Taboes Horloges, riemen, oorbellen, sport, muziek, dansen en kaartspelen zijn te 'we relds' en dus verboden. Tabak mag, mits met mate. Vrouwen mogert niet roken. Verder staat de kerk geen scheidingen toe en zijn gemengde huwelijken uit den boze. In de 'oude kolonies' bestaat een curieuze afschuw voor rubber banden op tractoren. Elektriciteit 'hoort niet. Onderwijs wordt, met uitzondering van bijbelleer, gezien als een bedreiging voor de agrarische identiteit van de Mennoniet. Zeventig procent van de volwassenen is analfabeet. Inmiddels wonen er bijna zestigduizend Mennonieten in Mexico, in zestien kolonies. Een groot percentage is dagarbeider en bezit geen land. Veel van hen reizen heen en weer tussen Canada en Mexico, tussen seizoensgebonden werk en hun familie. "Nieuwkomers," zegt Sara Wiens en wijst uit het raam naar een Mennonitische familie. De man loopt voorop in werktenue: een Amerikaanse blauwe overall met daaronder een geruit houthakkershemd. Zijn vrouw en dochters dragen hoofddoekjes - Panoletas - en wijde, in het middel iets aangesnoerde, hooggesloten jurken van gebloemde stof. Hun haar hebben zij met zeep als een siergordijn op het voorhoofd ge plakt. Ze komen uit Casas Grandes, vlak onder de Amerikaanse grens, denken we. Daar mag helemaal niets, volgens Sara. Oorspronkelijk zijn Mennonieten volge lingen van de Nederlander Menno Simons (Witmarsum, 1496-1561), een katholieke priester die onder de indruk raakte van de Reformatie en als eerste zijn ongeloof uitsprak over het brood en de wijn die respectievelijk het lichaam en het bloed van Jezus Christus zouden voorstellen. Simons verkondigde een leer waarin men het geloof zelf moest aanvaarden, waarin niet op de bijbel ge zworen hoefde te worden, slechts een ja of nee was voldoende, en een strikte vorm van pacifisme (zelfverdediging en militaire dienst zijn nog steeds verboden) gold. Zijn ideeën waren zo tegengesteld aan de geest van de tijd, dat de naar hem genoemde Mennonieten of Mennonisten werden vervolgd. Eerst door Karel VI, toen door Philips de Tweede en daarna door de Hertog van Alva. In die 'periode van bloed en tranen' werd het helpen van een Mennoniet bestraft met honderd gulden boete en degene die een Mennoniet aangaf werd beloond met eenderde van diens bezit. Vluchtende Mennonieten werden doodgeschoten en vrouwen die Simons' leer onderwezen werden op de brandstapel gegooid. De Zwitserse Mennonieten vluchtten in de zeventiende eeuw naar Pennsylvanië en de Duitse en Nederlandse Mennonieten weken uit naar Dantzig en later - op uitnodiging van tsarina Katharina de Grote - naar de Oekraïne. In 1874 migreerde deze groep naar Canada, omdat ze de Russische inmenging zat was. Abram Siemens wacht me op in de kleine studio van het lokale radiostation in Ciudad Chuatemoc waar hij een dagelijks programma verzorgt voor de Mennonieten uit de streek. In laag-Duits, Dietsch zoals zij hun moedertaal noe men. Abram runt eveneens een one-man krant, de Deutsch-Mexïkanische Rundschau. Niet tot ieders blijdschap overigens: de oude kolonie pastoors van de Mennonitische kerk houdt liever ;self controle over de informatie die de gemeenschap krijgt. Siemens is een Mennoniet in hart en nieren, hoewel hem dat niet is aan te zien. Hij draagt een krijtstreep broek in plaats van de traditionele tuinbroek, en een gebloemd in plaats van geruit overhemd. De bij het Mennonitische uniform behorende hoed heeft hij jaren ge leden al afgezworen. Hij rijdt auto, kijkt televisie en is, ook ongewoon, alleenstaand. "Veel mensen," zegt hij, "klampen zich vast aan tradities, omdat ze niet anders weten. Zonder dat ze erbij stilstaan waarom, doen ze precies wat ze van hun ouders hebben geleerd. In mijn radioprogramma heb ik wel eens gezegd dat we sterker moeten worden, bewuster van onze cultuur. Vooral onder de jeugd bestaat veel onverschilligheid. Adolescenten laten zich dopen om te kunnen trouwen, niet omdat ze in Onze Heer geloven." Zondag is de enige dag dat hij uitrust. Van het radiostation lopen we naar zijn kamer in het door de General Conferencekerk aangeschafte Menno-huis. De General Conference-kerk is overgewaaid uit Canada. Ze is vrijer en minder dogmatisch. Typisch Mennonitisch, volgens Abram - als een Mennoniet het ergens mee oneens is, sticht hij een nieuwe kerk. "Kijk," zegt hij, "hier zitten altijd veel van onze mensen." Abram wijst naar het restaurant van hotel Taramuhara. 'Onze mensen', het is een term die ik nog veel zal horen. Mennonieten hebben het haast nooit over Mennonieten. Ze voelen zichzelf vooral Duitser. Op de tweede verdieping van het Menno-huis wonen Helena en Abc Rempel, een missionaris-echtpaar dat drie jaar in Ciudad Chuatemoc is gestationeerd. Greta Wiens, een trap hoger, zit aan tafel met een vriendin. Of ze meegaan naar de pizzeria, vraagt Abram. Vlak voordat we een paar kilometer buiten Ciudad Chuatemoc een tot aan de horizon reikende tweebaansweg opdraaien, zegt Greta: "Nu verlaten we Mexicaans grondgebied. Welkom in het land van de Mennonieten." Aan weerskanten van de Chuatemochighway' liggen appelboomgaarden en oneindige maïsvelden. De boeren hebben een slecht jaar achter de rug. Niet alleen de devaluatie van de Mexicaanse peso speelde hun parten, het heeft ook nauwelijks geregend. Hun land ziet er desondanks goed verzorgd en vruchtbaar uit. Abram vertelt dat de Mennonieten erin zijn geslaagd drie tot vijf ton maïs te oogsten, waar een Mexicaan met moeite een ton haalt. Aanvankelijk veroorzaakte het de nodige afgunst, maar de Mexicaan is de Mennoniet gaan waarderen. --- Drank Op een kruispunt worden we aangehouden door de Mexicaanse politie: Niemand kijkt er van op, behalve ik. Mag er dan gedronken worden? Nee, eigenlijk niet. Het blijkt een van de problemen te zijn waarmee de Mennonitische gemeenschap te kampen heeft. Jongeren beginnen zaterdagavond al en gaan dan door tot en met zondagavond. Een aanzienlijk aantal (ook ouderen en vrouwen) heeft zich aangemeld bij de j\A (Alcoholicos Anonimos). In de dorpen mag geen sterke drank verkocht worden. Om een drankvergunning te krijgen heeft een nederzetting tweeduizend inwoners nodig en een politiebureau. Dat heeft geen een kolonie. "Het geeft alleen maar problemen," zegt Abram. Wie de nieuwe bar van een van de weinige Mexicaanse eigenaars in brand heeft willen steken, is een raadsel. Het gerucht gaat dat de bar een dekmantel is voor een drugslijn. Verderop zou een Mennonitische drugsbaron zijn hide-out hebben. De pastoor is al een paar keer bij hem langs geweest, maar hij is nooit thuis. Chihuahua staat bekend om zijn marihuana-plantages. Het is niet onwaarschijnlijk dat Mennonieten voor de handel worden geronseld. "Ze vinden overal hun slachtoffers," zegt Abram. "Dus waarom niet onder onze mensen." Een Canadese televisieploeg die iets over de kwestie had opgevangen, noemde het item The Mennonite-mob. --- De tijd knaagt aan het bastion van de Mennoniet door KATRIEN GOTTLIEB MIJN KAMER heeft uitzicht op een begrafenisonderneming, Funerales y Capillas, Heredia. ledere ochtend opent een werknemer het bedrijf en laat hij de motoren van twee lijkwagens voor de deur warmdraaien. Dan gaat hij op het bordes staan en staart, terwijl hij zich af en toe warm slaat, over de uitgestrekte hoogvlakte van Ciudad Chuatemoc, Mexico. Ik logeer bij Sara Wiens, een Canadese, die hier lesgeeft op een gemengde school. Dat wil zeggen, van de negentig leerlingen zijn er vijf Mexicaans, de rest is Mennoniet. Zij hangt hetzelfde geloof aan, maar stamt uit een liberale tak: de Westpruisische. Voor haar gelden weinig regels: ze mag dansen en zingen en hoeft zich volgens geen enkel protocol te gedragen. Als ze de Heer maar trouw blijft. Ciudad Chuatemoc ligt bijna tweeduizend kilometer ten noorden van Mexico- Stad. 's Winters daalt hetJcwik er tot vijftien graden onder nul. In de zomer loopt de temperatuur op tot bijna veertig graden. Wat oppervlakkig gezien zo typisch Mexicaans heet - de kleuren, de koloniale huizen - is hier in geen velden of wegen te bekennen. De stad is grauw en le lijk. Rondom Ciudad Chuatemoc, is mij verteld, leeft de grootste concentratie Mennonieten. Tot voor kort een hermetisch gesloten sekte, die van landbouw en veeteelt kon bestaan. Tot voor kort, want sinds enige tijd bieden naast de kauwgomverkopers, de krantenjongens, de jongleurs en vuurspuwers ook hoogblonde Mennonieten hun waren aan bij de stoplichten van de verstopte slagader Revolucion in*Makesick-o-City', zoals Carlos Fuentes de stad noemt in zijn roman Cristobal Nonato. Volgens sommigen hèt bewijs van de economische crisis in het land. Zoals veel Mennonitische immigranten kwamen Sara's grootouders in 1922 via Canada naar Mexico. In Manitoba, Canada, kon een hardwerkende familie zich rijk plukken aan tomaten en genoeg sparen om een eigen boerderij te kopen, zo was hen voorgespiegeld. Maar de veelal conservatieve Mennonieten die geen woord Engels spraken, hun moedertaal is laag-Duits, waren volstrekt onvoorbereid op een kapitalistische maatschappij. Na een hevige strijd met de Canadese regering, die hun kinderen verplichtte Engels op school te le ren, zochten zij een ander heenkomen. Met toestemming van de toenmalige president Alvaro Obregón mochten zij in Mexico hun strenge religie vrijelijk uitoefenen. Vastberaden een pastorale utopie te scheppen op de destijds verlaten, onherbergzame hoogvlakte van de noordelijke provincie Chihuahua, overwonnen zij slechte landbouwgrond, bandieten en droogte en trokken zij zich met hun fenomenaal grote families van vaak zestien, zeventien kinderen terug in geïsoleerde, religieuze nederzettingen, waar de buitenwereld als een bron van kwaad wordt gezien. Tweeduizend kilometer ten noorden van Mexico-Stad leven enkele gemeenschappen van Mennonieten. Tot voor kort een hermetisch gesloten sekte, die van landbouw en veeteelt kon bestaan. Maar langzaamaan dringt de westerse wereld er binnen. Alcohol heeft zijn intrede gedaan in de Mennonitische gemeenschap. 'Het geeft alleen maar problemen.' Wereldse attributen ondermijnen de eenheid van de Mennonitische ge meenschap, maar rukken steeds verder op. fotos larry towel, magnum/abc De meisjesklas op weg naar school. Veel leerlingen weten nauwelijks dat ze in Mexico wonen.' --- Zelfmoord Aanvankelijk kwam criminaliteit niet voor onder Mennonieten, maar nu de kolonies zoveel groter zijn geworden, en er sociale problemen zijn, is geweld ook een onderdeel van hun bestaan, al valt de omvang van het probleem nog mee: twee moorden en een verkrachting in de afgelopen tien jaar. Wat veel zorgwekkender is, zijn de nu al zes.zelfmoorden in de laatste twaalf maanden. In pizzeria Los Arcos praten we door over een van die zelfmoorden. Volgens de Deutsch-Mexilcamsche Rundschau was de betrokken vrouw, een moeder van twee kinderen, die dag juist zo goed gehumeurd. Haar man staat voor een raadsel. Wellicht is de positie van de Mennonitische vrouw een verklaring voor haar wanhoopsdaad: hun leven speelt zich grotendeels af op het land en in huis. Kftideren, een bloeiende moestuin, een batterij weckflessen en een volle vrieskist zijn hun trots. Een vrouw mag geen geldzaken regelen en zit apart tijdens kerkdiensten. Ook leert zij dat het 'een zonde van de man is zijn zaad te verspillen', wat voor de hoogste geboortecijfers ter wereld zorgt. De bevolking verdubbelt zich iedere twintig jaar, maar omdat een Mennoniet niet buiten zijn religie trouwt blijft de gene-pool beperkt. De gezinnen zijn zo uitgebreid dat in de campos iedereen bijkans familie van elkaar is. Kinderen hebben daarom vaak slechte ogen of een slecht gehoor. Uit inteelt-huwelijken geboren (geestelijk) ge handicapte kinderen worden uit schaamte verstopt. Sommigen wonen samen met ouden van dagen in een te huis. Artsen die een medische opleiding hebben afgemaakt zijn er niet in de campos. De een weet iets meer van het menselijk lichaam dan de ander en mag zich dan dorpsarts noemen. t Leonardo Gonzales Gonzales verkoopt sinds dertig jaar kousen aan Mennonie ten. Ik heb bij gebrek aan openbaar vervoer mijn duim aarzelend opgestoken en krijg een lift van hem. Van een dorp met een plein en een dorpsstraat, zoals wij dat kennen, is hier geen sprake. De karakteristieke huizen van grijs cement, rechthoekig met een deur aan de zijkant, liggen ver van elkaar verwijderd, een kern bestaat eenvoudigweg niet. Gonzales Gonzales zal me naar de familie Thiessen brengen, maar moet eerst nog even wat adresjes langs. "Zulke mensen, die Menona's, Kijk hoe mooi hun akkers er bijliggen. Stel je voor dat Mexicanen dit land zouden hebben gekregen: 5e muere Mexico (dat was de dood van Mexico geweest)." Bestaat er dan geen afgunst, vraag ik. "Zeker," zegt hij. "Maar ook bewondering. Wij Mexicanen hebben onderhand ingezien dat Mennonieten nou eenmaal betere boeren en slimmere handelaars zijn." Zijn auto komt met horten en stoten tot stilstand bij een kruidenierswinkel. "Hier raak ik heel wat dameslingerie kwijt." Hij lacht zo hard, dat ik vrees voor zijn laatste tand. "Mogen ze niet gebruiken, die Menona's. Willen ze wel. Hahaha. Onder de toonbank. Hahaha. Hun kerels houden zich ook niet altijd aan de regels, hoor. Ik heb ze heus wel gezien in de stad, stiekem met onZe meisjes de la calle (van de straat)." De familie Thiessen woont in een van de grootste huizen uit de omtrek. Het doet denken aan een Zwitsers chalet. David Thiessen en zijn vrouw Lena zijn in Mexico geboren. Hij komt uit een gezin van zeventien kinderen, zij heeft zeven broers en drie zusters. Toen hun tweede kihd stierf aan een raadselachtige hoge koorts, zei David tegen zijn vrouw: "Frau, we gaan naar de snelweg." Het land dat David van zijn vader kreeg, lag zo geïsoleerd dat het kind de tocht te paard naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis niet overleefde. Het boerenleven was te zwaar, de banken vroegen te veel rente. David kon zijn land goed verkopen. Hij had een waterput gegraven en leidingen aangelegd, zodat de ergste droogte hem niet zou raken. Van de op brengst bouwde hij een huis langs de 'Chuatemoc highway' en begon een ge reedschapswinkel. --- Bakkie Lena praat met de buren via een radio, een bakkie. Bijna iedereen in de buurt heeft er een. Niet iedereen denkt er hetzelfde over, maar de telefoon behoort officieel nog tot de wereldse taboes. Hun jongste van vijf, Peter, drinkt melk uit een zuigfles. Een voor een stoft hij de plastic appels en peren in de fruitmand af. Is Peter de laatste, vraag ik. "Ja," antwoordt Lena verlegen. Ze is 'ge opereerd'. Veel meer zegt Lena niet. Vragen aan haar worden steevast door David beantwoord. Ik wil weten of zij toevallig ook familie van elkaar zijn. "Ja," zegt David. De opa van Lena was een oom van Davids vader. "Ik wist wel dat ik van mijn mooie nichtjes moest afblijven," verontschuldigt David zich. "Maar dat Lena ook familie van mij is, daar kwam ik pas achter toen we al getrouwd waren. God heeft het ons vergeven." David, Lena, Peter en dochter Tina brengen mij in hun pick-up naar de familie Peters. Frans Peters is boer en Dorfschulze, dorpshoofd van Campo 6. Hij int de belasting, ontvangt de subsidies voor het zaaien, selecteert de meesters voor hun dorpsscholen en onderhoudt samen met zijn schoonvader (een zoon van de neef van Peters opa) het contact met de Mexicaanse overheid. De jongste kinderen Peters gaan naar de dorpsschool. Meisjes en jongens zitten van elkaar gescheiden op houten bankjes. Meer dan lezen uit de Bijbel en schrijven, in het Duits, leren ze niet. Bij de meester zn voeten ligt een leren riem. "Waar dient die riem voor?" vraag ik gespeeld naïef. "Om de kinderen discipline bij te brengen," zegt hij. Susie Peters is dertien en hoeft niet meer naar school. Ze hangt verveeld tegen een bureautje en bladert in een stripboek met bijbelverhalen. Susie kan al heel veel gerechten maken, prijst de vader zijn dochter aan. Frans Peters denkt veel aan de toekomst. Daarom volgt hij drie keer per week 's avonds met zijn oudste zoon en dochter een cursus Spaans. De drukbezochte cursus wordt gegeven door Helen Ens, een missionaris uit Canada, die al sinds 1963 directrice van een openbare school naar internationaal erkende richtlijnen is. Dezelfde school waar Sara Wiens lesgeeft. Helen vertelt dat Peters wel een uur naar de wereldkaart heeft zitten staren. Veel van haar leerlingen weten nauwelijks dat ze in Mexico wonen. Het gebrekkige niveau van het onderwijs was destijds haar beweegreden om in Ciudad Chuatemoc een school op te richten, waar naast Duits ook Spaans, aardrijkskunde en geschiedenis wordt onderwezen. De pastoors en een rijke Mennoniet hebben nog geprobeerd haar tegen te houden. Tijdens een les Spaans kwamen twee mannen in burger binnen, vertelt ze. Of ze de school mochten zien. Helen zag niet in waarom en wilde doorgaan met haar les, toen ze gesommeerd werd mee te komen naar het hoofdbureau van politie. Nadat ze alles had uitgelegd, liet men haar gaan met de mededeling dat ze zich geen strobreed in de weg moest laten leggen. "Ik weet haast zeker dat de pastoors en die ene rijke landeigenaar hier achter zaten," zegt ze. Sindsdien zijn de veranderingen langzaam ingezet. Progressieve Mennonie ten zien nu in dat betere scholing noodzakelijk is om een nieuwe generatie de kans te geven te overleven. De traditionelen blijven denken dat te veel kennis het verlies van elke moraal betekent. Zij geloven dat er maar twee dingen echt tellen: een goede boer en een goed christen zijn. ---