordat ze ons zag. Toen slaakte ze een kreet. „Jake — die auto's buiten. Jake wat is er?" Ik ging naar haar toe. Ik zei: „'t Is Ronnie." . „Ronnie. Maar wat...? Wat is er gebeurd met Ronnie? Wat...?" Ik had Angie nooit écht gevonden. Ze leek ook nu niet echt. Maar ze was het natuurlijk. Ze was Ronnie's zuster. Dit was voor haar even afschuwelijk als voor mij. Erger eigenlijk voor haar, want Ronnie had de basis van haar leven gevormd. Ik had diep medelijden met haar en tegelijkertijd laaide mijn woede tegen Bill nog feller op dan tevoren. Niet alleen Jean en Iris en Peter en mij had hn' gedupeerd. Maar Angie ook. Ik legde mijn hand op haar dikke arm. Ik zei: „Het is ellendig, Angie Het is verschrikkelijk. Hij is dood. Hij is doodgeschoten." . Ze struikelde alsof opeens de traptreden onder haar verdwenen. Ze greep mrjn arm vast. Haar handschoenen vielen op de grond. Ik zei: „Angie, het Bge.V Barnes stond bij ons » iS U' , Ik begon: „Angie, dai _~ teur..." _rii»ieA.^ Maar hij zei: „Nee. ar " haar maar naar boven deren gaan." c.y Angie knipperde met .j$ # n* Ik was er van overW&j *> niet het flauwste K/fT v/as of waar hn' het u cc, ~, Ik zei: „Kom maar Jean is boven." &»*„_'H» Ik legde mijn umA// del. Het bont maakte ' jjt om haar vast te houden- j haar de trap op. v,andscV "Ze zei: „Mijn .^^ti1. * Jake. Ik geloof dat Jk , „.' ,„»£ schoenen heb laten va« de s jj Ik bracht haar naar a9r j kamer en vertrouwde n»*/* Iris toe. Ik ging £'#.9ss zitkamer. Peter en Ban p<. met de dokter bij R°nnipnr eIV_ ten stonden nog bij A*„ltieLw rechercheurs liepen %d7oe\ » Ze zouden wel een ° . dacht ik. De dokter trok zijn >* laag en zei: „De dood 'S n 2° tussen negen en hau e<*, zeggen, Barnes." v?» .shel.V „Ja," zei ik. „Het; * &jtuur twintig toen mevro op»,a de schoten hoorde en my._ tiy Barnes wist ervan. , 0. het hem boven al verte' ■ i even naar me. „veti o\ó°, „Meneer Duluth, «*". Sl*%. degene bent die mevro" 0n» » heeft opgebeld, kunt "„eU'" tf beste vertellen wat er S i^e, Peter draaide om fe t IJV' een verpleger. Ik wou " net $ met rust liet. Ik redde Ik zei: „Zeker, iK vertellen wat u weten --- KAPITEIN ROB De ruimtereis van Jane Winter MAAR ook op de „Clementine" is de installatie in gereedheid gebracht. Lupardi ontvangt de. seinen van de capsule nu glashelder en hij laat Jim Stratton luisteren naar de stem van Jane Winter. Haar stem komt duidelijk door en uit niets blokt, dat Jane's zenuwen nu ook tot het uiterste zijn gespannen. En uit wat z\j vertelt maakt Jim op, dat niet alleen in de capsule zit, maar dat zfl gezelschap heeft van... Nancy, de chimpansee! Het °P Lupardi ziet er wel iets anders uit dan dat W*e\e?sA tallen mglen verderop in zee dobbert: de % fgtf fj eenvoudig het zeer sterke sleepnet laten capsule op te vissen, wanneer deze, opzettelijk -, \f gebracht, in de nabyheid van de logger in het zal komen. --- KRAAIENHOVE door Willy Lohman --- PROFESSOR PI door Bob van den Bas --- EDDY door Santiago Vak --- BROMMY EN TOMMY door J. D. van Exter 19. — Brommy en Tommy waren echt opgelucht toen ze de baron hadden teruggevonden. Het paard stond te grazen en de baron keek er met welgevallen naar. „Wat dat betreft, is een paard goedkoper dan een auto", zei hij. „Hij tankt zichzelf bij!" Brommy en Tommy stegen af : om de bagage weer wat recht te schikken, want door al dat : gehol hing alles schots en scheef op hun ezels. „Dat was nu, wat men in sportkringen noemt: eèn vliegende start.!", riep de baron. „Zagen jullie hoe ik er vandoor ging? Als je maar weet hoe je met paarden moet omgaan, kun je er alles uithalen wat er maar in zit..." Brommy en Tommy maar eens. „Zullen *(- weer, meneer de baron- gen ze. „Volgens onö„ j